Aangrijpend verslag over de jeugdzorg

Journalist Carla van der Wal spreekt José in een tijdelijk onderkomen in België. Ze leeft afgezonderd van de maatschappij, is verward en paranoïde. Een gesprek is nauwelijks mogelijk. Wanneer Carla en José op ruzie afkoersen, begin je je als luisteraar ongemakkelijk te voelen: mag je dit wel horen? Kan José nog wel toestemming geven voor deze opnamen? Dit ethische vraagstuk is onderdeel van De verloren zaak van José, een sterke productie met aangrijpende scènes, goede interviews en een bijzondere troef: hoofdpersoon José. Als meervoudig slachtoffer representeert zij een groter verhaal over misstanden bij de jeugdzorg. Als kind werd José uit huis geplaatst, jaren later wordt haar eigen baby van haar afgenomen. Ze heeft haar dochter nooit teruggezien en is twintig jaar later nog altijd naar haar op zoek. José’s tragische levensloop brengt de dramatische gevolgen van het ingrijpen door jeugdzorg gruwelijk dichtbij. Al lijkt Josés woede enigszins overgesprongen op de makers, die er op uit lijken te zijn om in dit verhaal een schuldige aan te wijzen en daarbij het perspectief van de betrokken instanties onvoldoende uitdiepen.


Verdwalen in Niemandsland

In de slotaflevering van Niemandsland beschrijft journalist Elsbeth Stoker het onderwerp van haar onderzoek als „een niet altijd even logisch bouwwerk, dicht geplamuurd met regels en wetten”. Na zes afleveringen begrijp je wat ze bedoelt. Niemandsland is een plek waar mensen met ernstige psychische problemen belanden – en verder aftakelen – wanneer elke vorm van hulp voor hen ontoereikend is. Onderzoeksrapporten over gewelddadige incidenten door verwarde personen stapelen op. Vaak waren ze bij instanties bekend, en zelfs aangemerkt als gevaarlijk. Hoe kan het dan toch zo ver komen? Die vraag wordt beantwoord vanuit verschillende perspectieven: hulpverleners, slachtoffers, familieleden, onderzoekers, psychiaters en ervaringsdeskundigen. Alle kanten worden belicht met empathie en journalistieke interesse. Daardoor is Niemandsland niet een podcast die een schuldige wil aanwijzen, maar die afgewogen oplossingen weet te bieden.


Is het einde van ‘Spoorloos’ ook het einde van een tv-tijdperk?

Een moeder en een dochter springen elkaar in de armen en kijken elkaar diep in de ogen. De tranen van de moeder lijken niet te stoppen, ze pakken elkaar nog steviger vast. De dochter aait met een brede glimlach over het hoofd van haar moeder. In deze aflevering uit 2001 heeft het tv-programma Spoorloos de biologische moeder van de 19-jarige Marthainès de Vries opgespoord. Maar wat bleek na 23 jaar: het is één groot toneelstuk. De zogenaamde moeder uit Colombia wist al die tijd dat De Vries niet haar dochter was.

Nadat De Vries in februari bekendmaakte dat zij door Spoorloos aan de verkeerde moeder was gekoppeld, besloot omroep KRO-NCRV definitief de stekker uit het hulpprogramma te trekken. Het besluit is genomen om te voorkomen dat de slachtoffers met het programma worden geconfronteerd. Sinds 1990 koppelde Spoorloos ruim achthonderd deelnemers aan hun biologische families.

De nu 43-jarige De Vries heeft haar echte moeder niet meer kunnen ontmoeten, omdat haar moeder in de tussentijd is overleden. Anderhalf jaar geleden werd ook al onthuld dat het programma geadopteerden die hun biologische ouders zochten, bij de verkeerde families bracht. Inmiddels zijn er al acht van dit soort mismatches bekend. Tot 2019 deed het programma geen standaard DNA-onderzoek. Een aantal slachtoffers stapte vorig jaar naar de rechter. Op 6 maart is de eerste hoorzitting waar getuigen worden gehoord, onder wie voormalig presentator van Spoorloos Derk Bolt, redactieleden en journalist Kees van der Spek: hij onthulde in 2022 een mismatch.

Lees ook

Eva Jinek moest huilen, en de kijkers ook; daar kon ‘Spoorloos’ niet tegenop

Jorah en John herenigd in de allerlaatste aflevering van Spoorloos.Beeld KRO-NCRV

Kort na het besluit van Spoorloos kondigde het tv-programma DNA Onbekend ook aan te stoppen. Volgens omroep AvroTros niet vanwege mismatches, maar omdat de tijden zijn veranderd en er veel mogelijkheden zijn voor mensen om zelf DNA-onderzoek te doen. In de laatste aflevering vragen twee zussen en een broer zich af of ze wel dezelfde vader hebben. Wat blijkt? Dankzij een snel en eenvoudig DNA-onderzoek krijgen ze te weten dat hun vader gewoon hun vader is.

Bijna iedere publieke omroep heeft een hulpprogramma. De EO lost familieruzies op tijdens Het Familiediner, MAX legt burenruzies voor aan De Rijdende Rechter, NTR stuurt jongeren die zijn vastgelopen in het schoolsysteem naar de Dream School en BNNVARA helpt tienermoeders in Vier Handen Op Eén Buik. Dit soort programma’s bieden meestal hulp aan kwetsbare mensen die radeloos zijn. Daarmee begeven ze zich in een grijs gebied: gaat het meer om de kijkcijfers dan om het maatschappelijk belang?

Romantisch beeld

Tien jaar geleden had Spoorloos nog zo’n twee miljoen kijkers. De laatste aflevering had minder dan een half miljoen kijkers. Volgens kijkcijferanalist Tina Nijkamp zijn hulpprogramma’s niet meer van deze tijd. „De redacteuren van Spoorloos moesten privédetectives zijn terwijl ze daarvoor helemaal niet zijn opgeleid. Ook dient het programma meer als amusement dan dat het bijdraagt aan informatie; zoiets past ook niet bij de publieke omroep”, zegt Nijkamp. Ze vraagt zich af waarom Spoorloos niet veel eerder de knoop heeft doorgehakt. Zeker omdat er al in 2022 een schandaal was en de kijkcijfers sindsdien drastisch terugliepen, zegt ze.

