Iedereen ziet zijn talent, maar Ismael Saibari zit zichzelf soms in de weg

Vraag voetbalcoach Kevin van Dessel naar een typerende herinnering aan zijn voormalig pupil Ismael Saibari en hij begint over een uitwedstrijd met de Onder-17 van KRC Genk. De eerste helft was dramatisch verlopen, zo slecht dat Van Dessel in de rust na een paar woedende woorden de kleedkamer uitstormde. „Los het zelf maar op, zei ik, en ik ben vertrokken”, memoreert Van Dessel.

In de tweede helft zag de coach een totaal ander Genk. Beter, feller, een ploeg die zich wilde revancheren. „Later hoorde ik van mijn assistent die in de kleedkamer was achtergebleven dat Ismael was opgestaan, het woord had genomen en de jongens op scherp had gezet. Ze hebben die wedstrijd nog omgedraaid.”

Van Dessel, die Saibari drie seizoenen onder zijn hoede had bij Genk, staat dit moment nog helder voor ogen, omdat het tegelijk tekenend voor hem was én bijzonder. De jonge middenvelder gold in het veld als voorbeeld voor zijn medespelers, vanwege zijn tomeloze inzet en wil om te winnen. Maar een prater? „Zeker niet”, zegt Van Dessel. „Hij was een schuchtere jongen”.

Nu, zo’n zeven jaar later, is Saibari (24) bij PSV uitgegroeid tot een van de meest bepalende spelers van de Eredivisie. In 1.262 speelminuten in de competitie scoorde hij zeven keer, negen keer was hij de aangever. Gecorrigeerd voor het aantal speelminuten is alleen Ajacied Oliver Edvardsen, een aanvaller, iets vaker bij doelpunten betrokken, blijkt uit cijfers van databureau Statsperform.

Alleen die speeltijd, die is niet al te indrukwekkend voor een speler van zijn leeftijd en niveau. Iets meer dan de helft van het mogelijke aantal Eredivisieminuten maakte Saibari dit seizoen. Ter vergelijking: collega-middenvelder Guus Til stond ruim 6,5 uur langer op het veld. Of Saibari zondag mag starten in de cruciale thuiswedstrijd tegen Ajax, koploper met zes punten voorsprong, is ook niet helemaal zeker.

De concurrentie is immers groot op het driemansmiddenveld van PSV, met Til, Jerdy Schouten en Joey Veerman in de selectie. Malik Tillman, maandenlang geblesseerd geweest, lijkt daarbij net op tijd hersteld om mee te doen tegen Ajax.

Tegelijkertijd past het relatief bescheiden aantal speelminuten van Saibari in een patroon. Niemand twijfelt aan zijn talent, ieder seizoen wordt hij bepalender. Maar het gaat stap voor stap, met soms een stapje terug. En af en toe zit hij zichzelf in de weg.

Lui en te zwaar

Peter Bosz was „er klaar mee”, zei hij eerder deze maand op de persconferentie na de uitwedstrijd tegen Arsenal (Champions League, 2-2). Hij had Saibari „in het hotel achtergelaten”, zei hij, omdat de middenvelder voor de zoveelste keer te laat was gekomen bij een teambespreking.

Een disciplinaire straf dus, iets wat Saibari vaker is overkomen. Geboren in Spanje uit Marokkaanse ouders en op zijn zesde naar Vlaanderen verhuisd, belandde hij als jonge tiener in de jeugd van Anderlecht. Daar moest hij op zijn vijftiende vertrekken, omdat hij „lui” was en te zwaar, vertelde hij enkele jaren geleden in een Vlaams televisieprogramma.

Saibari viert de openingstreffer in de thuiswedstrijd tegen SC Heerenveen. Foto Maurice van Steen / ANP

Bij Genk kreeg Saibari een nieuwe kans. De club zag zijn grote potentie: hij koppelt loopvermogen, inzicht en een indrukwekkende fysiek aan de techniek en creativiteit van het spel dat hij leerde op de pleintjes van zijn geboorteplaats Terrassa (bij Barcelona) en later Antwerpen. Hij kan bovendien op alle posities op het middenveld en in de aanval uit de voeten.

Zodra Saibari het veld op komt, doet hij alles om te winnen, maar buiten de lijnen bleef discipline een probleem. Hij worstelde bij tijd en wijle met zijn gewicht, zag zijn coach , en kwam nogal eens te laat op trainingen. Doorstroom naar de A-selectie van Genk liet dan ook langer op zich wachten dan nodig. „Hij kon iets laksigs hebben”, erkent ook Nils Koppen, destijds hoofd van de jeugdscouting bij Genk.

Desondanks ziet niemand Saibari als lastige jongen. „Rustig en beleefd”, noemt Van Dessel zijn voormalig pupil, volgens Koppen is hij „heel goed in de omgang.” Ook bij PSV, dat hem in 2020 naar Eindhoven haalde voor het tot een doorbraak kwam bij Genk, raakten zijn trainers snel van hem gecharmeerd. (Hoewel punctualiteit een issue bleef – van de boetes die Saibari kreeg voor te laat komen, kun je een mooie auto kopen, zei hij in 2023 in een filmpje van de clubzender.)

Peter Uneken, voormalig trainer van Jong PSV en nu werkzaam bij FC Twente, zag een „lieve jongen, niet heel overheersend”, die hard trainde en enorm leergierig was. En hij werd beter. Bij binnenkomst had Saibari al enorm veel power, vertelt Uneken, maar hij was ook wat „ongepolijst” en „wild in de afwerking.” „Daar is hij veel rustiger in geworden”, zegt zijn voormalige coach.

Laat op gang

Die ontwikkeling kost tijd. Twee seizoenen speelde Saibari bij de beloftenploeg van PSV voordat Ruud van Nistelrooij hem op zijn 21ste bij de A-selectie haalde. Waarom dat zo lang duurde? Uneken kan het niet precies zeggen. „Zo’n wissel van club, daar gaat ook wat tijd overheen. Hij moest ons eerst leren kennen, wij hem. En je zit soms met keuzes van een coach, het kan van alles zijn. Maar er zijn natuurlijk ook jongens die later op gang komen.”

Inmiddels is Saibari, sinds twee jaar Marokkaans international, goed op gang, hoewel zijn prestaties soms nog grillig zijn, net als het spel van PSV dit seizoen. Hij zal erop zijn gebrand zich te revancheren tegen Ajax, want in de verloren uitwedstrijd (3-2) speelde Saibari misschien wel zijn zwakste wedstrijd van het seizoen. „Niets lukte” zei hij na afloop. „Maar ik had er geen paniek over. Zulke wedstrijden heb je er tussen zitten en dan moet je gewoon doorgaan.”


Opinie | De wolf is de zoveelste totem in de cultuurstrijd

Afgelopen zaterdag liep ik met mijn hond over de grote zandverstuiving naast de A28 bij Harderwijk. Pakweg een halve vierkante kilometer aan zandduinen, omringd door naaldbomen. Prachtig.

Halverwege stuitten wij op gave afdrukken van wat alleen wolvenpoten konden zijn. Veel groter dan die van een hond en met duidelijke nagelafzet.

Op de terugweg kwamen we bij een verhoginkje in het landschap van waaraf je een schitterend uitzicht over de zandkuil hebt: golvend zand, zo ver het oog reikt. Plotseling werd mijn blik getrokken door iets glinsterends, vlak voor mijn voeten. Het bleken een stuk of twintig koperen hulzen te zijn.

Toen ik ze ’s middags aan een vriend toonde en hem vertelde waar ik ze had gevonden, zei hij dat het een favoriete plek van wolvenjagers was. Ook kon hij mij vertellen dat ze elkaar in appgroepjes trots vertelden dat ze er al minstens vijftien hadden omgelegd en in het Randmeer hadden gedumpt.

