„Het verleden is een bitch die ik liever niet ken/ Zij is de reden dat ik nu aan de hasjiesj ben”, zingt Saman Amini in het openingsnummer van Onaantastbaar. Over zijn problematische cannabisgebruik leren we meer als hij de, achteraf bezien, „belangrijkste dag van zijn leven” memoreert, ergens in 2018. Het effect van deze interventie door geliefden bleef aanvankelijk nog beperkt door de drugs die hij die dag gerookt had.
De nieuwe voorstelling van acteur en theatermaker Saman Amini (35) is de opvolger van zijn geprezen cabaretdebuut Saman Amini’s Integratieplan. Hierin vertelde hij over ervaringen met integreren in het land dat sinds zijn elfde zijn nieuwe thuisland is. In Onaantastbaar vertelt Amini over de wortels en gevolgen van de opgelopen trauma’s door op te groeien in armoede en in asielzoekerscentra. Amini’s hyperpersoonlijke cabaret is dit keer minder confronterend dan zijn voorganger. Wel toont hij opnieuw zijn talent om zijn levensverhaal om te zetten in een meeslepende tragikomedie.
Er valt om te huilen, soms ook om te lachen. Want in ellendige omstandigheden gebeuren weleens verrassende dingen. Als een jonge Saman, dan nog woonachtig in geboorteland Iran, indruk wil maken op het mooiste meisje van het dorp, besluit hij een tip van zijn vader op te volgen. Voor haargel was geen geld, maar water mengen met heel veel suiker zou een vergelijkbare uitwerking hebben. Een onverwachte en onplezierige bijwerking levert een grappig verhaal op, én het nodige medelijden voor de kleine Saman.
Lees ook
Saman Amini: ‘Ik heb mijn lot weten te keren’
Puntige typeringen
Amini is op zijn best als hij de humor op natuurlijke wijze laat voortkomen uit de tragiek. Hij is een goede verhalenverteller en heeft puntige typeringen over zijn jeugd thuis. Voor verjaardagen was geen geld, geluk zat soms in de kleine dingen: „Als mijn opa’s lactose intolerantie werd aangewakkerd, liet hij wat scheten, en lachten wij ons rot. Topavond.” Of, nadat hij heeft verteld over huiselijk geweld: „Toen wij op mijn elfde naar Nederland vluchtten en mijn vader twee maanden later zou komen, was ik het enige gevluchte kind in het acz dat tegen gezinshereniging was.”
Minder indruk maakt Amini op de momenten dat hij wel erg nadrukkelijk op zoek gaat naar de grappenmaker in zichzelf. Bijzinnen over „oude Koerden uit de sloot halen” en over apparaten „trager dan de wachtlijsten in de ggz” zijn eerder vermoeiend dan vermakelijk.
De hardheid die Amini in het leven ervaarde, liet hem lange tijd denken dat hij onaantastbaar moest zijn. In de finale horen we dat therapie hem uiteindelijk deed inzien dat hij juist kwetsbaar moest worden. Dat klinkt weliswaar fraai, en ook zeker niet onoprecht, maar ook als een wat gestileerde conclusie. Want wat betekent kwetsbaarheid? Amini maakt zijn gevoelsleven beter invoelbaar als hij zijn demonen en pijn bezingt, in intens gezongen liedjes, soms rappend, soms huilend als een dier.
De conclusie die blijft hangen na het zien van Onaantastbaar: vaak is het niet zozeer je verleden dat je krampachtig probeert te vermijden, maar vooral datgene wat je door dat verleden geworden bent. Wanneer je dat inziet, kun je destructief gedrag zoals verslavingen en agressieproblemen pas écht achter je laten, zo leerde Amini.
Een zekere tederheid gaat ervan uit, wanneer je gevraagd wordt je hand te leggen op een stuk rif, om de trillingen uit het binnenste op te vangen. Deze bolvormige ‘blob’ komt uit de 3D-printer, gemaakt naar voorbeeld van het soort bouwwerk dat de Normandische honingraat-zandkokerworm voortbrengt. Die graaft tunnels in harde grond, waardoor riffen kunnen ontstaan. En daarin vinden vervolgens verschillende soorten schelpdieren onderdak. Een symbiose.
