Boekenclubs zijn niet stoffig: tien tips om van start te gaan

Een stil kringetje van grijze hoofden in fauteuils, met onaangetaste kaasblokjes in het midden, en een dikke klassieker op schoot: dat beeld van een boekenclub is achterhaald. Twintigers en dertigers hebben het concept afgestoft: leeslijstjes worden bijgehouden in groepsapps op WhatsApp of Signal, inspiratie komt van Goodreads en heb je het boek niet uitgelezen? „Dan trakteer je op een rondje in de kroeg.” 

NRC sprak ervaringsdeskundigen over wat hun drie amateurboekenclubs tot een succes maakt, zodat jij vliegend van start kan.  

1Laat je uit je boekenbubbel trekken  

Een boekenclub haalt je uit je literaire comfortzone; daar moet je voor open staan. Zo voelde Floris van Goudoever (28), die een voorkeur voor filosofische boeken koestert, weinig enthousiasme toen iemand Ik ben vrij van Lale Gül opperde. „Ik zou hem zelf nooit hebben gekozen. Maar het was echt een verbazingwekkend goed boek.” 

Natuurlijk ga je ook ‘stomme’ boeken lezen maar dat is volgens Dennis van Velzen (31) een kleine prijs om te betalen voor het ontdekken van nieuwe verhalen en auteurs. En ben je echt een keer heel ontevreden, „dan kan je je grieven uitdrukken in een cijfer op het einde van de avond”.  

Het is misschien zelfs een goed idee om met een slecht boek af te trappen, tipt Paulina Moerland (25): gezamenlijk klagen werkt immers verbroederend. „Voor onze eerste boekenclub lazen we Beautiful World Where Are You van Sally Rooney, die vonden we zó slecht. Toen was de toon gelijk goed gezet.” 

2Dostojevski hóéft niet: bepaal zelf het ambitieniveau

Wil je een boekenclub gebruiken om het oeuvre van Proust te lezen, of het nieuwste BookTok-fenomeen te ervaren? Het is goed om van tevoren de ambities van de groep af te stemmen.

Zo kent de boekenclub van Van Velzen het compromis dat ze één („max twee”) keer per jaar sciencefiction lezen. De boekenclub van Moerland is eensgezind over het ambitieniveau en noemt zichzelf „de meest middelmatige boekenclub”: ingewikkelde literaire details doorgronden hoeft niet, en ze halen hun neus niet op voor de Bridgerton-serie.

3Van niet-lezers tot no shows: bewaak de samenstelling  

Begin niet met een boekenclub, maar begin met een boek, adviseert Van Velzen, dan weet je gelijk of het naar meer smaakt. Hij en zijn vriend zijn begonnen met een etentje voor een klein groepje mensen. „Het uitgangspunt is heel simpel: lezen is leuk en over boeken praten is leuk.”  

Via via haken vanzelf collega’s, verre kennissen of buren aan. Maar geef nieuwe leden ook de kans om af te haken. „Ik had mijn zusje eens uitgenodigd, maar zij vond het een te grote tijdsinvestering. Ze is één keer geweest en daarna nooit meer.” 

Illustratie Noor Bronstring

In de afgelopen drie jaar is de samenstelling van de boekenclub van Moerland één keertje veranderd. Toen haakte iemand aan, maar die las het boek niet, dus dat was van korte duur.

„Hoe kleiner de groep, hoe makkelijker het is om vol te houden en consistent af te kunnen spreken”, zegt Moerland. Ze zijn nu „een gesloten boekenclub”. „Ik heb het idee dat we met z’n viertjes iets speciaals hebben. Het is goed om dat ook af te spreken, of je zomaar mensen in mag brengen.”

4Welke taal maakt niet uit, maar kies er eentje

Goed vertalen is een kunst. Helaas is niet elke poging even succesvol, zegt Van Goudoever, en daarom is het van groot belang dat iedereen het boek in dezelfde taal leest. „Anders krijg je echt een andere leeservaring waarbij de een het prachtig geschreven vond in de oorspronkelijke taal en de ander, die een vertaling heeft gelezen, niet dezelfde diepte eruit heeft kunnen halen.”

5Koester de officieuze rariteiten van de club 

Begin niet met een te streng kader aan regels, adviseert Van Velzen: dat schrikt af. Begin met simpelweg bij elkaar te komen om een boek te bespreken. „De samenstelling en tradities groeien organisch.” 

Zoals bij de boekenclub van Moerland: de avond eindigt met een spelletje Jenga, de winnaar mag het volgende boek bepalen. En elke samenkomst bestellen ze traditiegetrouw taco’s en een portie nacho’s om te delen.  

6Houd de leeslijst bij 

Elk gelezen boek is een prestatie die het verdient om vastgelegd te worden.   

Dat kan in schriftjes, of in apps zoals Goodreads. De boekenclub van Van Goudoever noteert naast de cijfers ook ieders mening in één kernzin, zoals je ziet op de flaptekst van een boek. Om alles vast te leggen, gebruikt de groep de omschrijving van hun WhatsApp-chat. Dat is trouwens niet per se een aanrader, volgens hem. „Wij lopen nu tegen een karakterlimiet aan.” 

7Vrees een goede discussie niet, maar te dikke boeken wel

De boekenclub van Van Velzen begint traditiegetrouw met een minuutje waarin alle acht leden kort vertellen wat ze van het boek vonden. Dan komen de grootste pijnpunten gelijk naar boven – vruchtbare grond voor discussie.

Hoe feller de onenigheid is, hoe leuker de boekenclub wordt, vindt Moerland. Goed materiaal is volgens haar boeken „met een beetje relatiedrama, familiedrama, of een discussie van wie had gelijk in het boek, in plaats van de hele droge klassieker”. 

En wees terughoudend met te dikke boeken, adviseert Van Velzen. Bij 400 pagina’s beginnen mensen tegen te sputteren. „Daar zit een natuurlijke grens.” Zijn boekenclub maakt een uitzondering: ze houden een zomerstop van zo’n zeven weken waarbij ze één dikke pil uitkiezen.  „Afgelopen zomer was dat Hillary Mantel. Die was 900 pagina’s of zo. Echt een investering.” 

Illustratie Noor Bronstring

8Cijfers zijn er om veranderd te worden

Aan het einde van de avond volgt de ontknoping: het toekennen van cijfers. Dat kan bijvoorbeeld op basis van sterren, zoals bij Van Goudoever („halve sterren zijn niet toegestaan, dat maakt het lastig”) of op een schaal van 1 tot 10, zoals bij Van Velzen („met slechts één decimaal achter de komma, daar is nog discussie over geweest”).  

Het is goed om je eigen oordeel te noteren voordat de discussie losbarst. Je zal merken: je mening zal veranderen.  „Je gaat eigenlijk altijd alleen maar omhoog”, zegt Van Velzen. „Omdat je er natuurlijk achter komt: er zit veel meer in dit boek. Naarmate je er langer over praat, krijg je meer bewondering voor iemands werk.” 

9Het zelfvertrouwen groeit (ook om de klassiekers te bekritiseren) 

„De hoogste cijfers zijn voor de boeken die we in de beginperiode lazen. We zijn steeds strenger geworden”, zegt Van Velzen. „Je smaak ontwikkelt zich en je weet beter waar je op let.”  

Onderaan de cijferlijst van de boekenclub van Van Velzen staan twee klassiekers: De val van Albert Camus (5,3) en De Avonden van Gerard Reve (5,8). Een boekenclub moet volgens hem geen schaamte kennen. „Bij ‘hoge literatuur’ kan je een soort verplichting voelen om het goed te moeten vinden. Reve is natuurlijk ook de grote man. Maar het is goed als mensen de vrijheid voelen om gewoon te zeggen: ik vind het een stom boek.” 

10Voordat de avond voorbij is: een nieuw moment prikken 

Nadat de cijfers zijn verdeeld, en het nieuwe boek is gekozen, zit er nog een ding op: een nieuwe datum kiezen. „We gaan niet uit elkaar voordat de volgende afspraak in de agenda staat”, zegt Moerland. 

De boekenclub van Moerland komt eens in de twee maanden bij elkaar, bij Van Velzen is dat eens in de vier tot zes weken. „Dat ritme is belangrijk om het lezen een deel van je routine te maken”, zegt hij. „In een maand kun je echt wel een boek lezen, en tegelijkertijd móét het ook. Je hebt een stok achter de deur.”

Als Van Goudoever in de kroeg vertelt dat hij in een boekenclub zit, krijgt hij vaak dezelfde licht jaloerse reactie: „O mijn god, dat lijkt me ook zo leuk”. Zijn – misschien wat voor de hand liggende – tip: „Gewoon doen.”    

boekentop-50
Dit zijn de 50 beste Nederlandstalige boeken van de 21ste eeuw

De boekenredacties van NRC en De Standaard vroegen aan professionele lezers wat zij de 50 beste Nederlandse boeken van de 21ste eeuw vonden. In delen van 10 tellen we af van 50 naar 1.

Boekentop-50
Oproep: wat zijn jóuw favoriete Nederlandstalige boeken van de 21ste eeuw?

De boekenredacties van NRC en De Standaard vroegen aan professionele lezers wat zij de 50 beste Nederlandse boeken van de 21ste eeuw vonden. Maar wat zijn jouw favoriete Nederlandstalige boeken van de 21e eeuw?


Met mijn maat 45 in een babyroze badje

Komiek Pete Davidson, bekend van Saturday Night Live, zei in een recent interview in The Wall Street Journal dat „mannen hun voeten nooit moeten tonen”. Hij vindt ze spuuglelijk, die van zichzelf incluis. Zijn devies: je sokken aanhouden, behalve als je gaat zwemmen. „Zo niet? Bedekken, die dingen. Echt: de mannenvoet moet gecanceld worden.”

Cancellen is wellicht wat overdreven. En ze alsmaar bedekken is ook niet gezond voor een mens. Sterker nog: daar krijg je weer zweetvoeten van, en dat is voor niemand leuk. Nu is Davidson net creatief directeur van sokkenmerk Doublesoul geworden, dus dat bedekken komt hem goed uit.

