In elk ander jaar zouden we dit zonder plenaire behandeling goedkeuren, zei de VVD. Het is ineens politiek geladen, voegde de PVV toe. Normaal is dit een hamerstuk, zeiden andere Eerste Kamerleden.
Maar de omstreden bezuiniging op verpleegkundigen die minister Fleur Agema (Zorg, PVV) in december ineens op haar bordje kreeg, veranderde alles. Roel van Gurp (GroenLinks-PvdA): „We hebben de afgelopen maanden een surrealistisch schouwspel gezien.”
De Eerste Kamer behandelde dinsdagmiddag en -avond de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) – met 110 miljard de een-na-grootste begroting van alle departementen. En de senaat, die zich in principe altijd richt op de rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van wetten, toonde zich nu ook uiterst kritisch op de inhoud. Na drie schriftelijke vragenrondes en een hoorzitting met experts over pandemische paraatheid (is Nederland vijf jaar na corona klaar voor een volgende pandemie?) stond de VWS-begroting eindelijk op de agenda – veel later dan normaal. Intussen is het begrotingsjaar 2025 al flink gevorderd.
Ook dinsdag bleken de senatoren nog uiterst kritisch. Twee onderwerpen sprongen eruit: de omstreden bezuiniging uit december en de bezuiniging op pandemische paraatheid.
Afspraak met oppositie
Om de onderwijsbegroting te redden, maakten de coalitiepartijen december vorig jaar de afspraak met oppositiepartijen CDA, ChristenUnie, JA21 en SGP om 700 miljoen aan bezuinigingen te schrappen. Een deel daarvan moest worden opgelost in de zorgbegroting van Agema. De meest omstreden bezuiniging was die van 165 miljoen euro op bij- en nascholing van zorgpersoneel in het ziekenhuis, zoals verpleegkundigen. Agema noemde die bezuiniging destijds al een „ongeluk”, de coalitiepartijen hadden het later over een „vergissing”.
Agema moest op zoek naar een alternatief, maar dat duurde even. Zolang onduidelijk bleef hoe die alternatieve bezuiniging eruit zou komen zien, schoof de Eerste Kamer de behandeling van de zorgbegroting voor zich uit. Met tegenzin, en hoorbaar geïrriteerd. „Deze minister wordt in elk geval niet betaald voor het aantal concrete antwoorden dat ze geeft”, constateerde senator Marian Kaljouw (VVD) in een debat in februari. Pas half maart werd duidelijk dat de 165 miljoen wordt weggehaald bij het ongebruikte budget voor wijkverpleging, oftewel thuiszorg. „Het heeft ons zeer verbaasd dat de minister zoveel tijd nodig had om een oplossing te vinden”, zei Janny Bakker-Klein (CDA) dinsdag.
Agema antwoordde dat het haar speet dat het zo lang had geduurd. Ze wees op de onderhandelingen over de voorjaarsnota, die deze maand naar buiten komt: „Ik moest eerst afwachten welke mee- en tegenvallers er zouden zijn.”
Ontevreden
Echt tevreden over het gekozen alternatief waren de Eerste Kamerleden ook al niet. De senatoren – niet alleen oppositie maar bijvoorbeeld ook de VVD en de BBB – toonde zich bezorgd over de gevolgen. Ze wezen op de doordenderende vergrijzing, waardoor het nu bij de wijkverpleging weggehaalde geld in de toekomst misschien wel nodig is. Ook zagen meerdere partijen het geld liever gestoken worden in wervingscampagnes voor nieuwe wijkverpleegkundigen of in een verhoging van het salaris. „Het is een hartenwens van bijna alle ouderen om zo lang mogelijk thuis te blijven wonen, en het is nog het voordeligste ook”, zei Carla Moonen (D66). „Die combinatie komt niet vaak voor. Haal hier geen geld weg, maar besteed het!”
Volgens Agema komt de onderbesteding van het budget door het tekort aan personeel, maar ook doordat verpleegkundigen minder uren bij een oudere zijn omdat meer wordt gekeken naar wat mensen zelf kunnen. Volgens haar is er voldoende geld. Ze viel er, net als eerder in de Tweede Kamer, ook over dat er over een bezuiniging werd gesproken: „Dat doet mij verdriet.” Een bezuiniging is het niet, vindt ze, omdat het geld toch ongebruikt op de plank lag: „Er wordt dus niet bezuinigd op de wijkverpleegkundigen.”
Lees ook
Agema wil bezuinigen op de thuiszorg: langer thuis wonen, maar minder zorg – kan dat?
Ook de bezuiniging van 300 miljoen op het plan Pandemische Paraatheid – in 2022 juist gepresenteerd als voorbereiding op een nieuwe pandemie – viel slecht. „Welke lessen heeft u eigenlijk geleerd uit de coronacrisis?”, vroeg Lies van Aelst-den Uijl (SP). „Dit voelt als kortetermijndenken.” Roel van Gurp noemde het een „cynische” bezuiniging.
Volgens Agema staat de pandemische paraatheid „op haar netvlies”. Ze noemde de bezuiniging „heel jammer”, maar wees erop dat het kabinet werkt aan het Plan Weerbaarheid, dat voor de zomer wordt gepresenteerd. Meerdere ministeries werken daarin samen om Nederland weerbaarder te maken tegen onder meer pandemieën, terreurdreiging, natuurrampen en oorlogen. „Dat plan heeft een sterke overlap met pandemische paraatheid.”
Ook kritiek uit Tweede Kamer
In oktober vorig jaar kreeg Agema ook al forse kritiek van de Tweede Kamer op haar begroting, inclusief van haar eigen PVV. Ze wil voor honderden miljoenen bezuinigen op de zorg, maar kan dat slecht onderbouwen, oordeelden de Kamerleden toen. Haar plannen zijn vaag, op veel terreinen ontbreekt het aan concrete plannen. Agema benadrukte toen dat het kabinet nu eenmaal moet bezuinigen: „Ik zou dat liever helemaal niet doen, maar het staat in het Hoofdlijnenakkoord.” De kritiek op Agema is sindsdien niet meer verstomd.
Volgende week dinsdag wordt gestemd over de VWS-begroting.
Lees ook
Minister Agema kan bezuinigingen op zorg moeilijk uitleggen. ‘Waarom deze keuzes, wat zijn de cijfers? We willen antwoorden’
De melding komt maandagochtend rond 08.00 uur bij de politie binnen. Twee kinderen, zes en elf jaar, broer en zus, zijn vermist. Ze zijn voor het laatst gezien op het station van Dalfsen. Een kleine zes uur later worden ruim twee miljoen Nederlanders via Burgernet ingelicht over de vermissing van de kinderen, hun foto is overal te zien. Dinsdag, in alle vroegte, volgt een update: „Beide kinderen zijn in goede gezondheid aangetroffen. We bedanken iedereen voor het uitkijken.”
Elke dag raken in Nederland kinderen zoek, maar een Amber Alert verstuurt de politie alleen bij hoge uitzondering. Hooguit een paar keer per jaar gaat er een oproep uit die binnen tien minuten honderdduizenden telefoons, televisies, radio’s, matrixborden, beeldschermen in stations, supermarkten, tankstations en bioscopen bereikt, en soms zelfs op pinautomaten verschijnt. Burgers worden opgeroepen informatie over een mogelijke verblijfplaats, over voertuigen of betrokkenen bij de vermissing te delen. „Dit is ons allerzwaarste middel”, laat een politiewoordvoerder weten. Het wordt alleen ingezet als een kind mogelijk in levensgevaar is.
