Films over het klassieke Griekenland zijn er te over. Meestal zijn ze gezellig, met Griekse helden in fantasie-wapenrusting, ronddartelend in fotogeniek mediterraan gebied: azuren zee, mooie meiden, mooie jongens. Ik denk aan de plofkraak-Achilles van Brad Pitt, de pestkoppige Helena van Irene Papas. Favoriet is Homerus’ Odysseus, de staalgespierde, de godgeplaagde, de snaaksgebreinde – om het maar eens zogenaamd-homerisch te zeggen.
Ook The Return draait om Odysseus, en ik denk, dat weet ik wel, ik sla deze maar eens over.
Maar ja, Juliette Binoche speelt Penelope, mevrouw Odysseus. Binoche ligt me na aan het hart. Ze is zo goed, ik stel er een eer in om elke nieuwe film met haar te zien, wat het ook is.
Dus ik ga toch naar de bioscoop.
Gelukkig, want ik zie een meesterlijke film. Zonder wonderen, zonder monsters, geen Cycloop in zicht. Zonder hedendaags-getinte glamour. Met inactieve goden – ze worden wel aangeroepen maar god geeft nooit thuis, dat is bekend. Natuurlijk is er geweld en smerig ook, maar het is onspectaculair.
Wel voldoet The Return aan de piketpaaltjes. Odysseus’ ouwe hond die zijn baas terugziet en dan sterft (brekende ogen, check). De bejaarde voedster die hem herkent aan een litteken (haar verbijstering, check). Het huwelijksbed dat Odysseus sneed uit de stam van een olijfboom (check, maar alleen te zien als je goed oplet).
Juliette Binoche als Penelope in ‘The Return’ van Uberto Pasolini
Foto Fabio Zayed
Lees ook
het interview met regisseur Uberto Pasolini over ‘The Return’
Kalm ontrolt zich een huwelijksdrama met oude liefde en gerijpte woede, met inachtneming van Homerus’ timeline: Odysseus voer naar Troje, hij komt terug naar Penelope en nu zijn we twintig jaar verder. Beiden zijn rond de zestig, beiden zijn overlevers. Hij schaamt zich. En zij? Zij herkent hem niet. Althans, ze doet alsof en Juliette Binoche speelt dat weergaloos. Ze houdt Penelopes gezicht in de plooi, tegelijk laat ze ons voelen dat Penelope best weet wie die man met die ouwe kop is. En ook dat ze het hem niet gemakkelijk gaat maken. Homerus kon schrijven wat hij wilde, The Return gaat over haar. Ik zie een film over een oudere vrouw, met een Griekse held in de bijrol.
Wat hij deed in die oorlog, wil ze weten. Deed hij als de mannen die haar een huwelijk in wilden terroriseren?
Odysseus’ vrijersmoord? Check. (Hoezo ‘vrijers’? Dit zijn zedendelinquenten). De twintig ‘dienstmaagden’, op gezag van Odysseus op een rijtje opgeknoopt, als „lijsters met hun lange vleugels”? Check? Hé, ze ontbreken.
Odysseus verdenkt deze gedienstigen van seksuele diensten aan de vrijers. Alsof ze een keuze hadden. „Zij spartelden nog met hun voeten, eventjes, maar niet lang.” Die zin van Homerus pakte schrijfster Margaret Atwood op en schreef Penelopiad, een hartverscheurende en Homerus-aanvullende roman.
The Return is incompleet zonder de meisjesmoord (meisjes? Nee, vrouwen). Homerus laat Penelope er vanaf weten en erover zwijgen. Dat is essentieel. Trouwens, Binoche kan vast prachtig wetend zwijgen. Nu zie ik niet langer een meesterlijke film, nu is hij meesterlijk-min. Helaas.
Hollywood zet vol in op videogameverfilmingen. Superheldenfilms floppen steeds vaker – de rek is uit het spandex – en dus zoeken filmstudio’s nieuwe mogelijkheden voor lucratieve filmfranchises die al fans hebben. Er zijn meer dan vijftig computerspelfilms en -series in ontwikkeling, volgens gamesite IGN. En begrijpelijk: de 1,3 miljard dollar omzet van The Super Mario Bros. Movie liet in 2023 zien dat hier een onontgonnen goudader ligt.