Niet iedereen is het overigens met hem eens: een voetfetisj is best populair. Uit onderzoek van de Universiteit Antwerpen blijkt dat één op de tien mensen er opgewonden van raakt. Mannen dan wel vier keer zo vaak als vrouwen. De mannenvoet lijkt minder geliefd, dus.

De combinatie van maandagen en sporten is al niet mals, maar wanneer ik in de kleedkamer een zool zo geel als belegen kaas zie, begrijp ik Davidson meteen. Wellicht durven wij mannen minder naar de pedicure te gaan omdat het als vrouwelijk, onnodige luxe of ijdeltuiterij wordt gezien. En als er een kalknagel komt – die je onder meer kunt krijgen door slechte hygiëne of bij veel sporten – is de schaamte groot om een remedie bij de drogist in te slaan. Ik begrijp dat. Er gaat een hele skincare-routine aan vooraf voordat ik mijn bed in duik, ik bezoek om de week mijn kapper, gebruik parfum, bodylotion. Maar daar benee doe ik niets. Ik heb nog nooit een pedicure gehad, heb weleens een kalknagel, sport, loop en ren als een malle maar smeer mijn voeten nooit in met crème.

Enfin. Dat kan dus beter, dus hoog tijd voor mijn allereerste pedicure.

In de eerste minuten voelt het vreemd. Bijna te intiem: niemand heeft ooit aan mijn voeten gezeten

Op Google Maps zoek ik naar een salon. Ik bel drie verschillende. Goddank kan ik meteen bij Li’s Beauty Lounge langs. Met lichte hartkloppingen stap ik op de fiets. Ik merk hoe eenzelfde gevoel opkomt als tijdens mijn rijexamen. Gerommel in mijn buik. Angstzweet onder mijn oksels. Nooit eerder heeft iemand aan mijn voeten gefriemeld of ze van dichtbij bekeken. Wat als het pijn doet? Of kietelt? Wat als ik om dat wat altijd bedekt blijft wordt uitgelachen?

Twee medewerkers zeggen me gedag, twee vrouwen op leeftijd kijken om. De een krijgt een mani, de ander is net klaar met haar pedi. Een medewerker wijst naar een zwartleren stoel. Haar collega, Li, kijkt toe. Ik vraag haar of hier vaker mannen komen. „Soms voor een manicure”, zegt ze terwijl ik aarzelend mijn sokken uittrek. „Met doorzichtige lak. Dat wel.” Pedicures zijn niet geliefd. „Wel bij vrouwen. Maar bij een man?” Ze moet lachen. „Nee, dat gebeurt bijna nooit.”

Maat 45 in een babyroze badje met water. Een minuut later mogen ze eruit en buigt de vriendelijke vrouw zich, gereedschap in de hand, over mijn voeten. In Mandarijn praat ze met Li. Heeft ze het over m’n kromme teen? Ze schraapt dood vel weg, knipt stukken nagels af. In de eerste minuten voelt het vreemd. Bijna te intiem: niemand heeft ooit aan mijn voeten gezeten. Ik ga verzitten en duik in mijn telefoon. Mails wegwerken. Appjes beantwoorden. Een scroll door TikTok. Alles om maar niet bezig te hoeven zijn met wat er voor m’n neus gebeurt: een wildvreemde vrouw die aan mijn tenen pulkt. Wanneer ze aan de bal van mijn voet zit wil ik uit reflex trappen – zo erg kietelt het. Minuten later voel ik mijn hoofd alweer afkoelen. Ze is klaar. Het ziet er goed uit. Ik bedank haar voor het resultaat. Weg eelt, dood vel en lastige nagels. Zo moeilijk was het uiteindelijk niet.


Gedrag veranderen? Begin niet bij de mens, maar bij zijn omgeving

Welke aanpak werkt het beste als je menselijk gedrag wilt veranderen? Een recent overzichtsartikel in Nature, van Albarracín, Fayaz-Farkhad en Granados Samayoa, zet allerlei mogelijkheden en hun effectiviteit op een rijtje.

De mens

Op basis van bestaande theorieën onderscheiden de onderzoekers verschillende factoren die invloed hebben op gedrag. Denk aan kennis (bijvoorbeeld: meer dan de helft van de werkende Nederlanders heeft een zittend beroep) en overtuigingen (langdurig zitten lijkt me slecht voor mijn hart). Andere factoren zijn: algemene attitudes (bewegen is goed voor mensen) en attitudes ten opzichte van specifiek gedrag (ik vind wandelen een fijne vorm van beweging).

Ook zijn emoties van invloed (ik word blij als ik denk aan een wandeling), maar ook algemene vaardigheden (ik ben goed in plannen), specifieke vaardigheden (ik ben goed in het uitzetten van mooie wandelroutes) en gewoonten (ik wandel elke ochtend).

Wie gedrag wil veranderen, kan zijn interventies het beste richten op gewoonten, specifieke gedragsattitudes en specifieke vaardigheden. Bespreek bijvoorbeeld met elkaar de voordelen van timemanagement, doe samen een cursus slim agendabeheer en koppel het nieuwe gedrag aan een vast moment, zodat het een gewoonte wordt. Neem aan het einde van elke vergadering vijf minuten om alle gemaakte afspraken in de agenda’s te noteren.

De omgeving

Naast deze gedragsbepalers die in de mens zelf liggen, heeft ook de sociale en fysieke omgeving invloed. In het onderzoek worden de volgende determinanten benoemd: een injunctieve of voorgeschreven norm (bijna alle artsen vinden dat we meer moeten bewegen), een descriptieve norm (maar in de praktijk bewegen we veel te weinig), en regels en beleid (werkgevers in de bouw hanteren strenge veiligheidsvoorschriften).

Andere determinanten betreffen de betrouwbaarheid van instituties (die werkgevers doen dat met de beste bedoelingen), materiële beloningen (wie zich houdt aan de regels, krijgt een bonus) en sociale steun (mijn teamleider en collega’s helpen me hierbij). Ook van invloed zijn het aanbod van eenvoudige toegang en standaardopties (iedereen op het werk krijgt een zit-stabureau), monitoring en herinneringen (een app vertelt me dagelijks hoeveel ik zit en sta. En: elk halfuur meldt mijn telefoon dat ik even moet bewegen).

Wie gedrag wil veranderen, kan interventies in de fysieke en sociale omgeving het beste richten op toegang en standaardopties, sociale steun en materiële beloningen. Weer een werkvoorbeeld: voortaan starten we de vergadering altijd met de vraag: wat ging de afgelopen week goed en wat had beter gekund? De teamleider faciliteert en vraagt door. Wanneer deze feedback en ideeën tot betere prestaties leiden, wordt het hele team beloond.

Praktisch

Wil je iets veranderen en vraag je je af waar te beginnen? Ga dan voor aanpassingen in de omgeving. Het effect van ‘toegang en standaardopties’ is groter dan van alle andere interventies. Als het gaat om verandering op het werk, komt dit mooi uit. De werkomgeving aanpassen is vaak een stuk eenvoudiger dan collega’s veranderen.

Ben Tiggelaar schrijft wekelijks over persoonlijk leiderschap, werk en management.


Slimme vragen voor een betere strategie

Nadenken over de strategie van een bedrijf draait om het stellen van goede vragen. Dat zeggen Arnaud Chevallier, Frédéric Dalsace en Jean-Louis Barsoux van de Zwitserse businessschool IMD. Ze onderzochten drie jaar lang welke vragen managers relevant vinden en kwamen tot vijf categorieën. Een korte samenvatting met voorbeelden.

1. Feitelijke vragen: wat weten we? Fouten ontstaan vaak omdat belangrijke gegevens ontbreken. Een klassieker: in 2014 kochten de Franse spoorwegen voor 1,5 miljard euro aan nieuwe treinstellen, die vervolgens te breed bleken voor het merendeel van de 1.200 stations. Je kunt niet zonder vragen als: wat weten we; waar moeten we op letten; en gaat dit passen?

2. Creatieve vragen: wat als…? Als je alleen kijkt naar wat bekend is, mis je kansen. In 2017 won Nieuw-Zeeland de America’s Cup-zeilrace door de traditionele handbediende lieren op de boot te vervangen door fietspedalen. Zo kon er meer kracht gezet worden én had de bemanning de handen vrij voor andere taken. Goede vragen: wat als…; hoe zouden we…; wat kan er nog meer…?

3. Uitvoeringsvragen: hoe dan? Grote plannen mislukken vaak omdat we vervelende vragen over de uitvoering mijden. Vragen als: hoe krijgen we dit voor elkaar; waar zitten de knelpunten; hoe meten we de voortgang? Toen in de vroege jaren 2000 digitaal speelgoed oprukte, lanceerde Lego, als reactie, meerdere nieuwe productlijnen tegelijk. Het bedrijf kon de uitvoering van de plannen niet aan en raakte in financiële problemen.

4. Duidende vragen: wat betekent dit? Duidende vragen horen regelmatig terug te keren in strategische beslisprocessen. Vragen als: wat betekent deze trend; wat kunnen we leren van onze concurrent; waarom krijgen we dit soort klachten; wat zijn mogelijke blinde vlekken? Toen Tesla zijn eerste elektrische auto introduceerde, maakten Europese ingenieurs zich druk om de grote kieren rond de deuren. Wat ze niet vroegen was: wat betekent deze innovatie voor onze sector?

5. Emotionele vragen: wat voelen mensen hierbij? Strategie draait niet alleen om feiten en cijfers. Minstens zo belangrijk is hoe medewerkers en klanten veranderingen ervaren. Toen British Airways in 1997 besloot de gestileerde Britse vlag op de staart van de vliegtuigen te vervangen door werk van internationale kunstenaars, reageerden politici, klanten en medewerkers furieus. De operatie – kosten: 60 miljoen pond – werd na twee jaar teruggedraaid. Dus? Stel vragen als: hoe ervaren klanten dit; wat durven collega’s eigenlijk niet te zeggen?

