In Nederland komt het begrip geruststellend voor in de verkleinvorm: ‘proefballonnetje’, een politicus bedient zich ervan om te peilen hoe een idee valt bij publiek en media. Voorbeeld: in 2007 opperde de toenmalige PvdA-minister Ter Horst een alcoholverbod voor mensen onder de achttien jaar. Het is nu lastig daar het ballonachtige van in te zien, omdat sinds 2014 alcohol enkel mag worden verkocht aan achttien jaar en ouder. Maar toen Ter Horst het zeven jaar daarvoor voorstelde, was het nog een idee dat vrij rond zweefde. Haar ballonnetje kreeg de wind mee, en landde later officieel.
Proef het woord ‘proefballonnetje’ en je wordt meteen vrolijker. Maar de wereld is groter dan Nederland, en het speelse proefballonnetje is ondertussen onder Trump een proefraket geworden. Een atoomproef. Groenland, sancties tegen het Internationaal Strafhof, geen genders meer volgens het regeringsbeleid van de VS, enkel nog duidelijk afgebakende m/v’s; de transgender moet achter de coulissen en de non-binair heeft maar te kiezen uit de twee seksen.
Vooral Trump’s uitspraak over Gaza, „that piece”, dat onder handen van het Amerikaanse bedrijfsleven ( lees: Trump zelf) ontwikkeld moet worden tot de Rivièra van het Midden-Oosten, gaf een oplawaai.
De doden amper begraven, alles nog in puin, maar gelukkig, daar is de real estate agency, voor uw meest luxueuze condominium.
VVD-Kamerlid Van der Burg probeert het nog; op de NOS-site lees ik dat hij „ervan uitgaat dat veel van wat Trump doet proefballonnen zijn…”. Merk: ‘proefballonnetje’ werd ‘proefballon’, weg schattigheid. En vooral; ik help het Van der Burg hopen, maar soms bedoelen Amerikaanse presidenten precies wat ze zeggen, zoals we ook moslimterroristen met hun ‘Allahu Akbar’ op hun woord geloven.
Trump is de meester van de schaamteloosheid, hij heeft alle pillen ingenomen tegen de dodelijke aandoening (schaamte) en is volledig genezen. Zegswijzen als ‘dat doe je niet’, ‘dat hoort niet’ – weg met die verouderde, sociale omgangsregels. De Amerikaanse wereldleider geeft het bevrijde voorbeeld. Trump als het exacte spiegelbeeld van die vrije, blije hippie-jaren. Er staan heel veel volgers klaar, vaak met de Bijbel in de hand; de Bijbel die notabene begint met schaamte (zie Genesis).
Ik zie twee denksporen die iets van Trumps aandriften kunnen verhelderen. „De kracht van de vernietiging is een scheppende drift”, was getekend M. Bakoenin (1814-1876), ook wel bekend als de Russische grondlegger van het anarchisme. En dan natuurlijk die vreselijke term, die je in de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw elke dag wel hoorde: ‘disruptive innovation’. De verrukkelijke, onstuitbare breuk van de vernieuwing, die ons internet opleverde, de eerste pc’s, smartphones, Airbnb, Tesla’s, AI en Trump.
Je moest blij glimlachen om die innovatieve breuk: breken was goed, de breuk zelf een wonder van genade, want nu kwam het beloofde land in zicht; van onder de puinhopen van Gaza ziet de projectontwikkelaar als vanzelf de strandvilla’s verrijzen.
Trump en de grote tech-mannen: het is een bedrijfsmodel, met de belofte dat alles wat bestaat aan sociale verbanden kapot gerukt kan worden, om vervolgens niet de nieuwe, maar de beter geprogrammeerde mens te baren.
Ouderwets anarchisme en high tech; wat een onvoorstelbaar ongelukkig huwelijk.
