Column | Minister Faber is asiel aan het versjteren

Als het om aantasting van de rechtsstaat gaat blijft minister Faber (Asiel, PVV) de meest relevante bewindspersoon om op de voet te volgen. Hoewel ik toegeef dat op dit moment álles buiten Trump-Poetin-Oekraïne-NAVO op Spielerei lijkt, gedoe in eigen kippenhok terwijl het perspectief op vrede, veiligheid en welvaart in Europa zo ongeveer per dag meer bedreigd lijkt.

Toch hou ik de democratische rechtsstaat in de polder maar als perspectief voor deze rubriek aan. Ook als de pax americana voorbij blijkt, de VS in een autoritaire techno-oligarchie veranderen en massale Europese herbewapening aan de orde is. De eigen democratische rechtsstaat is ook dan het kind in het bedreigde badwater.

En Faber is dan de stormram van de PVV, met de opdracht het ‘strengste asielbeleid ooit’ in te voeren. Rechtsom of nog rechtser-om, zo lijkt. Zij moet Wilders’ ‘minder, minder’ belofte uitvoeren, het enige punt dat er voor hem toe doet. Althans, dat is mijn indruk. En daarmee gaat het nog niet naar wens. Eerst mislukte Fabers greep naar de macht via het noodrecht, zoals bekend. Nu wil ze Wilders’ plannen realiseren via een gewoon wetsvoorstel, de ‘asielnoodmaatregelenwet’, want ‘brand’ roepen blijft de tactiek, in de hoop dat zij de brandweer is.

De Raad van State maakte daar dus begin februari gehakt van, waarna Faber in een uitzonderlijk vruchteloos Kamerdebat iedere dialoog afhield. Nu is het wachten op de ministerraad van 9 maart. In de Kamer kwam ze niet verder dan dat ze hooguit wat ‘punten en komma’s’ wilde verplaatsen. Wilders had de oekaze ‘geen enkele concessie’ aan z’n personeel gegeven en dreigde weer eens het kabinet te laten vallen als dat toch zou gebeuren. Pogingen daartoe van een ‘NSC-bewindspersoon’ aan zijn adres hoonde hij op X meteen weg. Of Faber of haar ambtenaren de Raad van State inhoudelijk zullen beantwoorden, met het gebruikelijke ‘nader rapport’, is zelfs een open vraag.

Het is dus bloedspannend op een kernthema voor de PVV dat electoraal voor de hele coalitie zeer riskant is. De kritiek van de Raad van de State wordt inmiddels in de media vooral samengevat als problemen met ‘uitvoerbaarheid’, wat nogal pragmatisch klinkt. En bij implicatie ook als (makkelijk) te repareren.

Maar dat is het dus niet. Dit voorstel lijkt juist bedoeld om de afhandeling opzettelijk te vertragen, de regels nog veel verder te compliceren en op onderdelen ook actief oneerlijker te maken. Er dreigen fundamentele problemen met grondrechten: met een eerlijk (want tijdig) proces, met gezinshereniging, met gelijke behandeling. Het leidt tot gesol met kinderen, met afhankelijke familie. Feitelijk is er ook geen reden voor ‘noodmaatregelen’ want deze problemen bestonden al veel langer, zegt de Raad van State. Er mag dan een ‘politieke wens’ zijn, maar dat is niet genoeg om alle gewone stappen over te slaan, de feiten te negeren en opzettelijk te weinig tijd te nemen. Problemen met asielafhandeling bestaan ook al langer en zijn nu echt niet nijpender dan eerder.

De vraag is daarmee gewettigd of de chaos die Faber wenst te veroorzaken niet feitelijk ook haar bedoeling is. Ga maar na. De kritiek is in de kern dat het voorstel averechtse gevolgen zal hebben. Een stelsel met twee soorten asielstatus en een kortere statusduur is veel ingewikkelder en zal meer procedures uitlokken. Bij gelijkblijvende capaciteit van IND en rechtspraak zal dat méér tijd kosten en dus voor meer verstopping zorgen. Dat zijn geen ‘uitvoerbaarheidsproblemen’ maar ontwerpfouten. Het raakt de raison van de wet.

Dat Faber de zaak aan het versjteren is bleek al uit haar eerdere beslissing het werk van VluchtelingenWerk Nederland zoveel mogelijk terug te draaien. Die club doet veel nuttig advieswerk in de ‘asielketen’, wat IND, advocatuur en rechtspraak ontlast. Maar dat is dus niet meer de bedoeling. Wat de diepere gedachte achter méér en langere wachttijden in de asielketen dan wel is, blijft een open vraag. Is het een strategie van Verelendung, bedoeld om het noodrecht ten slotte wel te kunnen toepassen?

Eerder liet Tom-Jan Meeus in z’n nieuwsbrief al zien dat Fabers intrekken van de ‘bed-bad-brood’-regeling bestuurlijk een miskleun bleek. Bij het opzettelijk aan lager wal brengen van asielzoekers staan mensenrechten nog altijd in de weg. Poging mislukt. Was dit ‘gewone’ incompetentie, pesterij of tactiek, namelijk zand in de machine gooien, sabotage? Ik denk dat we dat nu zien.

Folkert Jensma is jurist en journalist en schrijft om de week op woensdag.