Column | De smartphone is als een sigaret

‘Doe jij mee met het internet”, vraagt de man die naast me op een bankje zit. Hij was net nog bezig met het in elkaar trappen van fietswielen en andere metalen objecten, zodat ze beter op zijn kar passen. Straks gaat hij ze wegbrengen naar een recyclepunt, maar nu wil hij even kletsen.

Hijzelf doet niet mee met het internet, zegt de man: nergens voor nodig. „Als ik mijn meterstanden wil doorgeven, fiets ik gewoon naar Waternet. Ze willen dat we allemaal zo’n telefoon met internet nemen, maar dat is hartstikke duur. Van dat geld kun je ook broodjes eten op het strand met je vrienden. Of aardappelen poffen in het vuur. Twintig minuten, in aluminiumfolie. In het vuur. Na twintig minuten zijn ze gaar.” Ik ben ineens in een kookprogramma beland.

Het leven van deze man lijkt me onpraktisch en ongezellig (stel je voor dat je niet kunt appen!), en tegelijkertijd ben ik jaloers. Ik heb een haat-liefdeverhouding met het internet. Liefde: al dat appen dus, en hoe makkelijk je er interessante ideeën vindt. Haat: hoe de telefoon je verleidt tot frictieloos vermaak, ook als je liever iets anders zou doen, zoals die interessante ideeën daadwerkelijk van A tot Z doorlezen.

Alice Evans, een van de mensen die ik dankzij het internet volg, zei vorige week iets interessants op het online magazine Vox. Zij onderzoekt aan King’s College de dalende geboortecijfers die je over de hele wereld ziet. In januari al schreef Financial Times-redacteur John Burn-Murdoch dat die daling niet komt doordat stellen minder kinderen krijgen, maar simpelweg doordat er minder stellen zijn. Wereldwijd stijgt het aantal alleenstaanden: de „relatierecessie” is „het centrale demografische verhaal van de moderne tijd”, aldus Burn-Murdoch. Hij koppelde dat aan de opkomst van de smartphone en sociale media: volgens onderzoek hangt die samen met de verspreiding van liberale waarden en vrouwenemancipatie.

Hijzelf doet niet mee met het internet, zegt de man: nergens voor nodig

Evans voegt daar in Vox iets aan toe. Het is ook de technologie zélf die mensen ervan weerhoudt om een partner te zoeken, zegt ze. Er is zo veel online vermaak, van TikTok en Netflix tot games en porno, dat er minder reden is om überhaupt de deur uit te gaan. „Al deze technologische ontwikkelingen geven onmiddellijke toegang tot de meest charismatische, charmante content die er bestaat.” Het gevolg: jonge mensen besteden meer tijd alleen. Evans verwijst naar een rapport van Equimundo, een organisatie die onderzoek doet naar jonge mannen, waaruit blijkt dat 65 procent van de Amerikaanse mannen van 18 tot 23 zegt dat „niemand me echt goed kent”. In datzelfde onderzoek lees ik dat 48 procent van de mannen van 18 tot 45 hun online leven onderhoudender vindt dan hun offline leven.

Het internet heeft zoveel te bieden, dat de echte wereld minder trekt. De smartphone is in die zin vergelijkbaar met een sigaret. Ze bevredigen een verlangen, en staan een ander, minder urgent beleefd verlangen in de weg: naar echt contact of naar gezond zijn.

Deze week zag ik in de bioscoop On Falling, over Aurora, een orderpicker in een Schots magazijn. De film gaat over de slechte arbeidsomstandigheden van het distributieproletariaat: tegen een schamel salaris besteedt Aurora tien uur per dag aan het scannen en inladen van dildo’s, poppen en, grimmig genoeg, stukken touw. Maar het is haar vrije tijd die op mij het meeste indruk maakte. Aurora scrolt altijd door TikTok, of ze nu aan haar keukentafel zit of in de werkkantine. Haar collega’s praten in de pauze alleen over series, niet over het echte leven. Het emotionele hoogte- of eigenlijk dieptepunt van de film is het moment dat Aurora’s telefoon stukgaat, waarop ze liever 99 pond betaalt voor een snelle reparatie dan de rest van de maand te eten te hebben. Om toch te kunnen werken doet ze vier zakjes suiker in haar kantinekoffie.

Als de schadelijke effecten van smartphones en sociale media ter sprake komen, gaat het vaak over de inhoud: hoe ze meisjes onzeker maken en jongens haatdragend. Maar het probleem is niet alleen het wat, maar ook het dat: het feit dat we er de hele tijd mee bezig zijn. Niet zo lang geleden leefden we allemaal als de man die mij uitlegde hoe je aardappelen poft, inmiddels lijkt hij een andere diersoort. In korte tijd heeft de halve mensheid een verslaving opgelopen. Voor mensen die een eenzaam beroep hebben, zoals Aurora, is dat extra schadelijk. Wanneer spreekt zij nog iemand? Niet tijdens haar werk en niet daarbuiten.

On Falling eindigt met een nogal cheesy scène. Door een stroomstoring kunnen de orderpickers eventjes niet werken en niet scrollen. Wat nu? Er ontstaat een balspel, dat een voorzichtige lach op Aurora’s gezicht tovert. Nu heb ik zelf een diepe hekel aan balspellen, dus het feit dat dit het meest vreugdevolle moment van de film vormde vond ik nogal deprimerend. Maar de boodschap was duidelijk: eeuwig online zijn staat onze menselijkheid in de weg. Het is al een cliché, maar we kunnen het niet vaak genoeg horen.

Floor Rusman ([email protected]) is redacteur van NRC