„Sommige oude mensen snappen niet wat er nu gebeurt”, zegt comedian Sezgin Güleç na een kwartier. „Ik weet wat er is misgegaan. Jullie zagen een poster en dachten: leuk, een Turkse jongen. Even naar het theater, kijken wat kansarm te zeggen heeft.”
Het debuut van Sezgin Güleç (26) is geen voorstelling, zegt hij, van iemand die vertelt hoe het was om op te groeien in een bijstandswijk in Rotterdam-Zuid en kijk eens waar hij nu staat, in het theater met zijn eigen voorstelling, wat is hij dankbaar! Dat zou onoprecht zijn, en aan onoprechtheid heeft Güleç een schurfthekel, blijkt al snel in het meeslepende Wild, Barbaars & Bloeddorstig.
Güleç haalt de Sloveense filosoof Žižek aan: in het Westen willen we alles, maar wel de makkelijkst verteerbare versie. Volgens Güleç – consequent een onderscheid makend tussen Nederlanders en allochtonen – willen we wel allochtonen, maar alleen een bepaald soort. De tv-allochtoon, naar wie de autochtone Nederlander misschien met een warme glimlach kan kijken, maar in wie allochtonen zoals Güleç een vreemdeling zien.
Lees ook
Met radicale grappen wil de conservatieve comedian Sezgin Güleç oproepen tot verandering
Bijzinnen en terzijdes
Sterk is dat Güleç zijn verleden niet bepaald uitvoerig uit de doeken doet. Zo’n autobiografisch verhaal zou indrukwekkend kunnen zijn, en ongetwijfeld verdrietig, maar ook voorspelbaar. In bijzinnen en terzijdes krijgen we van Güleç terloops wat flarden mee en dat is genoeg. Een familielid werd gestoken in de nek, een zwarte basisschool, bijstand: je begrijpt dat Güleç een andere jeugd heeft gehad dan iemand uit Blaricum. Güleç laat de gevolgen daarvan zien. Dat is aanzienlijk spannender.
Het heeft hem gemaakt tot een „heel haatvol persoon” met veel wantrouwen richting de volgens hem zo vaak geveinsde mooie westerse waarden. Grappig is hoe hij het publiek listig op hun hypocrisie wijst. Een koppel wordt betrokken in een vraaggesprekje over jaloezie en seks, een ander krijgt een vraag over het eten van hondenvlees in tijden van doodsnood. Hij is tenminste eerlijk, aldus Güleç: „Accepteer dat je een dier bent. Ga niet doen alsof je beschaafd bent. Als er een oorlog uitbreekt, gaat jouw hoofd in mijn airfryer.”
Güleç praat rustig en heeft een aantal leuke grappen, zoals over het verschil tussen medewerkers in een witte en niet-witte supermarkt. Grappiger en interessanter zijn echter het ongemak dat voortkomt uit Güleç’ pogingen om de kloof te dichten met het publiek. Hij wil graag communiceren, houdt hij ons voor, maar hoe kan dat nou als we niet durven te lachen om een grap over hoe hij zijn robot-vriendin zou onthoofden? Güleç: „Jullie durven niet eens te lachen. Alsof deze grap over vrouwen slaan zou gaan!”
Gaandeweg rijst wel de vraag waar Güleç precies op uit is. Weinig wijst erop dat hij verwacht oprecht contact te zullen maken. Het publiek is bij voorbaat een vijand, dat wordt gestraft nadat het in de val wordt gelokt met een grap over een stereotiepe Turk (superheld Süpertürk): „Oh, dat vinden jullie wel leuk, mongooltjes. Willen jullie 1,5 uur Tüürkie-Tüürkie-show? Opkankeren dan, niet meer terugkomen.” Wild, Barbaars & Bloeddorstig beklijft als een komisch maar vooral tragisch verhaal over iemand die hevig verlangt naar écht contact, maar die weinig hoop lijkt te hebben dat nog te gaan vinden.