Een Minecraft-film lijkt een logische volgende stap. Minecraft is met meer dan 300 miljoen verkochte exemplaren de populairste videogame aller tijden. Als al die mensen een kaartje kopen… Maar er is een probleem: Minecraft heeft niet echt een verhaal. Het is – op wat ‘sages en legendes’ na – een virtuele blokkendoos waarin spelers als avatar Steve zélf huizen, steden en werelden kunnen bouwen.
Dat tekort is te zien in de film. Het verhaal dat vier scenaristen verzonnen, is zo ongeveer hetzelfde als dat van The Super Mario Bros. Movie en de Jumanji-films (allen met hoofdrollen voor Jack Black): een divers gezelschap komt per ongeluk vast te zitten in de wereld van Minecraft en moet ontsnappen.
Lees ook
Mario of Barbie: wie wordt de troonopvolger van Hollywood?
Het duurt evenwel vrij lang voordat de film daar aankomt. Eerst jast de film in razend tempo het oorsprongsverhaal van Steve (Jack Black) erdoorheen. Hij droomde als kind van werk in de mijnen, maar werd een teleurgestelde deurbellenverkoper totdat hij een „dingetje” vond dat een portaal naar de Minecraftwereld opende. Hetzelfde overkomt later Garrett (Jason Momoa), die professioneel gamer was in de jaren tachtig, maar nu een trieste spierbundel is. En twee kinderen zonder ouders – uitvinder Henry (Sebastian Hansen) en verantwoordelijke zus Natalie (Emma Myers) – met dierenliefhebber Dawn (Danielle Brooks).
Op dit punt voelt het alsof je al twee films gezien hebt. Maar het verhaal begint nu pas echt.
Kwaadaardige big
Het gezelschap moet een „earth crystal” vinden in „the woodland shed” om terug te keren naar de echte wereld. Maar Malgosha zit achter ze aan: een kwaadaardige big uit de „nether” die wil vernietigen in plaats van „creëren” omdat ze ooit werd uitgelachen bij een danswedstrijd.
In deze wereld is alles kubusvormig: dieren, bomen, dorpelingen. En kubussen kunnen gemijnd worden (Mine) en samengevoegd, om wapens of huizen te bouwen (Craft). Maar van ‘minen’ en ‘craften’ komt het niet al te veel tijdens de heroes journey die volgt. De helden leren vooral op metaforisch niveau dat ze moeten ‘bouwen’ in plaats van ‘afbreken’: geef je dromen niet op! Dit geldt vooral voor de jongens, minder voor de twee vrouwelijke personages die vrij snel op een doelloos zijpad gestuurd worden.
Het verhaal is een kapstok voor zo veel mogelijk internetmemes en herkenbare elementen uit het videospel. Zo zagen de makers dat Jack Blacks liedje uit de Mario-film in 2023 een internethit werd, en dus zingt hij wel vier keer in Minecraft. Jennifer Coolidge (The White Lotus) is hernieuwd populair, en dus zit zij ook in de film. Personages refereren naar memes als ‘chungus’, en ‘unalive’. En andere grapjes zijn slechts leuk voor kleine kinderen. Personages noemen elkaar „kapitein bilspleet” en zeggen „suck butt”.
Scène uit de film ‘A Minecraft Movie’.
De samenhang van de film rust voornamelijk op de harige schouders van Jack Black en Jason Momoa. Die laatste brengt het er aardig vanaf: het contrast tussen zijn kleuterige gedrag en zijn enorme spieren is vaak grappig. Maar Jack Black doet te veel. Hij karateschopt, kietelt de lucht met zijn vingers, flippert zijn wenkbrauwen en rekt woorden op (komische) wijze uit: „Abso-rutin-tutely!” Soms lijkt het wel alsof de regisseur Jack Black voor een greenscreen zette, zijn Ritalin afpakte en er achteraf wat geanimeerde nonsens omheen plakte.