Wolvenmeldpunt

Sinds 2018 is Canis lupus terug in Nederland. Het begon met één wolf uit Bremen. Toen werden het er twee. Inmiddels dwalen er meer dan honderd wolven door het land, levend in elf roedels. Concentreerden ze zich eerst in het noorden van de Veluwe, al gauw verspreidden ze zich over de hele Veluwelong en inmiddels hebben ze zich ook op de Utrechtse Heuvelrug gevestigd.

Met hun verspreiding over de laatste bossen van Nederland is de kans op ontmoetingen tussen mens en wolf toegenomen. Vorig jaar ontving het Wolvenmeldpunt 2.668 zichtmeldingen. En met de toename van hun aantallen nam ook de schade onder vee toe. Vorig jaar werden 729 boerderijdieren door wolven gedood, merendeels schapen. Dat aantal valt overigens in het niet bij de vier- tot dertienduizend dieren die jaarlijks door loslopende honden worden verwond of gedood.

En dus zijn er wetten, regels, fondsen en instanties opgetuigd om het contact tussen mens en wolf te regelen. Zo is er een ‘interprovinciaal wolvenplan’ gekomen, zijn er eisen opgesteld voor ‘wolfwerende rasters’, is er een pilotstudie ‘kuddebewakingshonden’ geïnitieerd, en is er dus een ‘Wolvenmeldpunt’ opgetuigd. En zoals tijdens het Kamerdebat van afgelopen week bleek, zijn daar inmiddels ‘probleemwolven’, een ‘Noordwest-Europese wolvensamenwerking’ en een wetenschappelijke ‘habitatsgeschiktheidsanalyse’ bijgekomen.

De technocratie die de Nederlandse politiek kenmerkt dient om de tegenstelling die rond de wolf is ontstaan, weg te masseren. De woede die de veehouder voelt als hij ’s ochtend een doodgebeten schaap in de wei aantreft, botst namelijk hard met de bijzondere ervaring die een wandelaar haalt uit een plotselinge ontmoeting met de wolf. Waar de een bedreiging van have en goed ziet, ervaart de ander het sublieme van de natuur.

Cultuurstrijd

Zo is na de boer, de windmolen, de warmtepomp en de Tesla nu de wolf aan de beurt om uit te groeien tot een totem van de cultuurstrijd tussen vermeende stedelingen en plattelanders die sinds de boerenprotesten van 2019 over stikstofnormen aan de oppervlakte is gekomen. BBB wist breed ervaren gevoelens van onvrede in de aanloop naar de Provinciale Statenverkiezingen van maart 2023 knap om te smeden tot een cultuurstrijd waarvan de archetypische boer met zijn connotaties van stuursheid, stoerheid en gezond verstand het ankerpunt vormde.

Dit is niet iets exclusief Nederlands. In heel Europa is de wolf aan een opmars bezig. En dus is in heel Europa een strijd om de ruimte losgebarsten tussen burgers die hechten aan groen en natuur en boerengemeenschappen die zich tegen die nobele voornemens verzetten.

Onderzoek onder Griekse en Italiaanse boeren leert dat het verzet tegen de wolf niet alleen de voortzetting van een eeuwenoude vijandschap tussen boeren en dieren in het wild is, maar dat er ook een diepere laag van veronachtzaming en vernedering achter schuilgaat. De ondervraagden geven aan dat ze zich zorgen maken over hun toekomst, dat ze zich speelbal voelen van besluiten die zonder hen zijn genomen, dat ze financieel vermalen worden tussen staat en grootbedrijf, en dat ze zich door politiek en pers gekleineerd voelen. Al sinds Karl Marx is de boer in de ogen van de stedelijke elite achterlijk, primitief en onderontwikkeld.

Lees ook

Stop met dit wolven-drama; Nederland is geen wildernis

Een schapenboer treft dode schapen aan in zijn weiland in Westdorp bij Borger.

Dichterbij dan Zutphen

Het is in Nederland niet anders. Ook hier zijn politiek en pers geconcentreerd in de Randstad. Ook hier komen politici en journalisten overwegend uit de stad. Ook hier hebben zij veelal een kosmopolitische oriëntatie: Washington is dichterbij dan Zutphen, zeg maar. Ook hier domineren stedelijke vraagstukken het publieke debat. Ook hier investeert de staat meer in stad dan in platteland. Ook hier hebben staat en pers zich uit het platteland teruggetrokken: buslijnen zijn verdwenen, de huisartsenpost en apotheek zijn dicht, het dorpsschooltje is gesneefd, de bakker is weg, en het lokale sufferdje heeft het loodje gelegd. Dit is de achtergrond van de politisering van de wolf.

Inmiddels weten we hoe je natuurbeleid níet moet doen. Afdwingen met behulp van rekenmodellen die worden gepresenteerd als eenduidig en onfeilbaar is een recept voor rampspoed. Een open gesprek met lokale gemeenschappen over hoe samen te leven met de wolf is veel kansrijker.

Maar alleen als bij pers en politiek de fixatie op stad en westen overboord gaat. Er wonen tien miljoen Nederlanders buiten de Randstad. En ook die doen er toe.

En alleen als we gaan inzien dat in dit kleine land niet alles kan. Met wat minder expats (pakweg twee derde van de totale migratie) zou de bevolking ieder jaar een beetje krimpen. Met wat minder jachtgebieden voor de koning en grootindustriëlen, minder oefenterreinen voor Defensie en een inkrimping van de veestapel, zouden we meer ruimte voor de wolf overhouden en kunnen we dit prachtige dier uit de cultuurstrijd halen waarin het buiten zijn schuld terecht is gekomen.


De helende kracht van het wiegelied

De Nederlandse Reisopera gaat de komende maand langs theaters met een van de mooiste wiegeliederen uit de klassieke muziek: een kleine parel ‘verscholen’ in L’incoronazione di Poppea, de opera van Claudio Monteverdi over de strijd om liefde en macht aan het hof van de Romeinse heerser Nero. De beeldschone Poppea palmt de getrouwde keizer in en diens vrouw stuurt een moordenaar op haar dak door de stegen van de nachtelijke stad.

Maar Poppea is zich van geen naderend onheil bewust en strekt zich uit op het bed, slaperig en loom, terwijl haar oude voedster Arnalta voor haar ‘Oblivion soave’ zingt: „Zoete vergetelheid wiegt je tedere mijmeringen, mijn kind. Dus rust, schalkse ogen, waarom open blijven indien jullie ook gesloten alle harten stelen.”

Mijn eigen kinderen dommelden in met het getingel van Brahms’ bekende wiegelied uit een trekpop. Maar de verstilde en rustgevende – doorgaans in driekwartsmaat – klanken die we nu kennen, begonnen hun bestaan ruim vier millennia geleden op een heel andere toon. Het oudst overgeleverde wiegelied kraste iemand in Babylonische klei zo’n tweeduizend jaar voor Christus. Geen vredig landschap met een daarbuiten lopend schaap „op witte voetjes, die drinkt zijn melk zo zoetjes”. Integendeel: een moeder vermaant haar zuigeling dat lawaai een baby-etende duivel zal laten ontwaken. Zo is er ook een tegenwoordig nog steeds geliefd Keniaans slaaplied dat huilende kinderen waarschuwt dat hyena’s hen komen verslinden. Ongetwijfeld was dat eens een realistisch gevaar.

Dat is dan weer het voordeel van opgroeien in betrekkelijke veiligheid: de wiegeliedjes worden meteen vriendelijker en opvoedkundig verantwoorder. Bovendien hoeft de geseculariseerde Europeaan niet meer de demonen van voorouders buiten de deur te houden. Met het voortschrijden van de jaren verdween het geloof in bovenmenselijke kwaadaardige wezens. En dus ontwikkelden wiegeliederen zich tot brengers van troost en rust.

