Column | Buitenbeentje op Texel

Op de dijk word ik ingehaald door een boomlange Zweed. Wandelschoenen aan, telelens om zijn nek. „Zit-ie er? Weet je waar precies?’ Ik voel een vreemd soort trots dat ik gezien word als een gelijke – de juiste, niet te felle kleding, mijn verrekijker groot genoeg om mee te tellen – en wijs op de locatie die Ruud net stuurde. „Zeshonderd meter vanaf hier.”

We lopen op de asfaltdijk aan de oostkant van Texel. Rechts van ons de Waddenzee, vóór ons een klein leger met telescopen in de aanslag. De Zweed stelt zich voor als Hans, ik vraag hem waar hij vandaan komt („Malmö”). Sneller en sneller loopt hij, hem bijhouden wordt lastig. De laatste honderd meter gaan in gestrekte draf. Hans, over zijn schouder: „Sorry, maar ik kan niet rusten tot ik hem heb gezien. Hier droom ik van sinds mijn elfde.”

Zes weken zit hij nu op Texel: de brileider. Somateria fischeri. Een bijna volwassen mannetje, drie winters oud. „Geen gewoon zeldzame vogel maar een extreem zeldzame vogel”, zegt Ruud van Beusekom ter begroeting. „Normaal moet je naar Noord-Alaska of Oost-Siberië om ’m te zien.” Zelf woont hij op een steenworp hiervandaan. „Toen ik het nieuws hoorde dacht ik dat ik gek werd. Ik móést naar buiten. Die eerste zaterdag na de ontdekking stonden hier zeker veertienhonderd vogelaars. Nederlanders, Italianen, Duitsers, Fransen…” Zijn laatste week bij Vogelbescherming Nederland is net ingegaan, straks gaat hij met pensioen – communicatieadviseur in ruste. „Maar vogelen blijf ik doen tot ik erbij neerval.”

De brileider is een dwaalgast. De letterlijke vreemde eend, een buitenbeentje onder de gewone eidereenden die hier samen op de golven dobberen. Net wat kleiner, en vooral: een gekke kop. Veiligheidsbriltekening rond de ogen, groene viltstiftstrepen, een zacht tapijtje over zijn snavel – niet voor niets noemen de Duitsers hem Plüschkopfente.

De andere eiders tolereren hem, maar echt erbij horen doet hij niet. Soms verdwijnt hij onder water en slikt vervolgens, met de nek omhoog, een krab of mossel door. Even doet hij een halfslachtige baltspoging. Onsuccesvolle avances. Áls hij al een vrouwtje weet te versieren, dan zullen de jongen onvruchtbaar zijn.

Hans kan intussen zijn geluk niet op. Zijn 18-jarige dochter Sofia glimlacht berustend – ze is het wel gewend dat de vakantiebestemmingen worden gedicteerd door vogels.

Wat de brileider hier doet, weet niemand – meegevlogen met andere eiders, afgedwaald in een storm? „Hij hoort met soortgenoten te overwinteren in wakken op de Beringzee”, zegt Ruud. Hij maakt zich zorgen om de vogel. „Gisteren lag hier een zeearend op het fietspad. Dood. Vermoedelijk vogelgriep. Een hoogarctische soort als de brileider is niet gewend aan de virussen hier, dus ik houd mijn hart vast.” In 2022 nog werd door vogelgriep een kolonie grote sterns weggevaagd uit broedgebied Utopia, een kwartier fietsen hiervandaan.

Even is er tumult, wanneer de driepoot van een telescoop bijna tussen de spaken van een passerende tandem komt. „Altijd hetzelfde met die vogelaars”, briest de voorste fietser. De telescoopeigenaar lijkt zich van geen kwaad bewust. „De brileider doet je alle ellende in de wereld vergeten”, verzucht hij. „Geen betere vorm van escapisme denkbaar.”

Gemma Venhuizen is biologieredacteur en doet elke woensdag ergens vanuit Nederland verslag.