Column | Draaikonten in de Trump-revolutie

Elke revolutie kent haar draaikonten, zoals elke revolutie ook haar eigen kinderen opeet. Wie er straks op het hakblok van de Trump & Vance-revolutie het politiek leven laten, is nog onbekend. Wie er sinds hun inauguratie zesenhalve week geleden als windhanen van positie zijn gewisseld om de nieuwe leiders te paaien, weten we wel al.

In de VS ontpopte de Amerikaanse senator Lindsey Graham zich tot een maarts viooltje. Vrijdagmorgen 14 februari was de Republikein nog solidair met Zelensky. En hoe. „U bent de bondgenoot waar ik mijn hele leven al op hoopte”, zei Graham tegen Zelensky op een podium van de Veiligheidsconferentie in München. Drie weken later, daags nadat Zelensky het had gewaagd om Trump en Vance feitelijk tegen te spreken, stak dezelfde Graham de Oekraïense president een mes in de rug. Trump had een „masterclass” gegeven en Zelensky had zich in die klas „respectloos” gedragen. „Ik weet niet of ik ooit nog zaken kan doen met Zelensky. Hij moet aftreden of veranderen”, dreigde Graham veilig buiten het zicht van de Oekraïner.

In Nederland wisselde oud-premier Mark Rutte van standpunt. Twee weken na zijn aantreden als secretaris-generaal van de NAVO in oktober had Rutte nog voortdurende steun aan Oekraïne beloofd. „In de toekomst zal Oekraïne als 33ste of 34ste staat lid worden van de NAVO. Het gaat alleen nog om de tijdlijn”. Maar kort nadat Trump op 12 februari had gemeld dat Kyiv naar dat lidmaatschap kon fluiten, wisselde Rutte van jasje. Hij had Oekraïne nooit beloofd dat het tot de alliantie kon toetreden. Nadat de Oekraïense gast tweeënhalve week later ook nog eens uit het Witte Huis was gezet, koos Rutte ook expliciet partij voor Trump door voor de NOS-camera te eisen dat Zelensky zijn „relatie” met de Amerikaanse president herstelt.

Geen misverstand. Je huik naar wind laten hangen, hoort bij de functie. Politici en diplomaten moeten zichzelf kunnen verloochenen, soms zozeer dat ze zichzelf te schande maken.

Maar er zijn grenzen. Een oorlogspresident, wiens landgenoten dagelijks de schuilkelders in moeten om zich te beschermen tegen terreurbombardementen, dwingen tot een openbare boetedoening, overschrijdt zo’n grens. Trumps afpersing is een, vooralsnog geweldloze, variant van de openbare ‘zelfkritiek’, die Stalin en Mao ooit van dwalende ondergeschikten eisten. Dat hoort niet thuis in de NAVO die sinds haar oprichting „gebaseerd is op de principes van democratie, individuele vrijheid en rechtsstatelijkheid”.

Graham en Rutte konden deze week niettemin opgelucht ademhalen. In zijn triomfalistische redevoering tot het Congres liet Trump dinsdag weten dat beiden keurig hadden geleverd. Zelensky was met een „belangrijke brief” door de knieën gegaan, nadat het Witte Huis een dag eerder de hulp aan Oekraïne had opgeschort.

Maar hun onderdanige opportunisme kan averechts uitpakken als Europa toch een grens trekt. Of dat gebeurt, zal mede afhangen van Duitsland. De beslissing van de gedoodverfde coalitiepartners CDU en SPD om alle zeilen bij te zetten voor een adequaat militair apparaat, ook als dat leidt tot een hogere staatschuld, is een materiële indicatie dat de mogelijke bondskanselier Friedrich Merz niet bereid is om zomaar te capituleren voor het tandem Trump/Poetin.

De uitspraak van Merz dat het in de Europese oorlog op Oekraïens grondgebied gaat om een fundamentele keuze – „we mogen nooit daders en slachtoffers verwisselen” – is een politiek signaal dat hij Oekraïne nog niet aan zijn lot wil overlaten.

Als Merz inderdaad woord houdt, moet Rutte op zijn pirouettetalent terugvallen. Hij heeft in zijn half jaartje bij de NAVO inmiddels genoeg ervaring om die draai dan ook te kunnen maken.

Hubert Smeets is journalist en historicus. Hij schrijft om de week op deze plaats een column.