De vibrerende sculptuur, Biopilgrimage (Sol-Roc) (2024-25), van Thomas Pausz, is een van de eerste kunstwerken in de nieuwe groepstentoonstelling van kunstruimte Radius in Delft. Het openingsdeel van de expositie draait om ‘opmerkzaamheid’. Hoe kunnen verschillende diersoorten oog hebben voor elkaar? Luisteren naar elkaars verlangens en behoeften?
In het kader van de opmerkzaamheid, één keer de volledige titel van de tentoonstelling: Een parlement van uilen, een consortium van krabben, een cultuur van bacteriën, een arbeid van mollen, een bedrijf van fretten, een belegering van reigers, een samenzwering van maki’s, een wijsheid van wombats, een pandemonium van papegaaien.
Ondergronds waterbassin
We bevinden ons ondergronds, in het voormalige drinkwaterbassin onder het Kalverbos in Delft. In deze hergebruikte, spiraalvormige ruimte, heeft Radius sinds drie jaar een van de meest opmerkelijke tentoonstellingsruimtes van Nederland. Het opgeslagen water heeft in de jaren dat het er was betoverende kalktekeningen achtergelaten op de muren. Zo’n toevalstekening met een element als auteur is passend: Radius focust op hedendaagse kunst over ecologie en klimaat. De huidige tentoonstelling is de eerst in een themajaar over het verleggen van politieke grenzen: hoe komen we tot een politiek waarin alle (dier)soorten gelijk vertegenwoordigd worden?
Jochen Lempert, Lyren, 2013. Foto Gunnar Meier
Ondanks de ontoegankelijke tentoonstellingsteksten lukt het Radius daar een aansprekende tentoonstelling over te maken. Dat komt door de heldere opzet in vier hoofdstukken die curator Niekolaas Johannes Lekkerkerk maakte. De prettig stevige sturing begint al met het eerste kunstwerk: Lyren (2013), een serie klein afgedrukte foto’s van Jochen Lempert. Die tonen de kop van een schildpad, een wolk, een wit gebit, een paar kiezels op het strand. Op het eerste oog totaal niet gerelateerd, daarna daalt in wat er op het spel staat: hoe verbinden we deze ongelijke grootheden?
‘Vakbonden’ vormen
Het tweede deel van de expositie gaat over het vormen van ‘vakbonden’: wie mag meedoen, wie niet? Snijdend is het voorbeeld in de film Surveying Species: Waste and Protection (2025) van Hanna Rullmann. Zij maakte een documentaire over de aanleg van een natuurgebied bij Calais, op de plek waar de zogenaamde ‘jungle’ gevestigd was, het vluchtelingenkamp dat in 2016 werd ontruimd. Ecologen moeten hier kiezen tussen invasieve soorten (bijvoorbeeld ui of dadelpalm), die opkwamen uit het voedingsafval van het kamp (‘waar vogels zich prima mee zouden kunnen voeden’), en een zeldzame orchidee: de Liparis loeselii, waarvoor een Europees beschermingsprogramma bestaat. Het opruimen van plantensoorten past hier bij een grimmig soort politiek.
Majot Kaur, While She Births an Ecosystem II (2023). Foto Gunnar Meier/ RADIUS CCA
Een imaginaire symbiose tussen mens, plant en dier wordt prachtig verbeeld in het werk van Manjot Kaur. De tekening While She Births an Ecosystem II (2023) toont de mythische Lajja Gauri (een hindoeïstische godin met lotushoofd die in verband wordt gebracht met overvloed en seksualiteit) die aan het bevallen is van een wirwar van planten – die op hun beurt weer verbonden zijn met een netwerk van bolvormen, ergens tussen planeten en eencelligen in. Een utopische toekomst waarin alles verbonden is? Tegelijk wijst Kaur ook juist op de eeuwenoude mythische wortels van de hybrides mens-niet-mens.