Goede leiders combineren deze vijf typen vragen, zeggen de researchers van IMD. Maar in de praktijk is dat niet makkelijk. Veelal vertrouwen managers namelijk op vraagcategorieën die hun in het verleden succes hebben gebracht. Ik denk: een eenvoudig checklijstje met deze vijf soorten vragen kan helpen.

Afsluitende gedachte. Veel mensen in mijn omgeving experimenteren op dit moment fanatiek met het formuleren van slimme prompts voor ChatGPT en andere AI-bots. Absoluut nuttig. Je leert opnieuw hoe belangrijk goede vragen zijn. Misschien helpt dit ons ook om betere vragen te stellen aan collega’s.

Ben Tiggelaar schrijft wekelijks over persoonlijk leiderschap, werk en management.


Emma de Thouars: ‘Mijn prioriteiten liggen gewoon niet bij een relatie’

„Ik ben dertien jaar single. Mijn enige relatie had ik toen ik begin twintig was, die heeft twee jaar geduurd. Ik word niet snel verliefd, houd me niet bezig met daten, ik moet er niet aan denken om een datingapp te downloaden. Mijn laatste afspraakje was jaren geleden. Mijn prioriteiten liggen gewoon elders. Bij mijn vriendschappen, Chinees leren, alleen op reis gaan. In een trein naar een volgende stad rollen kan ook vlinders in de buik opleveren.

De maatschappij is te weinig ingericht op eenpersoonshuishoudens, terwijl een derde van de Nederlandse huishoudens dat is. Kijk alleen al naar de supermarkt: kleinere verpakkingen zijn relatief duurder dan de grotere. In de podcast Steeds meer singles, die ik sinds 2024 met [journalist] Lizzy van Hees maak, bespreken we alle kanten van het vrijgezel zijn. Binnenkort brengen we ook een boek uit, Single, waarin we handvatten geven om een fijn leven voor jezelf op te bouwen. Zonder waardeoordeel, want singles hebben al vaak het gevoel dat ze niet compleet zijn. Single-literatuur en -podcasts zijn meestal oplossingsgericht: hoe kom je aan een relatie, zitten je hechtingsstijlen je misschien in de weg? Of je móét happy single zijn, alsof dat beter is dan een relatie. Door de podcast zijn wel dertig single-appgroepen ontstaan, met vrijgezellen die offline afspreken. Als ik foto’s van hun uitjes krijg, moet ik vaak huilen, zo waardevol vind ik het.

Ik heb geen kinderwens, waardoor ik in een andere positie zit dan veel vrouwen van mijn leeftijd. Als single vrouw van 36 kun je in een rouwproces komen omdat de kans op een kind afneemt. Er komt een moeilijke twist in je hoofd, ergens tussen hoop en afscheid nemen. Ik mag van geluk spreken dat ik echt geen kind wil. Vroeger hield ik de optie nog open. Nu denk ik: met een kind heb je minder geld en tijd, en de verantwoordelijkheid gaat nooit weg. Ik heb al veel liefde in mijn leven, ook door de kinderen van mijn vrienden. Eigenlijk ben ik helemaal pro-kinderen, maar gewoon niet voor mezelf.

Mijn ouders zijn gescheiden toen ik twee was. Dat was een rommelige tijd; mijn moeder verhuisde vaak, waardoor ik vaak van school moest wisselen. Ik kreeg op de basisschool een halfbroertje en -zusje van mijn moeders kant, zij zijn mijn hartjes. Leeftijdsverschillen in een samengesteld gezin kunnen je veel brengen, je krijgt veel bewuster mee hoe iemand opgroeit. Als kind was ik verlegen en teruggetrokken. Ik ben op school nooit gepest, maar dacht niet: hier hoor ik thuis. Comfort vond ik bij mijn broertje en zusje, die me trots maakten; alsof ik ook een beetje hun moeder was.

Van de kookboeken die ik heb gemaakt is Solo mij het meest dierbaar. Het zijn eenpersoonsrecepten die ik daadwerkelijk vaak maak. Veel kookboeken zijn gebaseerd op het kerngezin; zelfs auteurs die geen kinderen hebben, schrijven hun recepten voor vier personen. Voor jezelf koken wordt vaak al lastig gevonden en dat maakt het niet makkelijker. Koken is zelfvertrouwen, in je eentje beslissingen durven nemen. Met Solo wil ik mensen aanmoedigen om de regeltjes los te laten, je hóéft niet altijd drie componenten op je bord te hebben. Maak in de avond een keer een lekker broodje, eet groenten tijdens je lunch.

Foto Angela Baas

Eten heeft altijd al een grote rol in mijn leven gespeeld. Dat komt ook doordat ik Indo ben. We gingen vaak naar feesten in buurtcentra, waar alleen maar gegeten werd. Mijn oom heeft me Indisch leren koken, mijn moeder en stiefmoeder konden ook goed koken. Toen ik psychologie ging studeren ben ik veel gaan experimenteren, gewoon met de YouTube-video’s van Nigella Lawson. Het leuke van eten is dat je, zelfs als je heel veel weet, eigenlijk nog steeds niks weet. Ik schrijf al jaren boeken over Aziatisch eten, maar proef nog steeds smaken waarvan ik niet eens wist dat ze bestaan.

Ik snap nooit dat mensen ingewikkelde maaltijdboxen bestellen terwijl je ook gewoon iets met ei kunt maken – roerei, gebakken ei, gestoomd ei. Rijst met ei en sojasaus is het lekkerste wat er is, juist omdat het zo simpel is. Het is niet heel olie-achtig, maar heeft wel de perfecte vettigheid, en je kunt er ook gewoon groentes aan toevoegen – broccoli, tomaat. Als zo’n smeuïg ei in je mond een rijstkorrel raakt, dat is gewoon magic.

Mijn volgers gaan goed op mijn koelkastmanagement. Er staan veel bakjes met saus, groenten, aardappelen, rijst en dips in – vaak restjes van wat ik eerder heb gekookt. Ik stapel ze netjes op elkaar, dat wordt fulfilling gevonden. De beste bewaarbakjes zijn die van DuraHome, niet stuk te krijgen.

Als ik op reis ga, laat ik bijna niks aan het toeval over. Ik doe wel spontane dingen, maar daar bouw ik ruimte voor in. Ik doe research op YouTube, blogs, Instagram en TikTok naar goede restaurants. Ik heb Excelsheets per stad, en zorg dat ik Google Maps-kaarten met genoeg pinnetjes maak. Ik wandel zoveel mogelijk, zodat ik snel weer trek heb. Met een goede voorbereiding beland je nooit in een tourist trap. Concessies doe ik niet, want mijn mood is afhankelijk van hoe lekker mijn maaltijd was. Hoe moe ik ook ben, ik loop liever een half uur door dan te zwichten voor een middelmatig restaurant.

Volgers vragen soms: hoe kan jij dat eten allemaal op? Het verbaast me dat ze zo’n vraag normaal vinden. Ik eet niet per se veel, maar het is alsof we ons niet meer normaal tot lekker eten kunnen verhouden. Toen het slecht met me ging ben ik veel aangekomen; dat gewicht zit er nu nog aan. Dat is voor nu maar even zo, ik vind het belangrijker hoe het in mijn hoofd gaat.

Ik heb vaak in sterrenrestaurants gegeten, maar goedkoop eten is vaak het beste eten. Ik heb niet zoveel met opsmuk, koken alsof het chirurgie is. Goedkoop eten staat vaak veel dichter bij de cultuur van een land. In China heb je ochtendstalletjes die van zes tot negen open zijn, daar halen werkende mensen hun ontbijt; jianbing [hartige crêpe] of cheung fun [gestoomde rijstnoedelrollen]. Dat kost nog geen euro en is superlekker. Ik geloof dat een kleffe tosti in de voetbalkantine soms beter kan smaken dan een sterrenmaaltijd. Het concept guilty pleasures vind ik onzin, wie bepaalt wanneer je schuldig bent? Pas heb ik goedkope sushi ontdekt. Heerlijk als je brak bent, die knapperige uitjes en srirachamayo.

Twee jaar geleden ging ik naar Zuid-Korea voor een tv-programma. Er werden door mijn co-presentator nare opmerkingen gemaakt over mijn lichaam en mijn gewicht. Ik zal al minder goed in mijn vel, ik kon er niet mee omgaan. Ik werd er een open zenuw door, kon niet meer stoppen met huilen. Een psycholoog diagnosticeerde me met een aanpassingsstoornis, een soort emotionele burn-out, waar ik twee jaar last van heb gehad. Van een depressieve periode word je empathischer. Wanneer mensen vroeger niet op een appje reageerden, dacht ik: hoeveel moeite is dat nou? Als iemand nu aangeeft dat iets niet lukt, neem ik het meteen voor waar aan.

Sinds kort weet ik dat ik demiseksueel ben, waarbij je je alleen aangetrokken voelt tot iemand wanneer er een emotionele connectie is. Ik zie nooit een foto van iemand en denk: oh mijn god, ik wil nú met jou naar bed. Van one night stands heb ik afscheid genomen, ik moet verliefd zijn voor goede seks. Het is geruststellend dat er woorden zijn die duiding geven aan een van de puzzelstukjes waar je uit bestaat. Als ik vroeger een jaar geen seks had gehad, dacht ik: ik ben niet begeerlijk. Nu schaam ik me er niet meer voor.”

CV
Emma de Thouars

1989
Geboren in Amsterdam, opgegroeid in Heemstede
2014
Bachelor sociale psychologie, Universiteit van Amsterdam
2015
Master economics and consumer psychology, Universiteit Leiden
2016
Managing editor FavorFlav.com
2019
Receptontwikkeling 24Kitchen, Lindenhoff, Crisp
2020
Kookboek Amazing Asia
2022
Receptencolumnist Het Parool
2023
Presentatie Temple Food, KRO-NCRV
2024
Kookboek Solo, podcast Steeds meer singles
2025
Non-fictieboek Single: alles wat je moet weten om een buitengewoon leven voor jezelf op te bouwen (6 februari, Meulenhoff)
Emma de Thouars woont in Amsterdam.