„Als de missie van Spoorloos daadwerkelijk was om mensen te verenigen dan is de abrupte stop niet goed doordacht. Dan zouden ze juist moeten doorgaan en hun methodiek aanpassen”, zegt Girma Segaar, extern strategisch adviseur bij INEA, het Nederlands expertisecentrum voor interlandelijke adoptie. Hij helpt bij het opzetten van duurzame zoekinfrastructuren in herkomstlanden.

Maar het vermengen van televisie en zoektochten brengt wel een fundamenteel belangenconflict met zich mee, vindt Segaar. Volgens hem kunnen geadopteerden namelijk lijden onder het romantische beeld van adoptie dat Spoorloos heeft gecreëerd. „Ze geven een ongenuanceerd beeld van adoptie en dat heeft negatieve effecten op het adoptie-landschap. Spoorloos schept het beeld dat er altijd een goed einde is met een match.” Het in beeld brengen van de zoektocht, met of zonder match, is daarom veel belangrijker, vindt hij.

Segaar: „Spoorloos zou meer moeten gaan over het opzetten van het zoekproces in plaats van het resultaat. Als ze de focus leggen op het stigma rondom adoptie, dan zou het geen probleem zijn als er niet zo veel matches uitkomen.” Ook vindt hij dat de missie van het programma nog niet is voltooid. „Als Spoorloos families in het buitenland wil herenigen, dan zou het uitzenden in Nederland weinig zinvol zijn. Het zou nuttig zijn om het programma op plekken waar de biologische families zich bevinden uit te zenden om meer mensen te bereiken.”

Sprankje hoop

Toen hij nog een kind was, gaf Spoorloos Segaar zelf „een sprankje hoop” om zijn biologische ouders te ontmoeten. In 2001 stuurde hij als 7-jarige meerdere brieven naar het programma met de vraag of ze zijn echte ouders kunnen vinden. „Helaas deden ze niet aan matches in Ethiopië”, zegt Segaar. Hij besloot in zijn tienerjaren – met steun van zijn Nederlandse adoptieouders – zelf op zoek te gaan. Via het Ethiopisch radioprogramma Fana dacht hij zijn moeder gevonden te hebben. Hem werd verteld dat ze was overleden en dit heeft hij veertien jaar lang gedacht. Na de mismatch besloot hij DNA-onderzoeken te doen en vond hij zijn echte moeder. Ze ontmoetten elkaar voor het eerst in 2022 in het Ethiopische tv-programma Kedame Kesat (Zaterdagmiddag).

Hulp zoeken bij een tv-programma is voor mensen vaak een laatste redmiddel. Wat familiehereniging betreft: zelf een DNA-onderzoek doen of via Facebook je potentiële moeder een berichtje sturen lijkt eenvoudig, zegt Segaar, maar dat is het niet. „Sociale media zijn enorm invasief voor de biologische familie. Het kan een negatieve impact hebben op de mogelijkheid om een gezonde relatie op te bouwen. De manier waarop ze worden gevonden en benaderd is heel belangrijk.”

Kijkcijferanalist Nijkamp ervaart soms plaatsvervangende schaamte bij mensen die meedoen aan hulpprogramma’s, vooral bij De Rijdende Rechter. Volgens haar zien mensen de consequenties niet van het openbaren van hun persoonlijke leed op tv, en zouden ze tegen zichzelf in bescherming genomen moeten worden. „De kandidaten zijn tegenwoordig makkelijk online terug te vinden”, zegt ze. „Vroeger bleef het bij een eenmalige uitzending, maar nu zijn de fragmenten van hun problemen op TikTok of YouTube te zien.” Nijkamp vindt dat mensen beter geholpen kunnen worden zonder dat er een camera op ze wordt gericht.


De game ‘Split Fiction’ is inventief, maar misschien net iets te pittig

„Wat gaat er nou mis aan jouw kant?” vraagt de beste vriendin van ondergetekende getergd. „Waarom gaan we nou continu dood?” Omdat er een krachtveld zit dat zij moet ‘openmaken’ met een goed gemikte bom, en die bom ontploft telkens te laat: het gat in het krachtveld is alweer half dicht voordat hoofdpersonage Mio ver genoeg van de glijbaan naar beneden is gegleden. Zoe, het personage momenteel in handen van de vriendin, moet haar schoten anders timen.

Vijfmaal sterven ik en mijn vriendin, Zoe en Mio, opnieuw. Steeds klapt iemand tegen dat verdomde krachtveld op. Net als eerder, toen Zoe een boom met inklappende bladeren moest draaien, en Mio continu fout sprong. Uiteindelijk prima op te lossen door deze twee geroutineerde gamers, maar langzaam dient de vraag zich aan: is deze game te moeilijk voor de doelgroep?

Hazelight Studios maakte de afgelopen tien jaar furore met verhalende games die samen met een andere speler gespeeld moeten worden. Een genre dat vóór Hazelight nauwelijks bestond. De grootste triomf van Hazelight tot nog toe is It Takes Two, dat in 2021 tot ieders verrassing de prijs voor Beste Game van het Jaar ontving tijdens de Game Awards, het jaarlijkse prijzengala van de game-industrie. Maar It Takes Two hield de moeilijkheidsgraad met opzet laag – zo konden ouders gemakkelijk met hun kinderen spelen, en volwassenen met hun niet-gamende geliefden.