Hoewel veel ervan nog altijd een melancholisch karakter hebben. De Spaanse dichter Federico García Lorca was een verzamelaar, al sinds hij op een dag – wandelend in de straten van Granada – een jonge vrouw haar kind in slaap hoorde zingen met een verdrietig lied, hoewel ze zelf leek te stralen van kalm geluk. Hij hield er een lezing over, Las nanas infantiles, in 1928 in Madrid. „Het enige doel van Europese wiegeliederen”, zei hij, „is de baby in slaap sussen. Het ritme en de eentonigheid wekken de indruk van melancholie, maar onbedoeld. Het hart van Europa hangt grijze sluiers voor hun kinderen, zodat ze vredig kunnen sluimeren.” In zijn eigen land Spanje daarentegen boren de wiegeliederen een gat in de gevoeligheid van kinderen: het licht is er harder, en een dode is er doder dan elders, betoogde García Lorca. „Onze wiegeliederen zijn uitgevonden door arme vrouwen die gebukt gingen onder het te zware kruis van het moederschap. Een kind bracht geen vreugde, maar verdriet en dus bezongen ze hun liefde én hun vermoeidheid.”

Wiegeliederen zeggen iets over de volksaard waarin kinderen opgroeien, en hoe eng of weemoedig ze ook zijn, de kern ervan is gedrenkt in liefde, tederheid en bescherming. In bijna alle culturen gebruiken ouders zachte, troostende klanken en herinnert de schommelende melodie de baby aan de veilige baarmoeder. En bovendien leren ze het kind taal en ritme. Andersom helpen de liederen de ouders hun zorgen te verwoorden en verwerken. En het blijkt baby’s te helpen. Canadees onderzoek wees uit dat oorlogsveteranen voor wie de ouders vroeger zongen, beter konden omgaan met posttraumatische stress-stoornissen. Wiegeliederen bezitten een helende kracht.

https://www.youtube.com/watch?v=q1DE1dTdCNE”>https://www.youtube.com/watch?v=q1DE1dTdCNE


Opinie | Trump, heel normaal

Ik heb Raymond Mens bedacht. Nog voordat mensen wisten wie Raymond Mens was, zag ik hem al helemaal voor me. Ik ben niet de enige die Raymond Mens heeft bedacht, de man die we nu kennen als Raymond Mens had hetzelfde idee. Dat kan natuurlijk, dat twee mensen op hetzelfde moment hetzelfde idee hebben. Charles Darwin en Alfred Russell Wallace ontwikkelden halverwege de negentiende eeuw onafhankelijk van elkaar de evolutietheorie. De tijd was er blijkbaar rijp voor. Zo was de tijd in 2020 rijp voor Raymond Mens.

De eerste kiem voor het concept Raymond Mens werd bij mij eind 2015 gelegd. Donald Trump had een verslaggever van The Washington Post belachelijk gemaakt om zijn spierziekte door hem met spastische bewegingen na te doen. De term was nog niet in zwang, maar ik ging ervan uit dat de cancelcultuur zijn werk zou doen. Dit zou het einde betekenen van Trumps kandidaatschap. Maar hij kwam ermee weg en dat betekende dat hij met heel veel weg ging komen. In Nederland waren we alleen nog niet zover, niemand nam hem serieus en niemand was bereid het voor hem op te nemen. Voor de talkshows was dat een probleem omdat politieke gesprekken bij voorkeur werden vormgegeven als debat. Ik was in die tijd nogal geobsedeerd door het hele idee van ‘op TV komen’ en begon te fantaseren: er stonden tientallen blokken zendtijd te wachten voor wie zich nu opwierp als Trump-versteher.

Ik dacht eerst aan een type Hero Brinkman, een lompige ploert die ‘gewoon zegt wat hij denkt’. Maar nadat Trump was verkozen, hadden we daar geen behoefte aan. In plaats daarvan vertelden we elkaar dat het allemaal wel mee zou vallen. Trump zou zich presidentieel gaan gedragen. Er ontstond een markt voor normalisering, aan iemand die zalvende woorden spreekt na elke schok.

Op de pr-afdeling van Amazon werkte een jongen van mijn leeftijd die dat heel goed begreep, hij was ook spindoctor van de VVD en kende dus de kracht van het glimlachend schouderophalen. Waar ik bleef hangen in dit soort meta-analyses, maakte hij er echt werk van. Het begon met wat voorzichtige media-optredens als Amerika-kenner, maar het was in die eerste Trump-periode vooral zoeken naar de juiste toon. Pas toen zijn boek Lang Leve Trump in 2020 verscheen, wérd hij Raymond Mens. En nu Trump herkozen is, is er geen houden meer aan. Televisie, radio, lezingen, een dagelijkse podcast, een theatershow, hoe gekker en wreder Trump is, hoe meer markt er ontstaat voor de geruststelling van Raymond Mens. Deze week was hij daarom in bloedvorm.

Hij kende de kracht van het glimlachend schouderophalen

Zijn er in een groepschat per ongeluk militaire plannen gedeeld met een journalist? Raymond Mens wijst er in Nieuws van de Dag op dat het „net zo onhandig” is als Hillary Clinton die een privéserver gebruikte voor haar e-mails. Verspreidt veiligheidsadviseur Mike Waltz vervolgens een complottheorie over de journalist die hij toevoegde aan de appgroep? Het laat volgens Raymond Mens niet zien dat de Republikeinen liegen, maar dat „in de VS iedereen in toenemende mate zijn eigen waarheid heeft”.

Proberen de Republikeinen miljoenen mensen het stemmen onmogelijk te maken door te eisen dat je een paspoort laat zien, terwijl arme Amerikanen meestal geen paspoort hebben? Wat je daarvan vindt hangt volgens Raymond Mens af van je politieke voorkeur. Moeten we ons zorgen maken om het aangescherpte reisadvies voor de VS, waarbij transpersonen zelfs wordt afgeraden te gaan? In zijn podcast zegt Raymond Mens dat je je als „gemiddelde toerist” niet heel veel zorgen hoeft te maken, maar houdt er als transpersoon „wel rekening mee dat er andere regels gelden”.

Ik heb Raymond Mens bedacht, maar hij verschilt wel behoorlijk van het prototype dat ik in 2015 voor ogen had. Deze Raymond Mens is vriendelijker, opgeruimder. Iemand die in ons oor fluistert dat een verhaal altijd twee kanten heeft, dat er bij andere presidenten ook weleens iets mis ging, dat de dingen nou eenmaal gaan zoals ze gaan, dat we rustig kunnen gaan slapen, morgen weer een dag.


De jongere werknemer heeft het zo gek nog niet bekeken

Ze geeft het eerlijk toe: de eerste paar keer dat Ruth Rottiné (42) tijdens een sollicitatiegesprek te horen kreeg dat de twintiger tegenover haar in deeltijd wilde werken, was ze wel even verbaasd. „Geen kinderen, net uit de collegebanken, en toch maar vier dagen willen werken? Dat had ik nog nooit gehoord”, vertelt ze.

Vier jaar geleden richtte ze Wettermerk op, een marketingbureau voor de water- en cleantech-sector. Inmiddels heeft ze acht mensen in dienst, overwegend twintigers. De meerderheid werkt in deeltijd. „Ik zie het echt als een generatieverschil”, vertelt ze telefonisch vanuit Leeuwarden, waar haar bedrijf gevestigd is. „Zelf ben ik nauw met mijn werk verbonden, maar voor mijn jongere collega’s lijkt werk minder belangrijk. Zij hechten meer waarde aan wie ze buiten kantooruren zijn, zeggen ze, en willen daar ook meer tijd voor.”

Op meer vlakken ervaart Rottiné generatieverschillen. „Met name op het gebied van communicatie en afstemming loop ik weleens vast. We werken veel thuis, maar als ik belangrijke feedback wil geven of een gesprek over loonsverhoging wil voeren, doe ik dat toch het liefst in het echt, op kantoor. Voor mij voelt dat vanzelfsprekend, maar twintigers met wie ik heb gewerkt, vinden dat maar gek. Het kan toch prima via de app gecommuniceerd worden?”