De wilskracht voor goede voornemens ebt langzaam weg. Hoe hou je ze tóch vol?

Dry January wordt stilletjesaan steeds minder droog en drie keer per week naar de sportschool bleek toch best wel veel: iedereen die goede voornemens had, weet dat het makkelijker is om ze te formuleren dan om je eraan te houden. NRC schreef de afgelopen jaren veel over gedragsverandering en destilleerde vijf tips om je voornemens vol te houden. Je kunt het.

1

Ten eerste: wie een terugval heeft, is niet meteen af  

Je wekelijkse rondje hardlopen overgeslagen? Of toch gezwicht voor een borrel? Dat je je één keer niet aan de afspraak met jezelf hebt gehouden, betekent nog niet dat je die afspraak dan ook maar net zo goed helemaal overboord kunt gooien.

Tom Bart, van verslavingsinstelling Jellinek, moedigt in dit artikel over Dry January aan om op zulke momenten te reflecteren op waar het fout ging. „Vraag je af waarom je dronk. Met welke mensen was je, welk gevoel had je? Dat helpt je de volgende keer.”   

De kunst is om de fouten die je onderweg maakt te zien als een les, en niet als een afgang. Wie dat lukt, gooit de handdoek waarschijnlijk minder snel in de ring. Ofwel: met frisse moed én vertrouwen verdergaan met waar je eerder aan begonnen was.

Lees ook

Dry January is bijna voorbij – en nu?

Dry January is bijna voorbij – en nu?

2

Train je wilskrachtspier

Je hersenen doen er van alles aan om jouw goede voornemens te dwarsbomen: ze houden je illusies voor en schatten zichzelf wilskrachtiger in dan ze zijn. En dan is het aantal keuzes dat mensen dagelijks moeten maken ook nog eens bizar groot voor het menselijk brein. Niet bepaald goed nieuws voor iemand die het roer om wil gooien. 

Gelukkig kun je je ‘wilskrachtspier’ ook trainen, bijvoorbeeld door je te beperken tot één voornemen en een routine te creëren. Stel bijvoorbeeld het eten van een snoepje standaard tien minuten uit of zet standaard om 10 uur ’s avonds stipt de televisie uit.  Zo maak je het een beetje makkelijker voor je brein, en daarmee voor jezelf.  

Lees ook

Wie zijn goede voornemens slim formuleert, vergroot zijn kansen

Wie zijn goede voornemens slim formuleert, vergroot zijn kansen

3

Vind een buddy

Raakt je grote doel uit zicht? Soms hebben we iemand nodig die ons terugfluit naar het juiste pad. Daarin heeft zich een populair hulpmiddel aangediend in zelfhulp-land: de accountability partner. Dat is iemand in je omgeving hebben die je verantwoordelijk houdt, voor de plannen die je maakt en de doelen die je jezelf stelt. Iemand die je streng durft toe te spreken als je een deadline hebt gemist, maar die je net zo goed toejuicht als je om een lang gewenste salarisverhoging hebt durven vragen.

Zo’n vast reflectiemoment kan ongestructureerd verlopen of met vaste vragen als ‘Hoe gingen mijn acties afgelopen week?’, ‘Wat had ik beter kunnen doen?’ en ‘Wat zijn mijn concrete acties voor volgende week?’. In dit artikel uit 2020 vertellen verschillende buddies hoe zij met wekelijkse telefoongesprekken of koffie-afspraken elkaar op het juiste pad houden.

4

Formuleer een ontwikkeldoel, geen prestatiedoel

Door op een slimme manier je doelen te formuleren, vergroot je je kansen. Zo zijn ontwikkeldoelen meestal effectiever dan prestatiedoelen, tipt gedragswetenschapper en columnist Ben Tiggelaar in zijn boek De Ladder (2018). „Dus niet: ‘Aan het eind van dit jaar wil ik een 8 voor mijn evaluatie’, maar liever: ‘Ik ga het komende halfjaar minstens drie manieren uitproberen om mijn managementstijl te verbeteren’.”

Je kan ook gebruik maken van bovengeschikte en ondergeschikte doelen, oftewel de uitkomst die je wilt halen en het gedrag dat je daarvoor nodig hebt. Het meest effectief is om de twee te combineren, schrijft Tiggelaar, en het op een positieve manier te formuleren. Dus: wat je wél wilt bereiken en wat je wél wilt doen.

Het is daarbij wel belangrijk om het gewenste gedrag concreet te beschrijven binnen de context waarin het moet plaatsvinden, schrijft Tiggelaar in een column uit 2022. „Dus niet: ik wil wat meer bewegen. Maar: elke maandag en donderdag, als ik thuiskom van mijn werk, ga ik meteen een half uur hardlopen.” 

Lees ook

Gooi weg, spoel door, zwicht niet

Gooi weg, spoel door, zwicht niet

5

Je hóéft niet op 1 januari te beginnen

Toegegeven, dat hadden we misschien eerder moeten delen. Maar waarom zou je eigenlijk 1 januari kiezen om te beginnen met je goede voornemens? Nog brak van Oud en Nieuw, moe van de familieverplichtingen en in de donkerste tijd van het jaar. Er zijn betere omstandigheden te bedenken om je leven in te beteren.  

In dit artikel opperen verschillende psychologen dat na de zomervakantie een beter moment zou zijn om je voor te nemen om je gedrag te veranderen. Helemaal uitgerust, de kleur nog op het gezicht en vol frisse energie.

Wil je niet tot september wachten om opnieuw te beginnen? Volgens hoogleraar sociale psychologie Roos Vonk is eigenlijk elk moment goed om de eerste stap te zetten. In het boek Je bent wat je doet (2014) beschrijft ze dat de grootste valkuil van voornemens „later” is, want later komt altijd alles beter uit. 

Lees ook

Vergeet 1 januari, begin nú met goede voornemens

Vergeet  1 januari, begin nú  met  goede voornemens

<dmt-util-bar article="4880146" headline="De wilskracht voor goede voornemens ebt langzaam weg.
Hoe hou je ze tóch vol?” url=”https://www.nrc.nl/nieuws/2025/01/21/de-wilskracht-voor-goede-voornemens-ebt-langzaam-weg-hoe-hou-je-ze-toch-vol-a4880146″>

Flossen, stoken of ragen? En vijftien andere tips voor een stralend gebit

Twee keer per dag twee minuten poetsen, één keer stoken, en regelmatig de tandarts bezoeken. Het standaardadvies voor een goed gebit kennen de meeste mensen wel. Toch kan je nog wat extra moeite doen om je tanden sterk te houden. Niet alleen kan dat fikse rekeningen besparen, maar het is ook goed onderhoud voor de witte parels die je leven lang mee moeten. 

Is mondspoeling een goed idee? Waarom zorgt een appel voor gezond speeksel? En hoe vaak moet je nou écht het opzetstuk van je elektrische tandenborstel vervangen? NRC sprak vijf experts op het gebied van mondgezondheid.

1Tandplak is de vijand en je tandenborstel het wapen

Als het gaat om gaatjes en tandvleesontsteking is tandplak de grote boosdoener; je beste wapen is je tandenborstel. Alleen poetsen veel mensen korter dan de aanbevolen twee minuten, zegt Dagmar Else Slot, hoogleraar preventie in de mondzorg. „Voorheen was het driekwart minuut, inmiddels is het wat toegenomen omdat mensen nu beter weten hoe belangrijk dit is, maar het is vaak nog lang niet twee minuten”. Daarom het advies: „Gebruik een zandloper of stopwatch als je geen elektrische tandenborstel hebt met een timer.”

Tandarts Erik-Jan Muts slaat soms „steil achterover” van de tandenborstels waar mensen hun mond mee schoonmaken: oud, keihard, of met nog maar een paar haartjes. Zonde, zegt hij, want met een fatsoenlijke borstel en poetstechniek boek je het makkelijkst winst voor een gezond gebit. „Concentreer je écht op het poetsen: leg je telefoon weg, kijk in de spiegel, en ga zorgvuldig een vaste volgorde af. Buitenkanten, bovenkanten, binnenkanten.”

2Poets voor het ontbijt

De vraag die altijd blijft terugkeren: is het beter om voor of na het ontbijt te poetsen? Niet elke tandarts adviseert hetzelfde, maar de meesten lijken het erover eens: vóór het ontbijt is beter. De zuren en suikers in het eten verzwakken namelijk tijdelijk het glazuur, zegt tandarts Erik-Jan Muts. Je speeksel heeft tijd nodig om je tanden weer te versterken. „Te remineraliseren”, noemt hij het. „Als je meteen na het ontbijt poetst, loop je het risico kleine stukjes van het verzwakte glazuur weg te poetsen.”

Wil je geen havermout die naar tandpasta smaakt? Als je echt liever na het ontbijt wilt poetsen, wacht dan een halfuurtje na het eten.

3Bij ‘fluoridevrij’ moet een alarmbel afgaan

In chique biowinkels worden fluoridevrije varianten van tandpasta vaak aangeprezen als kwaliteitsproducten, tot ergenis van hoogleraar Slot. „Juist daardoor ontstaan gebitsproblemen.”

Waarom is fluoride dan zo belangrijk? „Je moet je tand zien als een muur waar voegen in zitten; en door eten en drinken, en voornamelijk als daar suikers en zuren in zitten, worden die voegen zacht of gaan ze eruit. Fluoride is niet zozeer een laagje op de tand, het bouwt zich echt in je tand in, impregneert het eerder, waardoor het glazuur mooi hard blijft.”

Ook bij jonge kinderen geldt het advies om twee keer per dag te poetsen. „Al bij het eerste puntje tand”, adviseert mondhygiënist Brenda Grift, die onderzoek doet naar gezonde peutermonden. „Tot vijf jaar kan je peutertandpasta gebruiken, daar zit een minder hoog percentage fluoride in. Maar vanaf vijf jaar is tandpasta voor volwassenen het advies. Het liefst met mintsmaakje, om te voorkomen dat kinderen wennen aan iets zoets.”