Clichés

Hun nieuwe game Split Fiction lijkt daar minder mee bezig. Dat, terwijl de stijl van het verhaal nog altijd vrij Disney is: de personages zijn vlak, moeilijke problemen en zware situaties worden versimpeld gebracht, en voor de oudere gamer worden er (leuke, verrassende, dat wel) verwijzingen naar games van vroeger opgevoerd om het nog een beetje leuk te houden. De opgewekte Zoe en cynische Mio zijn schrijvers, die naar een technologiebedrijf worden gelokt met de belofte van een boekendeal. Het bedrijf heeft echter snode plannen: met een VR-simulatie wil het alle creatieve ideeën uit de hoofden van schrijvers stelen. Minder subtiel kun je deze metafoor voor AI eigenlijk niet brengen.

Zoe houdt van fantasy, Mio van sci-fi-actieverhalen. In de VR-simulatie zijn ze om beurts aan zet, waarbij alle fantasy- en sci-ficlichés voorbij komen. Zo vlieg je al schietend in een robotpak een verhaal van Mio door, terwijl Zoe toverstokjes en boommensen van stal haalt. Ondertussen zijn er ook kleine zijverhaaltjes, waarin je kort een verhaalidee van één van beiden verkent.

Split Fiction. Hazelight

Al het gemopper terzijde: alle gebieden zijn prachtig en kleurrijk vormgegeven, en over de variatie valt niks te klagen. Soms probeer je met zijn tweeën een tekening van een kat na te maken, dan race je achter elkaar door de lucht, of probeer je het juiste moment te vinden om bepaalde muren te verschuiven voor je medespeler. Elke uitdaging vereist goede samenwerking, of je nu samen op de bank zit of op afstand inbelt. Zo heb je fijne momenten, zelfs wanneer de game frustrerend wordt. Keihard zit je samen te lachen wanneer de een onbeholpen op haar bek gaat tijdens een moeilijke hindernisbaan met scherp getimede sprongen.

Toch blijft deze recensent twijfelen. Er sluipen gaandeweg slordigheden in dit ontwerp, waardoor puzzels zelfs voor twee volwassenen lastig te doorgronden worden. Tegelijkertijd gaat het kinderachtige verhaal knagen. Heeft Hazelight zich vertild? Ik kom er niet uit.


Blinde held herrijst met heilig vuur en bebloede vuisten in ‘Daredevil: Born Again’

Het bombastische Marvel-universum drijft op het eerste gezicht op titanen als Captain America, Iron Man en Thor. Maar sommige helden gedijen beter in de schaduw. Neem Daredevil. Hij was drie seizoenen het hoofdpersonage van een rauwe Netflix-serie (2015-2018) vol grof geweld dat niet naar kindvriendelijke normen gestileerd werd. Hij keert terug in de nieuwe serie Daredevil: Born Again, te zien op Disney+. En dat is precies op tijd. Het eens zo gouden Marvel Cinematic Universe (MCU) heeft namelijk flink wat van zijn glans verloren.

Disney heeft zichzelf nogal in een hoek geverfd met het zogenoemde multiverse, waarin personages en verhaallijnen van het MCU vertakken in oneindig veel variaties. Daardoor heeft het overkoepelende plot – voor zover het nog bestaat – inmiddels veel weg van een pan spaghetti. Dat werpt een barrière op voor de doorsnee kijker die niet zit te wachten op huiswerk om in te kunnen schakelen bij spandex-escapisme. Gelukkig gooit deze serie meteen de beuk erin.

Daredevil is een lokale superheld, en als menselijk vat van tegenstrijdigheden interessanter dan zijn bekendere collega’s. De advocaat Matt Murdock (Charlie Cox) houdt ‘s nachts als vigilante Daredevil het gajes van New York in toom. Hij is door een ongeluk in zijn jeugd blind geworden maar heeft er superscherpe zintuigen voor teruggekregen. Een geheime orde adopteerde Murdock om hem op te leiden als krijger om te dienen in een al eeuwenlang woedende strijd. Die heeft hij achter zich gelaten om zelf aan de slag te gaan: Murdock ‘ziet’enkel rode flitsen „A world on fire“, noemt hij het.

Lees ook

Marvel is het kwijt en marcheert met ‘Captain America’ het moeras in

Anthony Mackie is de nieuwe Captain America, in ‘Captain America: Brave New World’.

Maar wat hem drijft is een innerlijke furie die nauwelijk door zijn moraal in toom wordt gehouden. Voor de katholieke Murdock is moorden is een zonde maar tegenstanders tot pulp slaan niet. Hij „gelooft in genade maar ook in vergelding”. Dat werkt twee kanten op, want behalve betere reflexen en bijzondere zintuigen is Matt Murdock verder heel menselijk. Daredevil is de superheld met het meeste bloedverlies: hij strompelt vaak meer dood dan levend van gevecht naar gevecht. Wat hij mist aan superkrachten maakt hij meer dan goed met doorzettingsvermogen, hij staat altijd weer op om desnoods vijanden in zijn eigen bloed te laten verdrinken. Precies de man om Marvels vastgelopen superheldenmachine weer een beetje uit te deuken.

Vervolg

Daredevil: Born Again is een rechtstreeks vervolg op de eerste drie seizoenen van Daredevil die oorspronkelijk door Netflix werden uitgebracht. Daar was de serie een groot succes. Er volgenden meer series met ‘kleinere’ helden, waaronder Jessica Jones en Luke Cage. De overname van Marvel door Disney creëerde echter een juridische strijd met Netflix, waardoor het personage Daredevil twee jaar niet gebruikt mocht worden. Zo raakte het personage in limbo.

Het Daredevil vond afgelopen jaren voorzichtig zijn weg weer terug naar het MCU met bijrollen in de film Spider-Man: No Way Home (2021) en series als She-Hulk: Attorney at Law (2023) en Echo (2024). De productie van de nieuwe Daredevil-serie begon in 2023, maar een staking in Hollywood zorgde voor vertraging. In die tijd werd duidelijk dat het de ge filmde scènes niet werkten, vertelde hoofdrolspeler Charlie Cox tegen GQ. De bezem ging door het team, afleveringen werden herschreven en oorspronkelijke castleden uit de vorige reeks keerden terug. Cox: „Door een bizarre wending van het lot bleken de stakingen, die zo verschrikkelijk waren voor zoveel mensen in de industrie, uiteindelijk een zegen voor onze serie te zijn.”