De politie schat in via een Amber Alert in een klap zo’n twaalf miljoen mensen te kunnen bereiken. Overal waar je communicatie ziet, kan de oproep worden getoond, zei landelijk coördinator Vermiste personen Izanne de Wit er eerder over. „Met twee woorden kun je direct aan het publiek duidelijk maken: dit is serieus. Daarnaast geef je meteen een handelingsperspectief mee. Je zegt: ‘Kijk mee en help ons!’”
Waarschuwingssysteem
Amber Alert dankt zijn naam aan een Amerikaans meisje. In 1996 werd de negenjarige Amber Hagerman in Texas dood aangetroffen, enkele dagen eerder was ze tijdens het buitenspelen ontvoerd. Na deze gebeurtenis drongen inwoners van de staat aan op een snel en effectief waarschuwingssysteem, zodat burgers beter zouden kunnen meehelpen bij toekomstige vermissingen. Wat begon met meldingen op de lokale radio groeide uit tot een landelijk initiatief met de naam AMBER: America’s Missing: Broadcast Emergency Response.
In Nederland bestaat Amber Alert sinds 2008. Twee mannen, IT’er Frank Hoen en oud-politieman Carlo Schippers, bundelden hun krachten om een vergelijkbaar systeem op te zetten als in de Verenigde Staten. Ze zagen kansen in de opkomst van sociale netwerken zoals Hyves, vertelde Hoen bij het tienjarig jubileum aan het AD. Met steun van diverse partijen ontwikkelden ze software die niet alleen massaal sms-berichten kon versturen, maar ook gekoppeld kon worden aan systemen van bijvoorbeeld Rijkswaterstaat en de NS. De veelbesproken verdwijning van de Britse peuter Madeleine McCann in 2007 versterkte de behoefte aan een Nederlands Amber Alert. Niet lang daarna besloot de overheid Netpresenter, het bedrijf van Hoen en Schippers, in te huren.
De eerste Amber Alert was meteen succesvol. Op 14 februari 2009 raakte de vierjarige Lorenzo zoek in het centrum van Rotterdam. Binnen twee uur werd hij gevonden: medewerkers van de McDonald’s hadden hem op televisie gezien en in de ballenbak herkend.
Waar burgers toen nog via sms werden ingelicht, gebeurt dat sinds 2021 met een app. Nadat de aanbesteding van Amber Alert werd betwist, verhuisde de dienst naar Burgernet: het platform waarop burgers, politie en gemeenten samenwerken. De politie kocht de merknaam voor 1,8 miljoen euro, onthulde Vrij Nederland. Het opsporingsmiddel werd een overheidsdienst.
Als een vermissing is opgelost, wordt een Amber Alert weer ingetrokken. Hoe vaak de oproep succesvol is, is volgens de politie moeilijk uit te drukken: „Die extra ogen van de burger zijn voor ons heel waardevol, maar het middel staat nooit op zichzelf.” Er is altijd een landelijke meldkamer betrokken waar „24/7” beslissingen worden genomen over de inzet van opsporingsmethodes als speurhonden, een helikopter of het checken van telefoongegevens.
De zoektocht naar de broer en zus uit Dalfsen leidde maandag naar een huis in het midden van België. Daar werden de kinderen ’s nachts gevonden, samen met hun biologische ouders. Die zijn aangehouden op verdenking van het onttrekken van de kinderen – die in een pleeggezin zitten – aan het wettelijk gezag.
De politie deed al gauw een „dringend verzoek” aan iedereen de foto’s te verwijderen en de namen van de betrokkenen niet verder te delen. Vanwege de privacy deelt de politie bij een Amber Alert ook bewust geen achternamen. „Informatie kan nog lang rondgaan op het internet.”
Als een F-35 vertrekt, zie je dat niet alleen. Je hoort het enorme kabaal, voelt de grond trillen en ruikt de kerosine. Elke keer dat op vliegbasis Leeuwarden het belletje rinkelt, stijgt er deze maandagmiddag weer een straaljager op. Daarop schieten tientallen camera’s de lucht in. Honderden vliegtuigspotters uit Nederland, België, Duitsland, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk zijn maandag naar de ‘spottersbult’ bij het Friese Marsum gekomen.
Van 31 maart tot 11 april vindt op vliegbasis Leeuwarden de internationale oefening Ramstein Flag plaats. In Leeuwarden wordt elk jaar de oefening Frisian Flag gehouden, ditmaal heeft de NAVO de oefening overgenomen. Achttien NAVO-landen oefenen samen de reactie van de NAVO als een van de lidstaten wordt aangevallen. Er doen zo’n honderd vliegtuigen aan mee.
Voor Defensie is het een kans om „realistisch te trainen en met onze bondgenoten tactieken af te stemmen”, zegt een woordvoerder. „De situatie in de wereld laat zien hoe belangrijk het is voor onze mensen om goed getraind en inzetgereed te zijn.” Er wordt vooral ’s avonds gevlogen, omdat „optreden bij duisternis het meest realistisch is”. Dat gebeurt van half vijf in de middag tot half twaalf ’s avonds.
Zaterdag 5 april organiseren tegenstanders van de oefening een protestmars. Ze lopen vanaf het centrum van Leeuwarden naar de vliegbasis. „Wij demonstreren voor menselijkheid en tegen militarisme. Deze oefening leidt tot gigantische uitstoot van broeikasgassen en draagt bij aan het verhogen van de oorlogsdreiging in Europa en in de wereld”, schrijft de actiegroep ‘Geen ruimte voor defensie’ op Instagram. De groep is een samenwerkingsverband van Socialisten Noord, ROOD Leeuwarden, Extinction Rebellion Fryslân, Vliegop!, Friesland for Palestine en CJB Fryslân.
Verrekijkers
Anderen zijn juist voor de vliegtuigen naar Friesland gekomen. Al ver voor de eerste straaljagers maandagmiddag opstijgen zijn de eerste spotters er al, verrekijker in de hand, geluidsbeschermers om de nek, campingstoeltje om op te zitten en trappen om op te staan en goed te kunnen fotograferen. Een weiland vóór de spottersbult is beschikbaar gesteld als parkeerterrein – verkeersregelaars staan bij de ingang. Omwonenden en het naastgelegen tuincentrum zijn er blij mee: zo staat niet het dorp en het parkeerterrein van het tuincentrum vol met auto’s.
Een snackkraam op het terrein staat klaar om patat aan bezoekers te verkopen. Defensie is aanwezig met een truck waar patches van de oefening worden verkocht en een trailer waarin belangstellenden een kijkje kunnen nemen. Er staat ook een recruiter klaar. ‘Stap in en ontdek wat je kan bij Defensie’, staat op de bus.
Voor het hek bij het vliegveld verkoopt een militair van de Duitse luchtmacht vanuit een fiets met een kar erachter patches van andere oefeningen. Onder het hek door schuift hij de patches naar de spotters. Die schuiven een tientje terug.
Jayden Des Vignes (13) draagt op zijn rugzak al verschillende patches van andere oefeningen. Ook van deze oefening koopt hij er een. Met een grote camera staat hij klaar op de bult. Hij wil F-35-piloot worden en als dat niet lukt onderhoudsmonteur van het toestel. „Ik vind het leuk om vliegtuigen te spotten en vandaag komen hier straaljagers die ik nog nooit gezien heb. Er staan nu Duitse vliegtuigen klaar, die herken ik aan de staart.’’
Hij is met zijn moeder Nienke (38) en broertje Jonathan (11) én de hond vanuit Deventer naar Friesland gekomen. „Ik heb wekenlang gehoord dat hij naar de oefening wilde”, vertelt zijn moeder. „Hij heeft mazzel, vandaag is er een verkort lesrooster op school waardoor we hierheen kunnen. Jayden weet precies welke straaljagers er zijn en hoe laat ze komen.”