Rottiné is niet de enige die het gevoel heeft dat zij op veel punten anders werkt dan jongere generaties. Volgens statistiekbureau CBS is de arbeidsmarkt diverser dan ooit. Die laat zich nu in vier generaties verdelen: babyboomers (1946-1964), Generatie X (1965-1980), Millenials (1982-1996) en Generatie Z (1997-2012) – al verschillen die jaartallen per onderzoek of arbeidsmarktanalyse.

Recent vroeg bemiddelaar Ormit Talent Nederland twaalfhonderd Nederlandse werknemers uit verschillende generaties hoe zij tegen werk aankeken. Meer dan de helft (57 procent) van hen had het idee dat de kloof tussen generaties groeit. Vooral Generatie Z voelt dat sterk (70 procent). En van de ondervraagde Generatie X’ers, vindt driekwart dat ‘de jongere generatie’ er een belabberde werkmentaliteit op nahield.

Als het gaat om generatieverschillen op de werkvloer, liggen clichés snel op de loer. Gen Z’ers zijn, als jongsten, het vaakst de klos. Ze zouden lui en veeleisend zijn, slecht tegen kritiek kunnen en niet hard willen werken.

Sociaal psycholoog Kim Jansen hoort zulke oordelen regelmatig. „Als jongeren ziek zijn, sturen ze een appje in plaats van dat ze even bellen. Voor veel ouderen is dat ondenkbaar. Je checkt toch even of je überhaupt ziek kán zijn? Of je zorgt voor vervanging. De conclusie dat jongeren gemakzuchtig of brutaal zijn, is dan snel getrokken.”

Met haar bedrijf Generations at work geeft Jansen presentaties en trainingen aan bedrijven die zich over generatievraagstukken buigen. Voorheen deed ze dat vooral in de corporate sector: advocatenkantoren, verzekeraars en accountancy. Inmiddels kloppen ook zorgbedrijven, overheid en maakindustrie bij haar aan. „We leven en werken langer, dus de diversiteit op de werkvloer groeit – ook op het gebied van generaties. De arbeidsmarkt is krap. Veel bedrijven willen weten hoe ze de jongste generatie aan zich kunnen binden.”

Ouderen hebben altijd de neiging gehad jongere generaties te bekritiseren. Dat gebeurde al in het oude Athene

Ton Wilthagen
hoogleraar arbeidsmarkt

Niets nieuws onder de zon

Gedraagt die jongste generatie zich echt zo anders dan andere generaties? Dat valt mee, zegt Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt aan Tilburg University. „In het publieke debat lijkt het af en toe alsof Generatie Z van een andere planeet komt. Maar ouderen hebben altijd de neiging gehad jongere generaties te bekritiseren. Dat gebeurde al in het oude Athene. Er zijn wel verschillen, maar als je goed kijkt, zijn die niet zo heel groot en niet alleen aan generaties toe te wijzen.”

Zo zijn veel werkvoorkeuren van Generatie Z te verklaren door verschillen in levensfase, de impact van gebeurtenissen als de coronapandemie, en algemene maatschappelijke veranderingen die alle leeftijdsgroepen beïnvloeden. Gen Z’ers en millennials staan bekend als jobhoppers, maar jonge mensen wisselden altijd al vaker van baan. En niet alleen Gen Z’ers, maar Nederlanders van alle leeftijden hechten veel belang aan activiteiten buiten werk en hebben een voorkeur voor deeltijdwerk. „Als je naar de cijfers kijkt, zie je dat 25- tot 35-jarigen het vaakst fulltime werken, terwijl 55-plussers juist minder gaan werken”, zegt Wilthagen.

Door het er veel over te hebben, kun je de kloof ook vergroten

Kim Jansen
sociaal psycholoog

Ook Jansen waarschuwt voor de risico’s van te sterk generatiedenken. „Door het er veel over te hebben, kun je de kloof ook vergroten. Doordat je problemen creëert die er niet zijn of bepaalde voorkeuren aan generaties toeschrijft, terwijl ze een heel andere oorzaak hebben”, vertelt ze.

Meer flexibiliteit

Dat betekent niet dat er helemaal geen verschillen tussen generaties zijn. Jansen: „De twintigers en veel dertigers van nu willen echt andere dingen als het gaat om werk-privébalans. Ze willen sneller stappen maken, meer flexibiliteit en het liefst zelf bepalen waar en wanneer ze werken.”

Als verklaring voor de hang naar flexibiliteit van veel jongeren noemt Wilthagen de vele tweeverdieners. „Nu het financiële klimaat erom vraagt dat beide partners werken, zoeken jongeren tegelijk meer vrijheid om hun werk te organiseren.”

Die voorkeur is terug te zien in specifieke sectoren. Zo merkt Jansen dat jonge huisartsen geen eigen praktijk willen, maar alleen willen waarnemen; dat scheelt verantwoordelijkheid, waardoor ze vrijer en flexibeler zijn. Ook ziet ze meer jongeren die liever geen avond- of weekenddiensten willen draaien.

Maaike de Gans, manager in de gehandicaptenzorg, herkent dit beeld. Ze werkt met personeel van alle leeftijden: van zestienjarige stagiairs tot vaste krachten die bijna met pensioen gaan. „Oudere collega’s mopperen regelmatig op de latere generatie, als zo’n jongere een avond- of weekenddienst probeert te ruilen. Wat ze vergeten, is dat zij vaak precies hetzelfde deden toen zij jonger waren.”

In plaats van te klagen over al die voorkeuren, ziet De Gans kansen. In de avonden en weekenden is de werkdruk lager, met minder afspraken en behandelaren die langskomen. „Veel ouderen hebben daar behoefte aan, terwijl jongeren dus liever overdag werken. Daar zou ik tegenin kunnen gaan, maar ik kijk liever naar hoe die verschillen elkaar aanvullen. Uiteindelijk levert dat meer werkplezier op voor iedereen.”

De voorkeur voor flexibele werkregelingen en een betere werk-privébalans interpreteren critici soms als een teken van verminderd incasseringsvermogen. Voorstanders zien het juist als een gezonde ontwikkeling, waarbij mensen beter voor zichzelf opkomen. Hoe het ook zij: dat generatie Z voorwaarden stelt aan de manier van werken, is goed te verklaren vanuit haar positie. In 2022 gaf een op de vier 18- tot 35-jarige werknemers aan burn-outklachten te ervaren. Uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) van TNO en het CBS blijkt bovendien dat de ernst van die klachten onder jonge werkenden toeneemt. Wilthagen: „Uit enquêtes onder studenten van Tilburg University blijkt dat veel jongeren in hoge mate beducht zijn voor werkdruk en eventueel stress. Niet omdat ze weinig willen werken, maar omdat ze problemen op mentaal gebied willen voorkomen.”

Nog zo’n verklaarbare ontwikkeling is volgens Wilthagen de behoefte van Generatie Z om te leren en zich te ontwikkelen. „Jongere medewerkers weten dat ze niet lang bij dezelfde werkgever blijven, dus ze denken vooruit. Als ik straks bij deze werkgever wegga, welke vaardigheden heb ik dan voor een nieuwe stap? Om groeimogelijkheden of een leercurve vragen kun je zien als veeleisend, maar vanuit hun positie is het logisch”, zegt Wilthagen.

Door jongere collega’s dacht ik ineens: een dag minder werken, waarom niet?

Ruth Rottiné
marketeer

Lessen van een jongere generatie

De manier van werken van haar jongere collega’s heeft marketeer Ruth Rottiné geïnspireerd. „Mijn hele werkende leven, ook toen ik in loondienst was, heb ik lange dagen gemaakt. Vorig jaar ben ik voor het eerst in mijn leven een week op vakantie geweest zonder mijn laptop mee te nemen. Dat was een verademing, ik kwam terug van vakantie vol ideeën en energie”, vertelt ze.

Dat zette haar aan het denken. „Een dag minder werken was nooit bij mij opgekomen, maar door mijn jongere collega’s dacht ik ineens: waarom niet? Misschien kan dit stapje terug me ook veel opleveren.”