Deborah Ann Woll en Charlie Cox.

Beeld Giovanni Rufino / Marvel

The Punisher

De sleutel tot Daredevil’s personage zit in zijn innerlijke strijd, die wordt versterkt door de schurken en antihelden waar hij het scherm mee deelt en waaraan hij zich spiegelt. Zo is Frank ‘The Punisher’ Castle weer terug, de mede-vigilantel. Maar zijn donkerste reflectie is Wilson ‘Kingpin’ Fisk, wiens bloeddorst van hetzelfde kaliber is als Murdocks furie. De boomlange topgangster Kingpin deinst er niet voor terug tegenstanders met zijn blote handen – of tussen een autodeur – af te maken. Ze zijn keerzijden van dezelfde medaille: Kingpin wil met ijzeren vuist de stad naar zijn hand kneden, Daredevil kopstoot terug.

In Born Again is Murdock aan het begin gestopt met zijn superheldenwerk. Tegenstander Fisk lijkt zijn criminele verleden achter zich te hebben gelaten: hij is de kersverse burgemeester van New York. Beide mannen slaan daarmee een pad in dat weg leidt van hun donkere aard en zo ontstaat iets van wederzijds begrip. Maar dit wankele bestand tussen een gekooide tornado en een slapende vulkaan kan natuurlijk niet eeuwig standhouden.

Meteen in de eerste tien minuten wordt duidelijk dat Born Again niet alleen de draad weer oppakt maar een stapje verder gaat. Een aanslag in een kroeg vloeit over in een bruut gevecht door het trappenhuis van een woonflat met een dramatische climax op het dak. De intensiteit en spanning zijn verfrissend in vergelijking met de bravere Marvel-titels. Daredevil heeft het zwalkende MCU hardhandig weer even met beide benen op de grond gezet.


The New Yorker bestaat 100 jaar: ‘Journalistiek is het hart, humor het bloed’

Tentoonstelling ‘A Centure of The New Yorker’ ter ere van het 100-jarig bestaan in New York
Foto China News Service

Op de cover van het allereerste nummer van The New Yorker, dat in februari 1925 uitkwam, prijkte een tekening van een ietwat vadsige dandy uit de negentiende eeuw, compleet met hoge zwarte hoed, die door een monocle een vlinder bestudeert. De jongeman straalt zelfgenoegzaamheid en superieure verveling uit. Honderd jaar later vormt Eustace Tilley, de naam die de dandy in latere jaren kreeg, nog altijd het logo van het blad – al spreekt men bij The New Yorker liever over ‘de mascotte’.

De huidige hoofdredacteur, de in 1998 aangetreden David Remnick, bekende onlangs in een tv-interview dat hij gemengde gevoelens heeft bij de mascotte. „Ik ben bang dat mensen Eustace zien als een teken van snobisme, of overmatige trots”, zei Remnick.

Adam Gopnik (68), die al sinds 1986 als schrijver aan The New Yorker is verbonden, begrijpt dat zijn hoofdredacteur zich daar zorgen over maakt, maar ziet er geen kwaad in. „Het was een ironische grap van een paar bijdehante Joodse New Yorkers over hoe ze wellicht zouden overkomen. Dat betekent niet dat ze zich identificeerden met Eustace.”

De bijdehante New Yorkers over wie Gopnik het heeft, waren de oprichters van het weekblad: hoofdredacteur Harold Ross en zijn vrouw, New York Times-verslaggever Jane Grant, geldschieter Raoul Fleischmann en art director Rea Irvin. Die laatste ontwierp niet alleen de mascotte, ook het lettertype dat nu nog wordt gebruikt, volgens Gopnik een „geniale daad”.

De eerste New Yorker was vooral een humoristisch blad, vol cartoons, satire, snedige cultuurkritieken en scandaleuze verhalen over de high society van Manhattan. Die elementen zijn nog altijd volop aanwezig in het blad, maar de mix is uitgebreid met serieuze journalistiek, essayistiek, fictie en poëzie. „Journalistiek is het hart, humor het bloed”, zegt Gopnik over de huidige New Yorker, die 1,2 miljoen betalende abonnees heeft.

De eerste cover van The New Yorker uit 1925
The New Yorker

Uilenhuizen

Voor The New Yorker is geen onderwerp te dol. Het tijdschrift staat bekend om lange, diepgravende verhalen, die net zo goed kunnen gaan over campagnefinanciering of kernwapens in Iran als over uilenhuizen, goochelen of mysterieuze sterfgevallen. Toch zijn het allemaal typische New Yorker-verhalen. Dat heeft te maken met het moeilijk te vertalen woord sensibility (‘gevoeligheid’ komt in de buurt), legt Gopnik uit. „Bij ons is een boekrecensie geschreven met een zekere humoristische, soms zelfs opgewekte toon. Daar hield zelfs iemand als John Updike zich aan, die in serieuze romans thema’s als overspel en de Amerikaanse arbeidersklasse behandelde. Humor is het fundament van het blad. We zijn ook het enige Angelsaksische blad waarin cartoons dominant zijn.”

En dan is er de stijl, vervolgt Gopnik. „In wetenschappelijke tijdschriften en bij opiniebladen gaat het vaak om het maken van een argument, terwijl we bij The New Yorker een reeks observaties geven.”

Zelf kreeg hij dat onder de knie door in zijn eerste jaren bij het blad verhalen te schrijven over het leven in New York in de rubriek The Talk of the Town. „Daar kan geen cursus creatief schrijven tegenop.” The New Yorker werkt sowieso met schrijvers die graag literaire middelen gebruiken, zegt Gopnik.

Een goed voorbeeld daarvan is het 30.000 woorden tellende verhaal Hiroshima van John Hersey, dat in 1946 in het blad verscheen. „Hersey schreef de ervaringen op van acht inwoners van Hiroshima tijdens en na de inslag van de Amerikaanse atoombom. Hij gebruikte een literair middel, het uitvergroten van de persoonlijke ervaring, om een onbeschrijflijke tragedie tastbaar te maken. Het stuk veranderde het denken over nucleaire wapens in de Verenigde Staten.”