Nummertjes scoren
Aan de oefening doen onder andere de Verenigde Staten, Duitsland, Griekenland en Zweden mee. Veel vliegtuigspotters hebben een geprint lijstje in de hand, waarop ze afvinken welke vliegtuigen ze hebben gezien. „Voor veel mensen gaat het om nummertjes scoren. Hier komen vliegtuigen die je niet vaak ziet, zoals Griekse F-16’s”, zegt Mark Broersma (40). Hij draagt een camouflagejas.
Broersma kijkt samen met Ramon Faber (25), die vlak bij de basis woont. Ze kennen elkaar van het vliegtuigspotten. Allebei hebben ze een scanner in de hand, waarmee ze de communicatie tussen de vliegers en de verkeerstoren kunnen volgen.
De meeste vliegtuigen hebben ze vorige week al op de foto gezet. Faber en Broersma komen geregeld bij de basis kijken, maar vandaag is het anders. „Ik sta hier vaak in mijn eentje, maar nu is het vechten om een plekje”, zegt Faber. „Absoluut machtig”, vindt hij het „om in deze tijd te kunnen laten zien wat je in huis hebt. Als je hier staat, voel je je krachtiger. Dit zijn allemaal NAVO-partners die samenwerken.”
De jaarlijkse oefening van de Koninklijke Luchtmacht, die normaal gesproken Frisian Flag heet, wordt dit jaar voor de NAVO georganiseerd.
Foto’s Siese Veenstra
Herrie
Het geluid van de opstijgende en landende vliegtuigen hoort Faber vanaf zijn huis, maar last heeft hij er niet van. Omwonenden van de vliegbasis zijn wel wat gewend, zegt ook Geert Verf van Dorpsbelang Marsum. Maar de oefening die nu plaatsvindt, noemt hij van een andere orde. Verf heeft dinsdagochtend, een dag na de start, contact gehad met ouders met jonge kinderen uit het dorp. „De kinderen slapen er slecht van”, zegt hij aan de telefoon. Ook Verf zelf kwam niet in slaap. „Dat lukt pas als alle vliegtuigen weer geland zijn. De laatste kwam maandag om 23.40 uur binnen.”
Verf woont al bijna zijn hele leven in Marsum, in 1959 verhuisde hij er als driejarige met zijn ouders naartoe. Hij groeide op met de vliegbasis. Maar tegen deze oefening zag hij op. „Het is echt een klereherrie. Het geluid dringt lang door, je voelt de trillingen. De decibelmeter bij het vliegveld gaf maandag bij landing 110 decibel aan. In huis kwam het tot 70 decibel.”
Inwoners van Marsum begrijpen het belang van de oefening, benadrukt Verf. „Dat staat buiten kijf. Maar we willen voorkomen dat het vaker zo gaat. We willen dat het stijgen en landen beter verspreid wordt over vliegvelden in Europa. Dat gebeurt gelukkig al wel, maar er stijgen en landen voor deze oefening veel vliegtuigen vanaf Leeuwarden. Maandag kwamen er 4 voor elf uur ’s avonds binnen en nog 26 daarna.”
Het dorp past zich aan de oefening aan. De bootcamptrainingen buiten, waar zo’n tachtig inwoners aan meedoen, worden verplaatst. De eerste straaljagers vliegen van 16.30 uur tot 18.30 uur. Daarna wordt van 21.00 tot 23.30 uur gevlogen. In de tijd daartussen wordt buiten gesport. Voor de pupillen van de voetbalclub in het dorp Cornjum, aan de andere kant van de basis, werd dat te laat, zegt Verf. Die wijken uit naar de velden van het dorp Hallum. Verf is „blij als het weer voorbij is.”
Geluidsruimte
De Leeuwarder Courant schreef eind februari dat er na Ramstein Flag nog amper vanaf vliegbasis Leeuwarden gevlogen kan worden, omdat een groot deel van de beschikbare geluidsruimte aan de oefening opgaat. Staatssecretaris Gijs Tuinman (Defensie, BBB) zegt ook in een antwoord op Kamervragen dat „een grote oefening als Ramstein Flag waarbij ook ’s avonds wordt gevlogen een groot aandeel heeft in de geluidsbelasting. Defensie plant en spreidt binnen het jaar de oefeningen en trainingen om binnen de geluidsruimte blijven.”
Defensie wil het aantal jachtvliegtuigactiviteiten in Nederland uitbreiden. In het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie geeft het aan extra ruimte voor de luchtmacht te zoeken. Er is nu ruimte voor 5200 sorties – militaire vluchten met één start en één landing – per jaar, waarvan 2700 vanaf Leeuwarden. Defensie wil het aantal sorties met nog eens 2300 uitbreiden. Daarvoor zijn Lelystad Airport, Groningen Airport Eelde, Twente Airport, vliegbasis De Peel en vliegbasis Woensdrecht nog in beeld – vliegbasis Leeuwarden wordt niet meer als voorkeur gezien, tot opluchting van de inwoners. Staatssecretaris Tuinman wil de Tweede Kamer eind mei verder informeren over de plannen.
Maandagavond ging Geert Verf ook even kijken bij de spottersbult. „Je moet alle kanten van het verhaal kennen, vind ik. Hier zijn veel liefhebbers die het mooi vinden. Het is een gigantisch stuk power, die opstijgende straaljagers. Ik begrijp dat mensen daarnaar kijken. Maar om eronder te wonen, dat is een maatje te veel.”
Het Franse hof van beroep denkt in het hoger beroep van Marine Le Pen in de zomer van 2026 een uitspraak te kunnen doen. Dit betekent dat er een kans bestaat dat ze alsnog mee zal kunnen doen aan de presidentsverkiezingen van 2027. Dat melden Franse media dinsdag.
Eerder leek die mogelijkheid uitgesloten. Le Pen kreeg maandag vier jaar cel (waarvan twee voorwaardelijk en twee met een enkelband uit te zitten) en een vijfjarig verbod op verkiesbaarheid opgelegd wegens het verduisteren van Europees geld.
Omdat het verbod op verkiesbaarheid gelijk inging, zou Le Pen hoogstwaarschijnlijk niet mee kunnen doen aan de presidentsverkiezingen van 2027, omdat er breed vanuit werd gegaan dat een hoger beroep niet voor die tijd afgerond zou zijn.
Nu het hof bekend heeft gemaakt in de zomer van 2026 uitspraak te willen doen, kan de onverkiesbaarheid van Le Pen enkele maanden voor de presidentsverkiezingen nog van tafel geveegd worden. Dat is alleen het geval als de rechter in hoger beroep besluit Le Pen een andere straf op te leggen.
Ondertussen blijft het bewijs tegen Le Pen ook in hoger beroep even omvangrijk, wat vrijspraak onwaarschijnlijk maakt. Wel is het denkbaar dat de rechter in hoger beroep het verbod op verkiesbaarheid in stand houdt, maar dat niet onmiddellijk laat ingaan. Dan zou Le Pen enkele maanden voor de verkiezingen tegen de uitspraak in cassatie kunnen gaan bij de hoogste rechter. Zolang die zaak dan loopt, kan zij in 2027 op het stembiljet staan.
Mocht ze daarna president worden, kan ze volgens Frans recht tijdens haar ambtstermijn zelfs niet meer worden veroordeeld. Die immuniteit eindigt volgens de Franse grondwet een maand na afloop van een presidentstermijn.
Het parlement debatteert donderdag over het vuurwerkverbod, waarna er volgende week dinsdag gestemd wordt. In aanloop naar het debat stuurde PVV-staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu Chris Jansen een inschatting van de compensatiekosten naar de Tweede Kamer.
