Is het verstandig om op je werk altijd open, eerlijk en transparant te zijn? Wat zegt onderzoek?
De voordelen
Authenticiteit, openheid, eerlijkheid, verbinding en vertrouwen. In Nederlandse bedrijven kom je deze woorden overal tegen. In plannen, rapporten, presentaties en op posters aan de muur. We geloven dat openheid en eerlijkheid leiden tot betere onderlinge relaties, dat we ons hierdoor ook psychologisch veiliger gaan voelen. Dat maakt ons werk leuker, maar we worden ook creatiever en innovatiever en dat is goed voor de effectiviteit en de efficiëntie. Volgens onderzoekers zijn transparantie, openheid en eerlijkheid ook op een andere manier belangrijk. Ze ondersteunen andere belangrijke principes, zoals gelijkheid of veiligheid. Wanneer informatie niet open en eerlijk wordt gedeeld in een werkomgeving, is het moeilijk om handen en voeten te geven aan dit soort waarden.
De nadelen
Maar soms is het slimmer om je mond te houden. Het is niet nuttig om vlak voor een beoordelingsgesprek je manager even te vertellen wat je écht van hem vindt. En je deelt niet je hartsgeheimen met een collega die bekendstaat als roddelziek. Ook onderzoeker en schrijver Brené Brown, bekend van bestsellers als De kracht van kwetsbaarheid, vindt dat geen goed idee. Ze adviseert juist vooraf goed na te denken over de vraag bij wie je je ideeën en verhalen kwijt kunt. Een teveel aan transparantie leidt ook tot hele praktische beperkingen in de werkomgeving. Zo blijkt uit onderzoek dat medewerkers vaak allerlei handigheidjes ontwikkelen om hun werk sneller of beter te doen. Maar wanneer de manager meekijken, werken ze liever volgens het boekje.
Een verstandige balans
Onderzoeker Ethan Bernstein dook een aantal jaren geleden in de voors en tegens van openheid op de werkvloer. Volgens hem is er sprake van een paradox. Transparantie bieden kan ervoor zorgen dat collega’s hun verantwoordelijkheid nemen en beter samenwerken. Maar kan er ook toe leiden dat ze bang worden af te wijken en nieuwe dingen te proberen.
Bernstein adviseert transparantie en privacy op een verstandige manier te combineren. Drie tips op basis van zijn werk.
Plaats een privacyhek om je team. Spreek af dat je binnen je team transparant bent over je werk. En eventueel ook over wat er privé speelt. Maar spreek ook af dat die informatie altijd binnen het team blijft.
Maak een strikte scheiding tussen informatie die wordt gebruikt om personen te beoordelen en informatie die wordt gedeeld om het werk te verbeteren. Bewaar de tweede categorie informatie bijvoorbeeld niet, of alleen anoniem. Anders vergroot je de kans dat mensen fouten en problemen onder de pet houden.
Creëer ruimte om te leren en te experimenteren. Spreek bijvoorbeeld een budget of een periode af waarbinnen mensen met vallen en opstaan nieuwe dingen kunnen ontdekken, zonder dat de bedrijfsleiding toeziet op de opbrengsten.
Ben Tiggelaar schrijft wekelijks over persoonlijk leiderschap, werk en management.
Als ik wist welk zegenrijk effect het boek Speel met je kat van Mikel Maria Delgado op mijn nachtrust zou hebben, en al binnen een paar dagen, had ik niet zo lang gewacht met lezen (het kwam in september uit). Maar ik zat het natuurlijk uit te stellen uit schuldgevoel. Ik speelde niet genoeg meer met mijn kater van vier, dat wist ik best, en ik had geen zin om een boek lang met mijn neus op dat feit gedrukt te worden. De kater in kwestie wilde gewoon ook niet zo makkelijk meer ‘aan’, zoals wij dat thuis noemen: in totale jachtmodus, alle spieren gespannen, superfocus op de speelgoedprooi.
Als kitten vond hij niks leuker dan achter balletjes aan rennen, rondsjouwen met een groter knuffelbeest dan hijzelf was, of een houten wasknijper het hele huis doormeppen en die daarna ondersteboven liggend afkluiven („worshipping the wasknijper”, zeiden we dan). Maar reeds één, twee jaar later rolde hij nog net niet met zijn ogen als wij ons weer eens voor de kat zijn viool stonden uit te sloven met balletjes of zo’n speciale kattenhengel-met-speeltje-eraan.
„Kittens hebben nog een houding van: als iets speelgoed kán zijn, moet ik het als speelgoed beschouwen”, zegt kattengedragsexpert Delgado daarover aan de telefoon. „Volwassen katten zijn niet meer zo open-minded. Die denken eerder: als het niet eens beweegt als een prooi, waarom zou ik dan moeite doen? Veel katteneigenaars denken dan: hij reageert niet, hij speelt niet meer. Maar in feite betekent het dat je meer je best moet doen.”
Dat is dan ook haar missie: ze wil mensen inspireren met hun kat te blijven spelen, ook als die ouder wordt. Dat is goed voor de kat, alleen de lichaamsbeweging al: huiskatten neigen nogal eens naar vadsigheid. En het is in het algemeen goed voor dieren, vertelt Delgado, om ‘soortspecifiek gedrag’ te kunnen vertonen, zoals jagen dat voor katten is. „Spelen geeft katten de ervaring van jagen, zonder muizen of vogels te doden. Katten die niet spelen, komen tekort.”
Vechten en onzindelijkheid
Delgado doet onderzoek naar onder meer stress bij katten, mens-kat-interactie en de ontwikkeling van te vroeg van de moeder gescheiden kittens. Daarnaast geeft ze als kattengedragsconsulent advies bij gedragsproblemen als vechten en onzindelijkheid. Haar bedrijf Feline Minds zit in Californië, maar sinds de coronapandemie is ze met videogesprekken gaan werken. Dat bleek heel handig: reizen is niet meer nodig en de kat met problemen, indien bang of verlegen, hoeft zich niet voor vreemd bezoek te verstoppen. Bovendien kan ze nu klanten over de hele wereld helpen.
Haar carrière is niet in een rechte lijn verlopen, vertelt ze. „Ik hou al sinds mijn kindertijd van katten, ze zijn prachtig en fascinerend en… zacht. Maar ik wilde nooit dierenarts worden of zo, ik had geen katgerelateerde carrièredoelen. Ik heb de universiteit voortijdig verlaten om basgitaar in punkbandjes te gaan spelen en bij een natuurvoedingscoöperatie te gaan werken. Maar toen ging een van mijn katten dood.” Ze was zo verdrietig dat een vriend zei: je moet vrijwilligerswerk in een dierenasiel gaan doen. Anderhalf jaar later had ze er een baan.
Asiels zijn stressvol voor katten, dus er was een richtlijn om katten te laten wennen en te laten ontspannen. Daarnaast zagen de asielmedewerkers hoe belangrijk het was dat mensen hun kat bij problemen niet meteen naar het asiel zouden brengen. „Dus we hielpen ook mensen om hun kat beter te leren begrijpen. Er waren toen nog niet echt opleidingen voor, maar het personeel had veel ervaring, we lazen veel en deden workshops.”
Foto Thomas Nondh Jansen
In 2008, toen Delgado 36 was, ging ze terug naar de universiteit, psychologie studeren. Ze specialiseerde zich vervolgens in kattengedrag. Maar in het asiel had ze al ontdekt hoe goed spelen kan zijn voor katten: hoe het verlegen katten uit hun schulp haalt en zelfvertrouwen geeft, hoe het gefrustreerde katten helpt energie kwijt te raken, en hoe het katten aan mensen helpt wennen, ook katten die zich niet graag laten knuffelen of aaien. Hetzelfde geldt voor katten thuis, zegt ze: „Zelfs een paar minuten spelen per dag kan al heel veel opleveren voor de kat, én het verbetert de relatie met de eigenaar.”
Lang niet elke katteneigenaar speelt dagelijks met zijn kat, zeker niet met zijn volwassen kat. Zijn al die katten dan diep ongelukkig? „Nou, veel katten hebben wel gedragsproblemen”, zegt Delgado. „Dat weten we uit onderzoek onder eigenaars. Ik word vaak gebeld door mensen omdat hun katten met elkaar vechten. En wat mensen ook heel vervelend vinden is litter box avoidance.” Naast de kattenbak poepen of plassen. „Maar het kan ook problematisch zijn als de kat zich altijd verstopt. Dat valt minder op; mensen kunnen denken dat dat gewoon bij de kat hoort, maar het kan een teken zijn dat de kat zich niet prettig voelt, of zich op zijn minst verveelt.” Ook dan helpt spelen.
Delgado beschrijft in haar boek hoe spelen met je kat therapeutisch werkt bij probleemgedrag, bij bijten, krabben, angst en stress. En ik bleef extra lang hangen bij de volgende zin: „Ik heb veel mensen gesproken die letterlijk moesten huilen vanwege het slaaptekort dat werd veroorzaakt doordat hun kat hen om vier uur ’s nachts besprong of de hele nacht om eten bedelde.”
‘Probleemgedrag’, dat had mijn kater niet, echt niet; althans, zo zag ik dat niet. Maar hij maakte me wel elke nacht wakker. Als kitten was hij half zo klein als zijn broers (daarom wilde verder niemand hem hebben). Toen hij eenmaal bij ons woonde, wilde ik dat hij goed at. En het liefst at hij als ik naast hem zat. Dus ja: als hij mij om vier uur ’s nachts wakker maakte, ging ik braaf slaapdronken naast hem zitten, dan at hij wat brokjes die er nog lagen, en daarna gingen we weer slapen. Na bijna vier jaar wilde ik best van die gewoonte af, maar de kater bleef ’s nachts om mijn aandacht mauwen. Ook wilde hij trouwens om half zes alweer ontbijten. Dan moet je gewoon de slaapkamerdeur dichtdoen, zeiden mensen in mijn omgeving die duidelijk geen idee hebben hoeveel herrie een kat dán weet te maken.
Ja, lach maar.
Niet meteen laten ontbijten
Maar Speel met je kat beschrijft precies wat ik moest doen. De kater overdag ‘actiever houden’ (spelen!), zéker vlak voor het slapengaan een speelsessie houden, daarna een van de grootste maaltijden van de dag geven, en hem de volgende ochtend niet meteen bij het opstaan zijn ontbijt geven, maar bijvoorbeeld eerst even rustig koffie gaan zetten, zodat hij leert wachten. En, ook belangrijk: ’s nachts elk gemauw totaal negeren.
Dat pikt hij nooit, dacht ik, want de kater is een gewoontedier. en hij loopt graag totaal over ons heen, overdag vooral figuurlijk en ’s nachts ook letterlijk. Maar binnen twee nachten sliep ik door, iets wat ik alleen nog van vakantie kende. En dat met een paar vaste speelmomenten per dag: ’s ochtends tussen het eerste en het tweede ontbijt, ’s middags aan het eind van de werkdag, en ’s avonds vlak voor bedtijd. „Het veranderen van het gedrag van een kat is veel gemakkelijker dan het veranderen van dat van de eigenaar”, schrijft Delgado. Ik had geen idee.
Foto Thomas Nondh Jansen
Wat natuurlijk wel een puntje was: hoe kreeg ik de kater dan aan het spelen? Hoe kreeg ik hem weer áán? Want het enige wat nog weleens werkte, was het laserlampje, een omstreden type kattenspeelgoed. Het kan katten frustreren omdat ze het nooit vangen en je mag het sowieso niet in hun ogen schijnen. „Ik ben er niet tegen”, zegt Delgado, „maar je moet het voorzichtig gebruiken. Misschien beginnen met het laserlampje en daarna overgaan op een ander speelgoedje. Of na het lampje iets lekkers door de kamer gooien zodat ze dát kunnen vangen.”