Gopniks favoriete genre is het persoonlijke essay, waarvoor hij bij The New Yorker alle ruimte krijgt. Hij kiest schijnbaar onbeduidende gebeurtenissen uit zijn leven om een onderwerp aan te snijden dat hem interesseert. Zo beschreef hij in het geestige Driver’s Seat uit 2015 hoe hij op 55-jarige leeftijd alsnog zijn rijbewijs haalde. „Wat gebeurt er met ons als we leren en wat is de relatie met een leraar? Dat was het echte onderwerp van het stuk.”

Adam Gopnik
Foto Brigitte Lacomb

Factcheckers

Gevraagd of zijn voorliefde voor het persoonlijke essay ook een manier is om de gevreesde factcheckers van het blad te vermijden, zegt Gopnik: „Was het maar waar. Ik beschreef eens het American Museum of Natural History door de ogen van mijn kinderen. De factcheckers wilden het stuk pas publiceren als ze zelf met de kinderen hadden gesproken. Mijn dochter was zes en kreeg de vraag: was de coyote echt je favoriete dier?”

Tegenwoordig zijn de factcheckers van een ander slag, zegt Gopnik. „Toen ik begon waren het nog oudere mensen met een bibliothecaire achtergrond, tegenwoordig zijn het twintigers die gepromoveerd zijn in vergelijkende literatuurwetenschappen. Je voelt hoe ze met rollende ogen de domheid van de schrijvers aanschouwen.”

Ook inhoudelijk is het blad in de loop der jaren veranderd. „Onder de huidige hoofdredacteur zijn we politieker geworden en gedrevener door het nieuws”, zegt Gopnik. „Een goede keuze, gezien de tegenstellingen in het land.”

The New Yorker wordt in de VS gezien als links. Gopnik begrijpt dat, maar wijst erop dat het geen ideologisch blad is. „Tijdschriften als The New Republic of The Nation schrijven vaak ten faveure van de politiek van de Democraten. Dat doen wij niet. The New Yorker is een tijdschrift met ruimte voor liberaal humanisme. We benaderen de wereld vanuit tolerantie en humor, voor fanatisme en dogmatisme is geen plaats.”

Een van de journalistieke middelen die The New Yorker inzet bij het verslaan van politiek en actualiteit, is het profiel. Gopnik noemt het „rondhangjournalistiek (hangin around journalism)”: een verslaggever krijgt weken, soms zelfs maanden volop ruimte om zoveel mogelijk tijd met het onderwerp door te brengen. Hoofdredacteur Remnick deed dat in 2014 zelf met het verhaal On and off the road with Barack Obama. Volgens sommige critici gaf het profiel een beter inzicht in het denken van Obama dan diens eigen boeken.

Hemingway

Wellicht het spraakmakendste profiel dat het blad ooit publiceerde was niet over een politicus, maar over de schrijver Ernest Hemingway, dat Lilian Ross in 1950 publiceerde. Een dergelijk profiel was destijds een noviteit en critici spraken er schande van: Ross zou erop uit zijn geweest Hemingway belachelijk te maken. Wat anders kon de bedoeling zijn geweest van een fragment als dit, waarin Hemingway een riem kocht en de verkoper zei dat hij vermoedelijk maat 44 of 46 had:

„Wedden van niet?”, vroeg Hemingway. Hij pakte de hand van de verkoper en sloeg zichzelf ermee in zijn maag.

„Jee, hij heeft een harde buik”, zei de verkoper. Hij mat Hemingways taille. „Achtendertig!”, meldde hij. „Kleine taille voor uw maat. Doet u veel aan sport?”

Hemingway trok zijn schouders op, deed een boksbeweging, lachte en leek voor het eerst sinds we het hotel hadden verlaten blij.

„Wat de controverse jaren later nog altijd fascinerend maakt”, zegt Gopnik, „is dat Hemingway absoluut niet beledigd was door het profiel. Ross had opgeschreven wat hij zei en deed. Hij heeft ook nooit de nauwkeurigheid van haar verslaggeving in twijfel getrokken.”

Dan „Dat wil niet zeggen dat er geen vragen waren van de factcheckers.”


Een monster-game en een Nederlandse comedyserie over mannelijkheid: dit zijn de mediatips van het weekend

Gigantisch monsteravontuur

Het Japanse fenomeen Monster Hunter brak in 2018 internationaal door met Monster Hunter World, dat maar liefst 28 miljoen keer werd verkocht. Het nieuwe Wilds strijkt de ooit aparte gamereeks nog verder glad, om zo veel mogelijk nieuwe spelers te lokken. Waar je vroeger menu’s vol teksten moest lezen om de game te leren begrijpen, leert dit nieuwe deel je alles spelenderwijs terwijl een verhaal als in een avonturengame zich ontvouwt. De kern is verder hetzelfde: je jaagt op gigantische monsters, alleen of samen met andere spelers. Je krijgt betere uitrusting, maar je échte voortgang schuilt in je eigen vaardigheid. Hoe beter je in de game wordt, hoe beter je het tegen moeilijkere monsters kunt opnemen. Monsters die tientallen uren van je tijd kunnen opslokken in de laatste fase van het spel.

Getipt door: Bastiaan Vroegop

Worstelen met mannelijkheid

In de nieuwe Nederlandse Netflix-serie Haantjes spelen Jeroen Spitzenberger, Waldemar Torenstra, André Dongelmans en Benja Bruijning een viertal hechte vrienden die moeite hebben om zich aan te passen aan een veranderende wereld. Hoe moeten ze omgaan met hun mannelijkheid? En hoe moeten ze omgaan met hun geliefden en hun werk? „Heb je een lul, dan ben je de lul”, vat een van de personages het samen. Andere rollen zijn er voor onder anderen Jennifer Hoffman en Jelka van Houten. Haantjes is een comedy die werd geschreven door Richard Kemper (bekend van het cabaret- en muziekduo Veldhuis & Kemper) en Luuk van Bemmelen (De regels van Floor).