Lees ook

Waarom stond er op die tandpasta niet: ‘gebruik op eigen risico’?!

Waarom stond er op die tandpasta niet: ‘gebruik op eigen risico’?!

4Niet spoelen met water

Voor oudere lezers is dit misschien even wennen, want zij kregen vroeger vaak te horen dat het juist wél moest, maar mondhygiënist Grift adviseert om niet uitgebreid te spoelen met water na het poetsen. „Dat geeft de fluoride in je tandpasta de kans om beter zijn werk te doen; zonde om een groot deel gelijk weg te spoelen.”  

Mensen hoeven volgens haar niet snel bang te zijn om te veel fluoride binnen te krijgen. „Je moet in één keer meer dan een hele tube opeten om een gevaarlijke dosis binnen te krijgen.”

5Tandartsangst overwinnen

Zweethanden, een torenhoge hartslag, trillend in de tandartsstoel – of juist alles eraan doen om die gevreesde stoel te vermijden. Een kwart van de Nederlanders is bang om naar de tandarts te gaan en zo’n 800.000 volwassenen lijdt aan de meest extreme vorm van tandartsangst, een heuse tandartsfobie.

Vaak wordt er lacherig over gedaan, terwijl het een serieuze angst is die kan overslaan naar andere medische ingrepen of behandelingen, ziet tandartsangst-deskundige Caroline van Houtem van de Stichting voor Bijzondere Tandheelkunde. Van twintig gaatjes, rotte kiezen of dikke lagen tandsteen – de gevolgen van jarenlange verwaarlozing – kijkt zij inmiddels niet meer op.

Het goede nieuws: wie een gespecialiseerde zogeheten ‘angst-tandarts’ bezoekt kan gemakkelijk leren de angst te beheersen, zegt Van Houtem, en tegelijkertijd zijn gebit redden. „Het maakt niet uit of je één jaar bang bent of twintig. Vaak is de angst én een deel van je gebit binnen zes tot acht sessies behandeld.”   

Voor een afspraak bij de angst-tandarts heb je een verwijzing nodig van je huisarts, een reguliere tandarts of een psycholoog.

6Vergeet het flosdraad: pak een stoker of rager

De kleine holte tussen tand en tandvlees is een favoriete verstoppingsplek voor bacteriën en haast onbereikbaar voor de tandenborstel. Wie een gezonde mond wil, moet flossen, stoken of ragen – maar wat is het beste?

„Uit onderzoek weten we dat flossen niet het meest effectief is. Mensen krijgen het niet goed voor elkaar om met flosdraad de juiste plekken te bereiken. Daarom heeft een houten of rubberen tandenstoker de voorkeur. We zijn er nog niet uit welke van die twee het beter doet”, zegt Slot.

Bij mensen die lijden aan parodontitis, waarbij het tandvlees is ontstoken en een deel van het kaakbot is aangetast, werken ragers het best. Dat zijn ijzerdraadjes met nylon filamenten. Daarbij is het wel essentieel dat je de juiste maat gebruikt. „Te dunne ragers zijn niet effectief en met een te dikke rager beschadig je je tanden. Dus dat luistert heel nauw.” 

Een waterflosser is volgens Slot ook een ‘handig instrument’. Het verwijdert niet zozeer de tandplak, maar het husselt het wel door elkaar. „Daardoor wordt de tandplak minder toxisch, wat minder ontsteking veroorzaakt.”

Maak je je zorgen over microplastics, bijvoorbeeld in rubberen tandenstokers of tandpasta? Het is nog onduidelijk of deze minuscule plastic deeltjes zorgen voor schadelijke gezondheidseffecten. Wie twijfelt, of bezorgd is dat het via het afvoerputje in de natuur belandt, kan kiezen voor houten stokers of controleren of een product microplastics bevat met de Beat the Microbead-app.

7Pas je mondspoeling aan op je behoeften

Het schap met mondspoelingen in de drogisterij is een overweldigende verzameling aan kleuren en merken. „Maar het ene mondspoelmiddel is het andere niet”, waarschuwt Marja Laine, hoogleraar Orale Diagnostiek. „Zoek je iets tegen gaatjes? Kies dan voor een spoeling met natriumfluoride. Heb je last van een droge mond? Ontwijk dan spoelmiddelen met alcohol, omdat het de mond verder uitdroogt. Als je weinig speekselproductie hebt en gevoelig bent voor gaatjes, is een spoeling met extra fluoride aan te raden.” 

Als je last hebt van slechte adem, kies dan voor een mondspoeling met zink, dat kan geurstoffen neutraliseren. „Dan moet je het ook eerder als een gorgelmiddel gebruiken dan een spoelmiddel”, adviseert Laine. „Omdat de oorzaak vaak zit bij de bacteriën op het achterste gedeelte van je tong.”

8Over slechte adem gesproken…

Een stinkende adem kan komen door een ontsteking in de luchtwegen of het maagdarmkanaal, maar bij zo’n 80 procent van de gevallen zijn de bacteriën die vertoeven in onze mondholte de oorzaak. Ze doen nobel werk door de eiwitten in ons voedsel af te breken, maar veroorzaken daarbij ook zwavelgassen die ruiken naar een uitgebarsten vulkaan, rotte eieren of zelfs ontlasting.

Marja Laine, expert op het gebied van slechte adem, begint met twee belangrijke mededelingen. Eén: veel mensen denken ten onrechte dat ze een slechte adem hebben, en lopen tientallen jaren rond met een grote onzekerheid. Ten tweede: slechte adem is haast onmogelijk om bij jezelf vast te stellen; je went namelijk aan de geur.

Als een uitverkoren vriend dan toch tot het oordeel komt dat het niet fris ruikt, is beter poetsen, stoken en gorgelen de beste stap. Zo geef je de bacteriën geen kans. Ook kan het geen kwaad om de spiegel erbij te pakken en te controleren op tongbeslag. Zie je een lichtgele of witte laag? Dan kan een tongschraper helpen, zegt Laine. „Twee keer per dag gebruiken, na het poetsen.”

Als de geur hardnekkig is, is een bezoek aan de tandarts of mondhygiënist de uitkomst, zegt Laine, die kan vaststellen of er een andere boosdoener is, zoals open gaatjes of een tandvleesontsteking.

9De handtandenborstel versus de elektrische 

Ook al kan je met beide soorten borstels je mond goed schoon houden: onderzoek laat wel zien dat een elektrische tandenborstel beter tandplak verwijdert en dat mensen er sneller gezond tandvlees mee krijgen, zegt hoogleraar Slot. „Je hebt elektrische tandenborstels vanaf 35 euro tot honderden euro’s. Twee functies zijn het belangrijkst: een timer en een druksensor. Zo’n sensor geeft een rood lampje als je te zacht of te hard poetst, en groen als je het goed doet. Dat is heel motiverend.” 

Ook handtandenborstels zijn er in alle prijscategorieën. Premium merken hebben beter afgeronde borstelharen, weet Slot, waardoor ze minder scherp zijn, en er minder kans is op schade. Dat gezegd hebbende: het hoeft niet zo te zijn dat een goedkope borstel dit níet heeft.

Lees ook

Op tandenpoetsles bij de tandarts: wat kan er beter?

Op tandenpoetsles bij de tandarts: wat kan er beter?

10Liever een pen dan een deurklink

Hou jij de handtandenborstel tijdens het poetsen vast in een gespannen knuist? Wellicht moet je dan je grip heroverwegen, zegt Slot. „Een handtandenborstel moet je vasthouden als een pen, niet als een deurklink. Met een deurklinkgreep kan je nooit zo goed en secuur een borstel neerzetten op de rand van tand en tandvlees als een pengreep. Daarbij moet je kleine heen en weer gaande bewegingen maken.” 

Bij elektrische tandenborstels is het cruciaal voor de poetsbeweging welke kop je hebt. Een ronde, roterende borstel poetst de tanden individueel, daarom moet je hem een paar seconden stil houden per tand. Met een sonische tandenborstel, dus met langwerpige borstelkop, poets je op dezelfde manier als een handtandenborstel. Deze plaats je schuin op de rand van het tandvlees.

11Beperk je eet-of drinkmomenten

Bij elk eetmoment komen er suikers in je mond, wat voedsel is voor schadelijke bacteriën. De mond heeft ongeveer twee uur de tijd nodig om de suikers te neutraliseren. „Beperk het aantal eet-en drinkmomenten tot zeven op een dag”, adviseert mondhygiënist Brenda Grift. „Als je blijft snoepen, zijn er continu suikers aanwezig, en kan je mond niet herstellen.”  

Water en thee zonder suiker mag altijd. Maar steeds kleine hapjes van een koek, of continu slokjes limonade drinken, dat kan je mond niet bijbenen. Grift: „Bij kinderen houden we het op slechts vijf eet-of drinkmomenten, omdat ze minder lang wakker zijn.” 

12Elke drie maanden een nieuw opzetstuk? ‘Onzin’

De fabrikant wil natuurlijk zoveel mogelijk kopjes verkopen. „Hun advies is om de borstelkop elke drie maanden te verwisselen. Technisch gezien geldt: als de borstelharen intact zijn, dan blijft de borstel effectief, ook na drie maanden. Wel is de levensduur afhankelijk van hoe je poetst”, zegt hoogleraar Slot.

Hoe verschillend dat kan zijn, liet een onderzoek zien waarbij mensen elke drie maanden een nieuwe tandenborstel kregen. „Sommige zagen er na drie maanden nog keurig uit, andere zagen eruit alsof iemand ook de badkamervloer ermee had gepoetst.” 

Borstels waarbij de haren niet meer in lijn staan met de basis, en alle kanten op springen als een soort fontein, zijn minder effectief. Dan is het tijd om de borstel te vervangen, zegt Slot. „Maar als dat bij jou al gebeurt na een maand gebruik, dan is het eerder van belang dat je je poetsgewoonte aanpast.” Minder hard tekeer gaan met de tandenborstel is dan een goed idee. 