Maar eigenlijk vindt Delgado het lampje iets voor „luie of vermoeide” mensen. Eigenlijk, vindt ze, moet je gewoon wat meer proberen, verschillende soorten speelgoed afwisselen. Want weliswaar zijn katten gewoontedieren, „maar ze zouden ook niet steeds opnieuw dezelfde vogel vangen”. Dus, zegt ze: boots prooigedrag na: beweeg speeltjes als een vogel, muis of insect – en raak nooit de kat aan met het speeltje. Ritsel met een stokje onder een groot stuk papier. Zet dozen neer waarachter de kat zich kan verstoppen. Laat een speelgoedje half verdwijnen in een of ander kiertje of gaatje. Gooi eens een sperzieboon onder een kast. En: doe niks anders tegelijkertijd. Leg je telefoon weg, richt je alleen op je kat. Spelen met je kat als mindfulness? „Dichter bij mediteren ben ik inderdaad nooit gekomen”, zegt Delgado daarop.
Wachten
Verder moet je beseffen, zegt Delgado, dat jagen, en dus ook spelen, grotendeels bestaat uit wachten. Geef dus niet te snel op. „Mensen denken bij een spelende kat vaak aan grote sprongen en salto’s en keihard heen en weer rennen, maar jagen bestaat voornamelijk uit sluipen, in hinderlaag liggen en kijken. Soms is dat al spel genoeg.”
Dus dat mag mijn kater ook doen, tijdens een speelsessie. En hij mag ook best met het lampje spelen, want dat vindt hij mekkerenswaardig spannend, en hij krijgt altijd een snoepje of wat eten als beloning. De hengel met het speeltje eraan vindt hij nog steeds oninteressant, maar als er een druif door de kamer rolt en onder een stuk karton verdwijnt, wordt hij helemaal wild. Een grote papieren zak zonder hengsels, met een gat erin waarvan uit hij andere speeltjes kan belagen, vindt hij ook fantastisch.
Drie keer per dag spelen en elke speelsessie minstens drie keer ergens naar slaan, dat moet de kater nu bij ons thuis. Soms kijkt hij me wel even aan met een blik van ‘waarom moet ik ineens werken voor mijn eten’, maar dan leg ik gewoon uit dat we dat allemaal moeten.
En niet alleen slaap ik nu hele nachten door, als ik thuiswerk komt hij ook luid miauwend aankondigen wanneer de werkdag voorbij moet zijn. Speeltijd! Het komt dan weleens voor dat hij om vier uur al om mijn aandacht komt vragen – maar in elk geval niet meer om vier uur ’s nachts.
Volgens onderzoek keken Nederlanders in 2024 voor het eerst meer naar streamingdiensten dan naar lineaire televisiezenders. Tegelijkertijd begonnen streamers zich meer te gedragen als traditionele zenders door zich te richten op live uitgezonden programmering. Zo pakte HBO Max uit tijdens de Olympische Spelen en wist Netflix een megahype te creëren met een bokswedstrijd tussen Mike Tyson en Jake Paul. Die partij was, mild uitgedrukt, een sof.
Gelukkig is Netflix nog steeds best goed in wat het moet doen: series maken. Zo maakte Baby Reindeer veel los, ook door een nieuw debat op gang te brengen over de spagaat die gemaakt moet worden bij het creëren van series op basis van waargebeurde verhalen. Ondertussen had Nederland een uitstekend seriejaar met mooie producties. Ook series die de lijst niet hebben gehaald, zoals De Ring, Nemesis en De Toeslagenaffaire, zijn de moeite waard. De opmars van streaming heeft spelers als de NPO en RTL (Videoland) vooralsnog vooral sterker gemaakt.
Thijs Schrik
20. Máxima (Videoland)
Vermakelijk Nederlands antwoord op The Crown. De Argentijnse actrice Delfina Chaves stapt overtuigend in de rol van Máxima Zorreguieta.
Lees ook
Het leven van Máxima, nu als serie: ‘We maken een echt mens van haar’
19. True Detective: Night Country (HBO Max)
De zware-misdaadserie True Detective verplaatst zich naar het hoge noorden van Alaska, waar de zon nooit opkomt en zowel slachtoffer als dader bevriezen op de eindeloze ijsvlakten. De mystieke sfeer komt als vanzelf, fascinerend, gevolgd door boeiende trauma’s en gebroken levens.
Lees ook
In Alaska beleeft occulte politieserie ‘True Detective’ beste seizoen
18. Ronja de roversdochter (Netflix)
Deze serieversie van Astrid Lindgrens jeugdboek over een superstoer meisje zit vol spanning en avontuur.
Lees ook
Ronja de roversdochter is terug in nieuwe Netflix-serie
17. 3 Body Problem (Netflix)
Knappe bewerking van een uiterst complexe Chinese sciencefiction-boekenreeks over een buitenaardse dreiging. 3 Body Problem neemt een aantal sprongen die in de verkeerde handen belachelijk zouden kunnen aanvoelen, maar makers David Benioff, D. B. Weiss en Alexander Woo weten de balans te vinden. Visueel ook sterk.
Lees ook
Serie ‘3 Body Problem’: een slimme verfilming van een complex verhaal
16. Rivals (Disney+)
Rivals speelt zich af tijdens de begintijd van de Britse commerciële televisie in de jaren tachtig, maar de media-industrie is slechts achtergrond. Het gaat vooral om seks en bedrog in de Britse upper class en bij de aanhangende parvenu’s.
Lees ook
Seks en bedrog in serie over Britse upper class in de jaren tachtig
15. Disclaimer (Apple TV+)
Cate Blanchett speelt een zelfgenoegzame topjournalist die ten val komt. Disclaimer draait meer om zelfbedrog dan om bedrog, om middenklasse-rancune tegen de elite en om de macht van seksistische verzinsels. Melodramatisch. Oogstrelend. Spannend.
Lees ook
Serie van beeldtovenaar Alfonso Cuarón slalomt op smakelijke wijze van genre naar genre
14. Slow Horses S4 (Apple TV+)
Sardonische komedie en meeslepende spionagethriller over een Britse MI5-afdeling voor mislukte geheim agenten. Gary Oldman speelt hun groezelige, blaffende baas met een verleden.
Lees ook
De buitenbeentjes van ‘Slow Horses’ worden steeds populairder
13. Lady in the Lake (Apple TV+)
Vernuftige, surrealistische cultuurgeschiedenis vermomd als whodunit over twee vrouwen wier levens elkaar kruisen: een Joodse huisvrouw die misdaadverslaggever wordt, en een zwarte vrouw die werkt als levende etalagepop en als boekhouder van een gokbaas.
Lees ook
Seriedebuut Natalie Portman is slimme televisie op z’n best
12. Best Interests (NPO)
Een Brits echtpaar krijgt van een arts te horen dat hun ernstig zieke dochter niet meer te redden is. De man denkt dat de arts gelijk heeft, de vrouw wil de behandeling voortzetten. Het uitgangspunt van Best Interests zou kunnen leiden tot een melodramatisch huilfestijn waarin de kwestie wordt gereduceerd tot ‘goede’ kant tegen ‘slechte’ kant. De serie pakt het realistischer aan.
Lees ook
Ouders staan voor onmogelijke keuze in ontroerende serie ‘Best Interests’
11. Mr. & Mrs. Smith (Prime Video)
Humor, actie en relatietherapie in een frisse nieuwe versie van de gelijknamige speelfilm uit 2005. Donald Glover en Maya Erskine spelen een spionnenstel dat onmogelijke missies moet doen voor een mysterieuze organisatie. Alles is goed uitgewerkt in deze serie, maar het is de chemie tussen de hoofdrolspelers die het een topserie maakt.
Lees ook
Een heerlijke nieuwe ‘Mr. & Mrs. Smith’
10. Say Nothing (Disney+)
Het verhaal van de opkomst van twee zussen in de IRA ten tijde van de Troubles, de Noord-Ierse burgeroorlog. IJzersterke serie die verpletterend duidelijk maakt wat jarenlange strijd en geweld met de mens kan doen.
Lees ook
‘Say Nothing’ is een verpletterende serie over de ‘Troubles’
9. The Bear seizoen 3 (Disney+)
Wat doe je als het restaurant gered is en de nieuwe lijn voor de toekomst is bepaald? Chef-kok Carmy en zijn keukenfamilie weten het ook niet meer. In dit wat trage derde seizoen van de met Emmy’s overladen dramaserie vliegt iedereen uit de bocht, als een auto-ongeluk in slow motion.
Lees ook
Een mooi én lastig seizoen van ‘The Bear’
8. The Sixth Commandment (NPO)
Integer gemaakte miniserie vertelt het waargebeurde verhaal van een charmante twintiger die twee gepensioneerde Britten verleidt om hem hun enige erfgenaam te maken, met het plan ze te vermoorden. De serie volgt de slachtoffers, hun familie en de mensen die hard werkten om de dader te vervolgen.
Anke Meijer: In andere handen was The Sixth Commandment waarschijnlijk een stuk sensationeler geworden. Maar dit true crime-drama over twee oudere mensen die verleid, misleid en gedood werden door een jonge man met wie ze een romantische relatie hadden, is juist vreselijk integer. Schrijver Sarah Phelps legt alle focus op de slachtoffers, die ze schetst als intelligente, humorvolle mensen die tegelijkertijd zo eenzaam zijn dat ze alle waarschuwingssignalen negeren. Aangrijpend, met prachtig acteerwerk van Timothy Spall en Anne Reid.
Lees ook
‘The Sixth Commandment’: een indrukwekkende miniserie over zachtaardige mensen en een sluwe moordenaar
7. Een van ons (Canal+)
Donker boerendrama over de verkrachting en moord van een dorpsmeisje in het hoge Noorden. Gebaseerd op de moord op Marianne Vaatstra in 1999, maar verder zelf ingevuld. We volgen vooral twee gezinnen: dat van de dader en dat van het slachtoffer.
Wilfred Takken: Dit was een opmerkelijk goed jaar voor de Nederlandse serie, met De Joodse Raad, Bodem en het slot van Mocro Maffia. Een van Ons – gebaseerd op de zaak van Marianne Vaatstra – kreeg minder aandacht, mede omdat de serie op het weinig bekende Canal+ verscheen. De aandacht ging vooral uit naar de weerzin van Vaatstra’s familie jegens de serie. Maar het was wel degelijk een aangrijpende nordic noir, die blootlegde hoe complotdenkers en racisten de moordzaak kaapten en asielzoekers als zondebok werden aangewezen. Terwijl het grootste kwaad ongestoord onder ons leeft.
Lees ook
Nabestaanden Marianne Vaatstra boos over serie
6. Industry seizoen 3 (HBO Max)
Dé serie voor mensen die de moderne klassieker Succession missen. Industry, een serie over een investeringsbank in Londen, bereikte een nog hoger niveau in het derde seizoen. Een cynische serie over een cynische wereld. Maar wel zeer onderhoudend.
Lees ook
‘In de financiële wereld kom je hogerop met slecht gedrag’, zegt schrijver van HBO-serie Industry
5. Baby Reindeer (Netflix)
Een serie die wereldwijd allerlei maatschappelijke discussies op gang bracht. Baby Reindeer gaat in eerste instantie over een worstelende komiek die gestalkt wordt. Daarbij worden allerlei heikele onderwerpen aangestipt, waaronder manipulatie en misbruik. Maker en hoofdrolspeler Richard Gadd doet dat zonder voor goedkope sensatie te kiezen.
Lees ook
‘Baby Reindeer’ is een briljante en belangrijke serie (●●●●●)
4. Bodem (NPO)
Eva Crutzen deed alles zelf in deze Nederlandse dertigerscomedy over een brokkenpiloot à la Fleabag. Het hilarische, licht surrealistisch verslag over haar chaotische leven krijgt langzaam een donkere ondertoon – haar hele gezin is na een tragisch ongeval niet in staat om door te leven.