Getipt door: Thijs Schrik

Concerten op zondag

In het Zondagochtendconcert op radiozender NPO Klassiek presenteert Saskia Voorbach elke week rechtstreeks vanuit het Concertgebouw in Amsterdam toegankelijke klassieke muziek. Deze zondag is het Antwerp Symphony Orchestra te gast, met dirigent Ivor Bolton en sopraan Chen Reiss. Te horen zijn onder meer: de ouverture uit ‘La clemenza di Tito’ en ’Symfonie nr.41’ van Mozart. Later op zondag, vanaf 14.00, volgt het Zondagmiddagconcert, gepresenteerd door Selma van Dijk. We horen het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Philippe Herreweghe, met violiste Isabella Faust. Dit is een herhaling van het concert dat werd gegeven op 22 november 2018 in de grote zaal van het Concertgebouw. De luisteraar krijgt werk te horen van Schubert en Beethoven.

Getipt door: Vincent Bijlo

Nieuwe Tegenlicht-docu

Het programma Tegenlicht blijft dit jaar nog op tv en houdt dan, per 2026, op te bestaan. Elke eerste zondagavond van de maand is een documentaire te zien, maar de titel leeft ook online via een podcast en via met ‘meet-ups’ rond uitzendingen. Het programma stelt in de nieuwe uitzending de vraag: waarom kijkt de wereld weg als het over de mensenrechtenschendingen in Gaza gaat? Voor de aflevering ‘De kunst van het wegkijken’ volgde Tegenlicht een half jaar lang Nederlanders die zich uitspreken. Zoals rijksambtenaren die wekelijks protesteren en de consequenties hiervan aanvaarden – van ontslag en procesvoering tot de Hoge Raad aan toe. Met onder anderen Liesbeth Zegveld, Alma Mustafić, Berber van der Woude, Angélique Eijpe en Jan Pronk.

Getipt door: André Waardenburg


Gruwelijk geweld en meer: wat als jouw Instagram-algoritme op hol slaat?

„Ik zag een filmpje van een vrouw die naakt over straat aan het rennen was en schreeuwde om hulp. Eerst moest ik lachen, maar het bleek om beelden van sekshandel te gaan”, zegt Instagram-gebruiker Em Reijmer (24). „Ik zag een video van een man die helemaal kapot werd getrapt door een olifant”, zegt Joost Frijters (26). En Daniël Klok (31) windt er geen doekjes om: „Ik kreeg beelden van twee vrouwen die elkaar teringhard sloegen.” Alle drie waren ze woensdagavond aan het scrollen door het sociale media-platform Instagram. Ze werden overspoeld met extreem gruwelijke ‘reels’ (korte filmpjes). Er waren verkrachtingen en moorden te zien. Ze vroegen zich allemaal af wat er met hun algoritme aan de hand was.

Wereldwijd waren er urenlang ongecensureerde video’s te zien. Volgens techbedrijf Meta, het moederbedrijf van Instagram, Facebook en WhatsApp, was er een „technische fout” gemaakt die tot de verspreiding van verontrustende content heeft geleid. Zelfs een instelling in de applicatie die ervoor moet zorgen dat dit soort content gefilterd wordt deed het niet, aldus Instagram-gebruikers. Nadat de gebruikers het probleem op andere sociale media hadden gedeeld heeft Meta het probleem opgelost en excuses aangeboden voor de fout.

Het onverwachts voorgeschoteld krijgen van gruwelijke beelden zorgt voor een schrikeffect, zegt trauma-specialist Kaz de Jong. „Als je niet voorbereid bent, word je direct geconfronteerd met gevoelens van angst, walging en afschuw. Dat is niet gezond.” De Jong ondersteunt onder meer journalisten die voor hun werk naar oorlogsbeelden kijken. „Onverwachte, extreme beelden kunnen in het geheugen gegrift worden. Zo kan iemand het beeld herbeleven. Dat kan enorm destabiliserend zijn.”

Stoppen

Het incident volgt na de aankondiging in januari van topman Mark Zuckerbergs dat het het moderatiebeleid van Meta wordt aanpast. Het bedrijf wil naar eigen zeggen „censuur verminderen” en „vrije meningsuiting bevorderen”. Op de site van het bedrijf staat dat meer dan 15.000 moderatoren expliciete beelden beoordelen. Ook maken ze gebruik van interne technologie, waaronder kunstmatige intelligentie, om berichten met gevoelige inhoud te verwijderen. Het is vooralsnog niet bekend of het incident voortkwam uit een technische fout of dat het een menselijke ingreep was.

De Instagram-gebruikers die NRC sprak, viel het op dat dezelfde filmpjes die ze te zien kregen door accounts van echte mensen waren geplaatst. Volgens hen waren het geen botaccounts. Ook waren de mensen die reageerden in de comments net zo verbaasd als zijzelf. „Als die shit niet constant wordt gemodereerd, dan ga ik overwegen die hele app eruit te knallen”, zegt Klok.

Lees ook

Weg van TikTok, X of Insta – waar kun je heen?

Weg van TikTok, X of Insta  - waar  kun je heen?

Het eerste filmpje met „buitensporig” geweld zag hij om zes uur in de avond. Rond die tijd zijn veel kinderen nog niet naar bed. De kans bestaat dus dat zij de gruwelijke beelden ook hebben gezien. De Jong heeft advies voor ouders: „Ga met je kind in gesprek als die iets heftigs heeft gezien. Plaats de desbetreffende beelden in een breder perspectief. Zeg dat oorlog slecht is en dat het mensen kapot maakt. Maar vertel ook dat mensen het overleven en er sterker uitkomen. Zo leer je ook waar je kind precies bang of angstig voor is. Straf je kind vooral niet als ze zulke beelden op hun scherm hebben gezien. De kans bestaat dan dat ze er de volgende niet over vertellen.”

