De beschoten viswinkel mag na zes maanden gedwongen sluiting weer open, maar dan dreigt ontruiming

De zaak

Een viswinkel aan het Waterlandplein in Amsterdam wordt in augustus 2024 beschoten. Dat gebeurt tweemaal binnen een week: in de vroege ochtend van 12 augustus en in de nacht van 18 augustus. Het naastgelegen café wordt ook beschoten.

De burgemeester van Amsterdam besluit de winkel per direct te sluiten, en dat voor een periode van zes maanden. De verhuurder, tevens eigenaar van het winkelcentrum Waterlandplein, ontbindt kort daarna de huurovereenkomst. Maar de winkelier wil niet vertrekken.

Als de datum nabij is waarop de viswinkel weer open mag, spant de verhuurder een kort geding aan en eist ontruiming.

De uitspraak: afwijzing ontruiming

De verhuurder meent dat de huur terecht ontbonden is. Als eigenaar van het winkelcentrum moet het bedrijf opkomen voor de veiligheid van de andere huurders en bezoekers. Boven de winkel wordt gewoond. Daarnaast vreest de verhuurder dat mensen de winkels gaan mijden, dat ondernemers de huur opzeggen en dat het winkelcentrum dan in waarde vermindert.

De eigenaar van de viswinkel is ook slachtoffer van de beschietingen, vindt hijzelf. Hij weet niet waarom er geschoten is. In bijna tien jaar tijd heeft hij steeds op tijd de huur betaald. Nooit eerder was er een incident. En ja, hij is in aanraking geweest met de politie, zoals de verhuurder heeft aangehaald, maar dat is meer dan twintig jaar geleden. De winkelier is voor zijn inkomsten en pensioen afhankelijk van de viswinkel.

De rechter wijst de eis tot ontruiming af. De eigenaar van de viswinkel valt niets te verwijten. Het motief van de beschietingen is onduidelijk. Het is niet uitgesloten dat het te maken had met het café ernaast. De antecedenten zijn van meer dan twintig jaar geleden en staan los van de beschietingen.

Bij de zitting blijkt dat de verhuurder naar aanleiding van de beschietingen geen opzeggingen van andere huurders heeft ontvangen. Een afname van het aantal winkelende mensen is ook niet waargenomen. En blijkbaar vindt de burgemeester het aanvaardbaar dat de winkel heropent. Bovendien ligt de verantwoordelijkheid voor veiligheid en openbare orde primair bij gemeente, politie en justitie. Aldus de rechter.

Commentaar

Mede door de toename van het aantal explosies in de laatste jaren, wordt regelmatig geprocedeerd over de vraag of huurders hun woning moeten ontruimen. Stan Baggen, advocaat huurrecht bij ngnb advocaten, stond vorig jaar een paar keer voor de rechter in zaken hierover. Baggen: „Naar mijn weten is dit de eerste keer dat zoiets bij een onderneming speelt.”

Verhuurders kunnen de huur van woon- of bedrijfsruimte alleen in uitzonderlijke gevallen buiten de rechter om ontbinden. Onder andere na sluiting door de burgemeester vanwege gedragingen die de openbare orde ‘in of direct bij het gehuurde’ verstoren. Als de huurder weigert te vertrekken, volgt vaak een kort geding over de ontruiming.

De bevoegdheid van de burgemeester is per 2024 verruimd. Voorheen was een sluiting alleen mogelijk bij incidenten ‘binnen of op het erf’. Omdat de explosies en beschietingen zich juist buiten voordoen, is de wet aangepast. Baggen: „Ook verhuurders kregen zo meer mogelijkheden om de huur buiten de rechter om te ontbinden.”

Dat de verhuurder het contract wettelijk kan ontbinden, wil niet zeggen dat het ook altijd moet. Het gaat er om of ontbinding in de gegeven omstandigheden gerechtvaardigd is.

Baggen: „Als een schietpartij in het gehuurde plaatsvindt, is het waarschijnlijker dat de huurder er iets mee te maken heeft. Maar wat als het buiten gebeurt, is die huurder dan misschien alleen slachtoffer? Dat is ook denkbaar.”

Uit de rechtspraak sinds de wettelijke verruiming blijkt dat de verhuurder niet mag ontbinden als de huurder persoonlijk niets te verwijten valt. De rechter neemt zo’n verwijt niet snel aan, volgens Baggen. Uitzondering is een zaak van vorig jaar, over diverse aanslagen op een woning in verband met een familievete. De Rotterdamse rechtbank nam aan dat één van de huurders daar ook bij betrokken was en wees de ontruiming toe.

De rechter maakt ook altijd een belangenafweging. In deze zaak kan Baggen de rechter goed volgen, al zou die best makkelijker mogen aannemen dat de verhuurder schade zal lijden als een winkelcentrum meermaals beschoten wordt. Hier vroeg de rechter nog specifiek naar huuropzeggingen en bezoekersaantallen. Baggen: „Maar als je kijkt naar het belang van de huurder, die doorgaans afhankelijk is van een woning of bedrijfspand, snap ik wel dat dat zwaar weegt.”

Baggen vindt dat je per geval moet bekijken of ontruiming rechtvaardig en nuttig is: „Je kunt iemand uit de woning zetten, maar die gaat weer ergens anders wonen. Zo verplaats je het probleem alleen maar. En zetten we niet een bonus op het plegen van dit soort aanslagen als we ook huurders gaan uitzetten aan wie niets te verwijten valt?”

Uitspraak: rechtbank Amsterdam, 28 februari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:1332