Afhankelijk van wanneer het verbod daadwerkelijk ingaat, komt Jansen uit op een compensatie van tussen de 0 en 150 miljoen euro. Belangenvereniging Pyrotechniek Nederland (BPN) komt uit op een compensatiebedrag van 895 miljoen euro, veel hoger dus. Waar komen die verschillen door?
Anders opgebouwd
Als het komende jaarwisseling al verboden wordt om vuurwerk af te steken, denkt staatssecretaris Jansen uit te komen op een compensatiebedrag van tussen de 100 miljoen en 150 miljoen euro. Dat is een vergoeding voor de inkomsten die wegvallen in 2025 en 2026 en een compensatie voor kosten die al gemaakt zijn, zoals vuurwerk dat al ingekocht is.
Gaat het verbod pas rond Oudjaarsdag 2026 gelden, dan komt de compensatie volgens de staatssecretaris uit rond de 50 miljoen euro. Dat is dan vooral een tegemoetkoming voor de misgelopen verkopen volgend jaar. Bij een nog latere ingangsdatum van het verbod is compensatie niet waarschijnlijk, schrijft Jansen: dan kan het als (verboden) staatssteun gezien worden.
Afgelopen jaarwisseling werd er volgens BPN voor 118 miljoen euro aan vuurwerk verkocht, een recordbedrag. De brancheorganisatie vindt het bedrag van de staatssecretaris veel te laag. „Wij schrokken ook van het bedrag toen we de kosten van een direct vuurwerkverbod op een rij zetten”, zegt Leo Groeneveld van de belangenorganisatie. „De voorraad die nu al in Nederland ligt en nog onderweg is, moet bij een verbod vernietigd worden. Dat moet door een gespecialiseerd bedrijf gedaan worden en alleen voor de vernietiging bedragen de kosten al 250 miljoen euro.”
Alleen al de vernietiging van het opgeslagen vuurwerk kost 250 miljoen euro
Volledige schadeloosstelling
In de optelsom van BPN zitten ook de kosten die gemaakt zijn voor het bouwen van veilige opbergruimtes voor vuurwerk en de testen die gedaan zijn voordat nieuwe vuurwerkproducten op de markt konden komen. „Elk bedrijf heeft een waarde”, zegt Groeneveld. „Als je als vuurwerkbedrijf geen vuurwerk meer mag verkopen, wordt die waarde in één keer nul. Die 895 miljoen euro is een volledige schadeloosstelling waarbij er rekening mee wordt gehouden dat vuurwerkbedrijven niets meer waard zijn.” Met dat bedrag krijgen ondernemers volgens de belangenorganisatie „de gelegenheid om iets nieuws op te bouwen met hun personeel en hun gebouwen.”
Erg waarschijnlijk is het niet dat de vuurwerkbranche daadwerkelijk zo’n hoog bedrag aan compensatie kan verwachten. BPN heeft op verzoek van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de kostenposten bij een vuurwerkverbod op een rij gezet. Het ministerie heeft die vervolgens „juridisch en beleidsmatig” getoetst.
Het is niet voor het eerst dat de verkoop van een bepaald product verboden wordt. Zo mogen supermarkten sinds 1 juli vorig jaar geen sigaretten en pakjes shag meer verkopen. Zij kregen daar geen compensatie voor, onder andere omdat het verkoopverbod al lang van tevoren was aangekondigd.
Hoog ondernemersrisico
Staatssecretaris Jansen lijkt het vuurwerkverbod op een vergelijkbare manier te bekijken. Volgens hem bestaat er „in deze branche een groot ondernemersrisico” – risico dat dus door bedrijven zelf gedragen wordt. De discussie rond een landelijk vuurwerkverbod speelt immers al jaren, waarbij het maatschappelijk draagvlak voor een verbod door de jaren heen is toegenomen. „Dat maakt dat de mogelijkheid op een verbod in zekere zin voorzienbaar was”, schrijft de staatssecretaris in zijn brief.
De vuurwerkbranche kan opgedeeld worden in verkooppunten en importeurs. De ongeveer 850 verkooppunten doen vuurwerk vaak naast hun reguliere bedrijfsactiviteiten – tuincentra bijvoorbeeld, of fietsenwinkels. Het aantal verkoopppunten daalt al sinds 2004, toen strengere regels gingen gelden rond de opslag en verkoop van vuurwerk. Volgens BPN waren er toen rond de duizend vuurwerkwinkels.
„Het verkopen van vuurwerk is voor ons een leuke extra, maar we kunnen ook zonder”, zegt Fabian Klinkenberg. Zijn familie heeft een groothandel en webwinkel in Japans serviesgoed. Al zeventien jaar richt hij daarnaast rond de jaarwisseling in een hoek van het magazijn een vuurwerkwinkel in. Een verbod hing al jaren in de lucht. Als je een beetje slim bent, houd je daar rekening mee.”
„Een compensatie van één keer de jaaromzet lijkt me realistisch voor verkopers”, zegt Klinkenberg. Hij snapt wel dat de ongeveer tien vuurwerkimporteurs en -groothandelaren die Nederland telt, meer compensatie verwachten. Voor hen is vuurwerk de kern van hun bedrijf, waardoor ze zwaarder getroffen worden door een verbod.
Vandaag is dé dag. Vanmiddag om 15.00 uur Amerikaanse tijd (21.00 uur in de Europese avond) zal president Donald Trump in de Rose Garden van het Witte Huis dan eindelijk vertellen hoe Amerika de strijd zal aanbinden met landen die – in Trumps woorden – Amerika „hebben afgezet”. Hij ziet het als een noodzakelijke correctie op decennia van oneerlijke handelsrelaties en een einde aan de tijd dat andere landen de Verenigde Staten oplichtten. Bevrijdingsdag, volgens de president van de Verenigde Staten. De dag dat de wereldwijde vrijhandel onder zware druk komt te staan, volgens nagenoeg iedereen minus Donald Trump en zijn team.
1Wat staat er te gebeuren vandaag?
Niemand weet het precies, omdat er binnen het economisch team van Trump nogal wat discussie zou zijn geweest over de exacte vormgeving van de handelsmaatregelen. Maar zeker lijkt dat Trump vanavond wereldkundig maakt hoe zijn beleid van ‘wederkerige heffingen’ eruit zal zien. Die heffingen zijn bedoeld om de heffingen, of andere handelsbeperkende maatregelen, van andere landen te matchen. Volgens Trump wordt er onder meer gekeken naar importheffingen, maar ook naar bijvoorbeeld belastingen, de btw, valutamanipulatie en andere regels. Die zullen van een ‘passend’ wederkerig tarief worden voorzien, waarbij het de vraag is of dat één uniforme importheffing per land zal betreffen, of heffingen per sector of zelfs productgroep.
Lees ook
Trump wil nu zelfs de btw in Europa gaan vergelden met importheffingen. Hoe gaat ‘oog om oog’ eruit zien?
2Tegen wie zijn de heffingen gericht?
De heffingen zullen gericht zijn op landen waarmee de Verenigde Staten een handelstekort hebben (ze importeren meer uit die landen dan ze er naar exporteren). De VS hadden vorig jaar een handelstekort van in totaal zo’n 1.200 miljard dollar (1.112 miljard euro).
Trumps minister van Handel Scott Bessent noemde de landen waarmee de VS de grootste tekorten heeft al de „Dirty 15”, de ‘Vieze vijftien’ dus. Het gaat onder meer om China, Mexico, Vietnam, Taiwan, Japan, Zuid-Korea, Canada, India, Thailand, Zwitserland, Maleisië en Europese landen als Italië en Duitsland. Met Nederland hebben de VS overigens een handelsoverschot van ruim 50 miljard dollar in 2024, vooral door de levering van vloeibaar gas.