Foto Camiel Mudde

Verdoofd

Reijmer zat rond één uur ‘s nachts te scrollen door diens persoonlijke ‘reels-pagina’. „Een paar dagen eerder zag ik hetzelfde filmpje, waarin mensen op elkaar aan het schieten waren.” Het deed Reijmer niet zo veel. „Ik schrok van mijn eigen reactie. Het voelde alsof ik verdoofd raakte om mezelf te beschermen.” Joost had precies hetzelfde reactie. Hij zag ook filmpjes van liquidaties. „Op een gegeven moment vroeg ik me af waarom ik nog aan het scrollen was.” De beelden maakten hem juist nieuwsgierig. Volgens hem hadden de beelden minder impact op hem dan beelden in het journaal. „Op Instagram zie je tussendoor nog memes om je gedachten af te leiden.”

Traumaspecialist De Jong noemt de aanslag op de Twin Towers in New York als voorbeeld. De mensen die destijds voortdurend naar de televisie aan het kijken waren zijn getraumatiseerd geraakt op basis van beelden van de ramp. Dit terwijl ze er zelf niet bij waren. „Een posttraumatische stressstoornis kan dus ook ontstaan door filmpjes en verhalen. Dit komt doordat mensen een intens inlevingsvermogen hebben.”

Volgens De Jong is het daarom belangrijk om van tevoren altijd een waarschuwing te geven voor extreme beelden. „Dan zijn mensen voorbereid en hebben ze zichzelf gewapend.” Volgens hem laat het Instagram-incident zien hoe essentieel het is dat er moderatoren en filters zijn. Een tip die De Jong geeft aan professionals die dagelijks nare beelden bekijken, kan ook voor anderen werken: „Zet in de avond je telefoon uit en kijk naar Bambi of een vergelijkbare film. Zo neem je jezelf in bescherming.”


Podimo wil hét platform zijn voor podcasts: ‘We richten ons volledig op lokale content’

Amper vijf jaar na zijn lancering heeft het Deense mediabedrijf Podimo een belangrijke mijlpaal bereikt: 1 miljoen betalende luisteraars. Het onderstreept de snelle internationale groei van het bedrijf, dat behalve in Denemarken ook podcasts en audioboeken aanbiedt in Duitsland, Nederland, Noorwegen, Finland, Spanje en Mexico. Het bereiken van 1 miljoen betalende luisteraars bewijst volgens directeur Morten Strunge de kracht van Podimo’s lokale aanpak. „Door te investeren in lokale content en in de relatie met lokale makers creëren we een uniek platform”, zegt hij in een interview met NRC.

Nederland speelt een belangrijke rol in de groeistrategie van Podimo. Het bedrijf nam de afgelopen jaren de Nederlandse podcastbedrijven Dag en Nacht Media en Tonny Media over, waardoor het nu een grote speler is op de Nederlandse markt (hoeveel luisteraars ze precies hebben in Nederland wil Strunge niet zeggen). Ze bieden podcasts aan van populaire makers als presentator Jort Kelder (De Snobcast), columnist Sander Schimmelpenninck (De Zelfspodcast), influencer Monica Geuze (Geuze en Gorgels), en het media- en techduo Alexander Klöpping en Ernst-Jan Pfauth (POM).

Dit soort podcasts, die grotendeels draaien om de persoonlijkheid van de makers, zijn onontbeerlijk voor Podimo’s groei, zegt Strunge (38) via een videoverbinding vanuit het hoofdkantoor in Kopenhagen. „Makers die al een naam en een publiek hebben opgebouwd op sociale media, zijn een belangrijke motor voor onze groei. Als ze een show lanceren, dan brengen ze veel nieuwe luisteraars naar ons platform. Maar je hebt wel een stabiel aanbod van hoge kwaliteit content nodig, anders behoud je die luisteraars niet. Ons groeivliegwiel is dus in hoge mate creatief .”

Maar hoe haal je mensen over om te betalen als er ook zo veel podcasts gratis te beluisteren zijn? Makers raken vaak luisteraars kwijt als hun content achter een betaalmuur verdwijnt. Dat ziet Strunge ook. Daarom heeft Podimo een model ontwikkeld om luisteraars geleidelijk richting een abonnement te dirigeren. „We zagen dat dit in Nederland goed werkte met de content van Dag en Nacht Media en Tonny Media. We zorgden dat die breed beschikbaar was op mondiale platforms als Spotify, Apple, en YouTube, zodat het makkelijker was om een ​​publiek te vinden en op te bouwen voordat we ze verleiden tot een abonnement.”

U gaat prat op de lokale aanpak van Podimo. Wat behelst die precies?

„Mensen luisteren liever naar podcasts in hun eigen taal. Dat komt niet door een gebrek aan Engelstalige content. Integendeel, die is binnen handbereik. Maar veel mensen luisteren nu eenmaal liever naar podcasts in hun eigen taal. Enerzijds worden er meer onderwerpen besproken die relevant voor hen zijn. Maar het is ook een intiemere luisterervaring. Dus richten we ons volledig op lokale content.”

„Op die manier kunnen we ons ook onderscheiden van platforms als Spotify en Apple, die eveneens (gratis) podcasts aanbieden en een wereldwijd bereik hebben. Maar die staan veel verder af van de podcastmakers, terwijl wij in elke markt een studio hebben en samenwerken met lokale makers. We praten met ze, we maken samen content, en we bewerken en vermarkten die ook. We hebben een volledig pakket aan diensten op lokaal niveau.”

„Podimo kan niet profiteren van Engelstalige content die in alle markten aftrek vindt. Maar we zien wel steeds vaker dat vertaalde content ook in andere landen aanslaat. Gescripte content, zoals Deense true crime podcasts, kunnen we bijvoorbeeld één op één vertalen. Een andere manier om de grens over te gaan, is door het ontwikkelen van succesvolle formats die we in andere landen kunnen kopiëren. Zoals Endemol deed met het format van het tv-programma Big Brother. Dus er zijn zeker mogelijkheden tot schaalvergroting. Maar een deel van onze content zal alleen beschikbaar zijn in Denemarken of in Nederland.”