Lees ook
Eva Crutzens serie ‘Bodem’ is hilarisch hartverscheurend
3. Shogun (Disney+)
Indrukwekkende nieuwe verfilming van het beroemde boek. Geweldig acteerwerk van onder meer Hiroyuki Sanada en een intrigerende setting: het Japan van de 17de eeuw op de rand van een burgeroorlog. Dat de serie een recordaantal van 18 Emmy Awards won, zegt ook veel.
Lees ook
Epische serie ‘Shogun’ biedt een nieuwe blik op beroemd verhaal
2. De Joodse Raad (NPO)
Aangrijpend Nederlands drama brengt je midden in de Joodse gemeenschap in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. David Cohen, voorzitter van de Joodse Raad, beweegt mee met de nazi’s om erger te voorkomen. Zijn dochter kiest voor het verzet.
Lees ook
Televisieserie ‘De Joodse Raad’ laat zien: zowel gehoorzaamheid als verzet leidden in de oorlog tot duivelse dilemma’s
1. Ripley (Netflix)
Het klonk vooraf niet erg spannend: een nieuwe versie van The Talented Mr. Ripley. Schrijver en regisseur Steven Zaillian maakte van een bekend gegeven echter iets heel bijzonders: een wonderschone en tegelijkertijd huiveringwekkend serie, gefilmd in prachtig, helder zwart-wit.
Thijs Schrik: Misschien is het toepasselijk dat de beste serie van het jaar over een genadeloze manipulator gaat. De waarheid lijkt er voor veel machthebbers niet meer toe te doen. Een levenshouding die oplichter en psychopaat Tom Ripley tot het extreme doorvoert. Het personage, bekend uit de boeken van Patricia Highsmith en meerdere verfilmingen, wordt in deze serie subtiel beangstigend neergezet door hoofdrolspeler Andrew Scott. Zijn Ripley heeft geen sympathieke kant, maar toch wil je hem volgen. Erg knap.
Moeder: „Mijn zoons (10 en 13) zijn sociaal tegenover anderen, maar gunnen elkaar niks. Het komt meer bij de oudste vandaan. Toen ze klein waren, vond hij de jongste schattig, maar dat veranderde toen die meer zijn plek ging innemen. De oudste zegt dingen als: ‘Dat kan jij helemaal niet, ‘Nu gaat-ie weer huilen hoor!, ‘Wat doet hij weer kinderachtig.’ De jongste vindt het erg dat de oudste het nooit voor hem opneemt. Als hij bij het spelen met zijn vriendjes ruzie krijgt, kiest de oudste voor de tegenpartij. De oudste reageert laconiek als mijn man en ik hem vragen hoe hij dit zelf zou vinden. Hij zegt dan: ‘Hij deed ook stom,’ of ‘Hij begon’. Hij maakt de jongste in gezelschap ook belachelijk. De jongste is gevoeliger en voelt zich afgewezen. Hij reageert daar weer op door zijn broer niks te gunnen. Hoe ga ik hiermee om?”
Naam is bij de redactie bekend. Deze rubriek is anoniem, omdat moeilijkheden in de opvoeding gevoelig liggen. Wilt u een dilemma in de opvoeding voorleggen? Stuur uw vraag of reacties naar [email protected]
Onderzoek doen
Sheila van Berkel: „Het is normaal dat er enige rivaliteit of competitie is tussen kinderen in een gezin. Die conflicten nemen in de puberteit vaak toe. Maar hier lijkt het patroon hardnekkiger, en lijkt het wat meer vanuit de oudste te komen.
„Er is een onderscheid tussen constructieve en destructieve conflicten. De eerste worden uiteindelijk min of meer naar ieders tevredenheid opgelost. Er ontstaat meer begrip voor elkaar. De tweede beschadigen de relatie. We weten dat kinderen die te maken hebben met pestgedrag van broers en/of zussen, gevoelens van angst en depressie kunnen ontwikkelen.
„Goed om op onderzoek te gaan. Wat gebeurt hier nou precies, hoe reageren de jongens op elkaar en op welke momenten? Is het een kwestie van verschillende karakters, op een tijdstip dat ze hongerig en moe zijn? Laat ze dan elkaar wat ontwijken. Zoek naar momenten waarop het wel goed gaat en probeer deze te stimuleren.
„Overleg met vader wat jullie echt niet accepteren, en bespreek dat gezamenlijk met de jongens. Het leeftijdsverschil kan ook maken dat ze andere dingen leuk vinden of gedrag van de ander irritant vinden. Dit kan met de jongens besproken worden om ze meer begrip voor elkaar te laten krijgen.”
Standvastig zijn
Marleen Overgaag: „Bespreek met vader welk gedrag jullie echt onacceptabel vinden. Bijvoorbeeld dat de oudste de jongste belachelijk maakt. Of dingen zegt als: ‘Nu gaat-ie weer huilen.’
„Vertel dat samen met vader aan uw oudste. Vraag hem: ‘Je hebt je broertje gekwetst, hoe ga je dat goedmaken?’ Laat het hem zelf bedenken, dan komt het van binnenuit en is het niet opgelegd. Kom er de dag daarna op terug als hij er niets mee gedaan heeft. En de dag erna opnieuw. Dit is een kwestie van lange adem.
„Mocht het inderdaad steeds opnieuw gebeuren, zeg dan tegen uw oudste: ‘Wij verwachten een oplossing van jou. Wat zijn jouw ideeën?’ Blijf zelf stil, laat uw zoon nadenken.
„Blijf standvastig, en houd geduld. Kinderen zijn niet gewend zelf de verantwoordelijkheid te krijgen voor het oplossen van conflicten, dat heeft tijd nodig. Bespreek ook met uw jongste wat hij kan doen op dat soort momenten.
„Investeer uitbundig in de gezelligheid in uw gezin. Bijvoorbeeld samen naar een sportwedstrijd, op zondagavond pizza-avond, samen bespreken wat leuk was aan het weekend. Creëer ook positieve momenten tussen de jongens samen: bijvoorbeeld: ik heb wat lekkers voor jullie gehaald, ga even naar een film kijken samen.”
Marleen Overgaag is orthopedagoog en systeemtherapeut bij Mevrouw Maan. Sheila van Berkel promoveerde als orthopedagoog op de relatie tussen broers en zussen aan de Universiteit Leiden. Ze schreef Broertjes & zusjes: zo stimuleer je een warme band tussen je kinderen.
Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement.
Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.
Hoe zou het zijn om een octopus te zijn? Nou, misschien wel zoals in bordspel Kelp. Voortdurend op je hoede, op zoek naar wat veiligheid tussen wier en water, loerend op een kans.
Het prachtige Kelp, voor twee spelers, speelt zich af in de betoverende kelpwouden bij de Stormkaap in Zuid-Afrika, de plek waar Netflix-documentaire My Octopus Teacher gefilmd is. De twee wonderlijke wezens die het tegen elkaar opnemen zijn ook bekenden uit de documentaire: de listige octopus in de ene hoek en de agressieve pyjamahaai in de andere.
Bijzonder aan Kelp is dat dat de octopusspeler en de haaienspeler ieder een totaal ander spelletje spelen, met eigen regels en speldynamieken. De haai grabbelt en rolt met dobbelstenen uit een zakje, terwijl de octopus kaarten trekt en speelt.
Werkt dat? Ja, wonderlijk goed. Op het bord ontstaat als vanzelf een dynamiek tussen prooi en roofdier. Als octopus voel je je daadwerkelijk opgejaagd. Aan het begin van het spel verberg je het octopusblokje tussen blokken met schelpen. De haaienspeler kan niet zien waar je bent, maar toch voel je je kwetsbaar. Als de haai het juiste blokje aanvalt, kan het meteen over zijn.
Tegelijkertijd heb je als octopus een doos vol sluwe trucs tot je beschikking. Je kan blokjes onthullen, verbergen en weer omwisselen. Als een achtarmige balletje-balletjespeler hussel je voortdurend informatie door elkaar. En er zit ontwikkeling in je spel: door nieuwe kaarten met nieuwe krachten aan te schaffen kun je je nóg beter verstoppen en nog beter vluchten.
De haaienspeler plant niet ver vooruit, maar omarmt het moment. Wat je in een beurt kan doen, hangt af van het type dobbelstenen dat je uit een stoffen zakje grabbelt. En pas als je de dobbelstenen hebt gerold, weet je hoe je hoe ver je kan zwemmen, waar je je haaiensnuit in kan steken en óf je kan toeslaan.
Het kan als haaienspeler voelen alsof je overgeleverd bent aan geluk. Maar er zijn genoeg manieren om het geluk naar je hand te zetten, bijvoorbeeld door de samenstelling van dobbelstenen in het dobbelzakje aan te passen. Lukraak toeslaan en blokjes aanvallen is niet verstandig. Als je mist, neemt je honger toe en kom je dichter bij verlies. Maar ja. Als je wél het juiste blokje omtikt, heb je bijna zeker gewonnen. Die spanning tussen alles-of-niets, tussen toeslaan of wachten, tussen vluchten of bluffen, maakt dat Kelp ook elk moment voelt als een strijd op leven op dood.
Alles klopt aan Kelp. De prachtige tekeningen, het ritme, de spelduur. Hebben we thuis een uurtje over? Dan spelen we Kelp.
Veel mensen hebben wel eens gehoord van het ‘Peter Principle’. Dat luidt ongeveer als volgt: in een hiërarchische organisatie kunnen medewerkers opklimmen zolang ze goed presteren. Dat gaat door totdat ze een niveau bereiken waar ze de competenties eigenlijk niet voor hebben. Net één promotie te veel dus. Gevolg: veel hogere posities worden bekleed door incapabele mensen. En hun falen wordt opgevangen door de collega’s die nog niet aan hun plafond zitten. Saillant: onderzoek laat zien dat het Peterprincipe echt bestaat, maar vooral opgaat voor mannen.
Peterprincipe én Paulaprincipe
Het Peterprincipe werd in 1969 gelanceerd door de Canadese onderwijspsycholoog Laurence J. Peter en co-auteur Raymond Hull in een satirisch bedoeld boek. Het leidde tot brede herkenning én wetenschappelijke support. Economen van de University of Minnesota onderzochten bijvoorbeeld de promoties van ruim 1.500 verkopers van 2005 tot en met 2011. Conclusie: goed scorende verkopers werden veelal middelmatige verkoopmanagers. In 2018 stelde beleidsonderzoeker en auteur Tom Schuller het Paulaprincipe tegenover het Peterprincipe: vrouwen werken in veel gevallen juist beneden hun competentieniveau. Schuller laat zien dat in de meeste OESO-landen vrouwen gemiddeld hoger opgeleid zijn dan mannen, maar achterlopen qua promoties en salaris. Oorzaken zijn onder meer: discriminatie, het gegeven dat vrouwen meer zorgtaken op zich nemen, maar ook onderschatting van de eigen capaciteiten.
Mannelijke hubris
Dat laatste punt raakt aan de kern van het Peterprincipe. Voor een promotie zijn tenslotte twee partijen nodig. Werkgever en werknemer moet beiden verwachten dat zo’n stapje hoger een succes wordt. En mannen blijken dat eerder te geloven dan vrouwen. Onderzoekers noemen dat het ‘male hubris, female humility’-probleem. Mannen scoren bijvoorbeeld ook doorgaans lager op een IQ-test dan ze zelf hadden verwacht. En vrouwen juist hoger. Terwijl psychologisch onderzoek intussen laat zien dat mannen en vrouwen niet verschillen qua intelligentie. Een gerelateerd fenomeen volgens de Harvard Business Review: vrouwen nemen de eisen die aan een sollicitant worden gesteld heel serieus. Mannen nemen die met een korreltje zout.