Inmiddels neemt Rottiné twee middagen in de week vrij. „Daardoor merk ik dat ik sneller ontspan en meer energie heb voor werk en hobby’s.”

Volgens Jansen is dat de waarde van al die verschillende perspectieven op werk. „Jongeren zijn cultuurvernieuwers. Zij voelen heel goed aan wat bij de tijd is en wat niet. Oudere generaties hebben de neiging te blijven hangen in een oud paradigma, omdat ze dat nu eenmaal gewend zijn. Maar zodra je je als oudere werknemer laat inspireren door jongeren, zie je vaak dat hun wensen eigenlijk heel goed passen bij wat jij zelf wil.”


Opinie | Ferrante verhult niet, ze onthult

In afwachting van een nieuwe roman van Elena Ferrante kan de lezer tv-kijker zijn en zich, met dank aan de NPO, verliezen in reeks 4 van De geniale vriendin. Dat zal de tv-kijkende lezer niet spijten, want de serie is weer puik en eindelijk valt er te genieten van de actrice die tot nu toe alleen vertelstem was. Ze heet Alba Rohrwacher en ze is een wonder van acteertalent. Mocht u Maria hebben gezien, denk dan even terug aan hoe Callas’ huishoudster stoïcijns een eitje bakt terwijl haar bazin vergeefs hengelt naar een complimentje voor haar, niet meer zo gouden, keel. Rohrwacher speelde die huishoudster: een eitje bakken zal nooit meer hetzelfde zijn.

Het is ook een goede gelegenheid om weer even Ferrantes enorme prestatie vast te stellen. Met het vierluik De geniale vriendin, maar in feite met al haar romans, beschrijft ze wat het betekent om vrouw te zijn in een patriarchale samenleving, als moeder, dochter, partner, minnares. Als creatieve professional, burger, intellectueel en arbeidster. Maar er is toch veel veranderd? Ferrante ziet vooral schone schijn: „…we zitten nog altijd muurvast in de regels van de mannen, in hun dagelijkse onderdrukkingen”, oordeelde ze in 2021 in haar Belle van Zuylenlezing. Maar, zo zegt ze ook: „Een opgeleide vrouw bewijst dag na dag dat het mogelijk is om de wijde wereld die de mannen zich hebben toegeëigend binnen te dringen en hetzelfde te doen als zij en vaak nog beter ook.”

En dan haar literaire kwaliteiten: sluier na sluier trekt ze weg van de levens van twee jeugdvriendinnen, met daaronder de ontwikkeling van Italië van dorps naar modern geïndustrialiseerd. Daarin kiest de ene hoofdpersoon (Elena) voor de intellectuele toplaag en de andere (Lila) voor hun beider wortels in de onderklasse. Die ‘geniale vriendin’ uit de titel, dat zijn ze allebei.

Maar er is nog een doorslaggevend kenmerk en dat geldt meer als een rariteit: ‘Elena Ferrante’ is een pseudoniem. Wie de schrijfster is, is onbekend. Ja, het personage Elena voelt autobiografisch, maar is ze dat ook? Hm. Een goeie auteur kan je alles wijsmaken. En te checken valt het niet. In een e-mail aan The New York Times verklaarde ze dat haar anonimiteit cruciaal is voor haar schrijven. Ze kan niet werken zonder autonomie en rust. „[Mijn anonimiteit] opgeven zou erg pijnlijk zijn.”

‘De verborgen naam’ – het zou de titel kunnen zijn van een Ferrante-roman, over een vrouw op wie gejaagd wordt. Vanaf het moment dat haar boeken bestsellers werden, is er heftig gezocht en gespeculeerd. Ik speelde vrolijk mee en beweerde dat Sophia Loren Elena Ferrante was. Dat neem ik terug, ook al zie ik aanwijzingen dat Lila op Loren geïnspireerd is: wat als Sophia Loren niet ontdekt was door filmstudio Cinecittà? Dan had ze Lila kunnen worden.

Wereldvreemde kluizenares

Elena Ferrante tartte met haar koppige anonimiteit de religieuze overtuiging in de boekenindustrie dat een auteur moet investeren in uiterlijk, persoonlijkheid en mediavaardigheid. Die zijn van doorslaggevend belang, anders kom je niet op tv en wie niet op tv komt, verkoopt geen boeken. Zie hoe er met Anjet Daanje is omgesprongen. Deze schrijfster overtuigde op de kracht van haar boek Het lied van ooievaar en dromedaris, en ontkwam er vervolgens niet aan dat ze door de media werd gepositioneerd als wereldvreemde kluizenares. Zo beantwoordde ze alsnog aan het idee dat niet wie goed schrijft van lezers verzekerd is, maar wie een plek in de schijnwerpers verovert.

Behalve die duivelse Elena Ferrante. Die bereikte miljoenen lezers zonder ook maar de mouw van haar vest te laten zien. Hoe groter haar succes, des te virulenter de klopjacht. Er rolden namen uit die niet bevestigd konden worden. Nog altijd weet niemand zeker wie zij is. De enige harde aanwijzing voor haar identiteit is die voornaam: Elena. Een vrouwennaam – meer geeft ze niet. Daar moeten we het mee doen. Maar gaandeweg vernauwde de speculatie zich tot de veronderstelling dat Elena Ferrante geen vrouw zou zijn maar een man. Het argument? Er is er maar één. Haar personages zijn zo, nu ja, mannelijk. En dan wordt bedoeld onbuigzaam. Lief noch zorgzaam. Hardvochtig. Ambitieus. Alsof vrouwen dat niet kunnen zijn – tenzij je vindt dat vrouwen niet zo mógen zijn.

En andersom? De hoofdpersoon van Het Bureau is nogal nerveus. Hij roddelt en manipuleert, is chronisch onzeker, schuwt elk avontuur en heeft migraine – allemaal traditioneel vrouwelijke zaken. Maar beweerde er ooit iemand dat niet J.J. Voskuil die boeken schreef maar zijn echtgenote? Natuurlijk niet. Gelukkig weten we wie Renate Dorrestein was, anders was ze allicht voor een man versleten, met al die grandioze jongensachtige meisjes in haar romans.

‘Ik lees geen vrouwen’

Of steekt de bijna rituele mening dat Ferrante een man kan zijn door iets anders de kop op? Betekent het: tja, die boeken van Ferrante zijn zo goed, ze moeten wel van een man zijn?

Zou kunnen. Schrijvende vrouwen zijn er altijd geweest en deden niet onder voor de mannen, maar hoe beter ze waren des te harder ze voor hun werk moesten vechten – lees Marita Mathijsens emobiografie (haar woord) van de 18e eeuwse Betje Wolff maar (lees ‘m sowieso, het is een prachtig boek). Ik herinner me dat ik in een radioprogramma de lof zong van Janet Frame, de vrouw die het meesterwerk An Angel At My Table schreef. De vermaarde literair criticus naast me zei dat hij dat best wilde aannemen, maar: „Ik lees geen boeken van vrouwen” – dat is twintig jaar geleden maar het blijft me choqueren. Recent stelde ik in een column vast dat het tijd was om Manon Uphoff te pushen voor de Nobelprijs voor Literatuur. Er werd alleen maar meesmuilend op gereageerd.

Ferrante gaat daar tegenin. Haar persoonlijke reden om zich verborgen te houden is haar gegund. Maar het feit van haar consequent verborgen naam is in ruim dertig jaar vergroeid met haar oeuvre en van literaire betekenis.

Door onverbiddelijk haar identiteit voor zichzelf houden, legt ze de vooringenomen vrouwenvrees in de literatuur bloot. Haar keuze voor een zelfontworpen naam is nikab noch bivakmuts, ze verhult niet, ze onthult. Ze bevestigt haar zelfbeschikkingsrecht. Ik ben die ik ben, ik denk wat ik denk en ik doe wat ik doe, dat ventileert ze ermee – in stijl met de antiseksistische teneur van haar romans. En ik denk: ze had ’t niet beter kunnen doen, voor de vrouwen.