Omwenteling
Hoe mens en niet-mens samenleven, is ondertussen een thema dat breed wordt opgepakt in de kunst. Het Stedelijk Museum Amsterdam toont nog tot en met 13 juli de expositie Oltre Terra van designstudio FormaFantasma: over hoe mensen de evolutie van het schaap vormden, en hoe schapen op hun beurt de cultuur van de mens veranderden. Het Noordbrabants Museum sloot recent een expositie af van Jonas Staal en Micha Hamel, een eerbetoon aan het collectief van menselijke en niet-menselijke ‘aardwerkers’.
Misschien niet gek dat kunstenaars hier zo mee bezig zijn. Kunst kan de blik kantelen. En in onze omgang met andere soorten, staat misschien wel een copernicaanse wending op stapel (de laatste jaren kregen enkele rivieren ‘mensenrechten’).
Het Meersoortig Collectief, Nourishing without trying to, 2025. Foto Gunnar Meier
Voor het slot van de Radius-tentoonstelling ga je naar buiten. In de tuin bouwt Het Meersoortig Collectief aan een klein fonteintje – waar water van bakje naar bakje stroomt. In die bakjes liggen stukjes hout, een steen, zodat insecten en vogels van het water kunnen drinken. Vogels en insecten mogen meebepalen hoe de fontein eruit komt te zien. Een klein gebaar (en voor wie weleens in een tuincentrum komt een beetje alledaags) maar als bewuste vorm van aandacht, is het misschien wel het begin van een radicale omwenteling.
Less is more, luidt het bekende credo der modernisten. Het programma Icoon van Introdans laat zien dat het in het geval van Lucinda Childs (1940) zeker waar is. Hoe minimalistischer de choreografieën van dit icoon van de Amerikaanse (postmoderne) dans, des te sterker zijn ze, zeker als die zijn gezet op composities van haar muzikale mede-minimalisten. Of als ze zónder muziek worden uitgevoerd: in het oudste werk van het programma Icoon van Introdans, Interior drama, leggen vijf dansers twaalf minuten lang in stilte een steeds verschuivend parcours van eenvoudige passen af, secuur tellend om op tijd van richting, formatie en bewegingsthema te veranderen en precies op tijd weer synchroon te eindigen.
Na de première in 1977 werd Interior drama vaak op grote daken in New York uitgevoerd. Op zo’n plek, in die tijd, moeten de figuren in wit als buitenaardse wezens zijn overgekomen. En dat ‘innerlijke drama’? Een ironische verwijzing natuurlijk, naar de razende tel-activiteit in het brein van de dansers, niet naar kolkende emoties. Merce Cunningham zei het al: dance is motion, not emotion.
Childs maakte in de jaren zestig deel uit van de Judson Church Dance Company. Een collectief van makers dat indachtig de theorieën van Cunningham en John Cage alle heilige huisjes van de gevestigde dansorde omver schopte. Dans kan altijd en overal, dans hoeft geen verhaal te vertellen of gevoel uit te drukken en elke beweging kan dans zijn.
Met haar klassieke voorkomen en de ‘cleane’ bewegingsstijl was Childs een buitenbeentje binnen de groep rebellen. Later maakte zij furore met choreografieën op muziek van onder anderen Philip Glass, met wie zij samenwerkte in de opera Einstein on the beach, een mijlpaal in de theatergeschiedenis.
Decoratie
Interessant en terecht dus dat Introdans bestaand werk zoals Dance (1979) en Concerto (1993) op het repertoire heeft genomen. Maar langzaamaan moet worden geconcludeerd dat de recentere of speciaal voor Introdans gecreëerde werken in vergelijking achterblijven. Het nieuwe werk Notes of Longing bijvoorbeeld. Het bewegingsarsenaal is uitgebreid met meer en strakkere, ballettesker gezette armbewegingen, er is partnerwerk met lifts. Onder een scherm met schilderachtig van kleur verschietende wolkenluchten beweegt het ballet zich van plaatje naar plaatje.
Scène uit ‘Icoon’ in de Nijmeegse schouwburg.Foto Hans Gerritsen
Door de nadruk op esthetiek én de maar voort pinkelende en parelende (piano)composities van Matteo Myderwyk mist het geheel spanning. Zelfs Childs’ choreografische handtekening, de aanhoudende lichtheid van de passen, begint een beetje te irriteren. Wel fraai is het vrouwentrio, met de zacht golvende armen én in het midden Demi Verheezen, met haar slanke modellenlichaam een soort dubbelganger van de jonge Childs.