13Laat social media je niet verleiden tot oil pulling of houtskoolpoeder 

Een lepel olie nemen en dat door je tanden persen: op sociale media belooft oil pulling te zorgen voor een prachtig gebit. Als je het goedje uitspuugt na twintig minuten ziet het er heel anders uit. Maar dat zijn geen schadelijke stoffen zoals wordt beweerd, zegt Slot, maar simpelweg een mengsel van speeksel en olie. „Hetzelfde principe als een vinaigrette voor je salade.” Oil pulling kan geen kwaad, maar een tandenborstel is vele malen effectiever, volgens de hoogleraar.

Ook houtskoolpoeder waar je een natte tandenborstel in dipt of tandpasta met houtskool zijn populaire producten voor wittere tanden. En hoewel de tanden witter lijken na gebruik, komt dat vooral door het sterke contrast met de zwarte tandpasta, zegt hoogleraar Slot.

„Het eerste probleem is dat in veel van dit soort producten fluoride ontbreekt. Ten tweede: alle premiummerken tandpasta respecteren de regels wat betreft schuurbaarheid. Houtskooltandpasta is soms veel schurender dan gewone tandpasta.”

14Effectief bleken doe je bij de tandarts, niet de schoonheidssalon

Whitening-pennen, whitening-strips, whitening-crèmes en zelfs whitening-lampen: het lijkt een marketing-toverwoord. Op de vraag of het werkt, antwoordt tandarts Erik-Jan Muts, expert op het gebied van esthetische tandheelkunde, vastbesloten: „Nee.”

Het lange antwoord: alleen tandartsen mogen volgens Europese regelgeving bleken met de optimale hoeveelheid van de werkzame stof, maximaal 6 procent waterstofperoxide. Deze hoeveelheid kan je tanden tijdelijk wat gevoeliger maken, maar richt geen blijvende schade aan mits het goed wordt aangebracht. In producten bij de drogisterij of behandelingen bij een bleeksalon mag gewerkt worden met slechts 0,1 procent waterstofperoxide. „Dat is zo’n laag percentage, dat gaat niks uithalen.”

De enige reden waarom je tanden witter lijken na een bezoekje aan de schoonheidssalon, is omdat je een uur met je mond open hebt gelegen. Dit droogt de mond ontzettend uit, zeker als er ook nog een lamp op wordt gezet. En droge tanden ogen witter, maar dat effect is na een paar uur, hooguit een dag, weer voorbij. Als je echt wittere tanden wilt, moet je dus naar de tandarts.

15Koester je speeksel, kauw op een appel 

„Speeksel is een prachtige, ontzettend veelzijdige vloeistof,” zegt speekseldeskundige Laine, „en een essentieel onderdeel van mondgezondheid”.

Een gezonde mond produceert elke dag een halve tot anderhalve liter speeksel. Het spoelt en beschermt de mond en neutraliseert vieze geurtjes. „Zonder speeksel gaat eten, praten en slikken moeizamer. Je krijgt makkelijker infecties, gaatjes, slijtage, omdat het moeilijker is om de mond schoon te houden, want speeksel reinigt ook.”

Hoe zorg je goed voor je speeksel? „Chronische stress verminderen en voldoende vocht drinken, zeker 1,5 liter water per dag. En natuurlijk stimuleren op de natuurlijke manier: goed kauwen. Het liefst op eten met structuur en smaak. Een appel stimuleert je speekselproductie bijvoorbeeld veel beter dan zacht, flauw voedsel.”   

Ook kauwen op een kauwgumpje – zonder suiker, uiteraard – zorgt volgens Laine voor een gezonde boost van de speekselproductie.

16Skip de kunstnagels 

Het aantal mensen met een acrylatenallergie is toegenomen door de populariteit van gel- en acrylnagels. Dat is niet alleen een probleem als je een pacemaker of een kunstheup nodig hebt, maar ook voor je gebit: een allergie is levenslang en betekent dat het lichaam de meeste tandvullingen of kunstgebitten niet kan verdragen.

„Ik heb nu weer een patiënt, een ontzettend jong meisje, die een allergische reactie heeft gekregen”, zegt tandarts Caroline van Houtem. „Ik kan amper iets in haar mond doen.” Haar advies: ouderwetse nagellak gebruiken.


Gooi weg, spoel door, zwicht niet

Het is weer die ene week van het jaar waarin iedereen nog uitkomt voor zijn goede voornemens en bij de koffieautomaat trots de plannen opsomt: kappen met roken, meer sporten, minder vreemdgaan en ga zo maar door. Mij lukte het de afgelopen jaren om me aan al mijn goede voornemens te houden, behalve eentje: stoppen met cola light.

Eerst een kleine verdediging, want u kan nu denken van nou ja, cola light, zo moeilijk is het toch niet om daarvan af te blijven. Het is inderdaad geen nicotine of crack, maar online zijn er talloze getuigenissen van hoe verslavend dat spul wel niet is. The Guardian, The New York Times en ook NRC wijdden er hele stukken aan. De combinatie van cafeïne, aspartaam en koolzuur kunnen in je hersenen een vuurwerkshow aan beloningsstoffen activeren. Natuurlijk niet bij iedereen, maar ik hoef maar een fles te openen en de pssst veroorzaakt al een endorfinelawine.

Het maffe is dat stoppen met roken prima ging, maar cola lange tijd voor mij een brug te ver was. Ik had mijn omfietsmerken en, net zoals een vinoloog, een hele lijst voorkeuren hoe ik de drank het liefst tot me nam. Op kamertemperatuur, geschonken uit een plastic fles (uit een blikje mousseert te agressief) en geen rietje, want je wil je hele mond ermee vullen. En net zoals vis een witte wijn beter laat uitkomen en mosselen weer iets doen voor bier, at ik bij mijn cola het liefst iets zouts of pittigs. Ik vond het zalig wanneer de koolzuur de dorst of hitte weer uit mijn keel schrobde.

Maar het begon te knagen. Er is nog geen sluitend wetenschappelijk bewijs dat aspartaam kanker veroorzaakt, maar toch. Cola light is een relatief recent product, waardoor nog niet alle langetermijneffecten bekend zijn. Goed voor je tanden en nieren is het in ieder geval niet, en het zet ook je insulinespiegel op zijn kop.

Tegenbeweging

Af en toe schijnt het geen kwaad te kunnen. Het vervelende is echter dat ik het niet bij af en toe een cola’tje kon houden. Lang verhaal kort: het is acht keer mijn goede voornemen geweest om ermee te stoppen. Het lukte me telkens een aantal maanden, maar alsnog zwichtte ik, juist omdat ik na zo’n lange tijd dacht: ach, eentje kan geen kwaad. En vervolgens weer elke dag cola in huis haalde.

Tot ik afgelopen februari tijdens een familiefeest braaf aan de Spa rood zat en mijn zwager, die altijd grapt dat nicotine zijn favoriete groente is, op me afkwam en me vertelde dat hij niet meer rookte.

„Maar je pafte als een hoogoven”, zei ik verbluft, „hoe is dat je gelukt?”

„Door het gewoon niet te doen”, zei hij triomfantelijk.

„Ha-ha”, mompelde ik.

„Nee, letterlijk! Het daagde me opeens dat roken gewoon een handeling is. Om weer te beginnen moest ik letterlijk in beweging komen, er waren tientallen stappen. Naar de winkel gaan, afrekenen, aansteker pakken. Allemaal acties waar je zelf bij bent.”

Hij vertelde dat hij onlangs, in een zwak moment, een sigaret had gebietst en toen besefte dat hij, ook al had hij dat ding tussen zijn lippen, alsnog geen hijs had genomen en dus ook nog niet zijn voornemen had verbroken. Meteen haalde hij het ding uit zijn mond en knakte hem doormidden. Degene van wie hij hem had gekregen was wel even chagrijnig maar gaf hem er achteraf een schouderklop voor.

„Het is zo makkelijk om te zwichten als je op het punt staat om te zwichten, het geeft je bijna een excuus, zo van ja maar de kat zit al op het spek dus nu moet ik wel toegeven. Maar bijna zwichten is nog niet zondigen. Een terugval overkomt je nooit zomaar. Je bent er altijd zelf bij, het is iets dat je doet. En je bent dus ook in staat tot een letterlijke tegenbeweging.”

‘Ja maar’

Dat herkende ik, want ik was ooit op vergelijkbare wijze gestopt met snoepen. Als ik weer eens met honger boodschappen deed en toch die zak drop had gekocht, opende ik hem thuis boven de afvalemmer en gooide hem leeg. Natuurlijk waren er dan wel gedachten over kinderen met honger, zonde van het geld en werkloze tandartsen, maar een deel van het kwaad was toch al geschied, en niemand was ermee geholpen als ik mijn lichaam alsnog volstouwde met suiker en E-nummers.

„Met iets stoppen vraagt soms veel meer actie dan je zou denken”, zei ik.

„Daarom”, zei mijn zwager, „noem ik dit ook wel de destructieve methode. Vernietig gewoon de kans om terug te vallen, ook al is het op het laatste moment. Gooi dat snoep weg, spoel die alcohol of cola door de gootsteen, breek die sigaret in twee. Het is voor mij het ultieme antwoord op alles wat er in je hoofd gebeurt wanneer je dreigt te bezwijken. Dan ga je allemaal redenen bedenken waarom je wel mag toegeven.

Illustratie Sophie van de Mars

Ja, en gedurende de dag wordt dat zeurstemmetje steeds overtuigender. In de ochtend is je verslaving nog een kind, zo’n tienjarige die enthousiast zwerfafval prikt en gelooft dat een betere wereld onder handbereik ligt. Ergens zeurt hij wel om die stoot maar je neemt het niet serieus. Tegen de middag is die gehoorzame koter veranderd in een bakvis van vijftien, die om alles met je in discussie gaat. Telkens wanneer je denkt ‘ik moet niet roken’ hoor je hem „ja maar” tetteren. Dat is het protestmoment, maar het ergste moet nog komen, want in de avond is de puber getransformeerd in een uitgebluste volwassene die in plaats van zeurderig, steeds redelijker klinkt. Die zegt dat je best die cola of peuk mag omdat je een rotdag hebt gehad, omdat je morgen ook wel kan stoppen of omdat je verder zo gezond leeft.