De inflatie zal als gevolg van de prijsverhogingen fors toenemen, verwachten economen
Al die landen zullen te maken krijgen met importheffingen als zij goederen exporteren naar de VS. Hoe hoog die zullen zijn, is nog onduidelijk. Er wordt gesproken over heffingen van 10 tot 20 procent, maar dat kan per land en zelfs per sector of productcategorie verschillen.
Trump zelf zei afgelopen zondag overigens nog dat hij van plan is om wederkerige heffingen los te laten op „alle landen”. Een dag later zei hij op de vraag of het om een universeel tarief ging of om heffingen op individuele landen: „Ze zijn wederkerig. Dus wat ze ons ook in rekening brengen, brengen wij hen in rekening, maar we zijn aardiger dan zij waren. De bedragen zullen lager zijn dan wat ze ons in rekening hebben gebracht, en in sommige gevallen kunnen ze aanzienlijk lager zijn.”
3Waarom wil Trump dit?
Hij wil Amerika naar eigen zeggen verlossen van een oneerlijke behandeling door andere landen, maar dat is niet het enige. De belangrijkste doelen voor Trump zijn twee- of eigenlijk drieledig. In de eerste plaats wil hij de Amerikaanse economie sterker en onafhankelijker maken van handelspartners. Door import duurder te maken, wil hij Amerikaanse goederen bevoordelen. Dat moet banen opleveren, en dat is electoraal belangrijk voor Trump. Hij laat ook niet na om bedrijven uit de hele wereld op te roepen hun productie te verplaatsen naar de VS. Dan ontlopen zij immers de invoerheffingen.
Ten tweede heeft hij inkomsten nodig om een gigantisch pakket aan beloofde lastenverlichtingen door te kunnen voeren. Door importen te belasten met heffingen, haalt Amerika zo honderden miljarden per jaar op, is de hoop. Trumps handelsadviseur Peter Navarro becijferde de opbrengst van de heffingen op 600 miljard dollar per jaar.
Ten slotte lijkt Trump de importheffingen ook te gebruiken als middel voor verdere onderhandelingen. Zo dreigde hij zijn buurlanden Canada en Mexico heffingen van 25 procent op te leggen, maar gingen die weer tijdelijk van tafel toen beide landen toezegden migratie en drugshandel te zullen bestrijden. Ook nu zouden de heffingen inzet kunnen zijn van andere onderhandelingen. Juist die onzekerheid maakt dat financiële markten de afgelopen weken in mineur waren. Beleggers zien door de heffingen de winsten verdampen en de economische groei afnemen, hetgeen tot lagere koersen leidde. Ook neemt de vraag naar goud toe, een teken dat beleggers op zoek zijn naar veiligheid.
4Wat heeft Trump tot nu toe al gedaan, qua importheffingen?
De importheffingen van 25 procent op producten uit Canada en Mexico zijn uitgesteld, maar zouden alsnog begin april in kunnen gaan. Verder heeft Trump een tarief van 10 procent op alle import uit China ingevoerd, en dat heeft hij verdubbeld begin maart. Sinds 12 maart passen de VS tevens een importheffing van 25 procent toe op staal en aluminium, een heffing die ook al in Trumps eerste termijn werd toegepast. En in maart kondigde Trump ook aan 25 procent te gaan heffen op producten uit landen die olie of gas uit Venezuela betrekken – wegens onder meer de „tienduizenden criminele bendeleden” die Venezuela naar de Verenigde Staten zou hebben gestuurd. Die heffingen zouden ook deze woensdag in moeten gaan.
Lees ook
Hoe werken Trumps importheffingen en wie betaalt de rekening?
5Wie betaalt die tarieven?
De facto is een opbrengst uit importheffingen een lastenverzwaring voor de Amerikaanse consument. Tarieven worden immers geheven als producten binnenkomen in de VS, door de Amerikaanse douane. Op dat moment worden producten dus kunstmatig duurder gemaakt. De goederen vinden daarna hun weg in de Amerikaanse economie, waar de heffingen bij de kostprijs zijn opgeteld. Goederen van buiten de VS worden dus vele procenten duurder, de rekening daarvoor wordt afgewenteld op de Amerikaanse consument. Ook zal de inflatie als gevolg van de prijsverhogingen fors toenemen, verwachten economen.
Beleggers zien door de heffingen de winsten verdampen en de economische groei afnemen, hetgeen tot lagere koersen leidde
In theorie kunnen ook landen die naar de VS exporteren een deel van de heffingen voor hun rekening nemen, door de leverprijs aan de VS te verlagen met (een deel van) het heffingspercentage. Het is echter onwaarschijnlijk dat veel exporteurs dat zullen doen: de marges op veel producten zijn vaak zo laag dat het economisch niet uit kan de kostprijs van producten fors te verlagen.
6Hoe zal de rest van de wereld reageren?
Ook dat is hoogst onzeker. Veel landen die al getroffen zijn door importheffingen, hebben al tegenmaatregelen genomen of aangekondigd. Economen benadrukken dat heffingen het land dat ze oplegt zelf het hardst raken, dus al te hard terugslaan is onverstandig. Politiek gezien kan het echter verstandig zijn om wel iets terug te doen, al was het maar om onderhandelingen met Team Trump af te dwingen. Europa heeft een pakket maatregelen klaargezet dat zich vooral richt op typisch Amerikaanse sectoren. Commissievoorzitter Ursula Von der Leyen kondigde dinsdag tegenmaatregelen aan die zich richten op techdiensten. Trump heeft echter ook al gezegd nieuwe importbeperkende maatregelen wederom te zullen beantwoorden met nog hogere heffingen vanuit de VS.
Lees ook
Trumps bevrijdingsdag kan het begin van een handelsoorlog worden
De politieke twist tussen coalitiepartijen PVV, VVD en BBB en het kabinet over het twee weken eerder vrijlaten van gevangenen is dinsdag beslecht in het voordeel van de regering. Voor de tweede week op rij staakten in de Tweede Kamer de stemmen over een motie die Justitie-staatssecretaris Ingrid Coenradie (PVV) gebood haar noodplan niet uit te voeren. Daarmee is de motie definitief niet aangenomen.
Voor Coenradie ligt daarmee de weg open om gedetineerden maximaal twee weken eerder vrij te laten. Zelf zou ze de „rotmaatregel” liever ook niet nemen, vertelde Coenradie de afgelopen weken aan iedereen die het wilde horen. Maar ze staat nu eenmaal met haar „rug tegen de muur”.
Het is crisis bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). Sinds 2012 zijn er in Nederland 26 gevangenissen gesloten en verdwenen er zo’n 2.600 voltijdsbanen bij DJI. Omdat Nederland strenger straft en het aantal veroordeelden de afgelopen jaren groeide, is er voor veel van hen nu geen plek in de cel. Ruim vierduizend veroordeelden lopen vrij rond in afwachting van het ondergaan van hun celstraf. Ook voor duizenden mensen die hun taakstraf niet uitvoerden of een boete niet betaalden en daarom vervangende hechtenis moeten ondergaan, is geen cel.
Acht op een cel
Afgelopen december werd de situatie zo penibel dat Coenradie ‘code zwart’ uitriep: zowel de gevangenissen en huizen van bewaring, als de cellen op het politiebureau zitten vol. Daardoor is er geen doorstroom mogelijk. Wordt er geen lucht gecreëerd, dan moeten verdachten die door de politie worden gearresteerd weer worden vrijgelaten.
Terwijl op termijn nieuwe (nood)gevangenissen soelaas kunnen bieden, moest Coenradie voor nu kiezen tussen twee kwaden. En omdat ze het vrijlaten van verdachten uit politiecellen nog onwenselijker achtte dan het twee weken eerder vrijlaten van een specifieke groep gedetineerden, koos zij voor het laatste.
