Een wijkagent van de Rotterdamse politie heeft een verdachte, die zich verstopte in de kruipruimte van zijn woning om aanhouding te voorkomen, opgesloten door het enige toegangsluik dicht te laten schroeven door een slotenmaker. Vervolgens werd de verdachte anderhalf uur in de ruimte achtergelaten.
De politieman, een agent van basisteam centrum van Rotterdam, kreeg in september de opdracht een man aan te houden die verdacht werd van schennispleging. De verdachte had geplast tegen de gevel van een woning en toen de bewoonster bezwaar maakte tegen het urineren, had hij de moeder en haar kind zijn geslachtsdeel getoond.
Toen de verdachte niet verscheen, is het luik dichtgemaakt met een paar schroeven
Toen de wijkagent bij de woning van de verdachte arriveerde, werd niet opengedaan. Met de hulp van een slotenmaker kwam de politie alsnog binnen. De agent zag een luik naar de kruipruimte openstaan en vermoedde dat de gezochte man zich aldaar had verstopt. „Een zoekslag met zaklamp en het roepen van de naam van de verdachte, sommerend dat hij tevoorschijn moest komen, leverden niets op”, zegt de politie Rotterdam. „Toen er niets te zien was en de verdachte niet verscheen, is het luik dichtgemaakt met een paar schroeven.”
De agent vermoedde dat de verdachte een telefoon had omdat hij hem eerder die dag had zien bellen. Enige tijd later belde de voortvluchtige man inderdaad 112 om te melden dat hij in de kruipruimte zat opgesloten. Hij werd later alsnog door de wijkagent bevrijd en aangehouden.
Lees ook
Pesten, seksisme, drank en discriminatie bij politie van Rotterdam-centrum
‘Ondoordacht’
Wegens „ernstig plichtsverzuim” is de politieman vorige week door de leiding van de politie-eenheid Rotterdam disciplinair bestraft. Er wordt 500 euro boete op het salaris ingehouden, laat een politiewoordvoerder weten. „Deze vorm van aanhouden is niet professioneel en ongewenst en past niet bij de politie die wij willen zijn”, aldus de woordvoerder.
Het opsluiten van een verdachte in een kruipruimte en de wijze waarop de politie deze zaak vervolgens heeft afgedaan, buiten de openbaarheid, stuit binnen de eenheid op veel kritiek. De agent, een van de zeventien wijkagenten in het basisteam, heeft zijn 250 collega’s op 25 september op aandringen van een leidinggevende een e-mail gestuurd. Hij schrijft begrepen te hebben dat „veel collega’s geschokt waren toen zij hoorden over mijn handelen en dat dit kennelijk nog steeds erg leeft op de werkvloer. Dit heb ik zeker niet zo gewild en dat spijt mij zeer”, aldus de agent.
Zoeken en het roepen van de verdachte, sommerend dat hij tevoorschijn moest komen, leverden niets op
Ook schrijft de wijkagent „ondoordacht” te hebben gehandeld. Hij had de kruipkelder afgesloten „met het doel de verdachte kort na het incident alsnog te kunnen aanhouden. Daarbij heb ik echter geen rekening gehouden met de mogelijkheid dat de verdachte door mijn handelen iets had kunnen overkomen. Gelukkig is dit niet gebeurd”.
Binnen de Rotterdamse politie is onenigheid ontstaan over de afhandeling. Sommige collega’s zeggen niet te begrijpen waarom de wijkagent niet wordt vervolgd wegens wederrechtelijke vrijheidsberoving. Dat is volgens de politie een besluit van het Openbaar Ministerie „dat een maatregel door de werkgever vond prevaleren boven strafrechtelijke vervolging”. De politietop achtte daarop „inhouding van een deel van het salaris een passende straf”.
Overbelast
Het OM in Rotterdam bevestigt dat in deze zaak de voorkeur is gegeven aan het „intern sanctioneren” door de politie. Dat past ook binnen het justitiële beleid om de overbelaste rechterlijke macht zo veel mogelijk te ontzien. Het OM geeft bovendien aan dat een rechter de agent waarschijnlijk ook een geldboete zou hebben opgelegd.
Afgelopen jaren is de Rotterdamse politie regelmatig in opspraak gekomen. In augustus 2024 werd via NRC bekend dat bij het basisteam centrum sprake is van een „sociaal onveilig werkklimaat” als gevolg van „slechte onderlinge omgangsvormen” en „falend leiderschap”. Die conclusie trok de politie na een extern onderzoek dat werd verricht na klachten van agenten over onder meer discriminatie, pesten en buitensporig geweld van politiemensen.
In september, een paar dagen na het incident met de wijkagent, presenteerde de politie Rotterdam een ‘plan van aanpak’ om te komen tot „een betere werkomgeving en veilige werkplek”. De politie kondigde onder meer aan „interne omgangsvormen te verbeteren en het leiderschap te versterken”.
Vorige maand is een nieuw sectorhoofd voor de stad Rotterdam aangesteld: Marc Roosenburg. Hij wil meer gelegenheid voor agenten om te „kunnen leren en reflecteren met elkaar door twijfels, fouten en dilemma’s” te bespreken. „We moeten gedrag begrenzen waar nodig, maar ook waarderen wat goed gaat. Want laten we niet vergeten dat dit team zich dag en nacht maximaal inzet voor de veiligheid van de stad.”
Traumatisch
De wijkagent reageert niet op vragen van NRC. Aan zijn collega’s schrijft hij dat „dergelijk handelen door mij niet meer zal gebeuren”. Hij mag van de leiding zijn baan als wijkagent in het centrum van Rotterdam blijven uitoefenen.
De zaak tegen de verdachte gevelplasser is door het OM geseponeerd, omdat hij door het traumatische opsluiten in de kruipruimte „al genoeg is gestraft”.
Lees ook
Onderzoek Arbeidsinspectie bij Rotterdamse politie naar onveilig werkklimaat na klachten. ‘Ongebruikelijk’, zegt vakbond