Ook het sluitstuk van de avond versterkt dat gevoel van plaatjes, ideeën zonder uitwerking. Voor Kilar uit 2013, haar eerste creatie voor Introdans, maakte Childs’ favoriete ontwerper Dominique Drillot voor de vrouwen crinolines van ijzerdraad, voor de mannen kubussen van draadstaal. Fotogeniek genoeg, maar inventieve manipulatie of confrontatie met die objecten – wat je mag verwachten – ho maar. Het is veredelde decoratie.
De drie recentere werken in het programma doen zo verlangen naar de bedwelmende, minimalistische werken uit de jaren zeventig en tachtig, de periode waaraan Childs haar status van icoon dankt.
„Violen!!” Uit volle borst prijzen de drie bloemenverkoopsters hun waar aan in My Fair Human, de nieuwe productie van het feministische theatergezelschap Club Lam. Zoals ze daar hun stemmen schor staan te schreeuwen zie je ze niet vaak, actrices. Vrouwen in het algemeen niet, eigenlijk. Het werkt op de lachspieren, en ook, ergens, treft het je. Want waarom roept het eigenlijk zo veel ongemak op, een schreeuwende vrouw?
In een samenwerking met Toneelschuur Producties maakte Club Lam een soort omgekeerde My Fair Lady, u weet wel, die musical, verfilmd in 1964, waarin een taalprofessor een ongeschoold bloemenmeisje (Audrey Hepburn) van de markt plukt om een ‘dame’ van haar te maken. Hier is het dus andersom: van het knellende korset waarin Eliza Doolittle in My Fair Lady vastgesnoerd wordt, probeert Club Lam zich te ontdoen.
Drie generaties Eliza zien we op het toneel: de jonge milieuactiviste (Valérie van Erven Dorens), de single dertiger die het zat is te verantwoorden dat ze geen kinderen wil (Ella Kamerbeek) en de moeder van middelbare leeftijd (Oda Spelbos), die zich, bij gebrek aan erkenning, „langzaam maar zeker steeds onzichtbaarder voelt worden”.
Scène uit My Fair Human. Foto Daniela Petrovic
Om de rol van de vrouw in de samenleving te veranderen moeten er nieuwe verhalen over vrouwen verteld worden, is de gedachte van waaruit Club Lam vrouwenrollen vormgeeft. Zo ook deze drie bloemenmeisjes, die alle ruimte krijgen om platvloers te zijn, en boos, en luidruchtig, en lomp. Wat bevrijdend is. De drie actrices dragen die boodschap met grote overtuiging en veel zichtbaar spelplezier uit, hun Eliza’s stralen van het zelfvertrouwen. Wel beheersen ze het instrument van de ironie zo goed, dat hier en daar het misverstand ontstaat dat ze hun eigen personage op de korrel nemen. En dan kan het bij momenten gebeuren dat het publiek lacht om precies de verkeerde redenen, waardoor de voorstelling per ongeluk juist een stereotype lijkt te bevestigen.
Misschien is dat bij nader inzien nog wel het meest fascinerende aspect van My Fair Human. Want het zit diep, de aandrang de Eliza Doolittles van deze wereld uit te willen lachen. Het voelt comfortabel een vrouw te diskwalificeren omdat ze te dom en naïef, te seksueel, te dik, te luid of te oud zou zijn. My Fair Human confronteert je met die aandrang. Ja, er is voorlopig nog werk aan de winkel, voor Club Lam.
Op alle fronten problematisch
„Fuckinggodskleretyfushoerezoon!” Over luidruchtige vrouwen gesproken. Actrice Cystine Carreon is uit haar rol van Madame Butterfly gestapt, in de gelijknamige productie van Theater Oostpool. Het representatieprobleem waar vrouwen mee kampen, is nog vele malen schrijnender als het gaat om de Aziatische vrouw, zo brengt deze productie glashelder over het voetlicht. Een van de oorzaken: Giacomo Puccini’s opera Madama Butterfly, uit 1904.