Om vanuit Denemarken uit te breiden naar andere Scandinavische landen, Nederland en Duitsland klinkt logisch. Maar waarom koos u voor Spanje en Latijns-Amerika?

„Onze uitbreiding naar Spanje was erg gedreven door kansen op de markt. Want de consumptie van podcasts is de afgelopen jaren geëxplodeerd in Spanje. In Mexico ligt het aantal mensen dat podcasts luistert zelfs nog hoger (36 miljoen in 2024). De bereidheid om te betalen is duidelijk lager in Spanje en Mexico vergeleken met Noord-Europese markten, maar daar staat de omvang van het publiek tegenover. Met Spaanstalige content kun je in principe een groot deel van Latijns-Amerika bereiken.”

„Vanuit Spanje was het logisch om naar Mexico te gaan vanwege de schaalvoordelen wat betreft content, distributie, partnerschap, en mediaovereenkomsten. We werken in Spanje samen met mediabedrijf Grupo Prisa, dat ook actief is in Latijns-Amerika. We zien we nu al dat 40 procent van onze nieuwe abonnees in Mexico woont. Dat biedt op de langere termijn wellicht ook mogelijkheden om voet aan de grond te krijgen in de VS.”

Podimo werkt in Spanje samen met een groot mediabedrijf. Hoe ziet dat partnerschap er precies uit? En hoe zit het met samenwerkingen in andere landen?

„Grupo Prisa is eigenaar van de landelijke krant El Pais en El Pais Audio, het grootste radiostation, en een van de grootste podcasts en eigenaren van intellectueel eigendom in Spanje. We produceren samen content, en we bundelen onze producten. Als je een abonnement neemt op El Pais, krijg je tegen een gereduceerde prijs ook toegang tot Podimo. En je kunt op Podimo naar de podcasts van El Pais luisteren zonder advertenties. Het is dus een partnerschap met meerdere lagen, dat we elders hopen te kopiëren.”

„In Denemarken werken we samen met TV2, het grootste tv-netwerk, waarmee we samen een dagelijks nieuwsformat en andere shows produceren . Ook op Nederlandse markt zien we kansen in samenwerking met mediabedrijven die al journalistieke content maken en daarmee een groot publiek bereiken. Dat is belangrijk voor ons omdat we content willen produceren met dezelfde frequentie als andere media. Daartegenover staat dat Podimo die mediabedrijven helpt om hun journalistieke content te verspreiden onder een groter publiek en te zorgen dat ze er ook geld aan kunnen verdienen.”

Moeten we de overname van het Nederlandse Tonny Media, mede opgericht door Sander Schimmelpenninck, ook in dit licht zien?

„Tonny Media heeft een geweldig team dat in korte tijd veel heeft bereikt. En het bedrijf past goed bij de andere productiestudio’s van Podimo. Sommige zijn meer gericht op documentaires. Tonny Media maakt vooral podcasts die draaien om de persoonlijkheid van de maker. Je kunt ons vergelijken met een platenlabel zoals Universal Music, waar sublabels onder hangen die zich richten op diverse soorten muziek. We willen een thuishaven zijn voor alle makers, daarom hebben we verschillende podcaststudio’s.”

„Door de overname van Dag en Nacht Media en Tonny Media hebben we een grotere schaal, waardoor het voor adverteerders aantrekkelijker wordt om met ons samen te werken. Wij denken dat dit de grootste horde is die we als modern mediabedrijf moeten nemen. Als we willen concurreren met radio en televisie dan hebben we een groot bereik nodig. Als het makkelijker wordt om aanzienlijke advertentiebudgetten te distribueren, dan zijn we een aantrekkelijkere partner voor adverteerders en reclamebureaus.”

Hoe staat de advertentiemarkt voor podcasts er eigenlijk voor?

„De advertentiemarkt voor podcasts groeit op dit moment snel. We verdienen in Nederland ongeveer evenveel aan advertenties als aan abonnementen. Onze verwachting is dat de groei op beide fronten de komende tijd doorzet. Advertentie-inkomsten hebben veel te maken met schaal. En we zien dat adverteerders meer prioriteit beginnen te geven aan middelgrote mediabedrijven. Dus daar valt nog veel groei te behalen. Met ons model laten we zien dat we zowel onze inkomsten uit abonnementen als onze advertentie-inkomsten kunnen laten groeien. Hierdoor zorgen we voor een gezond ecosysteem waar uiteindelijk de hele sector van profiteert.”


Magistraal verteld verhaal over een dramatische Poolse familiegeschiedenis

Onlangs werd de Vlaamse journalist Evelien Rutten door de Stichting Verhalende Journalistiek benoemd tot Meesterverteller. Terecht. Roadtrip naar Auschwitz is een magistraal verteld verhaal over een dramatische Poolse familiegeschiedenis. Rutten stapte daarvoor in de auto en vroeg haar tienerdochter Hera en de zussen van haar overleden Poolse moeder – tante Misha en tante Wanda – om haar te vergezellen. De grootouders van Rutten zaten in een concentratiekamp, maar bouwden uiteindelijk na de Tweede Wereldoorlog een schijnbaar normaal bestaan op in België.

Het verhaal ontvouwt zich op de plekken die de vier op hun roadtrip aandoen, maar ook vanuit archieven, dagboeken van de moeder van Rutten én tijdens intieme gesprekken die de drie generaties in de auto met elkaar voeren. In een goede familieroman voel je dat de specifieke lotgevallen waarover je leest, staan voor iets veel groters. Zo ook in de vertelling van Rutten. Al vanaf de eerste scène, een gesprekje tussen Rutten en Hera over wat ‘babcia’ (oma) en ‘dziadzia’ (opa) betekenen, is duidelijk dat je als luisteraar in goede handen bent.