Wij Nederlanders kunnen weinig beginnen, Wilders is zelfs Gaza-enthousiast, en de rest van Nederland mag zich afvragen: als deze Trump geen deus ex machina is, geen god die ineens op het toneel belandde, belichaamt hij dan een samenstel van oudere ideeën? Het loont de moeite na te gaan waar dat schaamteloze, antisociale, egoïstische, anti-statelijke, zelf-bevrijde Ik ooit heeft kunnen landen.
Trump komt namelijk niet van Mars – hopelijk gaat hij erheen.
Als minister zou Marjolein Faber „geen partijpoliticus” meer zijn, beloofde ze afgelopen zomer, als kandidaat-minister van Asiel en Migratie namens de PVV. „Ik wil dat er iets gaat veranderen, en veranderen kan ik alleen maar door samen te werken”, zei ze tijdens haar hoorzitting met de Tweede Kamer. Samenwerking was volgens haar niet alleen nodig met Kamerleden, maar ook „met mijn toekomstige collega’s binnen het kabinet”.
De minister lag deze week, opnieuw, overhoop met Kamer en kabinet, omdat ze had geweigerd te tekenen voor de koninklijke onderscheiding van vijf vrijwilligers die zich jarenlang inzetten voor asielzoekers en erkende vluchtelingen. In haar plaats besloten premier Dick Schoof en minister Judith Uitermark (Binnenlandse Zaken, NSC) het Koninklijk Besluit te ondertekenen.
Ik denk dat ze een heel goed oog heeft voor wat ze uiteindelijk wil
Het gedoe rond de lintjes laat zien hoe Faber in haar ministerschap staat. „Hun werk staat haaks op mijn beleid”, verklaarde ze over de vrijwilligers. „Ik sta voor streng asielbeleid.” Het asieldossier was voor de PVV, groot winnaar van de verkiezingen, de belangrijkste reden om in het kabinet te stappen. In het hoofdlijnenakkoord spraken PVV, VVD, NSC en BBB af dat ze het „strengste asielbeleid” ooit zouden voeren. Het belonen van „mensen die meewerken aan het pamperen van asielzoekers” past daar niet bij, vindt ook partijleider Geert Wilders.
Strenger asielbeleid
Waar wil Faber naartoe? „Ik denk dat ze een heel goed oog heeft voor wat ze uiteindelijk wil”, zegt Eduard Nazarski, voormalig directeur van Vluchtelingenwerk. Ze moet weten dat haar beleid „bepaald niet zal helpen om alles soepeler te laten lopen”, zegt hij. Faber weet volgens hem dat „een groot deel van de bevolking” haar steunt „in haar wens tot een strenger asielbeleid te komen”.
Lees ook
Minister Faber komt opnieuw weg met een blunder
Vorig jaar bleek uit een onderzoek dat ze een van de bekendste kabinetsleden is, met een sterk polarisende werking („enthousiasme en afkeuring”. Het is moeilijk om géén mening over haar te hebben. Zeker bij PVV-kiezers kan zij op veel waardering rekenen. Woensdag bleek uit een panelonderzoek dat tweederde van de PVV-stemmers achter haar keuze staat om niet te tekenen voor de lintjes.
Faber laat zien dat ze „onvoldoende in de gaten heeft wat het ministerschap behelst”, zegt een oud-bewindspersoon op het asieldossier. Weliswaar speelt „partijpolitiek een rol bij het maken van beleid”, maar bewindspersonen die hun beleid doorgevoerd willen zien worden moeten ook bereid zijn om te „luisteren”. De minister is degene die bepaalt, legt de oud-bewindspersoon uit, maar „ik wilde alle argumenten voor en tegen horen”.
Al voor haar aantreden als minister baarde Faber opzien met controversiële uitspraken.
Foto Bart Maat
‘Niet onomstreden’
Ze was tweede keus voor het asielministerschap. Wilders had eerst PVV-Kamerlid Gidi Markuszower voorgedragen, maar die was niet door de veiligheidscheck van de inlichtingendienst gekomen.
Ook zij was „niet een onomstreden kandidaat”, vond VVD-leider Dilan Yesilgöz. NSC had ook bezwaren. Na een crisisoverleg met Wilders bonden deze partijen afgelopen zomer in. Met Faber kreeg het kabinet een duidelijk PVV-signatuur.