Tv-recensie | Schokkend en verontrustend om te zien hoe verkrachte vrouwen worden behandeld

Na moord en doodslag is verkrachting de zwaarste misdaad, zegt de man van de Zeeuwse zedenpolitie. En het komt veel vaker voor dan moord: bijna een kwart van de vrouwen in Nederland is ooit verkracht. Tegelijk leidt dit slechts in 0,4 procent van de gevallen tot een veroordeling. Sunny Bergman onderzoekt in Blauwe ballen en andere verkrachtingsmythes (NPO 2) hoe dat komt.

Bergman is vooral bekend van Zwart als roet, haar documentaire over Zwarte Piet en racisme. Maar seks en seksisme vormen eigenlijk de rode draad door haar oeuvre. Eerder maakte ze bijvoorbeeld Man Made over mannelijkheid, Sletvrees over de dubbele seksuele moraal, en Beperkt houdbaar over het schoonheidsideaal. Hopelijk wordt Blauwe ballen en andere verkrachtingsmythes net zo invloedrijk als Zwart als roet want wat Bergman hierin neerzet is schokkend en verontrustend.

De hoofdmoot vormen de interviews met gewone burgers die Bergman interviewt in een soort biechtstoel: een mobiele cabine van spiegelend metaal aan de buitenkant, en warm gebeitst hout aan de binnenkant. Verder filmt ze bij de Zeeuwse zedenpolitie, in een schoolklas, een politieklas en een praatgroep voor verkrachte vrouwen.

De vrouwen vertellen over hun verkrachtingen, hoe het hun leven heeft beïnvloed, de schaamte, de frustratie dat de dader vrijuit ging. Bergman licht er twee vrouwen uit: Lydia die werd gedrogeerd in een club. Ze werd slecht behandeld door de politie die haar weigerde te onderzoeken met een rape kit. Nu zoekt ze alsnog recht bij een strafadvocaat en een privédetective. Ook vertelt ze aan een politieklas hoe schadelijk dit is voor het recht; weinig vrouwen durven aangifte te doen. „Er zijn twee daders hier: de verkrachter en de politie.”

Kimberly werd gedrogeerd en verkracht door een collega. Tijdens het politieonderzoek moest ze naakt op een tafel liggen terwijl mannen in pakken met wattenstaafje dna-materiaal op haar lichaam verzamelden. „Ik vond dat heftiger dan die hele verkrachting.” Ondanks veel forensisch bewijs – ze krabde de dader en had zijn dna onder haar nagels – werd de dader vrijgesproken.

De slechte behandeling door de politie van verkrachtingsslachtoffers komt steeds terug. Wanneer Bergman filmt bij de zedenpolitie krijg je al snel een indruk hoe dat komt. Wanneer Bergman hun vertelt over de verkrachting die ze zelf meemaakte als zeventienjarige op een Grieks feesteiland – waarbij de dader eerst haar tampon verwijderde – reageren de mannelijke rechercheurs door hun luide afkeer te laten blijken van seks tijdens de menstruatie. „Hartstikke smerig.”

In de nieuwe Wet seksuele misdrijven is de juridische omschrijving van verkrachting verruimd. Geweld of dreiging met geweld is niet langer een noodzakelijk onderdeel. Alle seks zonder expliciete toestemming is nu strafbaar. Gezien de verhalen in deze documentaire is dat een broodnodige aanpassing. Veel verkrachtingen worden niet als zodanig erkend en herkend. Geweld is er vaak niet bij omdat de slachtoffers bevriezen of meewerken, uit doodsangst. De meeste verkrachtingen geschieden niet door onbekende, gewelddadige psychopaten, maar door bijvoorbeeld goede vrienden. Een onderzoeker zegt: „Meestal zijn het relatief normale mannen die onder invloed van drank en drugs een fatale fout maken.”

De mannen van de zedenpolitie vinden de nieuwe wet „lastig” en „ingewikkeld”. Op Bergmans suggestie om de slachtoffers op hun woord te geloven, zeggen ze: „Dan zijn de mannen vogelvrij.” Bergman reageert met: „Maar nu zijn wij vogelvrij.” Strafadvocaat Spong hekelt ook de nieuwe wet: „Eén verkeerde aanraking en je bent de lul.” Spong speelt sowieso de schurk in dit verhaal want meteen hierna zegt hij: „Het valt me op dat vrouwen zich snel laten verkrachten.” Vrouwen, zo poneert hij, zouden zich meer moeten verzetten: „Een goed weerbare vrouw zou het aantal verkrachtingen enorm doen afnemen.”

Lacherige sfeer

Hier komen we bij het pijnlijkste deel van de documentaire: de reacties van de mannen. Vrijwel alle mannen zeggen dat ze niemand kennen die ooit iemand verkracht heeft. Terwijl één op de vijf mannen dit doet, zo stelt een onderzoeker. De sfeer onder de geïnterviewde mannen is vaak lacherig. Twee oudere mannen, ooit enthousiaste deelnemers aan de seksuele revolutie, vinden de huidige aandacht voor seksueel geweld überhaupt opgeblazen onzin.

Jonge jongens in een les maatschappijleer stellen dat een vrouw die zich sexy kleedt of gedraagt er zelf om vraagt. De schuld leggen bij het slachtoffer zit er dus al jong in. De juf corrigeert ze. Zij gaat op een tafel staan en zegt: „Zelfs als ik naakt op een tafel ga staan, heeft niemand het recht om mij aan te raken.”

Mannen denken recht te hebben op seks, stelt een onderzoeker. In een interview met DocTalks (NPO Start) zegt Bergman: „Heel lang werden vrouwen verantwoordelijk gemaakt voor het orgasme van de man.” Net als Gisèle Pelicot, de Franse vrouw die werd gedrogeerd door haar man en door vijftig mannen werd verkracht, zegt Bergman: „Ik wil de schuld en schaamte leggen bij diegene bij wie ze horen.” Dat zijn wij, de mannen.


Wat vindt NRC | Het Indonesische leger hoort in de kazerne te blijven

Onder wereldleiders is de president van Indonesië, generaal b.d. Prabowo Subianto, een bijzonder specimen. Hij begon enige maanden terug zijn presidentschap met het uitrollen van een kostbaar, en terecht zeer bekritiseerd, populistisch programma om gratis maaltijden te verstrekken aan scholieren. Alsof hij de oude wijsheid, there is no such thing as a free lunch (voor niets gaat de zon op) wilde logenstraffen. Maar deze afleidingsmanoeuvre kon afgelopen week niet de echte agenda verhullen van de ex-schoonzoon van autocraat Soeharto (1966-1998). Die agenda is: de restauratie van de militaire greep op de Indonesische samenleving.

Het voltallige Indonesische parlement heeft, onder druk van Prabowo, een wet op de interne structuur van de strijdkrachten (TNI) aangenomen die neerkomt op de terugkeer van de beruchte ‘dwifungsi’ of dubbele functionaliteit van het leger, niet alleen militair maar ook bestuurlijk. Dat was een pilaar onder de militaire dictatuur van Soeharto, want zo had het leger toegang tot de belangrijkste bestuurlijke posten. Dankzij deze zogenaamde ‘sociaal-politieke’ rol kon het leger ook economische bedrijvigheid ontplooien en zat er bovendien een ongekozen fractie van militairen in het parlement.

Corruptie, nepotisme en economische samenspanning waren het gevolg. Maar daaraan maakte de studentenbeweging van 1998 een einde. Het leger keerde uiteindelijk weer terug naar de kazerne. En dat betekende een grote overwinning voor de burgerlijke samenleving. Dit keer gaat de machtsgreep niet met een militaire coup maar gewoon via parlementaire verkiezingen. Een mensenrechtenactivist noemde het nieuwe Indonesische bestuursmodel in NRC treffend een „electorale autocratie”.