Er zijn best goede dingen aan de film. De animatiewereld is een prachtige vertaling van de wereld uit het videospel. De ‘echte wereld’ is grappig: vol pathetische volwassenen die hun dromen opgaven. Maar de combinatie werkt vooral bevreemdend.
Wellicht is A Minecraft Movie een goede reflectie van hoe het is om op te groeien met het internet: elke tien seconden een ander alarm, filmpje, geluid, of wereld om in te verdwijnen. Maar als zoiets ontstaat, is dat puur toeval. A Minecraft Movie is namelijk vooral crosspromotie. Bedoeld om computerspelletjes, merchandise en Dorito’s te verkopen (‘Vindt het vierkante chipje!’).
Films over het klassieke Griekenland zijn er te over. Meestal zijn ze gezellig, met Griekse helden in fantasie-wapenrusting, ronddartelend in fotogeniek mediterraan gebied: azuren zee, mooie meiden, mooie jongens. Ik denk aan de plofkraak-Achilles van Brad Pitt, de pestkoppige Helena van Irene Papas. Favoriet is Homerus’ Odysseus, de staalgespierde, de godgeplaagde, de snaaksgebreinde – om het maar eens zogenaamd-homerisch te zeggen.
Ook The Return draait om Odysseus, en ik denk, dat weet ik wel, ik sla deze maar eens over.
Maar ja, Juliette Binoche speelt Penelope, mevrouw Odysseus. Binoche ligt me na aan het hart. Ze is zo goed, ik stel er een eer in om elke nieuwe film met haar te zien, wat het ook is.
Dus ik ga toch naar de bioscoop.
Gelukkig, want ik zie een meesterlijke film. Zonder wonderen, zonder monsters, geen Cycloop in zicht. Zonder hedendaags-getinte glamour. Met inactieve goden – ze worden wel aangeroepen maar god geeft nooit thuis, dat is bekend. Natuurlijk is er geweld en smerig ook, maar het is onspectaculair.
Wel voldoet The Return aan de piketpaaltjes. Odysseus’ ouwe hond die zijn baas terugziet en dan sterft (brekende ogen, check). De bejaarde voedster die hem herkent aan een litteken (haar verbijstering, check). Het huwelijksbed dat Odysseus sneed uit de stam van een olijfboom (check, maar alleen te zien als je goed oplet).
Juliette Binoche als Penelope in ‘The Return’ van Uberto Pasolini
Foto Fabio Zayed
Lees ook
het interview met regisseur Uberto Pasolini over ‘The Return’
Kalm ontrolt zich een huwelijksdrama met oude liefde en gerijpte woede, met inachtneming van Homerus’ timeline: Odysseus voer naar Troje, hij komt terug naar Penelope en nu zijn we twintig jaar verder. Beiden zijn rond de zestig, beiden zijn overlevers. Hij schaamt zich. En zij? Zij herkent hem niet. Althans, ze doet alsof en Juliette Binoche speelt dat weergaloos. Ze houdt Penelopes gezicht in de plooi, tegelijk laat ze ons voelen dat Penelope best weet wie die man met die ouwe kop is. En ook dat ze het hem niet gemakkelijk gaat maken. Homerus kon schrijven wat hij wilde, The Return gaat over haar. Ik zie een film over een oudere vrouw, met een Griekse held in de bijrol.
Wat hij deed in die oorlog, wil ze weten. Deed hij als de mannen die haar een huwelijk in wilden terroriseren?
Odysseus’ vrijersmoord? Check. (Hoezo ‘vrijers’? Dit zijn zedendelinquenten). De twintig ‘dienstmaagden’, op gezag van Odysseus op een rijtje opgeknoopt, als „lijsters met hun lange vleugels”? Check? Hé, ze ontbreken.
Odysseus verdenkt deze gedienstigen van seksuele diensten aan de vrijers. Alsof ze een keuze hadden. „Zij spartelden nog met hun voeten, eventjes, maar niet lang.” Die zin van Homerus pakte schrijfster Margaret Atwood op en schreef Penelopiad, een hartverscheurende en Homerus-aanvullende roman.