Ze was sinds 2011 actief voor de PVV, als Statenlid in Gelderland en als senator. Ze deed in het verleden verschillende controversiële uitspraken. Zo noemde ze Tweede Kamerleden „nep-volksvertegenwoordigers”. Ze suggereerde dat de kabinetten-Rutte opereerden als „vijfde colonne”. Ze verkondigde de radicaal-rechtse complottheorie rond omvolking. En bleef volhouden dat haar tweet over de afkomst van een vermeende dader van een steekincident klopte, zelfs nadat het slachtoffer het tegendeel had verklaard.
Dat was het verleden. Met haar voordracht als minister is „een nieuwe situatie” ontstaan, zei ze tijdens de hoorzitting in de Kamer. Ze zou het allemaal anders doen, beloofde ze. „Een bewindspersoon dient zich natuurlijk te gedragen zoals een bewindspersoon betaamt”, zei ze plechtig. Dat is niet gelukt.
Controverses
Inmiddels geldt ze als een omstreden minister, met meerdere controverses op haar naam. Ze opperde het plaatsen van terugkeerborden bij de ingang van asielzoekerscentra, naar niet-bestaand Deens voorbeeld. Liet terugkeerflyers maken voor Syriërs, met de boodschap dat ze het Suikerfeest weer in eigen land kunnen vieren. Zei dat de Oekraïense president Volodymyr Zelensky „niet democratisch gekozen” is. En ze viel premier Schoof openlijk aan, omdat hij haar intrekkingsplannen voor de spreidingswet nog niet op de agenda van de ministerraad wilde zetten.
Inhoudelijk trekt ze met twee asielwetten haar eigen pad, doof en blind voor waarschuwingen en noodkreten van uitvoeringsorganisaties als de IND en COA, de rechtspraak, de Raad van State, de politie, de Inspectie Justitie en Veiligheid en de Nationale Ombudsman.
Bestuurders die gewend zijn om inhoudelijk over problemen te praten, zien dat Faber kritische vragen vaak als persoonlijke aanvallen opvat.
Foto Bart Maat
Haar asielwetten, specifiek de ‘asielnoodmaatregelenwet’ en het wetsvoorstel over de invoering van een tweestatusstelsel, betekenen een ingrijpende verbouwing van het asielsysteem. Gevreesd wordt voor grotere werkdruk bij de IND en de rechtspraak, maar ook voor de rechtsbescherming van asielzoekers en vluchtelingen. Toch besloot Faber een beperkt aantal uitvoeringsorganisaties slechts een week de tijd te geven om te reageren op de wetten. Vervolgens adviseerde de Raad van State haar dringend om de wetten pas naar de Kamer te sturen als deze op belangrijke punten zouden zijn aangepast en verduidelijkt. Faber legde ook dat advies volledig naast zich neer.
Nog geen kennis gemaakt
Ze lijkt veel vertrouwen te hebben in de meerderheid die de coalitie in de Tweede Kamer heeft. Dat vertrouwen lijkt zo groot dat ze tot zeker eind vorige maand nog geen kennis had gemaakt met Kamerleden die het woord voeren over asiel, zelfs niet die van VVD en NSC. Evenmin heeft ze haar oor te luisteren gelegd bij senatoren wier instemming van cruciaal belang is voor de doorgang van haar wetten.
De coalitie heeft immers geen meerderheid in de Eerste Kamer, de partijen komen acht zetels tekort. De asielminister is aangewezen op rechtse oppositiepartijen als CDA, SGP en JA21 – samen goed voor elf senaatzetels. Handreikingen van deze partijen slaat ze weg. „De wetten zijn goed”, zei ze vorige maand tijdens een asieldebat toen haar werd gevraagd of ze openstaat voor aanpassingen van haar wetten.