Dit tot woede van haar eigen PVV, die strenger straffen en een zo sober mogelijk gevangenisregime voorstaat. ‘No way’, zo viel partijleider Geert Wilders zijn staatssecretaris publiekelijk af. PVV-Kamerlid Emiel van Dijk opperde om desnoods acht gevangenen samen op een cel te plaatsen als ze maar niet eerder vrij kwamen. Dat Coenradie de afgelopen maanden alle mogelijkheden had onderzocht om nog celruimte te winnen, maakte op de PVV, VVD en BBB onvoldoende indruk. Dat zij het vanwege de veiligheid van het personeel onverantwoord achtte om nog meer personen samen op een cel te zetten dan al gebeurt, evenmin.
Lees ook
Hoe PVV-beloftes botsen met de werkelijkheid
De drie coalitiepartijen schaarden zich vorige week achter een motie van BBB-Kamerlid Marieke Wijen-Nass om het vroeger-vrijlaat-plan niet door te voeren. Het komt niet vaak voor dat coalitiepartijen een bewindspersoon op dergelijke wijze klem proberen te zetten, zeker niet een bewindspersoon uit de eigen partij. En hoewel Coenradie voor de vervroegde vrijlating formeel geen instemming van de Kamer nodig had, zou een tegenstem haar en het kabinet en in lastig parket hebben gebracht.
Dankzij politieke rugdekking van oppositiepartijen als PvdA-Groenlinks, SP, D66, CDA en coalitiepartner NSC komt het niet zo ver. Zij brachten allemaal stemverklaringen dat zij ook niet willen dat gevangenen eerder vrij komen, maar zien dat Coenradie – met de veiligheid van het personeel in gedachten – geen andere keuze heeft. CDA’er Derk Boswijk was niet de enige die het ‘pootje haken’ van Coenradie „onverantwoord en onvolwassen” noemde.
Lees ook
Wilders matigt zijn toon over de volle gevangenissen, en over Coenradie
Het is een „charmante gedachte” om de vlieghinder van Schiphol tegen te gaan met minder routes, en daardoor ruimte vrij te maken voor het bouwen van woningen. „Maar ik ben bang dat de puzzel om het luchtruim in te delen met dit voorstel alleen nog maar complexer wordt”, zegt luchtvaartexpert Joris Melkert van de TU Delft.
Maandag presenteerde de Rijksadviseur voor de fysieke leefomgeving Wouter Veldhuis een plan om twee vertrekroutes voor twintig kilometer te verleggen. Door het wegvallen van de geluidshinder zou onder meer tussen Nieuw-Vennep en Hoofddorp een stad kunnen worden gebouwd, en zouden wijken in Amsterdam Nieuw-West extra kunnen worden bebouwd. „Maar met dit voorstel meldt zich eigenlijk een nieuwe stakeholder bij de indeling van het luchtruim”, zegt Melkert.
Herindeling luchtruim
Rijksadviseur Veldhuis richt zich met het voorstel tot de ministers Mona Keijzer (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, BBB) en Barry Madlener (Infrastructuur, PVV). Minister Keijzer wil het voorstel „nader bestuderen en de mogelijkheden verder verkennen en uitwerken”. Minister Madlener reageert zuiniger. „Dit voorstel en de impact ervan op de operatie van Schiphol is onvoldoende onderzocht”, laat hij weten. „Het aanpassen of schrappen van een vertrekroute op Schiphol vergt een intensief en langdurig traject in overleg met de omgeving.”
Het college van Rijksadviseurs heeft naar eigen zeggen wel „luchtvaartexperts” geraadpleegd, maar niet Schiphol zelf en ook de Luchtverkeersleiding Nederland is niet gesproken. Die laatste laat weten dat bij onderzoek naar aanpassing van vliegroutes een „integrale analyse” wordt uitgevoerd om te zorgen „dat het veilig gebruik van routes door het vliegverkeer in alle omstandigheden blijft gewaarborgd”.
Voorafgaand aan het voorstel van Rijksadviseur Veldhuis waren er al plannen om het luchtruim opnieuw in te delen. Die herindeling is noodzakelijk doordat het, aldus luchtvaartexpert Melkert, „drukker” wordt in het luchtruim, en bovendien militair luchtverkeer meer ruimte nodig heeft om te oefenen. Daar zijn al de nodige voorstellen voor gedaan. Deze geplande herindeling zou zelfs kunnen betekenen dat plaatsen als Hoofddorp en Nieuw-Vennep niet minder, maar juist méér geluidshinder krijgen. Over de herindeling schrijft Madlener: „Doel van de eerste stap in dat proces is om voldoende oefenruimte voor defensie mogelijk te maken en omvliegen te beperken.” Pas na deze herindeling van het luchtruim in de jaren 2028-2030, stelt Madlener, wordt er gesproken over „vaste naderingsroutes, zodat de geluidsimpact kan worden verminderd”. En: „Daarbij kan ook worden bekeken of het aanpassen van één of meer vertrekroutes wenselijk en mogelijk is.”
Europees luchtruim
Bij het voorstel van Rijksadviseur Veldhuis is ook nog de vraag of de nieuwe vliegroutes veilig zijn, en bijvoorbeeld niet interfereren met routes van aankomende vliegtuigen, voegt luchtvaartexpert Joris Melkert toe. Vliegroutes boven het kleine Nederland moeten bovendien binnen het Europese luchtruim passen. „Want Nederland is tien minuten in de breedte en twintig minuten in de lengte.” Tenslotte zou het kleine stukje omvliegen tot extra uitstoot van CO2 leiden. Kortom: „Het is erg ingewikkeld.”
De luchthaven Schiphol zegt over de plannen te hebben gelezen, maar herhaalt er niet bij te zijn betrokken. „We gaan het met interesse bekijken”, aldus een woordvoerder.
De gemeente Haarlemmermeer tenslotte is ook niet erg enthousiast. De gemeente voelt „vanwege de leefbaarheid” meer voor de aanleg van een „grootschalig park” tussen Nieuw-Vennep en Hoofddorp dan voor de bouw van grote aantallen woningen. Wel zou de gemeente „positief” staan tegen het aanpassen of niet meer gebruiken van de vliegroute tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep. „Dat zou winst zijn voor de inwoners die nu overlast ervaren”, aldus een woordvoerder.
Lees ook
Een verrassend simpel advies aan het kabinet: zo kan volgens experts een stad zo groot als Tilburg ontstaan nabij Schiphol
Steeds opnieuw vraagt de officier van justitie het. „Kon u de etniciteit van de man vaststellen?” „Kon u zien wat voor etniciteit deze man had?”
In de rechtbank van Manchester ondervraagt de officier de pleegmoeder van een vrouw die jaren geleden door zeven mannen zou zijn verkracht, in sommige gevallen meermaals. Dit speelde van 2001 tot 2006 in Rochdale, een stadje even ten noorden van Manchester. De pleegdochter en een andere vrouw die in deze zaak als slachtoffer getuigt, waren toen nog minderjarig.
De pleegmoeder antwoordt steeds hetzelfde. Een keer wachtte een man voor hun huis in een auto om het meisje op te pikken. „Hij was van Aziatische afkomst.” Een andere keer ging ze met haar pleegdochter naar de markt van Rochdale, waar ze een paar van de mannen ontmoetten waar het meisje mee omging. „Van Aziatische afkomst.”
Het meisje raakte zwanger, ze was toen veertien. Vlak na de geboorte van haar dochtertje grapte ze tegen haar pleegmoeder: „Vind je niet dat ze lijkt op die man van de markt?” Was dat zo, wil de officier van justitie weten. „Nee. Ik wist niet goed wat ik moest zeggen.”