The Return is incompleet zonder de meisjesmoord (meisjes? Nee, vrouwen). Homerus laat Penelope er vanaf weten en erover zwijgen. Dat is essentieel. Trouwens, Binoche kan vast prachtig wetend zwijgen. Nu zie ik niet langer een meesterlijke film, nu is hij meesterlijk-min. Helaas.
Volgens Amerikaanse recensenten was I Saw the TV Glow een van de beste films van 2024. Regisseurs als Martin Scorsese loofden de film, Paul Schrader (scenarist van Taxi Driver) noemde regisseur Jane Schoenbrun „de origineelste stem in de filmindustrie van dit decennium”. En verschillende online filmfora wijdden zich maandenlang aan een ontleding van elke frame van de film.
Toch werd I Saw the TV Glow in Nederland vorig jaar zonder noemenswaardige publiciteit in de bioscoop gedumpt. Het is een curieus maar typerend lot voor het filmfenomeen, dat deze week op Netflix komt. Behoor je tot de doelgroep van transpersonen, internetverslaafden en cinefielen? Dan raakt de film je diep in de oerangsten. Herken je je er niet in? Dan ben je op z’n best ambivalent.
Wat maakt dat deze queer horrorfilm zó specifiek succesvol is? Aanvankelijk lijkt de film juist de plot van elk Amerikaans tienerdrama van rond de eeuwwisseling te volgen. Apathische, onbegrepen tiener Owen vindt een gelijke in de twee jaar oudere Maddy. Zij is geobsedeerd door The Pink Opaque, een tienerhorrorserie over twee paranormale meisjes die het opnemen tegen een sinister grijnzende maan , Mr. Melancholy. Millenials zullen in deze tv-serie Buffy The Vampire Slayer herkennen, de hitserie uit de jaren negentig vol queer-subtext. Owen mag niet kijken – vader: „Dat is toch voor meisjes?!” – maar tijdens een geheim slaapfeestje bij Maddy raakt hij verknocht.
Hier wordt de film vreemd. Owen voelt maar 30 minuten per week écht dat hij leeft, als hij naar The Pink Opaque kijkt. Het hoofdpersonage Isabel lijkt een versie van hem; het meisje dat hij zich voelt. Hij begint te dissociëren van zijn eigen leven. Als Maddy op een dag verdwijnt, wordt ook The Pink Opaque plots niet meer uitgezonden. De serie zal voor altijd onaf zijn.
Decennia verglijden. Owen leeft in verlamming tussen zijn ‘echte’ leven en steeds verkniptere fantasie, alsof hij rot. Zijn andere identiteit heeft hij diep begraven. Zoals de meisjes van The Pink Opaque over hun monsters zeggen: „Ze kunnen ons geen pijn doen, als we niet aan ze denken.”
Schermentrilogie
I Saw the TV Glow is de tweede film van Jane Schoenbrun, en het tweede deel in diens officieuze ‘schermentrilogie’, waarin schermen dienen als metafoor voor verschillende fases van de gendertransitie. In Schoenbruns debuut We’re All Going to the World’s Fair waren dat portalen naar andere werelden, waarin een persoon die worstelde met zijn genderidentiteit veilig kon verdwijnen.
I Saw The TV Glow behandelt het voorgeborgte van transitie. De film is nostalgisch naar een tijd waarin buitenbeentjes hun gemeenschap vonden via het televisiescherm. Op tv was men nooit expliciet, maar je voelde de gloed van mensen die hetzelfde dachten en voelden als jij. Mensen bij wie je je wél thuis voelde en jezelf kon zijn. Owen moet volledig in die andere tv-wereld durven te stappen om zichzelf te kunnen omarmen.