De rechtse oppositie is niet ongevoelig voor de grote zorgen bij uitvoeringsorganisaties en de rechtspraak. Die doet Faber echter af als „onzekerheden” die horen bij grote veranderingen. Op vragen van Kamerleden geeft ze nauwelijks inhoudelijk antwoord. „Dit is gewoon hoe het in elk migratie- en asieldebat gaat. Als de vraag één slagje dieper gaat, dan komt er niks. Dan wordt er lucht verplaatst”, verzuchtte CDA-leider Henri Bontenbal woensdag in de Kamer.
Ook buiten de Tweede Kamer wordt het zelden inhoudelijk. Lokale bestuurders vinden haar nog altijd te weinig betrokken. Er is nauwelijks contact. Bijvoorbeeld waar het gaat om de crisis in de asielopvang. Verzoeken om naar Ter Apel te komen, om met eigen ogen te zien hoe het ervoor staat, sloeg ze steeds in de wind. Pas in februari stapte ze in de auto om met de burgemeesters van de gemeentes Westerwolde en Groningen te praten.
Begin december ging Faber kijken bij het begin van de grenscontroles, op de A2 net over de grens bij Eijsden.
Foto Chris Keulen
Bestuurders die gewend zijn om inhoudelijk over problemen te praten, zien dat Faber kritische vragen als persoonlijke aanvallen opvat. Net als in de Tweede Kamer reageert ze dan met oneliners: „Er waait een nieuwe wind”, „de kiezer heeft gesproken” en „wen er maar aan”. Of zoals een commissaris het eerder samenvatte: „De minister heeft heel weinig nodig om een bestuurlijk gesprek te ervaren als een politiek debat met tegenstanders”.
Steun
„In de geschiedenis is het hobbelen van crisis naar incident naar crisis, en dat heeft voortdurend geleid tot strenger asielbeleid”, zegt Nazarski. Problemen en incidenten met asielzoekers hebben vanaf de tweede helft van de jaren tachtig (met de komst van Tamil-vluchtelingen uit Sri Lanka) „steeds weer opnieuw” tot maatschappelijke discussies geleid, en vervolgens tot „aanscherping van asielbeleid”.
Nazarski denkt dat Faber en Wilders zich bewust zijn van die dynamiek. Hij heeft „geen enkele minister meegemaakt” die niet voor strenger asielbeleid was. Maar niemand was zo duidelijk uit op chaos en mislukking als Marjolein Faber, die met haar eigengereidheid en controverses een „rechtvaardiging voor strenger asielbeleid” aan het creëren is, zegt hij.
De lintjesaffaire van eerder deze week had óók een kans kunnen zijn voor de asielminister om zich iets toegeeflijker op te stellen, om aan Kamer en kabinet te laten zien dat ze wel degelijk wil samenwerken. Ze maakte geen excuses, en kon evenmin beloven dat ze het voortaan anders zou aanpakken. Maar ze moest wel iets kwijt. „Weet u, ik doe enorm mijn best op het ministerie, om het beleid om te zetten. En natúúrlijk maak ik fouten. We maken allemaal fouten. Ik ben ook maar een mens. Maar ik ga nog steeds iedere dag met plezier naar mijn werk.”
Lees ook
Ongrijpbaar voor haar ambtenaren, onbereikbaar voor de buitenwereld: minister Faber opereert ‘volstrekt ongebruikelijk’
Een hoge gil bij bonobo’s betekent zoveel als ‘ik ben hier’ of ‘kijk naar mij’. En met een lage gil wil een bonobo iets zeggen als ‘ik ben opgewonden’. Maar de combinatie van die twee betekent iets nieuws: ‘stop daarmee’, of soms ook: ‘let op mij want ik heb stress’.
En bonobo’s blijken meer van die ‘kreet-combinaties met nieuwe betekenis’ te gebruiken, uniek voor dieren. Dat blijkt uit analyses van gedetailleerde observaties van de omstandigheden waaronder bonobo’s hun geluiden maken. Uit al die omstandigheden per kreet en kreet-combinatie werd de vermoedelijke betekenis afgeleid, zo schrijven de biologen Mélissa Berthet, Simon Townsend (beiden Universiteit Zürich) en Martin Surbeck (Harvard) deze week in Science. Bonobo’s zijn samen met chimpansees de naaste verwanten van mensen, met een gemeenschappelijke voorouder die ongeveer 8 miljoen jaar geleden leefde.