En het is de kunst om niet in discussie te gaan met dat soort gedachten. Niet denken maar doen.

Toen ik na dat gesprek met mijn zwager thuiskwam pakte ik een fles cola.

Ik dacht: je bent er zelf bij.

Ik dacht: tegenbeweging. En goot de fles leeg boven de gootsteen.

In de maanden daarna waren er bijna-terugvallen. In de zomer op het terras toch een cola bestellen, maar die in een onopgemerkt moment leeggieten boven een plantenbak. Na een klotedag een flesje halen bij de stationskiosk en dat tien meter verderop weer in een afvalbak gooien.

Inmiddels pas ik de destructieve methode ook toe om mijn schermtijd omlaag te krijgen. Ik graai nog steeds naar mijn telefoon wanneer ik eigenlijk een vervelende klus moet doen, dat krijg ik er niet uit, maar ik kan er nu voor kiezen om dat stomme ding weer weg te leggen (ik kan het me helaas niet permitteren om mijn mobiel uit het raam te smijten) en even over mijn bovenarm te wrijven waardoor er oxytocine vrijkomt die beter voor me is dan een kwartier scrollen.

Iets heldhaftigs

Vorige week, tijdens de familiekerstborrel, schoot ik mijn zwager aan en vertelde hoe zijn methode me heeft geholpen.

„Je hoort weleens dat mensen bij slechte gewoontes hun zogenaamde mindset moeten masteren”, zei hij, „maar ik denk dat het eerder gaat om je moveset, de bewegingen waarmee je dat slechte gedrag uitvoert. Daar kan je ook goed gedrag mee verrichten.”

„Ben je niet bang om heel erg braaf te worden zo?” vroeg ik.

„Ik vind de tabaksindustrie dwarszitten het tegenovergestelde van braaf. Het is iets heldhaftigs”, grijnsde hij.

Daar had hij een punt. Door van de cola weg te blijven steunde ik geen multinational meer, wat ook redelijk rebels voelde.

Mijn zwager staarde even voor zich uit en zei toen:

„Stoppen met een slechte gewoonte is even knap als weerstand bieden aan een fatale man of vrouw. Het is niet minder dan heroïsch. En net als met een foute ex verdwijnt de aantrekkingskracht nooit helemaal, en ben je elke keer wanneer je weerstand weet te bieden, dus bewonderenswaardig.”

Ik keek naar buiten. De sterren leken nog even op de koolzuurpareltjes in een glas verse cola maar veranderden gelukkig al snel weer terug in kleine stipjes op een matzwart baldakijn.


Knip en plak van alle clichés je eigen kerstfilm in elkaar

1 Openingsshot Skyline met duizenden lichtjes van

A New York

B Londen

C Los Angeles

Twist: Waddinxveen

2 Kennismaking met de Leading Lady (Big City Girl)

A Ze is bestsellerauteur of songwriter en heeft een writer’s block

B Ze heeft een retegoeie baan, maar twijfelt of ze haar hart moet volgen om koekjes te gaan bakken

C Ze werkt heel hard in haar eigen boetiek, bakkerij of aan haar reisblog en heeft geen tijd om te daten

Twist: ze is kwartiermaker bij de gemeente Waddinxveen

3 Het Trauma De Leading Lady is er nog niet aan toe om te daten want

A Haar man is net dood

B Haar moeder is net dood

C Haar vader of oma is dood

Twist: iedereen is dood

4 Voor Kerst gaat Big City Girl op pad naar

A Een saai snurkdorp in de sneeuw

B Een saai snurkdorp waar ze hopen op sneeuw

C Een saai snurkdorp waar normaal de zon schijnt maar waar het op wonderbaarlijke wijze gesneeuwd heeft!

Twist: ze hoeft niet naar een saai snurkdorp, want ze woont al in Waddinxveen!

5 De Serieuze Kwestie

A De familiebakkerij, familieboerderij, familiemolen, familievliegmaatschappij, familie-bed and breakfast of familiekroeg in het saaie snurkdorp dreigt failliet te gaan

B Het huis in het saaie snurkdorp waar Leading Lady is geboren, moet verkocht worden

C Het jaarlijkse, saaie lokale snurkfeest dreigt te verdwijnen

Twist: Waddinxveen dreigt te worden opgeblazen door een slechterik met een sneeuwkanon

6 De Droomman

A Is de lokale bakker, kroegbaas, b&b-eigenaar wiens vrouw, moeder of vader of allemaal zijn overleden, en nu de noodlijdende business open moet houden en geen tijd heeft om te daten

B Is een klusjesman, bouwvakker of wijnboer die eigenlijk een rijke industrieel is, die bij het altaar is achtergelaten door z’n vorige vriendin, of wiens vrouw is overleden

C Is de kille zakenman die naar het saaie snurkstadje wordt gestuurd om de lokale b&b, boerderij, molen (!) of vliegtuigmaatschappij te verkopen voor het grote geld

Twist: is een sneeuwpop die later verandert in een echte, blote man

7 De Ontmoeting

A Hij gooit per ongeluk warme chocolademelk over haar heen en na afloop zijn ze heel boos op elkaar

B Zij struikelt over de kerstversiering die hij aan het ophangen is en na afloop zijn ze heel boos op elkaar

C Hij rijdt haar bijna omver en na afloop zijn ze heel boos op elkaar

Twist: ze komen samen vast te zitten in de draaideur van de gemeente Waddinxveen

8 Shots van Eenvoudige Mensen in het saaie snurkstadje

A Wat hebben ze een lol om saaie snurkanekdotes!

B Ze versieren samen een saaie snurkschuur, maken kostuums of bakken koekjes

C Ze vertellen saaie snurkverhalen over het belang van familie

Twist: de collega’s van de Leading Lady zeggen steeds dat ze weer moet gaan daten, en zij klaagt hen aan vanwege grensoverschrijdend gedrag

9 Shots van zoete troep

A Warme chocolademelk met een zuurstokje erin volgens oud familierecept die niemand opdrinkt – ‘This is delicious!’

B Muffins volgens oud familierecept die niemand opeet – ‘This is delicious!’

C Koekjes versierd met glazuur volgens oud familierecept die niemand opeet – ‘This is delicious!’

Twist: spacecake volgens oud familierecept die door de Leading Lady wordt opgegeten – ‘This is delicious!’

10 Droomman en Leading Lady komen tóch nader tot elkaar

A Ze gaan samen koekjes bakken met het saaie snurkkind van Droomman

B Leading Lady heeft Droomman nodig om iets te repareren, het geheime familierecept te vinden of om taarten te bakken die ze kan verkopen om het familiebedrijf te redden

C Droomman leidt Leading Lady rond langs alle saaie snurkattracties in het snurkdorp (wat weet hij veel!), zoals de saaie snurksouvenirwinkel, het saaie snurkcafé en het saaie snurkbuurtcentrum

Twist: Droomman en Leading Lady eten samen spacecake

11 Het Droompaar doet lekker gekke dingen samen

A Sneeuwballengevecht – ‘We had so much fun’

B Elkaar slagroom op de neus smeren – ‘We had so much fun’

C Dansles nemen voor het jaarlijkse saaie snurkfeest – ‘We had so much fun’

Twist: naakt modderworstelen na het eten van de spacecake

12 De Bijna-Kus

A Ze struikelt en hij vangt haar op en ze staan ineens heel dicht bij elkaar!

B Hun handen raken elkaar per ongeluk tijdens het koekjes bakken

C Hij veegt slagroom van haar wang

Twist: hoezo ‘bijna-kus’, ze gaan een halfuur liggen tongen

13 Het Misverstand

A De Leading Lady krijgt een topbaan aangeboden in de Big City en Droomman denkt dat ze die gaat aannemen, maar niemand snapt waarom dat een misverstand is want hij kan het haar toch ook gewoon vragen?

B Leading Lady weet niet dat Droomman de bakkerij, b&b of vliegmaatschappij toch niet verkocht heeft, maar niemand snapt waarom dat een misverstand is want ze kan dat toch ook gewoon aan hem vragen?

C Leading Lady heeft Droomman met een andere vrouw gezien, maar dat is gewoon z’n zus, maar niemand snapt waarom dat een misverstand is want dat kan ze toch ook gewoon vragen?

Twist: ze blijkt niet met De Droomman te hebben liggen tongen, maar met zijn Evil Twin

14 Het Grote Realiseren – De Inkeer

A De moeder, die door alle botox en fillers niet van de Leading Lady te onderscheiden is, zegt: ‘Geef de droom van je overleden vader niet op’

B De vader (die alleen vanwege zijn grijze haar als ‘ouder’ is aan te merken) zegt: ‘Geef de droom van je overleden moeder niet op’

C De bestie zegt: ‘Time to move on, you deserve happiness’

Twist: niet alleen de Evil Twin, ook De Droomman blijkt goed in bed

15 De Serieuze Kwestie wordt opgelost

A Familiebedrijf gered, familiehuis blijft in de familie

B Het jaarlijkse saaie snurkfeest wordt weer gehouden

C De writer’s block van Leading Lady is opgelost door haar liefde voor Droomman

Twist: Droomman blaast Evil Twin op met z’n eigen sneeuwkanon

16 Eind goed, al goed

A De moeder, vader, bestie of het bevriende koppel brengt het paar samen tijdens het jaarlijkse saaie snurkfeest in het dorp en ze geven elkaar een saaie snurkkus

B De moeder, vader, bestie of het bevriende koppel spoort de Leading Lady aan om De Droomman achterna te gaan en ze geven elkaar een saaie snurkkus

C Leading Lady en Droomman kibbelen, maar hij snoert haar de mond met een saaie snurkkus

Twist: Droomman en Leading Lady hebben vet veel lol gehad, maar besluiten toch als single verder te gaan

Het gaat sneeuwen – iedereen zegt ‘Merry Christmas’ tegen elkaar, vallende sterren. Einde.