De opera gaat over een jonge, Japanse geisha die verliefd wordt op een Amerikaanse marineofficier, met wie ze een nacht doorbrengt. De officier vertrekt weer en het meisje wacht jarenlang op zijn terugkeer. Als hij uiteindelijk terugkeert, loopt het vreselijk met haar af.
Regisseur Char Li Chung wilde dit verhaal wel én niet vertellen. Wel omdat hij een grote publiekstrekker wilde maken waarin een Aziatisch personage centraal staat, en niet omdat Madama Butterfly, dat helaas het enige echt grote, algemeen bekende verhaal is waarin een Aziatisch personage centraal staat, op alle fronten problematisch is. Het verheerlijkt kolonialisme, verkrachting en pedofilie, om maar een paar dingen te noemen. Het reduceert de Aziatische vrouw tot een gewillig, onderdanig popje, dat dankbaar mag zijn dat het op wat westerse aandacht kan rekenen.
Scène uit Madame Butterfly. Foto Bart Grietens
Puccini en de librettisten werden niet gehinderd door enige kennis van Japan, of Azië überhaupt. Toch heeft dit uit de Italiaanse duim gezogen sprookje een cruciale rol gespeeld voor het westerse beeld van de Aziatische vrouw, en de manier waarop de Westers-Aziatische vrouw zichzelf is gaan zien. „Ik speel maar een rol, de tekst is niet van mij, ik lieg hem zingend en spelend aan elkaar”, zegt Carreon. „Maar hoe vaker je de leugen herhaalt, hoe geloofwaardiger hij klinkt. Niet alleen voor je publiek. De leugen groeit in jou.” Verhalen zijn niet onschuldig.
Chung en schrijvers Sun Li en Vera Morina delen hun Madame Butterfly op in drie delen. Het eerste deel doet een poging een wél realistische versie van het 15-jarige hoofdpersonage te schetsen. Deel twee is een imponerende solo van Carreon, die met gezonde tegenzin het verhaal van Madame Butterfly vertelt, speelt en zingt, daarbij virtuoos schakelend tussen ironisch commentaar op haar rol en oprecht inlevingsvermogen. Haar vertolking van de aria ‘Un bel dì, vedremo’ is bijzonder aangrijpend, alle ethische bezwaren over het libretto ten spijt. En dan volgt dus („Kutkutkutkutkut”) die onderbreking, als de actrice de nederigheid van haar personage niet langer verdraagt. Wonderwel slaagt Carreon er in haar eentje in die hele in steen gehouwen mythe uit z’n voegen te duwen en het personage eruit te bevrijden.
De bevrijdende chaos die ontstaat wanneer je het hokjesdenken verwerpt
Deel drie ten slotte gaat over de vraag: hoe dan wél? Hoe wil je als Aziatisch-Nederlandse vrouw wél gerepresenteerd worden? Welk verhaal doet wél recht aan de complete, grillige mens die iedereen natuurlijk is? Er wordt weer compleet van register gewisseld, de acteurs staan wat onbeholpen op de lege speelvloer. Voor de een voelt het bevrijdend de mogelijkheid om zelf die representatie vorm te geven. De ander loopt direct vast nu alles opeens mag. Of het ook mogelijk is om als Aziatische Nederlander een verhaal te vertellen dat niet als representatie gelezen wordt, vraagt Nhung Dam zich af.
Wanneer je los wilt breken uit benauwende identitaire hokjes, zo toont het slotdeel van deze onconventionele, urgente voorstelling, dan moet je het podium bieden aan het onverwachte. Aan chaos. Aan ongrijpbaarheid. Aan over-the-top musicalzang desnoods. Want: waarom niet.
Lees ook
Bij Ada Ozdogan krijg je ‘Tarantino in het theater’: ‘Ik hou erg van zijn bullshit -dialogen’
Afrekening met heldenepos
De bevrijdende chaos die ontstaat wanneer je het hokjesdenken verwerpt, daarover gaat ook de voorstelling Holly Goosebumps, van Het Zuidelijk Toneel. Schrijver en regisseur Ada Ozdogan liet zich inspireren door blockbusters, onder andere Kill Bill en The Karate Kid (films die ook niet bepaald hebben bijgedragen aan een genuanceerd beeld van Azië), en zet die ironische, filmische stijl in om je als toeschouwer tegelijkertijd mee te slepen én bewust te maken van de manier waarop je gemanipuleerd wordt.