De drie hechten veel waarde aan het feit dat de combinatie van kreten een ándere betekenis krijgt dan de simpele optelsom van de losse betekenissen. In menselijke taal is zo’n nieuwe betekenis schering en inslag, al denkt de routineuze taalgebruiker er nauwelijks over na. Maar in dierencommunicatie is zo’n ‘niet-triviale compositionele combinatie’ nog niet eerder vastgesteld. Eksterbabbelaars (Afrikaanse savanne-vogels) kunnen bijvoorbeeld wel hun geluid voor ‘matig alarm’ combineren met dat voor ‘samenkomen!’ om te communiceren dat er een gevaar is dat het nodig maakt om bij elkaar te komen, maar dat geldt als niet meer dan een optelsom. Een simpel mensenvoorbeeld van een betekenisverandering dat de onderzoekers geven is het verschil tussen een ‘blonde danser’ en een ‘slechte danser’. De eerste is een triviale combinatie: een simpele optelsom, blond én danser. Maar de tweede niet: het ‘slecht’ slaat niet op de persoon, maar op zijn of haar danstechniek, de slechte danser kan best een goede dokter zijn.
De jonge bonobo Mia reageert op geroep door verre leden van haar groep. Foto Martin Surbeck/Kokolopori Bonobo Research Project
Een niet-triviale kreetcombinatie van bonobo’s is ook die van het gewone bonobo-piepje (‘ik wil iets’) met het fluitje (‘laten we bij elkaar blijven’) dat in sociaal gevoelige contexten, zoals paringen of machtsvertoon, zoiets gaat betekenen als ‘ik ben de baas’. Een andere niet-triviale combinatie is de piepkreet (‘kom samen’) met de hoge gil (‘kijk naar mij’) die in combinatie een geheel nieuwe rol krijgt in de coördinatie met andere groepen voorafgaand aan een verplaatsing.
Het aantal kreten dat in de analyses gebruikt werd was niet heel hoog: 560 enkele kreten en 175 combinaties, in 400 uur observatie in drie bonobo-groepen in de Kokolopori Bonobo Reserve in de Democratische Republiek Congo. Maar de omstandigheden werden zeer gedetailleerd bijgehouden, in een lijst van meer dan 300 mogelijke ‘omstandigheden’. Een kreet van een moeder die haar zoon achterna rent kreeg bijvoorbeeld de omstandigheden ‘spelen met een man’, ‘moeder-kindinteractie’ en ‘beweging’ mee. De onderzoekers benadrukken verder dat in hun exploratie van deze mogelijke voorloper van menselijke taal bij primaten veel buiten beschouwing is gelaten. Zoals de rol van gebaren, emotionele uitdrukkingen en ook de mogelijkheid dat een kreet ook weleens helemaal géén betekenis kan hebben.
Terwijl Donald Trump in de winderige tuin van het Witte Huis zijn menukaart met importheffingen presenteerde, borrelde in de Senaat het eerste Republikeinse verzet. Vier partijgenoten stemden woensdagavond voor een poging van de Democratische oppositie om de eerder afgekondigde tarieven tegen buurland Canada ongedaan te maken. Dankzij het kwartet verklaarde een meerderheid van 51 senatoren de noodtoestand ongeldig die Trump voor zijn handelsoorlog heeft uitgeroepen.
Het zal de Trumpiaanse stoomwals over de vrijhandel niet vertragen. De president kan de resolutie moeiteloos naast zich neerleggen zolang het – nog loyalere – Huis van Afgevaardigden er niet mee instemt. Maar het is de eerste keer sinds Trump weer aan de macht is dat zijn partijgenoten in het Congres íéts van weerstand bieden. Tot nu toe lieten ze de president kritiekloos inhakken op zaken die voor veel Republikeinen heilig waren: internationale bondgenootschappen, de rechtsstaat, beveiliging van staatsgeheime informatie en economische stabiliteit. Ze stemmen in met al zijn controversiële kabinetsbenoemingen en laten hem per decreet regeren.