Ook al zijn de verdenkingen van begin deze eeuw, de rechtszaak in Manchester dient pas nu en duurt al enkele maanden. Het is één van de vele zaken in het Verenigd Koninkrijk waarin groepen mannen worden aangeklaagd vanwege onzedelijke handelingen, aanranding of verkrachting van meisjes en jonge vrouwen. De meeste Britten kennen het fenomeen van georganiseerde seksuele uitbuiting als het werk van grooming gangs, waarbij media vaak ook melden dat daders vooral van Aziatische of Brits-Pakistaanse afkomst zouden zijn.
Begin dit jaar kwamen de gangs weer volop in de aandacht door miljardair en Trump-adviseur Elon Musk, die op X beweerde dat de Britse overheid er te weinig tegen gedaan had en dat premier Keir Starmer „medeplichtig” was. Starmer was hoofdofficier van justitie in een deel van de jaren waarin de ophef over de bendes groot was, dat laatste was van eind jaren negentig tot 2014 ongeveer. Musk pleitte voor nieuw onderzoek en rechtse oppositiepartijen, de Conservatieve Partij en Reform UK, gingen daar graag in mee om de druk op de Labour-regering op te voeren.
‘Culturele drijfveren’
Uiteindelijk gaf Labour min of meer toe aan die druk. Er kwam geen overkoepelend landelijk onderzoek, maar de overheid stelde wel geld beschikbaar voor enkele nieuwe lokale onderzoeken en kondigde een „snelle doorlichting” aan van al bestaande informatie. Die zou dit voorjaar klaar moeten zijn; volgens de Britse minister van Binnenlandse Zaken wordt het een analyse van de „demografische gegevens van daders en slachtoffers” en van de „culturele drijfveren” van daders. Dit adresseert een onderbuikgevoel dat radicaal-rechts graag bij kiezers aanspreekt, namelijk dat het seksueel misbruik buitenproportioneel vaak zou worden gepleegd door inwoners met een migratieachtergrond en overwegend gericht was tegen witte Britse vrouwen.
De werkelijkheid is complexer. In enkele zaken werden weliswaar vooral Pakistaanse Britten veroordeeld, maar op grotere schaal zijn van zowel slachtoffers als daders weinig bruikbare data over etniciteit beschikbaar. Daardoor is het „onmogelijk om te weten of bepaalde etnische groepen oververtegenwoordigd zijn als daders in netwerken voor seksuele uitbuiting”, concludeerde een uitgebreid onafhankelijk onderzoek naar georganiseerde seksuele uitbuiting in 2022, waarin met duizenden slachtoffers van seksueel misbruik werd gesproken. Het rapport kwam tot stand onder leiding van kinderbeschermingsdeskundige Alexis Jay. Het verhaal dat daders specifiek witte slachtoffers uitzochten, was volgens Jay „een mythe”.
Het is waarschijnlijker dat heel andere factoren dan etnische achtergrond ervoor zorgden dat daders met elkaar en met hun slachtoffers in contact kwamen, zegt David Gadd, hoogleraar criminologie aan de Universiteit van Manchester. Hij deed onderzoek naar de ‘Aziatische grooming gangs’. Het misbruik gebeurde vooral in achtergestelde buurten van arme steden in het noorden van Engeland. Een gemeenschappelijke deler van daders was dat ze vaak ’s avonds laat of ’s nachts werkten, bijvoorbeeld als taxichauffeur of in kebabzaken: „Onze nachteconomie draait nu eenmaal grotendeels op mannen uit etnische minderheidsgroepen die vrij slecht verdienen.” Vaak worden zij buitengesloten van het ‘gewone’ nachtleven, door hun religie of doordat clubs en pubs discrimineren aan de deur.
De meisjes waren vaak al kwetsbaar en in beeld bij jeugdzorginstellingen. „Het waren kinderen die in zorgtehuizen zaten omdat ze eerder met misbruik te maken hadden gehad. Ze waren op zoek naar iemand die hen kon beschermen, of met wie ze een leuke tijd konden hebben”, zegt hoogleraar Gadd. „Zo kwamen ze in aanraking met oudere mannen. Ze gingen drank en drugs gebruiken, vertelden dat niet aan hun ouders of maatschappelijk werker en in die clandestiene context groeide hun afhankelijkheid.”
Uit het onderzoek van Alexis Jay, waar hij niet bij betrokken was, blijkt dit ook. Voor kinderen die in zorginstellingen woonden, was de kans op seksueel misbruik bijna vier keer zo groot. In totaal sprak de onderzoekscommissie van Jay met ongeveer 7.300 misbruikslachtoffers.
Het paraplubegrip ‘Aziatisch’ dat vaak gebruikt wordt om de netwerken te typeren, is problematisch, zegt Gadd. In het VK vallen inwoners uit het voormalige Zuid-Aziatisch koloniale gebied onder die definitie, zoals Indiërs, Pakistanen en Bengalen. De groep veroordeelden was veel diverser: er zaten ook Afghanen, Irakese Koerden en Oost-Europeanen tussen. „Het algemene publiek vindt het moeilijk om onderscheid te maken tussen een Iraniër, een Irakees en een Britse Pakistaan, maar dat betekent niet dat je dit probleem simpelweg kunt reduceren tot Pakistaanse mannen van de eerste of tweede generatie.”
Het lukte Gadd een handvol daders te interviewen. Zij ontkenden hun relaties met de meisjes niet, vertelt hij, en ook niet dat daar iets mis mee was. „Maar ze werden boos als ze als onderdeel van een etnische bende werden omschreven. Ze voelden zich gediscrimineerd.” De daders zagen zichzelf niet als onderdeel van zo’n georganiseerd netwerk en merkten op dat er gevaarlijker types in een groep, bijvoorbeeld bij iemand thuis, aanwezig waren dan zij. Sommigen handelden in drugs, anderen waren eenzame delinquenten die gescheiden leefden van hun gezin thuis, weer anderen waren flatgenoten van degenen die de meisjes meenamen.
Ondergoed en sigaretten
De groep verdachten in Rochdale rond de twee meisjes heeft veel weg van een ‘gemiddeld’ groomingnetwerk, zoals die ook in steden als Rotherham, Banbury en Telford bestonden, begin deze eeuw. Beide meisjes ontvingen al voordat ze in contact met de verdachten kwamen hulp van maatschappelijk werkers. Ze kregen ondergoed, sigaretten en andere spulletjes van in elk geval één van de verdachten. Hij had een kraam op de markt van Rochdale en stond daar bekend als The Knickerman. De andere verdachten werkten ook op die markt of hadden een baan als taxichauffeur.
In de rechtszaal zitten de verdachten achterin, met glas tussen hen en de advocaten en juryleden. Ze zitten niet vast en na de zittingen lopen ze naar buiten, vaak met hun capuchon ver over hun hoofd zodat fotografen hen niet herkenbaar in beeld kunnen brengen.
De tenlasteleggingen gaan over handelingen van twintig jaar geleden. „Geen zorgen, dit is geen geheugentest”, zegt de officier van justitie tegen getuigen die twijfelen over hun antwoorden. De zaak dient nu pas doordat de wachttijden bij rechtbanken in het VK lang zijn. En het rondkrijgen van de zaak kostte de politie veel tijd en uitzoekwerk: het was een dossier met aanvankelijk honderden verdachten. In andere steden moeten groomingzaken soms zelfs nog beginnen. In februari schafte de regering een verjaringstermijn af voor seksueel misbruik van kinderen, waardoor het aanklagen van daders, ook jaren na dato, makkelijker wordt.