Waar mannen écht beter in zijn
Dus? Mannen blijken gewillige slachtoffers van het Peterprincipe. Als ze kans maken op een promotie, veronderstellen ze doorgaans dat dit terecht is. Dit ijzeren geloof in eigen kunnen heeft ook nadelen. Sinds 1998 worden jaarlijks de Darwin Awards uitgereikt aan mensen die door bijzonder stom gedrag om het leven zijn gekomen. Volgens de initiatiefnemers van deze zwart humoristisch bedoelde awards bewijzen ze daarmee de menselijke evolutie een dienst. In een van de kerstnummers van het British Medical Journal, traditioneel gewijd aan onderzoek met een knipoog, constateerden onderzoekers dat de Darwin Award in overweldigende mate – 88,7 procent – wordt gewonnen door mannen. Wat nog eens onderstreept dat mannen in één ding écht bewezen heel veel beter zijn dan vrouwen: zelfoverschatting.
Ben Tiggelaar schrijft wekelijks over persoonlijk leiderschap, werk en management.
In het najaar zijn veel agenda’s tot de nok toe gevuld met teamuitjes, vergaderingen, oudergesprekken of deadlines. Als je op het einde van de dag de regenbroek uitgeput van je afpelt, brengt een ding soelaas: soep. Van een dampende kom bospaddestoelenbouillon tot een romige uiensoep: zes troostrijke recepten van Janneke Vreugdenhil op een rij.
1De (bijna) allesgenezende kippensoep
Niets zo troostend als zelfgemaakte kippensoep. En zeker nu het kwakkelseizoen is begonnen, en iedereen om je heen snottert en niest, zal je immuunsysteem je danken voor dit gerecht. Tip van Janneke? Een klein scheutje appelazijn helpt om nuttige mineralen uit de botten te trekken.
Lees ook
Het beste wapen tegen een verkoudheid
2Deze uiensoep is het perfecte excuus voor een huilbui
Janneke had het weekje wel: een begrafenis, een wortelkanaalbehandeling, een zoon met buikgriep. En dan is er ook nog eens niets in huis. Nou ja, er is natuurlijk nooit écht niets in huis. Een stapel uien en een oud stokbrood tover je om in een gratinée Lyonnaise; het snijden van de uienringen biedt tevens het ideale moment voor een bevrijdende huilbui na een moeilijke dag.
Lees ook
Huilen tijdens het uien snijden kan best aangenaam zijn
3De herfst vangen in een paddestoelenbouillon
Het moment dat de teenslippers worden omgeruild voor sokken, is ook het moment om de herfstige keuken te omarmen. Pompoenen, jee! Paddestoelen, jee! Deze paddestoelenbouillon laat zich probleemloos in grotere hoeveelheden maken en invriezen. Zo heb je de hele winter ook nog iets om naar uit te kijken.
Lees ook
Meteen goed met de herfst beginnen
4Alle verwelkte groenten zijn welkom in de no-waste-soep
Wat te doen met die slappe bleekselderij of onthoofde broccolistam op de bodem van de groentela? Geen zorgen, verpieterde groenten krijgen dankbaar een tweede leven in Janneke’s no-waste-soep. Lelijk blad of bruine plekken kunnen gewoon worden weggesneden. Met een beetje tijd en goede garnering (denk: croutons, verse kruiden, alfalfa of tuinkers) staat er zo een voedzame soep op tafel.
Lees ook
Niets eetbaars weggooien is altijd een goede zaak
5Een frisse wandeling met linzensoep to go
De beste metgezel voor een lange wandeling of fietstocht is een rugzak die rijkelijk is gevuld met proviand. Deze linzensoep met kokosmelk en warme specerijen maakt elke tocht aangenamer en laat zich goed vervoeren in een thermoskan. Janneke geeft ook nog een extra recept voor zonnige wortel-geitenkaasmuffins: die kunnen zó mee in je knapzak!
Lees ook
Proviand voor buiten
6Niet ingewikkeld: Japanse noedelsoep voor beginners
Ramen is buitengewoon bevredigend en het is ook nog eens een behoorlijk vergevingsgezind recept, volgens Janneke. Een noedelsoepje valt makkelijk te upgraden met een stukje gember, een scheut mirin en dito sojasaus. Met een gekookt eitje, blokjes tofu of gepocheerde kip maak je er een volwaardige maaltijd van.
Lees ook
Op ramen raak je nooit uitgekeken
Drie tips De ideale soep
Bewaar je groenteresten, maak bouillon Afgedankte groenteschillen krijgen een tweede leven in een bouillon. Denk aan: uienschillen, wortelloof, selderijbladeren, gemberhuid, de kontjes van een lenteui, de bovenkant van de prei, een verlept zakje kruiden, maar ook de korst van een Parmezaanse kaas. Bewaar ze in een ziplock-tas in de vriezer. Als je genoeg bevroren resten hebt, zet je ze in een pan water op het vuur met een goede hoeveelheid zout. Laat het een halfuurtje pruttelen, giet het af door een fijne zeef, en een heerlijke bouillon blijft over.
Roosteren geeft meer smaak Voor een soep vol smaak is het een goed idee om eerst de oven aan te zetten. Door de groenten of het vlees te roosteren, met wat olie, zout en kruiden, gaan ze karamelliseren. Na een halfuurtje kunnen ze in de pan, met wat bouillon en je favoriete smaakmakers. De diepere smaak is de kleine tijdsinvestering meer dan waard.
Goede garnering is het halve werk Een deel van de charme van de soep zit hem in de garnering, tipt Janneke. Dat mag natuurlijk een ouderwetse crouton zijn, en een scheut goede olijfolie. Maar het kan origineler, denk aan: knapperige korreltjes rauwe bloemkool, pittigzoete, gefruite uien en frisse, romige kokosyoghurt.
<dmt-util-bar article="4867267" headline="Herfst! Zes soeprecepten van Janneke Vreugdenhil ” url=”https://www.nrc.nl/nieuws/2024/10/01/de-lekkerste-soepen-van-janneke-vreugdenhil-a4867267″>
N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Luister naar
25:12
Stressgids Stress raakt iedereen. Kortdurende spanning is gezond, maar chronische stress kan volledig ontregelend zijn. Wat gebeurt er eigenlijk bij stress? Waardoor ontspoort het soms? En werkt mediteren écht tegen stress?
Stel, je hebt twee deadlines, een zieke partner en een veeleisende familie. Al dagen voel je je gejaagd, moe, je slaapt slecht. En dan begint óók ineens het dak te lekken. Stress treft ons allemaal in mindere of meerdere mate op verschillende momenten in ons leven. Soms is het ‘gezonde’ stress: het duwtje in de rug dat je nodig hebt om te doen wat je moet doen. Maar soms wordt het ‘giftige’ stress – stress die je langere tijd in zijn greep houdt.
Maar hoe werkt stress eigenlijk? Wat is precies het verschil tussen ‘gezond’ en ‘giftig’? Wat doet stress met je lijf, en hoe kan je stress weer verminderen? In deze gids zetten we de belangrijkste vragen over stress op een rij.
1Wat is stress?
Waarom voelen we stress?
Een stressreactie is heel normaal, en wordt door de meeste diersoorten ervaren. Kortgezegd: stress helpt ons om bedreigende situaties snel het hoofd te bieden. Het is een manier om je lijf klaar te maken om snel te handelen.
De stressrespons is daarmee onderdeel van een complex biologisch systeem dat erop is gericht om dieren aan te sporen dingen die schadelijk of dodelijk zijn te bestrijden of vermijden en om fijne dingen die helpen te overleven en voort te planten juist op te zoeken.
Wat is een gezonde stressrespons?
Komen we in een acute stressvolle situatie terecht, dan maken de bijnieren direct het stresshormoon adrenaline aan, en niet lang daarna ook een tweede stresshormoon, cortisol. Deze stofjes zorgen ervoor dat je snel in staat van paraatheid raakt: je hart pompt sneller, je spieren krijgen meer energie, je longen nemen meer zuurstof op, je pupillen verwijden en je alertheid, focus en reactievermogen nemen toe. Bovendien slaat je brein deze reactie als herinnering goed op – zo weet je een volgende keer snel wat je moet doen. Cortisol heeft verder ook invloed op de bloedsuikerspiegel en de bloeddruk: die gaan allebei omhoog.
Is de dreiging voorbij? Dan zakken bij een gezonde stressrespons adrenaline en de cortisol weer naar hun basisniveau. Bij adrenaline gebeurt dat binnen een paar minuten, bij cortisol duurt dat langer. Uiteindelijk komt je lichaam weer in de ruststand; je kan weer bijkomen.
Een langdurig hoge cortisolspiegel is niet gezond. Het lichaam kent daarom mechanismen om dat niet te lang te laten duren. Een hersengebied, de hippocampus, registreert de hoge cortisolniveaus en regelt dat de omhooggeschoten stresshormoonniveaus worden teruggeschroefd.
Wat is het verschil tussen acute en chronische stress?
Acute stress is, zoals hierboven beschreven, een gezonde respons. Is de spannende situatie weer onder controle, dan dalen de niveaus van stresshormonen weer tot hun rustniveau en kalmeert je lijf.
Maar wat als een spannende of stressvolle situatie voortduurt, of er steeds opnieuw stress is? Dan krijgt je lichaam niet genoeg tijd om alle stresshormonen weer te laten zakken. Als dat lang genoeg duurt raakt je lijf het vermogen kwijt om überhaupt weer helemaal terug naar de ruststand te gaan. Dat kan gebeuren in extreme situaties als in een oorlogsgebied, maar óók als je bijvoorbeeld langdurig te weinig slaapt, aanhoudende werkdruk ervaart, of in armoede leeft.
Op dat moment spreken we van chronische stress. Je lijf staat als het ware blijvend in de alarmfase, en dat kan een flinke impact hebben op je gezondheid. Althans, dat is de meest simpele uitleg. Wat er in het lichaam gebeurt bij stress is complex en draait niet alleen om cortisol, maar ook om andere hormonen, neurotransmitters en hersennetwerken. Wetenschappers hebben nog lang niet alle vragen over de werking van stress beantwoord.
Burn-out lijkt veel voor te komen, maar wat is het nu eigenlijk?
Voelen dieren ook stress?
Absoluut. Ook chronische stress. Bij een aantal chimpansees in Rijswijk werd ooit zelfs een post-traumatische stressstoornis gediagnosticeerd. Daarom wordt er bij stressonderzoek ook vaak met proefdieren gewerkt: ratten en muizen hebben er net zozeer last van als wij.
Sterker, stress kan een impact hebben op vogelembryo’s in het ei, bleek uit onderzoek van Australische en Spaanse biologen. Eieren op lawaaiige locaties komen vaker niet uit. Jongen die wel uit het ei komen, groeien minder goed.
Ervaren Nederlanders meer stress dan vroeger?
De werk- en studeerdruk lijkt flink toegenomen ten opzichte van vroeger, en wordt steeds groter, volgens wetenschappers. Tussen 2001 en 2021 steeg het percentage jongeren in Nederland dat druk en stress door school ervaart van 16 naar 45 procent, blijkt uit een vierjaarlijks onderzoek van het Trimbos-instituut, de Universiteit Utrecht en SCP. Ook het aantal burn-out gerelateerde klachten blijft stijgen: van zo’n 14,4 procent van alle werknemers in 2014 tot 20 procent in 2022, aldus het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Het hoogste percentage ligt in de groep 25- tot 34-jarigen: 26,6 procent.
Volgens TNO heeft deze trend onder andere te maken met de vergrijzing en de daaruit voortvloeiende arbeidskrapte. Van werknemers wordt steeds meer verwacht. Maar ook privé zijn dingen veranderd: de hoeveelheid mantelzorg is bijvoorbeeld toegenomen. Onderzoekers vermoeden dat de werkstress bij flexibele krachten nog meer zal toenemen, omdat die niet de zekerheid van een goed maandelijks salaris hebben en vaak contact met collega’s missen.
Wat is een paniekaanval?