De vier senatoren kiezen bewust Trumps handelsbeleid om zich tegen af te zetten. Zij willen niet aan hun kiezers verbloemen dat de importheffingen hun staten (Alaska, Kentucky en Maine) een economische klap zullen toebrengen. In tegenstelling tot fractiegenoten kunnen de senatoren Lisa Murkowski, Mitch McConnell, Rand Paul en Susan Collins zich de woede van Trump en zijn achterban permitteren, omdat ze een eigen kiezersbasis hebben of hun pensioen naderen.
„Amerikanen weten dat tarieven belastingen zijn”, schreef de libertaire Paul woensdag over de nieuwe heffingen. De andere drie hielden zich stil.
Kosten van levensonderhoud
Trump toont zich in zijn tweede termijn bereid enorme risico’s te nemen. Het lijkt hem niet meer uit te maken hoe hij er in peilingen voorstaat. Wat zijn beleid met de beurzen doet. Dat de werkloosheid toeneemt en het consumentenvertrouwen afbladdert. En zelfs of de Amerikaanse economie in een recessie belandt. „Het kan me niks schelen als (automakers) hun prijzen verhogen”, zei hij zaterdag in een interview. Een uitspraak die Democraten kunnen bewaren voor hun spotjes in komende politieke campagnes, sneerde een commentaar van The Wall Street Journal.
Beurshandelaren op de vloer van de New York Stock Exchange na Trumps afkondiging van invoerheffingen.
Foto Justin Lane/EPA
Veel kiezers stemden op Trump in de hoop dat hij de inflatie zou beteugelen en de kosten van levensonderhoud zou drukken. Zelfs als Trumps gok zich uitbetaalt en de handelstarieven bedrijven dwingen hun productie naar de Verenigde Staten te verplaatsen, wordt dat voorafgegaan door veel onzekerheid en economische pijn. Die gedroomde fabrieken staan er nooit voordat er in november 2026 cruciale verkiezingen zijn.
Deze week mochten kiezers in twee zwaar Republikeinsgezinde districten in Florida en in swing state Wisconsin al naar de stembus. De Republikeinen behielden twee zetels in het Huis van Afgevaardigden, maar scoorden er beduidend slechter dan in november. Een door Democraten gesteunde rechter won eenvoudig een zetel in het Hooggerechtshof van Wisconsin, ondanks dat ‘first buddy’ Elon Musk met ruim 20 miljoen dollar campagne tegen haar voerde. Het is een eerste indicatie dat de steun voor Trump onder Amerikanen – in ieder geval bij diegenen die geneigd zijn op te komen dagen bij tussenverkiezingen – is afgenomen.
De door de Democraten gesteunde kandidaatrechter Susan Crawford viert haar overwinning in Wisconsin op 1 april.
Foto Vincent Alban/Reuters
Derde termijn
Trump speculeert over een ongrondwettelijke derde termijn, maar hij kan zelf niet herkozen worden en dus niet direct door kiezers worden afgerekend. Volgens bronnen van The New York Times hebben zijn beperkte succes in zijn eerste termijn, zijn vier jaar ballingschap en het schot in zijn oor hem „juridisch, electoraal en psychologisch ontketend”. Hij heeft bewindspersonen uitgekozen, zoals minister van Financiën Scott Bessent en minister van Handel Howard Lutnik, die hard met hem meewerken om het tijdperk van globalisering tot een einde te brengen.
Toch is Trump niet immuun voor de publieke opinie. Hij wil de geschiedenis in gaan als een geweldige president, niet als de slachter van de Amerikaanse economie. Hij heeft nog drie jaar en negen maanden om dat voor elkaar te krijgen. De vraag is of zijn partijgenoten dezelfde roekeloosheid behouden, of dat als over een jaar de economische schade aanzienlijk blijkt, ze afstand durven nemen.