Een systeem is zo sterk als de individuen die er deel van uitmaken. Dat geldt zeker voor de Finse samenleving. De mentale weerbaarheid van de Finnen is enorm, wat natuurlijk samenhangt met de Finse geschiedenis. In 1939 leverde Finland, net twee decennia onafhankelijk, een bloedige strijd tegen een Sovjet-invasiemacht. Later vocht Finland tegen de Duitsers, waarbij grote delen van Noord-Finland werden verwoest.
Deze ervaringen liggen diep verankerd in het Finse collectief geheugen. Daarom zijn de Finnen dan ook nooit gestopt met investeren in hun verdediging – in tegenstelling tot veel Europese landen, die na de val van de muur hun defensie-uitgaven drastisch hebben teruggebracht.
Ondanks de grote historische verschillen kunnen de Finnen ons waardevolle lessen leren over weerbaarheid. Eind 2024 ben ik met een groep van 22 bedrijven en overheden naar Finland afgereisd, om precies dat te doen: iets op te steken van hoe de Finse samenleving zich altijd is blijven voorbereiden op het onvoorspelbare. Precies wat we nu in Nederland ook moeten gaan doen.
Reservisten
De waakzaamheid zie je terug in de hele Finse samenleving. Het beroepsleger van circa 25.000 militairen kan in oorlogstijd snel worden uitgebreid tot 280.000. In totaal telt het land bijna 900.000 reservisten, oftewel 16 procent van de bevolking. Veel bestuursvoorzitters van grote bedrijven zijn ook reservist.
Daarnaast heeft elke organisatie van enige omvang een chief resilience officer, die toeziet op bijvoorbeeld cyberaanvallen en andere verstoringen. Verder bereiden verschillende overheidsorganen burgers actief voor op crisissituaties. Ook wordt bij de aanleg van wegen, viaducten en tunnels al rekening gehouden met gebruik door tanks en ander groot materieel, terwijl in Nederland slechts een beperkt aantal bruggen en wegen geschikt is voor zwaar militair vervoer.
Finnen vinden het normaal dat ze in een crisissituatie minimaal drie dagen zonder hulp kunnen overleven
In Finland weet iedereen wat zijn of haar rol is als er een crisis uitbreekt. Neem bijvoorbeeld het aanhouden van noodvoorraden van belangrijke spullen en levensmiddelen. Meer dan 1.500 organisaties en gemeenschappen zorgen er – onder de hoede en op kosten van de overheid – voor dat er altijd genoeg brandstof, voedsel en medicijnen zijn. De betrokken organisaties verdelen de verantwoordelijkheden en bepalen onderling wie welke taak oppakt bij een crisis. Daarnaast komen maandelijks vertegenwoordigers van ministeries, veiligheidsdiensten, ngo’s, bedrijven en specialisten bijeen om de praktische kanten van de Finse nationale weerbaarheid te bespreken.
Wat de Finnen ook doen, is doorlopend simulatietrainingen organiseren die medewerkers van allerlei organisaties bijvoorbeeld alvast het effect laten ervaren van een stroomuitval van 72 uur. Tijdens onze reis namen wij ook deel aan zo’n simulatie. De conclusie was onmiskenbaar: of het nu gaat om de bevoorrading van levensmiddelen, het instandhouden van communicatie of de zorg voor familie, alle vitale functies zijn bij een crisis kwetsbaar.
Hoewel veiligheid van oudsher diep is verankerd in de Finse cultuur en het Finse model niet zomaar te kopiëren valt, is Finland voor Nederland toch een interessant voorbeeld. Alleen al in de manier waarop de overheid zorgt dat ook burgers en bedrijven zich verantwoordelijk voelen voor de veiligheid.
We kunnen ook van Finland leren op het gebied van voorlichting en informatievoorziening, zeker met het oog op de toenemende hoeveelheid desinformatie en nepnieuws. Burgers aansporen een noodpakket aan te leggen is onvoldoende; we moeten bedrijven en mensen in de hele samenleving beter leren hoe ze zich kunnen voorbereiden op crises. Dat kan met heel concrete, praktische informatie over hoe te handelen bij een bepaald type verstoring. Maar het is daarnaast belangrijk mensen te leren hoe ze digitaal veilig zijn, en hoe ze nepnieuws en desinformatie kunnen herkennen. Het kan ook helpen als we mensen bewust maken van onze democratische verworvenheden, en hoe kwetsbaar deze zijn. Dit is uiteraard een kwestie van lange adem, maar de noodzaak is er, en zonder bewustzijn zijn we onvoorbereid.
Verder is de opschaalbaarheid van de Finse krijgsmacht en het aandeel reservisten indrukwekkend. Onze staatssecretaris Gijs Tuinman (Defensie, BBB) heeft eerder al de ambitie uit gesproken om de Nederlandse krijgsmacht te laten groeien naar 100.000 man. Een dienstplicht naar Zweeds model, waarbij een selectie wordt gemaakt van de meest geschikte en gemotiveerde jongeren, zou daarbij een interessante optie kunnen zijn.
Frontstaat
We moeten natuurlijk ook weer geen appels met peren vergelijken. Finland is een frontstaat: het deelt 1.340 kilometer aan grens met Rusland. Nederland is daarentegen omringd door bondgenoten. Bij crises kunnen de Finnen schuilen in een van de ruim 50.000 schuilkelders. Nederland heeft sinds de jaren tachtig geen openbare schuilkelders meer. En de perceptie van de Nederlandse bevolking is anders. Wij kijken raar op van het advies contant geld in huis te halen, waar Finnen het normaal vinden dat ze alles in huis hebben om in een crisissituatie minimaal drie dagen zonder enige hulp te overleven.
Maar ondanks alle verschillen kan Finland ons inspireren. Als we beter voorbereid willen zijn, moeten we nu onze eigen, Nederlandse visie en aanpak ontwikkelen. De bepalende factor daarbij: samenwerking. Dit onderwerp raakt de maatschappij op alle niveau’s. Overheden, kennisinstellingen, bedrijven, ngo’s en burgers – dus ook u en mij.
Lees ook
Niemand in de flat heeft het over noodpakketten. ‘Mensen hebben wel wat anders aan hun hoofd’