Een paniekaanval is alsof je 130 rijdt op de snelweg en ineens de macht over het stuur verliest”, zei cabaretier Marjolijn van Kooten in 2016. Een paniekaanval is een golf van extreme angst. Het komt vaak door vermoeidheid, ingrijpende gebeurtenissen, pijn, stress of middelengebruik. Je kunt er aanleg voor hebben.
Tijdens een aanval kun je het gevoel krijgen dat je gek wordt of doodgaat. Je hartslag gaat omhoog, je wordt duizelig of misselijk, je gaat zweten of trillen. Soms voel je tintelingen, druk op de borst of krijg je het gevoel dat je stikt. Vaak raak je de controle kwijt over je gedachten: je kan alleen nog maar denken over wat er allemaal mis kan gaan. De onderliggende angst hoeft niet reëel te zijn, en wordt vervolgens ook door je systeem uitvergroot.
Mindfulnesstechnieken kunnen op zo’n moment helpen. Je kan door rustig adem te halen en de paniek te accepteren de aanval doorstaan. Een aanval duurt meestal een paar minuten tot een half uur. Soms is een paniekaanval eenmalig, maar hij kan ook vaker terugkomen. Dan kan er sprake zijn van een angststoornis. Dan kan een behandeling bij een psycholoog of psychiater nodig zijn. Je leert dan bijvoorbeeld om je angsten en je gedachten daarover te bevragen. Soms krijg je medicatie die kan helpen om een paniekaanval te bedwingen, zoals bepaalde antidepressiva.
2Wat doet langdurige stress met je?
Wat gebeurt er in je lijf als je langere tijd stress voelt?
Acute stress is dus een natuurlijk fenomeen. Maar wanneer de stress langdurig aanhoudt, krijgen de stresshormonen geen kans om weg te ebben.
Drie hersengebieden hebben met name te lijden van langdurige hoge stresshormonen: de prefrontale hersenschors (plannen, prioriteiten stellen, en emotieregulering), de hippocampus (geheugen) en de amygdala (agressie en angst). In de eerste twee gebieden worden de vertakkingen van sommige hersencellen korter en verliezen ze contact met elkaar. Daardoor functioneren ze minder goed.
Het derde hersengebied, de amygdala, reageert juist andersom op chronische stress: er komen meer uitlopers en vertakkingen aan hersencellen, hij wordt overactief. De amygdala is ook vaak overactief bij mensen met een zware depressie of angststoornis.
Bij chronische stress hoeft het overigens niet per se te gaan om oorlogstrauma’s of andere heftige zaken. Ook langdurige armoede, slaaptekort, familiezorgen, verwaarlozing, eenzaamheid en andere omgevingsfactoren kunnen chronische stress veroorzaken.
Wat zijn de gevolgen van langdurige stress?
Vanwege de impact op deze drie hersengebieden, neemt je vermogen om te organiseren af, je geheugen werkt niet meer zo goed, en ook je vermogen om je emoties onder controle te houden hapert. Meestal is het eerste signaal een verstoring in de executieve functies: die delen van je brein die ervoor zorgen dat je je dag kan indelen en taken kan uitvoeren, zoals bijvoorbeeld boodschappen doen.
Ben je blootgesteld aan chronische stress als je nog jong bent, dan gaan de effecten nog verder. Dat kan de architectuur van een kinderbrein in ontwikkeling veranderen. Het maakt je kwetsbaar voor depressies op latere leeftijd en kan de kans op dementie vergroten. Ook op allerlei andere niveaus kan stress enorme gevolgen hebben voor de gezondheid – zo hebben je cortisolniveaus invloed op hoe goed immuuntherapie werkt bij kanker, omdat cortisol het immuunsysteem remt. (Dat betekent óók dat je gemakkelijker verkouden kan raken als je gestresst bent.)
Maar wat voor impact stress precies op iemand zal hebben op de lange termijn, dát is voor iedereen anders en hangt af van veel factoren: de genetische aanleg, ervaringen in de jeugd, de duur en de intensiteit van de stress, hoe gevoelig iemand ervoor is, en hoeveel controle iemand over de situatie heeft.
Ieder mens is anders. Ieders stress ook
Wat is de relatie tussen slaap en stress?
Ons lijf heeft slaap nodig om te herstellen en naar een rustniveau terug te keren. Een chronisch tekort aan slaap ondermijnt dit herstel. Slaap je langere tijd steevast te weinig, dan is ook dat een vorm van langdurige stress, met dezelfde gevolgen: je concentratie, je geheugen en je vermogen om emoties te reguleren wordt minder, je wordt prikkelbaar en angstiger.
Vaak ontstaat een vicieuze cirkel: door stress slaap je slecht, door slaaptekort neemt de stress toe. En het wordt steeds duidelijker dat chronisch slaapgebrek depressie, een angststoornis en andere psychiatrische stoornissen kan uitlokken of verergeren.
Hoe slaapgebrek effect heeft op je brein
Wat is een burn-out?
‘Burn-out’ is geen officiële diagnose. Er zijn verschillende definities in gebruik, zowel in wetenschappelijk onderzoek als in de medische praktijk. Sommige onderzoekers spreken van een aandoening waarbij drie clusters symptomen merkbaar zijn: uitputting, cynisme en verminderde bekwaamheid. Nederlandse bedrijfsartsen hanteren een andere definitie, namelijk een overspannenheid die langer dan een half jaar duurt, vermoeidheid met zich meebrengt, en in sommige gevallen tot prikkelbaarheid en concentratieproblemen kan leiden.
Depressie kan een symptoom zijn van een burn-out – sommige wetenschappers vragen zich zelfs af of een burn-out niet een afwijkende vorm van depressie is. Wel is er een klein verschil: depressieve patiënten zijn meestal lusteloos en hebben nergens zin in; bij een burn-out kun je nog wel ergens zin in hebben. Je voelt je alleen continu uitgeput, op manieren die zowel lichamelijk als psychologisch geuit kunnen worden – van hartkloppingen tot piekeren.
Wat er precíés gebeurt waardoor je een burn-out krijgt, is nog niet duidelijk. Wetenschappers wijzen vaak op een verstoring van de balans tussen de werkdruk en de positieve prikkels die je terugkrijgt uit het werk (denk aan salaris, maar ook fijne collega’s, of zelfs gewoon een fijn privéleven) – maar een burn-out kun je net zo goed ook krijgen door zware omstandigheden in je privéleven. Alleen is daar nog weinig onderzoek naar gedaan. Waar het altijd op neer komt: je bent minder belastbaar dan de wereld om je heen van je vraagt (of dan wat je denkt dat de wereld om je heen van je vraagt, of dan wat jij van jezelf vraagt).
En dat is ontstaan doordat er lange tijd te weinig tijd voor herstel/ontspanning/slaap/terugkeer naar het rustniveau is geweest en om opgewassen te blijven tegen de stressoren (oorzaken van stress) in en om je heen.
Verdwaald in een burn-out – soms helpt een boek
3Hoe kun je stress aanpakken?
Wat doe ik als ik denk dat ik een burn-out krijg?
Er is dus geen officiële definitie van een burn-out. Maar emotionele uitputting is een belangrijk signaal: bijvoorbeeld als je je leeg voelt aan het einde van de dag, of juist continu moe wanneer je net bent opgestaan. Voel je de eerste signalen, probeer dan rust te pakken. En kijk kritisch naar hoe je je werk en vrije tijd invult. Is het te veel? Moet je het misschien anders aanpakken?
Doorgaans wordt een burn-out gezien als een werkgerelateerde aandoening. Loopt het echt fout, ga dan het gesprek aan met de bedrijfarts. Die kan een plan van aanpak opstellen – dat moet zelfs, als je al zes weken ziek bent. Wil je zelf psychologische hulp regelen, dan wordt het iets lastiger. De behandeling van een burn-out wordt namelijk niet automatisch vergoed door de verzekeraar, omdat dat geen officiële DSM-stoornis is. Je kan wel naar de huisarts om te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn. Die kan je eventueel toch doorverwijzen naar de GGZ. Maar weet: er is niet één simpele oplossing voor iedereen met een burn-out. Het hangt af van de persoon, en kan lang duren.
Merk je dat iemand in je omgeving in een burn-out terecht komt? Geef ze ruimte, en stel jezelf constructief op. Leg die persoon geen oplossingen op maar ga samen op zoek naar wat je kan doen om te helpen. Én: probeer het contact warm te houden. Iemand met een burn-out heeft vaak weinig energie om dat zelf te doen.
Een burn-out en de lastige zoektocht naar de juiste hulp
Kun je stress verminderen door meer te bewegen en beter te eten?
Bewegen is goed voor het brein, blijkt keer op keer uit onderzoek. Met bewegen verbeter je het geheugen, je werkgeheugencapaciteit, je reactievermogen, je vermogen impulsen te onderdrukken en de aandacht erbij te houden.
Ook bij stress kan regelmatig bewegen zeker helpen. Denk aan die hippocampus, die bij te veel stress krimpt en contacten met andere hersencellen verliest. Tijdens het sporten maken mensen groei stimulerende stoffen zoals brain derived neutrophic factor (BDNF) aan, die de hippocampus helpt om verbindingen te versterken en cellen te herstellen.
Daarnaast heeft goede voeding een positieve invloed op je hersenen. De richtlijnen zijn simpel en algemeen bekend: eet veel groenten, granen, fruit en peulvruchten, en eventueel zuivel, vlees, vis (denk bijvoorbeeld aan het mediterrane eetpatroon). Ben je vegetariër of veganist? Zorg er dan wel voor dat je op een of andere wijze vitamine B12 binnenkrijgt, bijvoorbeeld door supplementen te slikken. In sommige gevallen kun je ook extra vitamine D of calcium nodig hebben.
Waarom werken deze eetpatronen? Daar zijn veel redenen voor. Vis is bijvoorbeeld goed voor je hersenen omdat het veel omega 3-vetzuren bevat, die helpen bij het onderhoud van je hersenen. En eiwitbronnen als zuivel, vlees of peulvruchten helpen bij het aanmaken van stofjes die ons helpen slapen.
Helpt mediteren of ‘mindfulness’ tegen stress?
Vroeger zag men mediteren misschien als iets zweverigs, maar inmiddels zijn ook wetenschappers overstag. Uit onderzoek blijkt namelijk dat ‘mindfulness’ en meditatie kunnen helpen bij klachten als angst, depressie en stress.
In principe zijn meditatievormen op basis van mindfulness simpel: je gaat zitten, doet je ogen dicht, en richt je aandacht op hoe je adem je longen in- en uitstroomt. Er zullen gedachten opkomen, je zult afdwalen, maar dat is niet erg; steeds als je je dat realiseert, richt je je aandacht weer op je ademhaling.
De Amerikaanse neurobioloog Jon Kabat Zinn ontwikkelde het Mindfulness-based Stress Reduction (MBSR) programma, een combinatie van meditatie en yoga waarmee mensen beter leren omgaan met chronische pijn en stress. Onderzoekers aan Oxford University hebben meditatie ook omgevormd tot een therapie, Mindfulness-based cognitive therapy (MBCT) die goed kan helpen bij langdurige depressies. In aangepaste vorm kan het ook bij ADHD of stress helpen, afhankelijk van de klacht.
Hoe kan dat? Mediteren blijkt je aandacht te helpen trainen. Ook raak je je meer bewust van je lichaam en je gevoelens. Tegelijkertijd wordt de nadruk gelegd op voelen en niet vinden: je hóéft geen mening te hebben over wat je voelt. Dat laatste helpt onder andere als je veel piekert.
Wel varieert het effect van mens tot mens. Sommige mensen zullen meer meditatiesessies nodig hebben, sommigen minder, en bij anderen helpt het helemaal niet. Naar de fijne details wordt nog onderzoek gedaan.
Kan yoga bijdragen aan stressvermindering?