Ozdogans verhaal is een zelfverzonnen mythe over een wereld zonder maan. De hoofdrol is voor de fanatieke Holly (Alicia Boedhoe), die erachter komt dat ze een halfgodin is. Om de maan weer aan de hemel te krijgen, gaat ze, geflankeerd door sidekick Philip (een heerlijk droogkomische rol van Gillis Biesheuvel) op zoek naar haar moeder, een demonische godin, om met haar af te rekenen.
Via de metafoor van de goden en de afdaling naar de onderwereld staat het stuk stil bij de vraag in hoeverre je ontwikkeling als mens bepaald wordt door eerdere generaties. Is het mogelijk een keten van intergenerationeel trauma te doorbreken? Zo ja, welk verhaal is er dan nodig om dat geloof kracht bij te zetten?
Zoals Madame Butterfly via Madame Butterfly afrekent met Madame Butterfly, zo is Holly Goosebumps een heldenepos dat, terwijl het alle clichés van het heldenepos afvinkt, afrekent met het genre zelf, waarin ‘goed’ en ‘slecht’ doorgaans iets te makkelijk van elkaar te scheiden zijn. In die afrekening zit hem de hoop.
Wanneer je het narratief verwerpt dat de een tot held en de ander tot monster reduceert, de een tot dader en de ander tot slachtoffer, dan is er opeens ruimte om te kiezen welk facet van wat je is doorgegeven je wenst te omarmen. Daarin hebben de drie voorstellingen hun emancipatoire kern met elkaar gemeen. Er ís geen in steen gehouwen verhaal dat het jouwe voorbestemt, tonen Ozdogans Goosebumps, Chungs Butterfly en IJpelaars My Fair Human. In ieder mens huizen talloze mensen; lomp, intelligent, platvloers, naïef, onderdanig, luid en „fucking weird”. Die meerduidigheid kan verwarren, maar biedt ook de vrijheid om te zijn wie je toevallig op dat moment wenst te zijn. Zonder dat dat je meteen definieert.
De nachtegaal van de Nijl, het geluid van de Arabische wereld, de opium van het Arabische volk: de grootse bijnamen voor de Egyptische zangeres Oum Kalthoum, onafscheidelijk van de zijden sjaal in haar hand en de zonnebril op haar hoofd, maken haar nagedachtenis tot die van een icoon. En iconisch was ze: niet alleen door haar zang, maar ook vanwege haar politieke invloed.
Wanneer je in Egypte een restaurant binnenloopt of een taxi instapt, is de kans groot dat je wordt omhelsd door de warme stem van Kalthoum. Ondanks dat ze er al vijftig jaar niet meer is, is haar muziek nog steeds wereldwijd te horen. Er zijn hologramconcerten van haar gegeven en opera’s aan haar gewijd. Ook de nieuwe muziektheatervoorstelling Oum: A Son’s Quest for His Mother, te zien in het Opera Forward Festival van De Nationale Opera, brengt een eerbetoon aan de legendarische zangeres.
De theatermakers bedachten een nieuw verhaal over een moeder en zoon, waarin de betekenis van Kalthoums muziek sterk naar voren komt. „We vertellen wat ze betekende voor de Arabische wereld”, zegt regisseur Kenza Koutchoukali tijdens een achtergrondgesprek van debatcentrum De Balie over de betekenis van Kalthoum.
Traditioneel en modern
In een klein dorpje langs de oevers van de Nijl werd Kalthoum tussen 1898 en 1904 geboren – haar exacte geboortedatum is niet geregistreerd. Met haar vader, die imam was, reciteerde ze van jongs af aan Koranverzen. Ook zong ze mee in zijn ensemble. Als prille twintiger verhuisde ze naar Caïro, waar haar zangcarrière direct een hoge vlucht nam.
Kalthoum begon met het zingen van religieuze liederen in Koranisch Arabisch, maar vanaf haar verhuizing naar Caïro schakelde ze over naar niet-religieuze teksten in modern Egyptisch dialect. Toch bleven de sporen van haar eerdere stijl wel doorschemeren, bijvoorbeeld doordat ze zich liet begeleiden door de ud, een traditionele Arabische luit. „Die mix van een traditionele en een moderne stijl was uniek”, vertelt Bushra El-Turk, componist van de muziektheatervoorstelling Oum.