Dat Prabowo de geschiedenis nu probeert terug te draaien heeft grote gevolgen. Sociaal-maatschappelijk, kijk alleen naar de ongeregeldheden die overal in de archipel zijn losgebarsten uit protest tegen het besluit van het parlement. Maar, mogelijk veel ernstiger, ook economische gevolgen. The Jakarta Post waarschuwt in een commentaar dat Prabowo niet alleen het vertrouwen van de kiezers maar ook dat van de markt aan het verspelen is. Gewezen wordt op de koers van de roepia die nu ten opzichte van de dollar is gekelderd tot hetzelfde dieptepunt als ten tijde van de economische crisis die in 1998 mede de oorzaak was van de val van Soeharto. De koersval wordt, behalve uit geopolitieke oorzaken zoals de tarievenoorlog van Trump, verklaard uit de grillige economische koers die Prabowo vaart met zijn reusachtig uitgedijde kabinet, zijn kostbare gratis lunch-programma en nu dus die mogelijke terugkeer van het leger in de economische verhoudingen.

Voor Indonesië dat onder Prabowo een meer internationale koers wil varen, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de toetreding van het land tot het blok van de BRICS in januari, is een terugkeer van het leger als politiek orgaan een anachronisme.

De politiek bestuurlijke constellatie in het land heeft zich na de Reformasi, het democratiseringsproces na Soeharto, meer en meer ontwikkeld tot een oligarchie waarbinnen Prabowo op zoek is naar de macht. Het is nu aan de in de afgelopen dertig jaar in Indonesië gegroeide civil society om de politieke klasse in Jakarta tot de orde te roepen. De 280 miljoen veelal jonge inwoners van de archipel, die geopolitiek midden in de spanningsboog ligt tussen de VS en China, moeten nu alles op alles zetten om de nalatenschap van de generatie van 1998 overeind te houden.

Lees ook

Door wetswijziging verdelen militairen in Indonesië straks de rijst

Donderdag werd voor het parlementsgebouw in Jakarta geprotesteerd tegen de wetswijziging.


Loretta Schrijver was een pionier en geliefd RTL-boegbeeld

Een warme persoonlijkheid met een prachtige, kenmerkende stem. Zo herdenkt de hoofdredactie van RTL Nieuws presentatrice Loretta Schrijver die woensdag 26 maart op 68-jarige leeftijd overleed aan darmkanker: „Ze informeerde miljoenen mensen over het wereldnieuws, op haar eigen toegankelijke manier. We zijn Loretta ontzettend dankbaar voor alles wat ze voor RTL Nieuws heeft betekend.” De RTL-directie voegde daar nog aan toe: „Met haar onovertroffen, unieke lach kon ze iedereen in het hart raken.”

Loretta Schrijver was een van de boegbeelden en pioniers van RTL. Ze werkte vanaf de allereerste uitzending in oktober 1989 voor de commerciële omroep; met onderbrekingen een periode 35 jaar. Naast nieuwslezer van RTL Nieuws (1989-2007) was Schrijver vooral bekend van Koffietijd (2010-2023), de ochtendtalkshow die ze presenteerde met haar vriendin Quinty Trustfull.

Schrijver was in december voor het laatst te zien in The Masked Singer, een RTL-show waarin ze als panellid bekende mensen in vermommingen moest herkennen. Naar eigen zeggen was ze erg slecht in het raden wie er in de pakken zat, maar brachten de uitzinnige creaties haar in sprookjesachtige sferen. Omdat ze al geruime tijd ziek was, nam ze een verpleegkundige mee naar de opnames. In de kleedkamer stond een bed waarop ze kon rusten. Dat bed was nog van Hennie Huisman geweest.

Loretta Schrijver werd in 1956 geboren in New York, kwam als kleuter naar Amsterdam en verhuisde sindsdien als kind nog verschillende keren, onder meer naar Venlo, Zandvoort en Hollywood. Haar moeder Aletta Visser was schoonheidsspecialist, haar vader Max Schrijver was een Joodse textielhandelaar die zijn oorlogsstrauma’s onderdrukte met humor. Hij overleed in 1989 en maakte het succes van zijn enige dochter niet meer mee. Als tiener werd ze verliefd op een vriend van haar vader, de twee keer zo oude Lou Vaz Diaz. Nadat ze het huis uit ging, hadden de twee een korte, geheime affaire. Twintig jaar later kwam ze Vaz Diaz opnieuw tegen. Dit keer bleef hij dertig jaar bij haar, tot het einde. Schrijver woonde tot ze ziek werd apart van haar geliefde, was bewust kinderloos en stapelgek op haar honden.

Schrijver samen met Jeroen Pauw. Foto RTL

Ze wilde wc-juffrouw worden, of actrice. Voor de schoolkrant interviewde ze acteurs als Piet Römer en Lex Goudsmit. Op school las ze graag toneelstukken van Miller en Shakespeare. Actrice Ank van der Moer was haar grote voorbeeld. Ze werd twee keer afgewezen voor de toneelschool. Toen ze een relatie kreeg met acteur Dick Nooij werkte ze wel een tijdje als rekwisiteur bij het Amsterdams Volkstoneel van diens moeder Beppie Nooij. Ook kreeg ze eind jaren zeventig een rolletje als sekswerker in de film Rooie Sien.

Ze ging vertaalkunde en geschiedenis studeren, werkte daarna op de ondertitelingsafdeling van de NOS, en vanaf 1982 als radiopresentator bij de Wereldomroep. Daar ontmoette ze Jeroen Pauw, met wie ze een relatie kreeg. Pauw reageerde woensdag op Instagram op haar overlijden: „Ach Loret [hartje] de kleine optimist, tijdens haar ziekte nog altijd blij met de goede dagen. We waren de jonkies van de Wereldomroep, verliefd op elkaar en het werk, variërend van nieuws tot Ponypark Slagharen.” Later trof hij haar opnieuw bij RTL Nieuws: „De relatie was over, maar de liefde gebleven.”

Duo-presentatie

In 1988 kwam Schrijver bij Veronica. Oud-collega Jan de Hoop zegt daarover in het AD: „We vonden het zo’n deftige dame. Een beetje bekakt zelfs. Maar al snel konden we ook letterlijk over de grond kruipen van het lachen.” Omroepveteraan Jaap van Meekren haalde haar over om zich aan te sluiten bij RTL Veronique, de eerste commerciële omroep van Nederland die toen nog in oprichting was. Hier kwam ze bij het RTL Nieuws terecht. Het nieuwe programma kreeg een duo-presentatie. Schrijver en Pauw, om het te onderscheiden van het concurrerende NOS Journaal en om het een Amerikaans gevoel te geven. Toen de duo-presentatie na enig oefenen vlotjes verliep, bleek deze vooral praktisch bij grote gebeurtenissen als de Eerste Golfoorlog.

Loretta Schrijver en Quinty Trustfull tijdens de laatste aflevering van het programma ‘Koffietijd’. Foto ANP / Robin van Lonkhuijsen

Afgezien van een uitstapje naar de AVRO bleef Schrijver tot 2007 het nieuws presenteren. Toen stapte ze over naar Omroep MAX waar ze een eigen talkshow kreeg, MAX en Loretta. Het combineren van eindredactie en presentatie viel haar echter zwaar, Schrijver kreeg een burn-out en vertrok weer. In 2010 keerde ze terug bij RTL om Koffietijd over te nemen.

In 2016 werd Schrijver geridderd, onder meer voor haar inzet voor het milieu en voor de stichting AAP, een Europese dierenwelzijnsorganisatie. Ze was ook ambassadeur voor het Wereld Natuur Fonds en World Animal Protection. In een reactie op haar dood noemde de directeur haar een van de grootste dierenvrienden van Nederland. „Ze schuwde het niet om zich uit te spreken tegen dierenleed. Of het nu ging om wilde dieren in gevangenschap, zwerfhonden of dieren in de vee-industrie: ze stond pal voor alle dieren en hun leed raakte haar diep.”