Yoga combineert het op het lichaam of de adem gericht zijn van meditatie met de fysieke stimulans van bewegingen. Je neemt houdingen aan en richt je aandacht bijvoorbeeld op de fysieke grens die jouw lijf daarbij heeft, zonder daar iets van te vinden. In een gestrest lijf zijn sommige spieren erg aangespannen, in yogahoudingen kunnen die soms ontspannen.
Ook hier komen gedachten en gevoelens op die je alleen observeert. Zo werkt yoga lichamelijk en mentaal. Het kan net als meditatie of mindfulness helpen bij het leren omgaan met stress. Maar ook voor yoga geldt dat het afhankelijk is van de persoon.
Hoe belangrijk is je sociale vangnet bij stress?
Zeer belangrijk. Zelfs heftige gebeurtenissen in je kindertijd hoeven niet per se tot een permanent ontregelde stressreactie te leiden, blijkt uit onderzoek onder weeskinderen: kinderen die later geadopteerd werden in een fijn gezin, zagen in hun puberteit een herstel in hun stressreactie. Ook kan een goed sociaal vangnet werken als compensatie voor de negatieve prikkels in je leven.
Zijn er medicijnen tegen stress?
Voor sommige vormen van stress, zoals acute examenstress, schrijven artsen weleens een bètablokker voor, propranolol, die bloeddruk en hartritme verlaagt. Dat werkt alleen bij kortdurende stressvolle situaties.
Ritalin helpt bij de gejaagdheid van ADHD: het maakt je rustiger. In mensen zónder ADHD roept het echter een staat van hyperfocus op. Dat zorgt er juist voor dat je hart harder gaat kloppen. Niet behulpzaam bij stress, dus.
Stress tijdens de examens: meer leerlingen gebruiken dan bètablokker
Bij langdurige stress of paniekaanvallen wordt vaak gebruikgemaakt van benzodiazepines, zoals oxazepam en Valium (diazepam). Ze zetten receptoren voor de neurotransmitter gamma-aminoboterzuur aan. Dat is een signaalstof die verschillende activiteiten in het brein ‘uitzet’. Deze middelen worden ook ingezet tegen slaaptekort.
Benzodiazepines hebben wel veel nadelen: ze werken verslavend en hebben fysieke bijwerkingen zoals sufheid, misselijkheid en hoofdpijn. Ook kun je er paranoïde, impulsief of depressief van worden. Ze worden dan ook afgeraden voor langetermijngebruik.
Hoe richt je je werk of studie zo in dat het minder stressvol is?
Stress hebben is an sich niet slecht, vindt de Amerikaanse psycholoog David Yeager. Een beetje druk kan wenselijk zijn. Uit zijn onderzoek onder studenten blijkt dat het helpt als je reflecteert op je stressreacties, en weet dat moedwillig stressvolle situaties aangaan én overwinnen je weerbaarder kan maken. Kortom: als je een positieve houding hebt tegenover stress en je vermogen om situaties aan te gaan.
Voor wie dat wat zweverig vindt, zijn er echter ook praktische ingrepen die je kan doen. Uit onderzoek van kinderpsychiater Hilgo Bruining blijkt dat je leefomgeving een belangrijke rol speelt in je vatbaarheid voor stress en depressie.
Mensen die wonen in wijken met veel bomen of een park hebben een significant lager risico op dat soort problematiek. Ongezonde lucht en veel verkeer en geluidsoverlast kan dan juist weer stressvol werken. Zorg dus voor een groene en gezonde omgeving – al bepaalt dat ook niet alles.
Wat verder? Onderzoeker Cal Newport pleit in ieder geval voor digitaal minimalisme. Je moet tijd in je werkdag inplannen voor ‘diep werk’, waarin je je afsluit van stoorzenders (e-mail, WhatsApp, andere digitale afleiding) en je puur focust op je werk. Dat sluit aan op een andere bekende methode, ‘pomodoro’, waarbij je telkens 25 minuten lang diep werkt en daarna pauze neemt.
Verder zegt Newport: doe minder op een dag (liefst werk je maar aan één project), doe het niet gehaast, en richt je op kwaliteit, niet kwantiteit. Oh, en heel specifiek: plan minstens één dag per week helemaal geen afspraken. Kortom, erken dat er grenzen zijn, en stel binnen die grenzen scherpe prioriteiten. Dat helpt je ook om rust te vinden.
Werken genotsmiddelen écht tegen stress?
Veel Nederlanders kennen het wel: je komt thuis na een lange dag en schenkt een wijntje in, om te ontspannen en de stress te verwerken. Maar werkt dat ook écht, of onderdruk je het alleen maar? Alcohol is een anxioliticum, een stof die angstgevoelens onderdrukt. Je wordt er dus op het moment dat je drinkt fysiek wat rustiger van.
Maar volgens het Trimbos Instituut zijn er ook keerzijden. Alcohol activeert namelijk een onderdeel van de hersenen dat betrokken is bij de productie van stresshormoon cortisol. Drink je te lang te veel alcohol, dan kan dat de stresssystemen in je lichaam aantasten. Het wordt dan juist structureel moeilijker om tot rust te komen. Ook veroorzaakt alcohol bij kleinere hoeveelheden al slaapproblemen.
Cannabis en cannabisolie zijn ook vaak gebruikte middelen om stress te verminderen. Ze bestaan uit verschillende stofjes, waaronder tetrahydrocannabinol (THC), dat het ‘high’-gevoel veroorzaakt, en cannabidiol (CBD). Er is slechts zwak bewijs dat cannabisolie (dat voornamelijk uit CBD bestaat) zou kunnen helpen bij angstklachten.
En andere drugs dan? Daar is niet altijd evenveel over bekend. De afgelopen jaren is veel onderzoek gedaan naar mdma, dat lijkt te kunnen helpen in de behandeling van een post-traumatisch stress syndroom (PTSS). De Staatscommissie mdma pleitte er eerder dit jaar voor om het gebruik van mdma op medisch niveau verder te onderzoeken. Het gaat dan echter wel om een behandeling in een gecontroleerde omgeving, onder begeleiding van artsen en therapeuten. Het verhandelen van mdma is op dit moment strafbaar. Drugs zoals mdma recreatief gebruiken wanneer je psychische klachten hebt is niet verstandig.
Kunnen huisdieren ook helpen als je je gestresst voelt?
Dierentherapie is inmiddels helemaal ingeburgerd. Aaien van een lieve kat of hond heeft een bewezen goed effect op onze bloeddruk, hartslag en stressniveaus: het menselijk lichaam reageert op dit soort liefde door het hormoon oxytocine aan te maken, dat gevoelens van verbondenheid stimuleert. (Overigens doet het lichaam hetzelfde tijdens seks of een bevalling.) Dat lijkt wederzijds; ook dieren maken dit stofje aan als ze geaaid worden.
Of dieren ook op andere manieren kunnen helpen, is niet duidelijk. Uit wetenschappelijk onderzoek komen wisselende conclusies naar voren. Wel kan het helpen om een dier mee te nemen als je bepaalde stressvolle activiteiten uitvoert, zoals fysiotherapie. Een hond kan ook helpen om kinderen weerbaarder te maken, omdat honden beter reageren op zelfverzekerd gedrag zoals hardop spreken en rechtop zitten. Kinderen kunnen hun zelfvertrouwen in feite dus ’trainen’ met hun hond.
Allemaal positieve zaken, dus. Er zijn alleen twee kanttekeningen te maken: sommige huisdieren vinden het niet leuk om aangehaald te worden, en raken er zelf gestresst door. Én: als ze ziek worden en baasjes mantelzorger moeten worden, kunnen mensen daar ook danig door gestresst raken.
Stel, je hebt twee deadlines, een zieke partner en een veeleisende familie. Al dagen voel je je gejaagd, moe, je slaapt slecht. En dan begint óók ineens het dak te lekken. Stress treft ons allemaal in mindere of meerdere mate op verschillende momenten in ons leven. Soms is het ‘gezonde’ stress: het duwtje in de rug dat je nodig hebt om te doen wat je moet doen. Maar soms wordt het ‘giftige’ stress – stress die je langere tijd in zijn greep houdt.
Maar hoe werkt stress eigenlijk? Wat is precies het verschil tussen ‘gezond’ en ‘giftig’? Wat doet stress met je lijf, en hoe kan je stress weer verminderen? In deze gids zetten we de belangrijkste vragen over stress op een rij.
1Wat is stress?
Waarom voelen we stress?
Een stressreactie is heel normaal, en wordt door de meeste diersoorten ervaren. Kortgezegd: stress helpt ons om bedreigende situaties snel het hoofd te bieden. Het is een manier om je lijf klaar te maken om snel te handelen.
De stressrespons is daarmee onderdeel van een complex biologisch systeem dat erop is gericht om dieren aan te sporen dingen die schadelijk of dodelijk zijn te bestrijden of vermijden en om fijne dingen die helpen te overleven en voort te planten juist op te zoeken.
Wat is een gezonde stressrespons?
Komen we in een acute stressvolle situatie terecht, dan maken de bijnieren direct het stresshormoon adrenaline aan, en niet lang daarna ook een tweede stresshormoon, cortisol. Deze stofjes zorgen ervoor dat je snel in staat van paraatheid raakt: je hart pompt sneller, je spieren krijgen meer energie, je longen nemen meer zuurstof op, je pupillen verwijden en je alertheid, focus en reactievermogen nemen toe. Bovendien slaat je brein deze reactie als herinnering goed op – zo weet je een volgende keer snel wat je moet doen. Cortisol heeft verder ook invloed op de bloedsuikerspiegel en de bloeddruk: die gaan allebei omhoog.
Is de dreiging voorbij? Dan zakken bij een gezonde stressrespons adrenaline en de cortisol weer naar hun basisniveau. Bij adrenaline gebeurt dat binnen een paar minuten, bij cortisol duurt dat langer. Uiteindelijk komt je lichaam weer in de ruststand; je kan weer bijkomen.
Een langdurig hoge cortisolspiegel is niet gezond. Het lichaam kent daarom mechanismen om dat niet te lang te laten duren. Een hersengebied, de hippocampus, registreert de hoge cortisolniveaus en regelt dat de omhooggeschoten stresshormoonniveaus worden teruggeschroefd.
Wat is het verschil tussen acute en chronische stress?
Acute stress is, zoals hierboven beschreven, een gezonde respons. Is de spannende situatie weer onder controle, dan dalen de niveaus van stresshormonen weer tot hun rustniveau en kalmeert je lijf.
Maar wat als een spannende of stressvolle situatie voortduurt, of er steeds opnieuw stress is? Dan krijgt je lichaam niet genoeg tijd om alle stresshormonen weer te laten zakken. Als dat lang genoeg duurt raakt je lijf het vermogen kwijt om überhaupt weer helemaal terug naar de ruststand te gaan. Dat kan gebeuren in extreme situaties als in een oorlogsgebied, maar óók als je bijvoorbeeld langdurig te weinig slaapt, aanhoudende werkdruk ervaart, of in armoede leeft.
Op dat moment spreken we van chronische stress. Je lijf staat als het ware blijvend in de alarmfase, en dat kan een flinke impact hebben op je gezondheid. Althans, dat is de meest simpele uitleg. Wat er in het lichaam gebeurt bij stress is complex en draait niet alleen om cortisol, maar ook om andere hormonen, neurotransmitters en hersennetwerken. Wetenschappers hebben nog lang niet alle vragen over de werking van stress beantwoord.
Lees ook
Burn-out lijkt veel voor te komen, maar wat is het nu eigenlijk?
Voelen dieren ook stress?
Absoluut. Ook chronische stress. Bij een aantal chimpansees in Rijswijk werd ooit zelfs een post-traumatische stressstoornis gediagnosticeerd. Daarom wordt er bij stressonderzoek ook vaak met proefdieren gewerkt: ratten en muizen hebben er net zozeer last van als wij.
Sterker, stress kan een impact hebben op vogelembryo’s in het ei, bleek uit onderzoek van Australische en Spaanse biologen. Eieren op lawaaiige locaties komen vaker niet uit. Jongen die wel uit het ei komen, groeien minder goed.
