‘Door boodschappenapps verliezen we de verbinding met ons voedsel’

Online boodschappen doen – handig, toch? Je swipet door een app, tikt op een product en met een beetje geluk heb je het dezelfde dag nog in huis. Maar volgens techniekfilosoof Madelaine Ley (36) gebeurt er tijdens dat online boodschappen doen iets geks. „Je klikt op een stockfoto van een tomaat waarop iemand anders aan de andere kant van het land ook zou kunnen klikken”, zegt ze, zittend aan de eettafel in haar Delftse huiskamer met hondenmand, kinderspeelgoed en boeken, heel veel boeken.

„Maar niemand krijgt die specifieke tomaat. Het ís misschien niet eens een specifieke tomaat.” Het zou zelfs een neptomaat kunnen zijn op het plaatje. Het kan een door artificiële intelligentie gegenereerde tomaat zijn, of een gefotoshopte tomaat. „Er is geen enkele relatie tussen jou en de tomaat op het scherm, en ook niet tussen de tomaat op het scherm en de tomaten die daadwerkelijk bij jou aan de deur verschijnen”, zegt ze.

Dat is natuurlijk bij vrijwel alle onlineproducten het geval, maar omdat voedsel een eerste levensbehoefte is, eigenlijk altijd juist zo nauw verbonden is geweest met de omgeving, ons lichaam en de natuur, is het extra belangrijk om te kijken naar wat deze verandering betekent, vindt Ley.

Retailrobots en -automatisering komen voort uit een onderliggende rot in het westerse wereldbeeld

Madelaine Ley
techniekfilosoof

De Canadese promoveerde deze week op de ethische implicaties van automatisering en digitalisering in de voedselindustrie. Daarvoor deed ze vanuit de TU Delft onderzoek bij supermarktconcern Ahold Delhaize, en komt in haar proefschrift onder meer tot de opvallende conclusie dat supermarkten er beter aan zouden doen om het hele proces van automatisering en digitaliseren te heroverwegen.

„Retailrobots en -automatisering komen voort uit een onderliggende rot in het westerse wereldbeeld”, schrijft ze bijvoorbeeld.

Wat bedoelt u daarmee?

„Diep verankerd in deze toepassing van technologie is een illusie dat mensen losstaan van de rest van de natuur en van andere mensen. Als ze op deze manier worden gebruikt, zorgen robots, apps en algoritmes voor het almaar verder afscheiden van mensen van de wereld om hen heen, en van hun fundamentele verbinding met hun voedsel als onderdeel van een ecologisch web van relaties en afhankelijkheden.”

Wat heeft dat precies te maken met het tikken op een tomaat in een boodschappen-app?

„Laten we daar inderdaad op inzoomen. In dat proces ben je nog steeds in je huis. Je bent niet naar buiten gegaan. Je bent niemand tegengekomen. Je hebt met niemand gesproken. Alles is vrijwel altijd beschikbaar, ongeacht het seizoen. Ik noem het een plaatsloze en tijdloze ervaring. Het is plaatsloos omdat je in je huis zit, zonder enige verbinding met waar de tomaten vandaan komen, het land waarop ze groeiden of de handen die ze hebben aangeraakt. Het schermpje waarmee we boodschappen zijn gaan doen, is extreem eendimensionaal en gestandaardiseerd.

„En het is tijdloos omdat je in december een tomaat kunt krijgen, volledig losgekoppeld van de ritmes van de aarde en de specifieke plek waar je woont.”

Het is ook best wel handig en het scheelt tijd, toch?

„Dat is inderdaad de belofte: als we deze technologie hebben, maakt het ons leven makkelijker. Dan hebben we meer tijd voor ons gezin bijvoorbeeld. Maar is dat werkelijk wat er gebeurt? Schelen apps ons tijd of kosten ze vooral tijd? Geven ze mogelijkheden om meer aandacht te hebben voor je omgeving of kapen ze die aandacht juist?

„Die valse belofte van technologie is ook in de geschiedenis vaak te zien geweest. Neem de introductie van de wasmachine in de jaren vijftig. Er zijn interessante studies die laten zien dat die eerst inderdaad leidde tot tijdswinst, maar vervolgens tot hogere maatschappelijke verwachtingen van huisvrouwen en meer werkdruk. Dit zie je vaker, en wordt versterkt door een maatschappelijke drang om altijd druk bezig te zijn: vrijgekomen tijd wordt vrijwel automatisch weer gevuld met andere dingen.”

Toch zetten supermarkten in op steeds meer automatisering: van automatische voorraadsystemen, tot apps, zelfscankassa’s, zelfs robot-vakkenvullers.

