Column | De griffier is onzichtbaar op het schoolplein van de Tweede Kamer

In een vergaderzaaltje van de Tweede Kamer, maandagmiddag, zitten twaalf Kamerleden naast elkaar. Ze zijn allemaal lid van de ‘Vaste Kamercommissie Asiel en Migratie’ en dat betekent dat zíj namens hun partij de debatten doen met PVV-minister Marjolein Faber. Deze middag praten ze met topambtenaren van de Immigratie- en Naturalisatiedienst over de nieuwe asielwetten van Faber, en de voorzitter van de commissie, D66’er Hans Vijlbrief, stelt de Kamerleden voor. Bij Marieke Koekkoek van Volt zegt hij: „Mevrouw Koekkoek van…” Hij knijpt zijn ogen half dicht en wacht, heel even. Dan zegt hij: „Volt.” Hij lacht.

Er zijn achttien ‘Vaste Kamercommissies’, over allerlei onderwerpen. Meestal zitten ze in de kleine debatzaaltjes op de begane grond, ze hebben allemaal een eigen voorzitter. Dat is géén geliefd baantje: het kost veel tijd en je valt er niet mee op. Maar iemand moet het doen en de ongeschreven regel is dat de grootste partij de meeste Kamerleden beschikbaar stelt als voorzitter. Dat is nu niet zo. De PVV, 37 zetels, doet vier ‘vaste’ commissies, de veel kleinere GL-PvdA, VVD en NSC ook.

Op werkbezoek in het buitenland merken de voorzitters dat ze daar wél aanzien hebben. Als voorzitter kun je debatten soms jouw politieke kant op sturen, al is dat niet de bedoeling. En je kunt pesterige grappen maken over je collega’s zonder dat die iets kunnen terugzeggen, ze moeten van jou het woord krijgen.

„Ik twijfelde”, zegt Marieke Koekkoek later, in het café van de Tweede Kamer, over Hans Vijlbrief. „Of het schoolpleingedrag was, of een seniorenmomentje.” Vijlbrief is 61.

Vanaf januari zit ik bij veel commissiedebatten om te zien hoe de voorzitters hun werk doen en wat me opvalt: ze leunen allemaal zwaar op de griffier, de ambtenaar die naast hen zit. Die bereidt de vergaderingen en werkbezoeken voor, schrijft de spreektekst van de voorzitter en weet altijd hoe je de naam van buitenlandse gasten uitspreekt. Het was maandag ook de griffier die Vijlbrief kwam helpen, ze fluisterde: „Volt”.

Maar de naam van die griffiers hoor je nooit, in elk voorstelrondje worden zij overgeslagen. Tot vorige week woensdag. SP’er Michiel van Nispen, voorzitter van de nieuwe ‘Tijdelijke Commissie Grondrechten en Constitutionele Toetsing’, gaat langs bij de andere commissies om te vertellen wat hij voor hen kan doen: advies geven over wetten en regels. Om kwart over negen ’s ochtends is hij bij de ‘Commissie Infrastructuur en Waterstaat’ en zegt: „Naast mij zit de heer Kling, onze griffier.”

Van Nispen zegt later dat hij de griffier eerst ook had overgeslagen. „Achteraf vond ik dat slordig.” Hij had het aan Youri Kling gevraagd en die vond het goed om genoemd te worden. In de gang hoor ik van andere griffiers dat ze hun onzichtbaarheid geen probleem vinden, ze zijn dienstbaar. Maar wat Van Nispen doet: „Geweldig.”

„Heb jij dat nooit”, zegt Hans Vijlbrief na de vergadering van maandag tegen mij. „Dat je iets ineens niet meer weet?” En bij Marieke Koekkoek, zegt hij, twijfelt hij áltijd. „Of ze van Volt is. Of van de Partij voor de Dieren.”

Petra de Koning doet elke dinsdag verslag over de Haagse politiek. ([email protected])