Met haar diepe stem en liederen over liefde, verlies en verlangen wist Kalthoum de hele Arabische wereld te ontroeren. De teksten van haar liederen waren vaak afkomstig van gerenommeerde Arabische dichters, poëzie en beeldspraak speelden een belangrijke rol in het verwoorden van emoties. Tijdens haar urenlange optredens werden de verzen eindeloos herhaald, waardoor een lied wel anderhalf uur kon duren.
In haar bekendste lied Enta Oumri, ‘Jij bent mijn leven’, nam Kalthoum haar publiek mee in een hevig liefdesverhaal. Krachtig zong ze de tekst: „Wat ik ook zag voordat mijn ogen jou zagen, was een verspild leven.” Volgens Koutchoukali herkenden luisteraars een eigen verhaal in haar liederen. „Dat kon over liefde, thuis of lekker eten gaan, Kalthoum nam iedereen mee op een emotionele reis.”
Politieke vrijheid
Meer dan 35 jaar lang gaf Kalthoum elke eerste donderdagavond van de maand een optreden voor de nationale radio. Tijdens die optredens werd het stil op straat, en zaten overal in de Arabische wereld mensen aan de radio gekluisterd. Op de dagen na haar concerten kopten kranten de teksten van haar liederen als het nieuws van de dag.
In Al-Atlal, ‘De ruïnes’, bezingt Kalthoum een ruïne als metafoor voor een tragisch liefdesverhaal: „Vraag me niet waar de liefde is, zij was een monument van illusies en stortte in. Vertel mij zolang de tranen stromen, hoe de liefde verleden tijd werd en behoort tot verhalen van verdriet.”
Componiste El-Turk nam Al-Atlal als vertrekpunt voor de voorstelling Oum. „Voor veel luisteraars wekt Al-Atlal een gevoel op van melancholie.” Kalthoums muziek is ook vaak gekoppeld aan de term Tarab, een Arabisch begrip voor extase door muziek.
Een ander tekstfragment uit Al-Atlal luidt: „Geef me mijn vrijheid, ontketen mijn handen.” Zo vertelt Kalthoum voor velen ook een verhaal over onvrede en onrecht. „Kalthoum had een unieke, invloedrijke positie in een wereld waar de stem van een vrouw niet altijd vanzelfsprekend was”, zegt regisseur Koutchoukali.
Volkslied van Egypte
Eerst zong Kalthoum voor koning Faroek I, later ging ze mee met de politieke omwenteling van het land. Tijdens de Egyptische revolutie in 1952, toen de monarchie omver werd geworpen, steunde Kalthoum het nationalisme van de nieuwe president Gamal Abdel Nasser: het panarabisme. Kalthoum ontwikkelde zelfs een bijzondere vriendschap met Nasser. Zijn politieke toespraken volgden vaak direct op haar radio-optredens en Kalthoum gaf benefietconcerten na de nederlagen van de Arabische wereld tijdens de Zesdaagse Oorlog (1967). Haar lied ‘Walla Zaman ya Selahy’ (‘Oh, mijn wapen’, 1956) werd in de decennia erna, de bloeiperiode van het panarabisme, zelfs beschouwd als het volkslied van Egypte.
Na jarenlange gezondheidsproblemen overleed Oum Kalthoum in 1975. Haar massaal bijgewoonde begrafenis vormt tot op de dag van vandaag een van de grootste publieke bijeenkomsten van Egypte. Twee uur van tevoren werden de straten in Caïro afgezet, The New York Times beschreef hoe de enorme rouwstoet als een rivier door de stad trok.
De voorstelling Oum – A Son’s Quest for His Mother is op 20, 21 en 23 maart te zien bij Nationale Opera en Ballet in Amsterdam. Info: operaballet.nl
Jens Stoltenberg strijkt neer op de achterbank en staart uit het raam van zijn wegzoevende dienstauto. Zijn linkerhand masseert zijn voorhoofd lichtjes. We zijn op ongeveer twee derde van de documentaire Facing War van de Noorse filmregisseur Tommy Gulliksen over het laatste jaar (herfst 2023-herfst 2024) van zijn landgenoot Stoltenberg als secretaris-generaal van de NAVO.