Ervaren Nederlanders meer stress dan vroeger?
De werk- en studeerdruk lijkt flink toegenomen ten opzichte van vroeger, en wordt steeds groter, volgens wetenschappers. Tussen 2001 en 2021 steeg het percentage jongeren in Nederland dat druk en stress door school ervaart van 16 naar 45 procent, blijkt uit een vierjaarlijks onderzoek van het Trimbos-instituut, de Universiteit Utrecht en SCP. Ook het aantal burn-out gerelateerde klachten blijft stijgen: van zo’n 14,4 procent van alle werknemers in 2014 tot 20 procent in 2022, aldus het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Het hoogste percentage ligt in de groep 25- tot 34-jarigen: 26,6 procent.
Volgens TNO heeft deze trend onder andere te maken met de vergrijzing en de daaruit voortvloeiende arbeidskrapte. Van werknemers wordt steeds meer verwacht. Maar ook privé zijn dingen veranderd: de hoeveelheid mantelzorg is bijvoorbeeld toegenomen. Onderzoekers vermoeden dat de werkstress bij flexibele krachten nog meer zal toenemen, omdat die niet de zekerheid van een goed maandelijks salaris hebben en vaak contact met collega’s missen.
Wat is een paniekaanval?
Een paniekaanval is alsof je 130 rijdt op de snelweg en ineens de macht over het stuur verliest”, zei cabaretier Marjolijn van Kooten in 2016. Een paniekaanval is een golf van extreme angst. Het komt vaak door vermoeidheid, ingrijpende gebeurtenissen, pijn, stress of middelengebruik. Je kunt er aanleg voor hebben.
Tijdens een aanval kun je het gevoel krijgen dat je gek wordt of doodgaat. Je hartslag gaat omhoog, je wordt duizelig of misselijk, je gaat zweten of trillen. Soms voel je tintelingen, druk op de borst of krijg je het gevoel dat je stikt. Vaak raak je de controle kwijt over je gedachten: je kan alleen nog maar denken over wat er allemaal mis kan gaan. De onderliggende angst hoeft niet reëel te zijn, en wordt vervolgens ook door je systeem uitvergroot.
Mindfulnesstechnieken kunnen op zo’n moment helpen. Je kan door rustig adem te halen en de paniek te accepteren de aanval doorstaan. Een aanval duurt meestal een paar minuten tot een half uur. Soms is een paniekaanval eenmalig, maar hij kan ook vaker terugkomen. Dan kan er sprake zijn van een angststoornis. Dan kan een behandeling bij een psycholoog of psychiater nodig zijn. Je leert dan bijvoorbeeld om je angsten en je gedachten daarover te bevragen. Soms krijg je medicatie die kan helpen om een paniekaanval te bedwingen, zoals bepaalde antidepressiva.
2Wat doet langdurige stress met je?
Wat gebeurt er in je lijf als je langere tijd stress voelt?
Acute stress is dus een natuurlijk fenomeen. Maar wanneer de stress langdurig aanhoudt, krijgen de stresshormonen geen kans om weg te ebben.
Drie hersengebieden hebben met name te lijden van langdurige hoge stresshormonen: de prefrontale hersenschors (plannen, prioriteiten stellen, en emotieregulering), de hippocampus (geheugen) en de amygdala (agressie en angst). In de eerste twee gebieden worden de vertakkingen van sommige hersencellen korter en verliezen ze contact met elkaar. Daardoor functioneren ze minder goed.
Het derde hersengebied, de amygdala, reageert juist andersom op chronische stress: er komen meer uitlopers en vertakkingen aan hersencellen, hij wordt overactief. De amygdala is ook vaak overactief bij mensen met een zware depressie of angststoornis.
Bij chronische stress hoeft het overigens niet per se te gaan om oorlogstrauma’s of andere heftige zaken. Ook langdurige armoede, slaaptekort, familiezorgen, verwaarlozing, eenzaamheid en andere omgevingsfactoren kunnen chronische stress veroorzaken.
Wat zijn de gevolgen van langdurige stress?
Vanwege de impact op deze drie hersengebieden, neemt je vermogen om te organiseren af, je geheugen werkt niet meer zo goed, en ook je vermogen om je emoties onder controle te houden hapert. Meestal is het eerste signaal een verstoring in de executieve functies: die delen van je brein die ervoor zorgen dat je je dag kan indelen en taken kan uitvoeren, zoals bijvoorbeeld boodschappen doen.
Ben je blootgesteld aan chronische stress als je nog jong bent, dan gaan de effecten nog verder. Dat kan de architectuur van een kinderbrein in ontwikkeling veranderen. Het maakt je kwetsbaar voor depressies op latere leeftijd en kan de kans op dementie vergroten. Ook op allerlei andere niveaus kan stress enorme gevolgen hebben voor de gezondheid – zo hebben je cortisolniveaus invloed op hoe goed immuuntherapie werkt bij kanker, omdat cortisol het immuunsysteem remt. (Dat betekent óók dat je gemakkelijker verkouden kan raken als je gestresst bent.)
Maar wat voor impact stress precies op iemand zal hebben op de lange termijn, dát is voor iedereen anders en hangt af van veel factoren: de genetische aanleg, ervaringen in de jeugd, de duur en de intensiteit van de stress, hoe gevoelig iemand ervoor is, en hoeveel controle iemand over de situatie heeft.
Lees ook
Ieder mens is anders. Ieders stress ook
Wat is de relatie tussen slaap en stress?
Ons lijf heeft slaap nodig om te herstellen en naar een rustniveau terug te keren. Een chronisch tekort aan slaap ondermijnt dit herstel. Slaap je langere tijd steevast te weinig, dan is ook dat een vorm van langdurige stress, met dezelfde gevolgen: je concentratie, je geheugen en je vermogen om emoties te reguleren wordt minder, je wordt prikkelbaar en angstiger.
Vaak ontstaat een vicieuze cirkel: door stress slaap je slecht, door slaaptekort neemt de stress toe. En het wordt steeds duidelijker dat chronisch slaapgebrek depressie, een angststoornis en andere psychiatrische stoornissen kan uitlokken of verergeren.
Lees ook
Hoe slaapgebrek effect heeft op je brein
Wat is een burn-out?
‘Burn-out’ is geen officiële diagnose. Er zijn verschillende definities in gebruik, zowel in wetenschappelijk onderzoek als in de medische praktijk. Sommige onderzoekers spreken van een aandoening waarbij drie clusters symptomen merkbaar zijn: uitputting, cynisme en verminderde bekwaamheid. Nederlandse bedrijfsartsen hanteren een andere definitie, namelijk een overspannenheid die langer dan een half jaar duurt, vermoeidheid met zich meebrengt, en in sommige gevallen tot prikkelbaarheid en concentratieproblemen kan leiden.
Depressie kan een symptoom zijn van een burn-out – sommige wetenschappers vragen zich zelfs af of een burn-out niet een afwijkende vorm van depressie is. Wel is er een klein verschil: depressieve patiënten zijn meestal lusteloos en hebben nergens zin in; bij een burn-out kun je nog wel ergens zin in hebben. Je voelt je alleen continu uitgeput, op manieren die zowel lichamelijk als psychologisch geuit kunnen worden – van hartkloppingen tot piekeren.
Wat er precíés gebeurt waardoor je een burn-out krijgt, is nog niet duidelijk. Wetenschappers wijzen vaak op een verstoring van de balans tussen de werkdruk en de positieve prikkels die je terugkrijgt uit het werk (denk aan salaris, maar ook fijne collega’s, of zelfs gewoon een fijn privéleven) – maar een burn-out kun je net zo goed ook krijgen door zware omstandigheden in je privéleven. Alleen is daar nog weinig onderzoek naar gedaan. Waar het altijd op neer komt: je bent minder belastbaar dan de wereld om je heen van je vraagt (of dan wat je denkt dat de wereld om je heen van je vraagt, of dan wat jij van jezelf vraagt).
En dat is ontstaan doordat er lange tijd te weinig tijd voor herstel/ontspanning/slaap/terugkeer naar het rustniveau is geweest en om opgewassen te blijven tegen de stressoren (oorzaken van stress) in en om je heen.
Lees ook
Verdwaald in een burn-out – soms helpt een boek
3Hoe kun je stress aanpakken?
Wat doe ik als ik denk dat ik een burn-out krijg?
Er is dus geen officiële definitie van een burn-out. Maar emotionele uitputting is een belangrijk signaal: bijvoorbeeld als je je leeg voelt aan het einde van de dag, of juist continu moe wanneer je net bent opgestaan. Voel je de eerste signalen, probeer dan rust te pakken. En kijk kritisch naar hoe je je werk en vrije tijd invult. Is het te veel? Moet je het misschien anders aanpakken?
Doorgaans wordt een burn-out gezien als een werkgerelateerde aandoening. Loopt het echt fout, ga dan het gesprek aan met de bedrijfarts. Die kan een plan van aanpak opstellen – dat moet zelfs, als je al zes weken ziek bent. Wil je zelf psychologische hulp regelen, dan wordt het iets lastiger. De behandeling van een burn-out wordt namelijk niet automatisch vergoed door de verzekeraar, omdat dat geen officiële DSM-stoornis is. Je kan wel naar de huisarts om te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn. Die kan je eventueel toch doorverwijzen naar de GGZ. Maar weet: er is niet één simpele oplossing voor iedereen met een burn-out. Het hangt af van de persoon, en kan lang duren.
Merk je dat iemand in je omgeving in een burn-out terecht komt? Geef ze ruimte, en stel jezelf constructief op. Leg die persoon geen oplossingen op maar ga samen op zoek naar wat je kan doen om te helpen. Én: probeer het contact warm te houden. Iemand met een burn-out heeft vaak weinig energie om dat zelf te doen.
Lees ook
Een burn-out en de lastige zoektocht naar de juiste hulp
Kun je stress verminderen door meer te bewegen en beter te eten?
Bewegen is goed voor het brein, blijkt keer op keer uit onderzoek. Met bewegen verbeter je het geheugen, je werkgeheugencapaciteit, je reactievermogen, je vermogen impulsen te onderdrukken en de aandacht erbij te houden.
Ook bij stress kan regelmatig bewegen zeker helpen. Denk aan die hippocampus, die bij te veel stress krimpt en contacten met andere hersencellen verliest. Tijdens het sporten maken mensen groei stimulerende stoffen zoals brain derived neutrophic factor (BDNF) aan, die de hippocampus helpt om verbindingen te versterken en cellen te herstellen.
Daarnaast heeft goede voeding een positieve invloed op je hersenen. De richtlijnen zijn simpel en algemeen bekend: eet veel groenten, granen, fruit en peulvruchten, en eventueel zuivel, vlees, vis (denk bijvoorbeeld aan het mediterrane eetpatroon). Ben je vegetariër of veganist? Zorg er dan wel voor dat je op een of andere wijze vitamine B12 binnenkrijgt, bijvoorbeeld door supplementen te slikken. In sommige gevallen kun je ook extra vitamine D of calcium nodig hebben.
Waarom werken deze eetpatronen? Daar zijn veel redenen voor. Vis is bijvoorbeeld goed voor je hersenen omdat het veel omega 3-vetzuren bevat, die helpen bij het onderhoud van je hersenen. En eiwitbronnen als zuivel, vlees of peulvruchten helpen bij het aanmaken van stofjes die ons helpen slapen.
Helpt mediteren of ‘mindfulness’ tegen stress?
Vroeger zag men mediteren misschien als iets zweverigs, maar inmiddels zijn ook wetenschappers overstag. Uit onderzoek blijkt namelijk dat ‘mindfulness’ en meditatie kunnen helpen bij klachten als angst, depressie en stress.