In de beginjaren van het groomingschandaal was de vraag vooral of sprake was van een doofpot. Politie en sociale diensten waren bang voor racistisch te worden uitgemaakt als ze mannen met een migratieachtergrond zouden aanpakken, suggereerden enkele lokale onderzoeksrapporten. Dat gegeven haalden extreemrechtse groepen graag aan als bewijs van two tier policing: de politie zou met twee maten meten, te politiek correct zijn en migranten liever met rust laten dan hun misdaden aan te pakken. Elon Musk refereerde hier aan, hij noemde premier Keir Starmer „Two Tier Keir”.
Hoe bepalend was die angst voor racisme? Alexis Jay vond in 2022 geen bewijzen voor een doofpot. Wel bleek uit haar onderzoek dat de politie verklaringen van slachtoffers weinig serieus nam, omdat ze vaak probleemkinderen waren. Andere critici werpen tegen dat de Britse politie helemaal niet zo bang is om onderscheid te maken op basis van ras: agenten houden al decennialang inwoners van kleur vaker staande om te fouilleren en meerdere onderzoeken concludeerden dat racisme en discriminatie fundamentele problemen zijn bij de politie. Mede daardoor is het vertrouwen in de politie bij inwoners met een migratieachtergrond vaak laag en is het lastig voor agenten om informatie van hen te krijgen.
Campagnes
Intussen zijn veel gemeenten waar grooming gangs werden aangetroffen begonnen met bewustwordingscampagnes rond seksueel misbruik en zijn hulpverleners alerter. Regeringspartij Labour maakt werk van de aanbevelingen die hoogleraar Jay, al in 2022 deed, maar zijn blijven liggen onder de vorige, Conservatieve regering. Eén van haar belangrijkste aanbevelingen was om het verplicht te maken meldingen van misbruik van kinderen te behandelen. Zulke meldingen negeren wordt strafbaar, daarvoor komt Labour met een wetsvoorstel.
Uiteindelijk is armoedebestrijding onder kinderen van groot belang om dit soort misbruik tegen te gaan, zegt hoogleraar Gadd. In het VK leven relatief veel kinderen in armoede, wat hen vatbaarder maakt voor uitbuiting. En een cultuurverandering onder mannen, want de overgrote meerderheid van de daders is man, is cruciaal: „Zeker in de informele nachteconomie waar mannen aan transactionele verhoudingen gewend zijn. Ze verwachten een zoen of seks in ruil voor een lift, drank of wat drugs en staan er niet bij stil dat het moeilijk kan zijn voor meisjes om te weigeren. Hun beeld van wat instemming is, moet veranderen.”
Of je nou een specifiek verloopkabeltje moet hebben voor een microfoon, een professionele keyboardstandaard, een rookmachine of een banjo voor beginners: bij groothandel Bax Music kunnen alle soorten muziekliefhebbers terecht. Het is een soort Blokker van de muziekwereld. Niet alleen in de variëteit aan producten, ook in de voorlopige afloop: het Zeeuwse familiebedrijf vroeg vrijdag uitstel van betaling aan en dinsdagochtend kwam de klap: de rechtbank verklaarde de muziekketen failliet.
De webshop is inmiddels uit de lucht en vaste klanten stonden zaterdag voor een dicht hek voor de hoofdvestiging in Goes. Hoe kon het zo mislopen bij het eens zo populaire muziekbedrijf?
Twee broers
Bax Music komt van de broers Nathanael en Jochanan Bax. Met die laatste als directeur groeide het bedrijf sinds de oprichting in 2003 razendsnel uit tot een van de grootste online muziekgroothandels, met daarnaast zes vestigingen in Goes, Amsterdam, Rotterdam, Apeldoorn, Antwerpen en Brugge. Vooral de online verkoop van instrumenten en muziekapparatuur ging hard. Bax werd een van de marktleiders één van de grootste in de Benelux.
Vooral ‘gewone’ consumenten van muziekinstrumenten en -apparatuur kwamen snel uit bij de Bax-shop. Maar het Zeeuwse bedrijf was ook een belangrijke groothandel voor commerciële klanten. „Bax was voor ons de partij in Nederland als we verzoekjes kregen van bands voor materialen”, zegt Gijs van der Louw, hoofd artist handling van festival Paaspop en directeur van poppodium De Pul in Uden. „Dat gebeurt heel vaak: een band is op tour, er gaat een versterker kapot of ze hebben andere materialen nodig, dan regelen wij dat voor ze. En Bax was snel, niet al te duur en ze hadden alles.”
Een band is op tour, er gaat een versterker kapot of ze hebben andere materialen nodig, dan regelen wij dat voor ze
Het faillisement van Bax is geen groot probleem voor Paaspop, zegt Van der Louw, maar wel vervelend: „Dit was iets waar wij nooit over na hoefden te denken, en dat moet we nu wel. Alternatieven zoeken kan wel, maar dat is ingewikkelder. Want de een is gespecialiseerd in microfoons, de ander in apparatuur, de volgende in instrumenten. Dat zat bij Bax allemaal bij elkaar.”
Er zijn inderdaad meerdere muziekwebshops, zoals het Duitse Thomann – dat in Nederland bezorgt – en het Amsterdamse Dijkman Muziek. Maar Bax is „veruit de grootste”, zegt Dick van Berkum, directeur van Ampco Flashlight, die met name geluidsmixers aan Bax levert voor de verkoop. „Een belangrijke klant van ons valt nu mogelijk weg.”
Gerookte gitaren
Hoewel de omzet van Bax jarenlang stabiel bleef, meestal tussen de 100 en 150 miljoen euro, namen de schulden toe, mede door grote investeringen. In 2023, twintig jaar na de oprichting, bouwde het Zeeuwse familiebedrijf een extra magazijn in Goes om online verder te kunnen groeien. Maar in september van datzelfde jaar brak in de centrale opslag een grote brand uit. Zeker 2 miljoen euro aan gitaren ging verloren door rookschade, meldde het jaarverslag. Het totale verlies dat jaar: bijna 2,6 miljoen euro.
Bax Music had ook moeite met het terugbetalen van te veel uitgekeerde coronasteun. De coronatijd was vanwege de vele geannuleerde festivals sowieso een zware periode, zei directeur Jochanan eerder tegen de NOS. Bax moest overheidssteun van in totaal 3,8 miljoen euro in termijnen terugbetalen, maar het bedrijf kon de betalingsafspraken niet nakomen.
Dat het ook binnen het familiebedrijf niet helemaal lekker liep, bleek afgelopen januari. Directeur en Bax-broer Jochanan werd ontslagen door de rest van het bestuur, onder wie zijn broer Nathanael en schoonvader Hans van Deursen. Het zou gaan om een „verschil van inzicht op aandeelhoudersniveau”. Meer details gaf de familie niet.
Ook lag het bedrijf onder Jochanan al langer onder de loep van vakbond CNV. Bax is een van de „slechtste werkgevers”, beweerde een CNV-bestuurder tegen Provinciale Zeeuwse Courant. Personeelsleden zouden te weinig salaris krijgen of onbetaald moeten overwerken en Jochanan zou „regeren met een ijzeren vuist”. In een reactie op die beschuldigingen zei Bax’ nieuwe interim-bestuurder Ton Louwers daar niets van te weten. Het bedrijf zou „netjes doorgaan” na het vertrek van Jochanan.
Op dit moment werken bij Bax Music zo’n driehonderd werknemers. Zij kregen afgelopen maandag van het faillissement te horen. Het is niet bekend wat hun toekomst is. Er zouden zich meerdere overnamekandidaten hebben gemeld, volgens curator Folkert Hiemstra. Onder hen is ook oud-directeur en oprichter Jochanan.