„Robots kunnen schappen scannen, producten aanvullen en vloeren schoonmaken, waardoor de winkelervaring verder wordt geautomatiseerd. Dit vermindert de zintuiglijke en sociale aspecten van boodschappen doen nóg meer, zoals het voelen en ruiken van groenten of het hebben van spontane interacties met anderen.

De technologie maakt van de supermarkt een casino dat 24 uur open is, zonder ramen

Madelaine Ley
techniekfilosoof

„De technologie maakt de supermarkt, zowel de fysieke winkel als de digitale, tot een uniforme, gestandaardiseerde ruimte, vergelijkbaar met een Amerikaans casino dat 24 uur open is: een plek zonder ramen, waar mensen gestimuleerd worden om geld uit te geven zonder een gevoel van plaats of tijd. Je hoeft niet veel fantasie te hebben om te zien dat onze supermarkten en boodschappen-apps daar steeds sterker op lijken.”

Wat gaat er daarmee verloren?

„Dat deze al heel erg geautomatiseerde plek nóg verder wordt geautomatiseerd leidt ertoe dat je zintuiglijke ervaring steeds verder wordt afgevlakt. Neem de ervaring met tomaten: wanneer ze in het seizoen zijn en je een stapel ervan in de winkel ziet, en je ruikt aan een tomaat en denkt: „Niet die, ik pak die andere.” Dat is een diepe, rijke en levendige zintuiglijke ervaring waarvan we steeds verder vervreemd raken.

„En we hebben die zintuiglijke ervaring juist nodig om te ervaren dat er een echte relatie is tussen ons, ons eten, seizoenen, de bodem, ecosystemen. In die zin raakt het ook aan de grote problemen van deze tijd. We staan aan de rand van ecologische ineenstorting, en het ervaren van verbinding met de rest van de planeet is cruciaal om dat te voorkomen. Juist zoiets alledaags als onze boodschappen spelen daarbij een rol.”

Wat is het alternatief?

„Ik pleit juist voor inefficiënte, rommelige boodschappenroutines. Voor lokale winkels, boerenmarkten, waarbij je relaties aangaat met de mensen die het verbouwen, waarbij je soms ineens moet improviseren omdat je iets van je boodschappenlijstje níét kunt krijgen omdat het buiten het seizoen is. Er zit een verkeerde aanname achter dat het goed is om zo weinig mogelijk frictie te hebben in je leven.

„Apps en automatisering maken processen vaak zo frictieloos mogelijk. Terwijl, als je jezelf toestaat om een ervaring te hebben met een andere persoon of met de seizoensgebonden ritmes, je inderdaad weleens teleurgesteld wordt. Je wordt verrast. Je wordt uitgedaagd. Er is spanning. Er is juist wél frictie. En binnen die spanning en wrijving, denk ik, ligt er een prachtige mogelijkheid om als het ware wakker geschud te worden en aandacht te geven aan datgene waarmee je in relatie staat.”

Niet iedereen zal de tijd, zin of geld hebben om op die manier boodschappen te doen.

„Daarom wil ik ook niemand voorschrijven hoe ze boodschappen doen. Het is iets systemisch dat ik probeer aan te kaarten. Ik denk dat het meer een onderliggend probleem van ontkoppeling is dat we als samenleving hebben. Een deel van het antwoord is inderdaad dat mensen anders gaan winkelen, maar daarvoor heb je bloeiende lokale voedselsystemen nodig. Je hebt andere toegang tot voedsel nodig. Een andere ethische verhouding tot andere mensen en de rest van de levende wereld: een ethiek die meer draait om zorg voor de ander dan om individualisme. Het gaat om een politieke verandering. Het gaat om een beleidsverandering. Het gaat om een economische verandering.”

Doorgaan met automatisering is makkelijker dan zo’n systeemomslag. Daardoor lijkt de steeds verder gaande digitalisering ook iets onvermijdelijks.

„Dat lijkt wel zo, maar mensen hebben daar altijd een keuze in. Mensen zeggen dan: „Wil je terug in de tijd?” Dan zeg ik: ik ben geen natuurkundige. Ik ben niet bezig een tijdmachine te maken. Ik heb het niet over teruggaan in de tijd. Ik heb het erover hoe we in 2024 kunnen leren van ervaringen uit het verleden, maar vooral hoe we levendige lokale gemeenschappelijke voedselsystemen zouden kunnen creëren die wél toekomstbestendig zijn. Ik denk dat daar niets naïefs of onrealistisch aan is.

„Ik schrijf in mijn proefschrift ook: ‘Aan rozen ruiken is een morele opdracht’. Zintuigen zijn poorten naar onze relaties met de rest van de levende wereld. Sommige mensen vinden dat misschien soft klinken: ik heb er geen probleem mee als mensen denken dat het romantisch is. Het is niet erg om romantisch te zijn.”


Lees ook

‘Honger is een verbijsterende ramp, maar er is nauwelijks aandacht voor’