Dat klinkt als een intellectuele exercitie, maar I Saw the TV Glow voelt ook zeer doorleefd. Regisseur Schoenbrun identificeert zich als non-binair, onderging zelf een gendertransitie, en sprak in talloze interviews over het „hellevuur van de Amerikaanse buitenwijk”. Die ervaring wasemt door in de hyperspecifieke details van I Saw the TV Glow. Zo klinkt Owens stem anamorf en hol – vreemd, zoals transpersonen zichzelf vaak niet kunnen herkennen in hun eigen stemgeluid. En zo is het personage van Maddy herkenbaar voor lhbti’ers als een oudere ‘gids’, die Owen probeert te helpen zichzelf te vinden.
Ook castingkeuzes spelen slim met Schoenbruns ervaring. Zo wordt Owens onderdrukkende vader gespeeld door Fred Durst, zanger van rap-rockband Limp Bizkit. In de jaren negentig was hij hét toonbeeld van bro-cultuur; agressieve mannelijkheid, met liedjes als ‘Break Stuff’ en een chronisch achterstevoren gedragen pet. Met die castingkeuze boort Schoenbrun niet alleen angst voor de macho aan, maar brengt ze de wereld van I Saw the TV Glow ook de realiteit in – de gloed schijnt nu jouw wereld binnen.
Cronenberg
Maar de film spreekt niet alleen de queergemeenschap aan, hij bereikt ook cinefielen en internetverslaafden. Dat komt door de unieke toon van de film. Het resultaat, volgens Schoenbrun, van „de boze seks van kunst en commercie ”. Ze mixt tienerdrama met de verknipte droomwerelden van David Lynch, de bodyhorror van David Cronenberg, en de verstopte subversiviteit van Paul Verhoeven. En voegt daaraan de esthetiek van het internet toe.
Veel van het tweede deel van de film speelt zich namelijk af in ruimtes die in de internetcultuur ‘liminal spaces’ genoemd worden. Plekken die bekend en nostalgisch voelen, maar ook verontrustend zijn. Een nachtelijke parkeergarage vol winkelwagentjes, een verlaten speelparadijs met tl-verlichting. Dit soort beelden waren de afgelopen jaren een hype op het internet. Ze riepen een collectief gevoel van onbehagen op bij generatie Z.
Mediafilosofen discussiëren nog over wat ‘liminal spaces’ precies zijn, de definitie is diffuus. Maar in I Saw the TV Glow zijn het plekken waar schermen en herinneringen samenkomen. Je weet niet wat je herkent uit je eigen leven, of uit plaatjes, tv-series, films. Vergevorderde dissociatie door een leven op een scherm: échte herinneringen zijn versmolten met sjablonen uit film. Dat wekt een angst op, niet alleen bij transpersonen, maar bij iedereen die een scherm gebruikt als uitvlucht. Het is een akelige benadering van hoe het voelt om in het verkeerde lichaam te zitten.
Verminking
I Saw the TV Glow werd aangeprezen als horror in de VS. Dat is een deel van de reden dat het grote publiek de film „saai” en „pretentieus” noemt online: wie klievende messen en spoken verwachtte, komt bedrogen uit. Maar horror is het wel degelijk. Verschillende recensenten schreven correct dat Schoenbrun de verminkte, vergroeide lichamen van Cronenberg heeft geïnternaliseerd. Schoenbrun toont geen misvormingen, maar laat de verminking zien die je jezelf kunt aandoen als je je ware aard verwaarloost. Als dat besef doordringt, in een zeer akelige finale, is I Saw the TV Glow een van de engste films van het jaar.
Maar bij de meeste kijkers zal dat niet doordringen. Als je niet met ‘Buffy’ bent opgegroeid – of met internet – en geen transpersoon of cinefiel bent, vallen de tekortkomingen van I Saw the TV Glow nogal op. De visuele metaforen zijn wel érg vet , net als het acteren. Ook de dialogen zijn wel erg gekunsteld .Zo bezien is het niet wat de marketing of de lovende recensies beloofde.
I Saw the TV Glow is zoals het fictionele The Pink Opaque: een gloed waarin gelijkgestemden zichzelf vertegenwoordigd zien. En niet te ontcijferen voor de rest.