PS Als je de film zonder twists achterstevoren afspeelt krijg je een verhaal waarin de Leading Lady haar saaie snurkdorp, saaie snurkfamilie en saaie Droomman ontstijgt, en verruilt voor een kick-ass carrière in de Big City.

Als je de film mét twists achterstevoren afspeelt, krijg je het kerstverhaal van Joke de kwartiermaker uit Waddinxveen die tijdens Kerst twee kick-ass one night stands heeft beleefd!

Mooie kerstdagen!


‘Door boodschappenapps verliezen we de verbinding met ons voedsel’

Online boodschappen doen – handig, toch? Je swipet door een app, tikt op een product en met een beetje geluk heb je het dezelfde dag nog in huis. Maar volgens techniekfilosoof Madelaine Ley (36) gebeurt er tijdens dat online boodschappen doen iets geks. „Je klikt op een stockfoto van een tomaat waarop iemand anders aan de andere kant van het land ook zou kunnen klikken”, zegt ze, zittend aan de eettafel in haar Delftse huiskamer met hondenmand, kinderspeelgoed en boeken, heel veel boeken.

„Maar niemand krijgt die specifieke tomaat. Het ís misschien niet eens een specifieke tomaat.” Het zou zelfs een neptomaat kunnen zijn op het plaatje. Het kan een door artificiële intelligentie gegenereerde tomaat zijn, of een gefotoshopte tomaat. „Er is geen enkele relatie tussen jou en de tomaat op het scherm, en ook niet tussen de tomaat op het scherm en de tomaten die daadwerkelijk bij jou aan de deur verschijnen”, zegt ze.

Dat is natuurlijk bij vrijwel alle onlineproducten het geval, maar omdat voedsel een eerste levensbehoefte is, eigenlijk altijd juist zo nauw verbonden is geweest met de omgeving, ons lichaam en de natuur, is het extra belangrijk om te kijken naar wat deze verandering betekent, vindt Ley.

Retailrobots en -automatisering komen voort uit een onderliggende rot in het westerse wereldbeeld

Madelaine Ley
techniekfilosoof

De Canadese promoveerde deze week op de ethische implicaties van automatisering en digitalisering in de voedselindustrie. Daarvoor deed ze vanuit de TU Delft onderzoek bij supermarktconcern Ahold Delhaize, en komt in haar proefschrift onder meer tot de opvallende conclusie dat supermarkten er beter aan zouden doen om het hele proces van automatisering en digitaliseren te heroverwegen.

„Retailrobots en -automatisering komen voort uit een onderliggende rot in het westerse wereldbeeld”, schrijft ze bijvoorbeeld.

Wat bedoelt u daarmee?

„Diep verankerd in deze toepassing van technologie is een illusie dat mensen losstaan van de rest van de natuur en van andere mensen. Als ze op deze manier worden gebruikt, zorgen robots, apps en algoritmes voor het almaar verder afscheiden van mensen van de wereld om hen heen, en van hun fundamentele verbinding met hun voedsel als onderdeel van een ecologisch web van relaties en afhankelijkheden.”

Wat heeft dat precies te maken met het tikken op een tomaat in een boodschappen-app?

„Laten we daar inderdaad op inzoomen. In dat proces ben je nog steeds in je huis. Je bent niet naar buiten gegaan. Je bent niemand tegengekomen. Je hebt met niemand gesproken. Alles is vrijwel altijd beschikbaar, ongeacht het seizoen. Ik noem het een plaatsloze en tijdloze ervaring. Het is plaatsloos omdat je in je huis zit, zonder enige verbinding met waar de tomaten vandaan komen, het land waarop ze groeiden of de handen die ze hebben aangeraakt. Het schermpje waarmee we boodschappen zijn gaan doen, is extreem eendimensionaal en gestandaardiseerd.

„En het is tijdloos omdat je in december een tomaat kunt krijgen, volledig losgekoppeld van de ritmes van de aarde en de specifieke plek waar je woont.”

Het is ook best wel handig en het scheelt tijd, toch?

„Dat is inderdaad de belofte: als we deze technologie hebben, maakt het ons leven makkelijker. Dan hebben we meer tijd voor ons gezin bijvoorbeeld. Maar is dat werkelijk wat er gebeurt? Schelen apps ons tijd of kosten ze vooral tijd? Geven ze mogelijkheden om meer aandacht te hebben voor je omgeving of kapen ze die aandacht juist?

„Die valse belofte van technologie is ook in de geschiedenis vaak te zien geweest. Neem de introductie van de wasmachine in de jaren vijftig. Er zijn interessante studies die laten zien dat die eerst inderdaad leidde tot tijdswinst, maar vervolgens tot hogere maatschappelijke verwachtingen van huisvrouwen en meer werkdruk. Dit zie je vaker, en wordt versterkt door een maatschappelijke drang om altijd druk bezig te zijn: vrijgekomen tijd wordt vrijwel automatisch weer gevuld met andere dingen.”

Toch zetten supermarkten in op steeds meer automatisering: van automatische voorraadsystemen, tot apps, zelfscankassa’s, zelfs robot-vakkenvullers.

„Robots kunnen schappen scannen, producten aanvullen en vloeren schoonmaken, waardoor de winkelervaring verder wordt geautomatiseerd. Dit vermindert de zintuiglijke en sociale aspecten van boodschappen doen nóg meer, zoals het voelen en ruiken van groenten of het hebben van spontane interacties met anderen.

De technologie maakt van de supermarkt een casino dat 24 uur open is, zonder ramen

Madelaine Ley
techniekfilosoof

„De technologie maakt de supermarkt, zowel de fysieke winkel als de digitale, tot een uniforme, gestandaardiseerde ruimte, vergelijkbaar met een Amerikaans casino dat 24 uur open is: een plek zonder ramen, waar mensen gestimuleerd worden om geld uit te geven zonder een gevoel van plaats of tijd. Je hoeft niet veel fantasie te hebben om te zien dat onze supermarkten en boodschappen-apps daar steeds sterker op lijken.”

Wat gaat er daarmee verloren?

„Dat deze al heel erg geautomatiseerde plek nóg verder wordt geautomatiseerd leidt ertoe dat je zintuiglijke ervaring steeds verder wordt afgevlakt. Neem de ervaring met tomaten: wanneer ze in het seizoen zijn en je een stapel ervan in de winkel ziet, en je ruikt aan een tomaat en denkt: „Niet die, ik pak die andere.” Dat is een diepe, rijke en levendige zintuiglijke ervaring waarvan we steeds verder vervreemd raken.

„En we hebben die zintuiglijke ervaring juist nodig om te ervaren dat er een echte relatie is tussen ons, ons eten, seizoenen, de bodem, ecosystemen. In die zin raakt het ook aan de grote problemen van deze tijd. We staan aan de rand van ecologische ineenstorting, en het ervaren van verbinding met de rest van de planeet is cruciaal om dat te voorkomen. Juist zoiets alledaags als onze boodschappen spelen daarbij een rol.”

Wat is het alternatief?

„Ik pleit juist voor inefficiënte, rommelige boodschappenroutines. Voor lokale winkels, boerenmarkten, waarbij je relaties aangaat met de mensen die het verbouwen, waarbij je soms ineens moet improviseren omdat je iets van je boodschappenlijstje níét kunt krijgen omdat het buiten het seizoen is. Er zit een verkeerde aanname achter dat het goed is om zo weinig mogelijk frictie te hebben in je leven.

„Apps en automatisering maken processen vaak zo frictieloos mogelijk. Terwijl, als je jezelf toestaat om een ervaring te hebben met een andere persoon of met de seizoensgebonden ritmes, je inderdaad weleens teleurgesteld wordt. Je wordt verrast. Je wordt uitgedaagd. Er is spanning. Er is juist wél frictie. En binnen die spanning en wrijving, denk ik, ligt er een prachtige mogelijkheid om als het ware wakker geschud te worden en aandacht te geven aan datgene waarmee je in relatie staat.”

Niet iedereen zal de tijd, zin of geld hebben om op die manier boodschappen te doen.

„Daarom wil ik ook niemand voorschrijven hoe ze boodschappen doen. Het is iets systemisch dat ik probeer aan te kaarten. Ik denk dat het meer een onderliggend probleem van ontkoppeling is dat we als samenleving hebben. Een deel van het antwoord is inderdaad dat mensen anders gaan winkelen, maar daarvoor heb je bloeiende lokale voedselsystemen nodig. Je hebt andere toegang tot voedsel nodig. Een andere ethische verhouding tot andere mensen en de rest van de levende wereld: een ethiek die meer draait om zorg voor de ander dan om individualisme. Het gaat om een politieke verandering. Het gaat om een beleidsverandering. Het gaat om een economische verandering.”

Doorgaan met automatisering is makkelijker dan zo’n systeemomslag. Daardoor lijkt de steeds verder gaande digitalisering ook iets onvermijdelijks.

„Dat lijkt wel zo, maar mensen hebben daar altijd een keuze in. Mensen zeggen dan: „Wil je terug in de tijd?” Dan zeg ik: ik ben geen natuurkundige. Ik ben niet bezig een tijdmachine te maken. Ik heb het niet over teruggaan in de tijd. Ik heb het erover hoe we in 2024 kunnen leren van ervaringen uit het verleden, maar vooral hoe we levendige lokale gemeenschappelijke voedselsystemen zouden kunnen creëren die wél toekomstbestendig zijn. Ik denk dat daar niets naïefs of onrealistisch aan is.

„Ik schrijf in mijn proefschrift ook: ‘Aan rozen ruiken is een morele opdracht’. Zintuigen zijn poorten naar onze relaties met de rest van de levende wereld. Sommige mensen vinden dat misschien soft klinken: ik heb er geen probleem mee als mensen denken dat het romantisch is. Het is niet erg om romantisch te zijn.”

Lees ook

‘Honger is een verbijsterende ramp, maar er is nauwelijks aandacht voor’