Eigenlijk vond Schrijver zichzelf totaal ongeschikt voor het televisieleven. „Ik ben best wel verlegen” zei Schrijver in november in De Telegraaf. Ze vertelde dat ze de laatste tijd het tv-werk niet meer zo leuk vond. Sinds het MeToo-schandaal bij The Voice, zo stelde zij, was Hilversum in een kramp geschoten en waren daardoor juist angstculturen ontstaan: „De laatste jaren heb ik op mijn tenen gelopen in een wereld die niet meer de mijne is.”


Opinie | Blaffen tegen president Prabowo

Wat is een betere plaats om te praten over het herstel van de dominantie van de strijdkrachten in Indonesië dan een vijfsterrenhotel in Jakarta, buiten het zicht van de media? Waarschijnlijk om die reden stuurde president Prabowo Subianto zijn afgezanten recent naar een bijeenkomst met leden van de Commissie-I van het Huis van Afgevaardigden (DPR) in een van de meest luxueuze hotels in de hoofdstad. Volgens Indonesia Corruption Watch (ICW) kostte deze vergadering maar liefst 1,2 miljard roepia (ca. 65.000 euro). Wat is tenslotte een betere manier om te praten over herzieningen van de Wet op het Indonesische leger (UU TNI), het wettelijke kader dat de rol en het gezag van de strijdkrachten regelt, dan vanuit de comfortabele bedden van zo’n hotel?

Het zorgvuldig geregisseerde plan van de volksvertegenwoordigers stuitte op een hobbeltje. Activisten van de ‘burgercoalitie’ (Koalisi Masyarakat Sipil) drongen de bijeenkomst binnen en eisten een einde aan de discussie die ze afwezen als ondoorzichtig en als directe poging om de dubbelfunctie van het leger (Dwifungsi TNI) te doen herleven – een restant van de Soeharto-dictatuur dat allang begraven had moeten zijn.

IJzeren vuist

Generaal Soeharto kwam midden jaren zestig aan de macht en regeerde als president dertig jaar met ijzeren vuist. De huidige president Prabowo was diens schoonzoon, is ook een generaal b.d. en hij is duidelijk bezig met een restauratie van het bewind van zijn ex-schoonvader. Internationaal mede mogelijk gemaakt door het opnieuw aantreden van president Donald Trump in de VS, die zoals bekend weinig op heeft met universele mensenrechten en een zwak heeft voor sterke leiders. Indonesië trad overigens in januari toe tot het economische machtsblok BRICS.

Kort na hun protest bij het hotel werden de activisten op beschuldiging van anarchie bij de politie aangegeven. Hun kantoren werden door de autoriteiten aangevallen en geterroriseerd. Wranger kan het niet: de verdedigers van de democratie worden als criminelen gebrandmerkt terwijl de slopers van de democratie worden beschermd door de staat.

Nu barsten er overal in het land protesten los en de repressie wordt steeds akeliger

En alsof dit nog niet genoeg was, gaf de voorzitter van de parlementaire commissie die het geheime overleg had georganiseerd geen antwoord op vragen. Deze Utut Adianto is lid van de Strijdende Democratische Partij van Indonesië (PDIP). Dat is de grootste oppositiepartij onder leiding van oud-president Megawati Soekarnoputri, dochter van de eerste president van Indonesië Soekarno.

Utut draaide om de zaken heen, dat er wel vaker in hotels wordt vergaderd. En hij stelde de activisten de wedervraag: „Waarom hebben jullie niet eerder geprotesteerd?” Dit niveau van stompzinnigheid is gebruikelijk bij politici die niet het volk, maar oligarchen dienen. Want bijna dertig jaar na de val van Soeharto heeft de democratie plaatsgemaakt voor een onderonsje tussen oligarchen die de macht uitoefenen in Indonesië.

Generaal wordt topambtenaar

Intussen gaat de herziening van de TNI-wet door – niet om de professionaliteit van het leger te vergroten, maar om de greep op de samenleving te versterken. Door deze herziening kunnen nog meer actieve officieren bij strategische ministeries, diensten en staatsbedrijven burgerposities bekleden, met als onzinnig excuus dat zij zo het welzijn van militairen verbeteren. In de ogen van deze regering is hun welzijn alleen te bereiken door incompetente ambtenaren van hen te maken.

Kijk maar eens: een landmachtmajoor is nu Kabinetssecretaris, alsof zijn deskundigheid in volmaakt gepoetste laarzen en ochtendexercities juist hem geschikt maakt om het nationale beleid te bepalen. Een generaal-majoor is opeens directeur van BULOG, de Indonesische staatsdienst die verantwoordelijk is voor de nationale voedsellogistiek en stabilisatie van de rijstprijs. Een andere generaal-majoor is benoemd tot inspecteur-generaal van het ministerie van Transport omdat kennis van marcheren in formatie veel wezenlijker is dan een diepgaande kennis van de wegeninfrastructuur. En dat gaat zo door. Een generaal wordt topambtenaar op het ministerie van Landbouw, een admiriaal gaat de organisatie leiden die de jaarlijkse hadj organiseert. Dan is er nog een generaal die toezicht gaat houden op de defensie-industrie en een admiraal die hetzelfde gaat doen bij de maritieme industrie.

Zet deze situatie af tegen dat wat Mohammad Hatta in 1948 deed, de man die in 1945 samen met Soekarno de vrije republiek Indonesië had uitgeroepen. Hatta moest ook het leger herstructureren, dat op dat moment in oorlog was met het Nederlandse leger dat tevergeefs probeerde de kolonie te heroveren. Hatta vergrootte niet de invloed van de nationale strijdkrachten op de samenleving. Hij verkleinde het leger juist. Hij zag dat veel hoge officieren eigenlijk geen troepen onder hun bevel hadden, maar toch door de overheid werden doorbetaald. Een van zijn eerste besluiten was het ontslag van negen admiraals zonder duidelijke taken en de degradatie van generaals die geen actieve opdrachten hadden.

En wat doet Prabowo nu? Precies het tegendeel. Hij heeft Hatta’s erfenis teruggedraaid door het leger niet te stroomlijnen, maar door de aanwezigheid ervan in het burgerleven op te blazen. Het gaat niet alleen meer om een leger met een ‘dubbelfunctie’, dus in het bestuur zoals onder Soeharto, maar om een multifunctionele dictatuur. Als dit zo doorgaat, duurt het niet lang meer of we zien militairen alles bestieren, tot in de slaapkamer van mensen aan toe.

Maar dat zal Prabowo natuurlijk een zorg zijn. Toen hij kritiek kreeg, wuifde hij die weg: „Laat de honden maar blaffen”. En een week geleden heeft het parlement de herziening van de TNI-wet officieel goedgekeurd.

Strijd gaat door

Nu barsten er overal in het land protesten los. En de repressie wordt steeds akeliger. Die voltrekt zich niet meer in de schaduw, maar wordt openlijk en met trots tentoongespreid. Ik heb met eigen ogen gezien dat studenten in Bandung door veiligheidstroepen grof werden afgetuigd. Er waren ook vrienden van mij bij – genadeloos geschopt, geslagen en mishandeld. Ook ingehuurde schurken zorgden ervoor dat niemand zich durfde te verzetten. Op de daken van omliggende gebouwen waren sluipschutters gestationeerd – dreigend, in afwachting.

Elders werden journalisten geterroriseerd die kritisch waren over de herziening van de TNI-wet. Verslaggevers van het gerenommeerde tijdschrift Tempo kregen een afgehakte varkenskop toegestuurd, een boodschap die even smerig als onmiskenbaar was. De volgende dag kregen ze een doos met dode ratten, rechtstreeks bezorgd bij het kantoor van de redactie.

Maar de strijd is nog niet afgelopen. Prabowo wordt dan misschien brutaler en schaamtelozer, maar zolang de democratie wordt gekaapt, moeten we blijven blaffen.