In principe zijn meditatievormen op basis van mindfulness simpel: je gaat zitten, doet je ogen dicht, en richt je aandacht op hoe je adem je longen in- en uitstroomt. Er zullen gedachten opkomen, je zult afdwalen, maar dat is niet erg; steeds als je je dat realiseert, richt je je aandacht weer op je ademhaling.
De Amerikaanse neurobioloog Jon Kabat Zinn ontwikkelde het Mindfulness-based Stress Reduction (MBSR) programma, een combinatie van meditatie en yoga waarmee mensen beter leren omgaan met chronische pijn en stress. Onderzoekers aan Oxford University hebben meditatie ook omgevormd tot een therapie, Mindfulness-based cognitive therapy (MBCT) die goed kan helpen bij langdurige depressies. In aangepaste vorm kan het ook bij ADHD of stress helpen, afhankelijk van de klacht.
Hoe kan dat? Mediteren blijkt je aandacht te helpen trainen. Ook raak je je meer bewust van je lichaam en je gevoelens. Tegelijkertijd wordt de nadruk gelegd op voelen en niet vinden: je hóéft geen mening te hebben over wat je voelt. Dat laatste helpt onder andere als je veel piekert.
Wel varieert het effect van mens tot mens. Sommige mensen zullen meer meditatiesessies nodig hebben, sommigen minder, en bij anderen helpt het helemaal niet. Naar de fijne details wordt nog onderzoek gedaan.
Kan yoga bijdragen aan stressvermindering?
Yoga combineert het op het lichaam of de adem gericht zijn van meditatie met de fysieke stimulans van bewegingen. Je neemt houdingen aan en richt je aandacht bijvoorbeeld op de fysieke grens die jouw lijf daarbij heeft, zonder daar iets van te vinden. In een gestrest lijf zijn sommige spieren erg aangespannen, in yogahoudingen kunnen die soms ontspannen.
Ook hier komen gedachten en gevoelens op die je alleen observeert. Zo werkt yoga lichamelijk en mentaal. Het kan net als meditatie of mindfulness helpen bij het leren omgaan met stress. Maar ook voor yoga geldt dat het afhankelijk is van de persoon.
Hoe belangrijk is je sociale vangnet bij stress?
Zeer belangrijk. Zelfs heftige gebeurtenissen in je kindertijd hoeven niet per se tot een permanent ontregelde stressreactie te leiden, blijkt uit onderzoek onder weeskinderen: kinderen die later geadopteerd werden in een fijn gezin, zagen in hun puberteit een herstel in hun stressreactie. Ook kan een goed sociaal vangnet werken als compensatie voor de negatieve prikkels in je leven.
Zijn er medicijnen tegen stress?
Voor sommige vormen van stress, zoals acute examenstress, schrijven artsen weleens een bètablokker voor, propranolol, die bloeddruk en hartritme verlaagt. Dat werkt alleen bij kortdurende stressvolle situaties.
Ritalin helpt bij de gejaagdheid van ADHD: het maakt je rustiger. In mensen zónder ADHD roept het echter een staat van hyperfocus op. Dat zorgt er juist voor dat je hart harder gaat kloppen. Niet behulpzaam bij stress, dus.
Lees ook
Stress tijdens de examens: meer leerlingen gebruiken dan bètablokker
Bij langdurige stress of paniekaanvallen wordt vaak gebruikgemaakt van benzodiazepines, zoals oxazepam en Valium (diazepam). Ze zetten receptoren voor de neurotransmitter gamma-aminoboterzuur aan. Dat is een signaalstof die verschillende activiteiten in het brein ‘uitzet’. Deze middelen worden ook ingezet tegen slaaptekort.
Benzodiazepines hebben wel veel nadelen: ze werken verslavend en hebben fysieke bijwerkingen zoals sufheid, misselijkheid en hoofdpijn. Ook kun je er paranoïde, impulsief of depressief van worden. Ze worden dan ook afgeraden voor langetermijngebruik.
Hoe richt je je werk of studie zo in dat het minder stressvol is?
Stress hebben is an sich niet slecht, vindt de Amerikaanse psycholoog David Yeager. Een beetje druk kan wenselijk zijn. Uit zijn onderzoek onder studenten blijkt dat het helpt als je reflecteert op je stressreacties, en weet dat moedwillig stressvolle situaties aangaan én overwinnen je weerbaarder kan maken. Kortom: als je een positieve houding hebt tegenover stress en je vermogen om situaties aan te gaan.
Voor wie dat wat zweverig vindt, zijn er echter ook praktische ingrepen die je kan doen. Uit onderzoek van kinderpsychiater Hilgo Bruining blijkt dat je leefomgeving een belangrijke rol speelt in je vatbaarheid voor stress en depressie.
Mensen die wonen in wijken met veel bomen of een park hebben een significant lager risico op dat soort problematiek. Ongezonde lucht en veel verkeer en geluidsoverlast kan dan juist weer stressvol werken. Zorg dus voor een groene en gezonde omgeving – al bepaalt dat ook niet alles.
Wat verder? Onderzoeker Cal Newport pleit in ieder geval voor digitaal minimalisme. Je moet tijd in je werkdag inplannen voor ‘diep werk’, waarin je je afsluit van stoorzenders (e-mail, WhatsApp, andere digitale afleiding) en je puur focust op je werk. Dat sluit aan op een andere bekende methode, ‘pomodoro’, waarbij je telkens 25 minuten lang diep werkt en daarna pauze neemt.
Verder zegt Newport: doe minder op een dag (liefst werk je maar aan één project), doe het niet gehaast, en richt je op kwaliteit, niet kwantiteit. Oh, en heel specifiek: plan minstens één dag per week helemaal geen afspraken. Kortom, erken dat er grenzen zijn, en stel binnen die grenzen scherpe prioriteiten. Dat helpt je ook om rust te vinden.
Werken genotsmiddelen écht tegen stress?
Veel Nederlanders kennen het wel: je komt thuis na een lange dag en schenkt een wijntje in, om te ontspannen en de stress te verwerken. Maar werkt dat ook écht, of onderdruk je het alleen maar? Alcohol is een anxioliticum, een stof die angstgevoelens onderdrukt. Je wordt er dus op het moment dat je drinkt fysiek wat rustiger van.
Maar volgens het Trimbos Instituut zijn er ook keerzijden. Alcohol activeert namelijk een onderdeel van de hersenen dat betrokken is bij de productie van stresshormoon cortisol. Drink je te lang te veel alcohol, dan kan dat de stresssystemen in je lichaam aantasten. Het wordt dan juist structureel moeilijker om tot rust te komen. Ook veroorzaakt alcohol bij kleinere hoeveelheden al slaapproblemen.
Cannabis en cannabisolie zijn ook vaak gebruikte middelen om stress te verminderen. Ze bestaan uit verschillende stofjes, waaronder tetrahydrocannabinol (THC), dat het ‘high’-gevoel veroorzaakt, en cannabidiol (CBD). Er is slechts zwak bewijs dat cannabisolie (dat voornamelijk uit CBD bestaat) zou kunnen helpen bij angstklachten.
En andere drugs dan? Daar is niet altijd evenveel over bekend. De afgelopen jaren is veel onderzoek gedaan naar mdma, dat lijkt te kunnen helpen in de behandeling van een post-traumatisch stress syndroom (PTSS). De Staatscommissie mdma pleitte er eerder dit jaar voor om het gebruik van mdma op medisch niveau verder te onderzoeken. Het gaat dan echter wel om een behandeling in een gecontroleerde omgeving, onder begeleiding van artsen en therapeuten. Het verhandelen van mdma is op dit moment strafbaar. Drugs zoals mdma recreatief gebruiken wanneer je psychische klachten hebt is niet verstandig.
Kunnen huisdieren ook helpen als je je gestresst voelt?
Dierentherapie is inmiddels helemaal ingeburgerd. Aaien van een lieve kat of hond heeft een bewezen goed effect op onze bloeddruk, hartslag en stressniveaus: het menselijk lichaam reageert op dit soort liefde door het hormoon oxytocine aan te maken, dat gevoelens van verbondenheid stimuleert. (Overigens doet het lichaam hetzelfde tijdens seks of een bevalling.) Dat lijkt wederzijds; ook dieren maken dit stofje aan als ze geaaid worden.
Of dieren ook op andere manieren kunnen helpen, is niet duidelijk. Uit wetenschappelijk onderzoek komen wisselende conclusies naar voren. Wel kan het helpen om een dier mee te nemen als je bepaalde stressvolle activiteiten uitvoert, zoals fysiotherapie. Een hond kan ook helpen om kinderen weerbaarder te maken, omdat honden beter reageren op zelfverzekerd gedrag zoals hardop spreken en rechtop zitten. Kinderen kunnen hun zelfvertrouwen in feite dus ’trainen’ met hun hond.
Allemaal positieve zaken, dus. Er zijn alleen twee kanttekeningen te maken: sommige huisdieren vinden het niet leuk om aangehaald te worden, en raken er zelf gestresst door. Én: als ze ziek worden en baasjes mantelzorger moeten worden, kunnen mensen daar ook danig door gestresst raken.
<dmt-util-bar article="4860838" headline="Wat is stress en wat doe je eraan?” url=”https://www.nrc.nl/nieuws/2024/08/12/wat-is-stress-en-wat-doe-je-er-aan-a4860838″>
‘Het olympisch dorp was heel modern, er stonden computers waarmee je berichtjes kon sturen naar andere atleten. Overal hingen beeldschermen waarop je de wedstrijden kon zien, in wachtruimtes, in de eetzaal. Maar ook MTV met steeds dezelfde nummers. ‘Rhythm is a Dancer’ van Snap! was toen een grote hit. Het had zo’n gekke, futuristische clip. Dat ze op een podium staan met allemaal raketten eromheen. Als ik dat nummer hoor, denk ik weer aan die zomer.
„Het was een spannende tijd, we hadden ons een jaar lang steeds opnieuw moeten bewijzen. Bij de wereldkampioenschappen hadden we goed gepresteerd en daardoor waren we medaillekandidaat. Een cameraploeg volgde de aanloop naar onze wedstrijd. Die was er al meteen op de eerste dag. Ik was 21 jaar oud en hartstikke nerveus – het was m’n olympische debuut.
„We reden met zijn vieren de ploegentijdrit van 100 kilometer. De start was op een autoracebaan, het Circuit de Catalunya. Eerst gingen we een rondje over dat parcours en daarna richting Barcelona over de autopista. Het stuk op het circuit was meteen pittig, je moest echt flink op de pedalen staan in zo’n kombocht. In de stad keerden we dan om een pilon heen, en weer terug naar het begin. En daarna nóg een keer die 50 kilometer.
„Na anderhalf uur in de wedstrijd scheurde het bracket van mijn fiets en kon ik geen kracht meer op het pedaal zetten”
„Pas een paar weken voor de Spelen kregen we onze speciale tijdritfietsen. Die waren van carbon, dat was nieuw materiaal. Na anderhalf uur in de wedstrijd scheurde het bracket van mijn fiets en kon ik geen kracht meer op het pedaal zetten. Daardoor moest ik afstappen, ineens was het over. Wat een domper. Al was ik ergens ook wel blij dat de spanning voorbij was.
„In het atletendorp maakte ik nieuwe vrienden, ’s avonds gingen we wel eens uit. In Club 54 hoorde ik Snap! vaak. Een heerlijk zomerse floorfiller met die rap in het midden. Ik heb geprobeerd contact te houden met andere sporters uit de Nederlandse equipe. Dat was lastiger dan nu, je stuurde af en toe een kaartje.
„De weg naar de Olympische Spelen heeft me gevormd. Toen het op de fiets heel goed ging ben ik gestopt met school – ik zette alles op het wielrennen. Door topsport leer je misschien nog wel beter dan in het ‘normale’ leven keuzes maken. Op wie kun je vertrouwen? Hoe moet je voor jezelf opkomen? En ik werd snel zelfstandig: op je zestiende met een koffertje van huis om overal in de wereld te gaan fietsen. Wen er maar aan!”