Veel van zijn gevoelde onmacht over het lot van Oekraïne balt zich samen in dit moment. Als medepassagier Gulliksen hem op de huid zit door hem te herinneren aan niet vervulde beloftes van het Westen aan Oekraïne, verzucht Stoltenberg: „Helaas kan ik zelf geen raketten weggeven. (….) Hun wanhoop raakt me diep. Ja, ze zijn echt wanhopig nu.”
„As long as it takes” had Stoltenberg steeds aan Kyiv beloofd namens de 32 kikkers in de NAVO-kruiwagen. ‘Zo lang als nodig’ zou de NAVO met massieve wapenleveranties Oekraïne helpen bij zijn manhaftige verdediging tegen de Russische agressie. En inderdaad, mede onder Stoltenbergs leiding kwam vanaf maart 2022 een enorme en almaar aanzwellende stroom militaire goederen en wapentuig op gang. Wat begon met scherfvesten en soldatenlaarzen, eindigde met F-16’s, tanks en artilleriesystemen.
Saboterende trumpianen
Maar dat was niet het enige. Helaas gooiden saboterende trumpianen in het Amerikaanse Congres en tegenstribbelende Hongaren steeds meer roet in het eten, met vrijwel onmiddellijke consequenties voor de kansen van Kyiv op het slagveld. Om nog maar te zwijgen – minder zichtbaar in de documentaire – van bondgenoten die goede sier maakten met onbruikbare of zelfs kapotte spullen, maar waarvoor de Oekraïense president Volodymyr Zelensky wel netjes ‘Thank you’ kwam zeggen bij de zoveelste NAVO-top.
De documentaire toont de achterkant van de façade van de Oekraïense beleefdheid. „Ik vind het heel moeilijk te begrijpen”, bijt de Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken Dmytro Koeleba de NAVO-chef toe, „waarom de VS en anderen steeds zo verdomde traag (fucking slow) zijn [met wapenleveringen] terwijl er intussen wel onlangs twee Patriot-systemen naar Roemenië en Zuid-Korea zijn gegaan volgens onze informatie.”
Op de achterbank van zijn dienstauto en in zijn Brusselse kantoor voelt Jens Stoltenberg zijn belofte uit zijn handen glijden, al zijn goede bedoelingen, grote diplomatieke gaven en enorme netwerk onder Europese leiders ten spijt. „We hebben een belofte gedaan die we misschien niet kunnen waarmaken”, geeft hij aan Gulliksen toe.
De ernst en dictie van de Noorse NAVO-chef vervolmaken het archetypisch beeld van de tragische held. Stoltenbergs opvolger schrok evenmin terug voor grote woorden over „de overwinning voor Oekraïne”. Maar Mark Rutte vlinderde vrolijk verder terwijl de mogelijke holheid van zijn woorden nog tot zijn omgeving moest doordringen.
NAVO-chef Jens Stoltenberg in gesprek met de Oekraïense president Volodymyr Zelensky.
Dichtklappende vergaderdeuren
Facing War volgt het stramien van andere eigentijdse politieke documentaires zoals over de Franse president Emmanuel Macron of over de Amerikaanse VN-ambassadeur Samantha Power in The Corridors of Power. Ook hier veel dichtklappende vergaderdeuren als het spannend wordt, leiders die elkaar bij de arm grijpen en hard lachen om elkaars – zelden leuke – grapjes. Het verschil met de andere producties: in de ongeveer 100 minuten van Facing War wordt de hoofdpersoon achtervolgd met een scherpe vraagstelling met onmiddellijke relevantie. Erboven hangt de pijn van de geschiedenis waar we nog middenin zitten en waarvan de mogelijke afloop ons met onzekerheid -– en misschien zelfs huiver – vervult. Terecht beschouwt de organisatie van Movies that Matter, het filmfestival dat deze vrijdag in Den Haag van start gaat, Facing War als een van zijn pronkstukken.
Wat het jongste product van Gulliksen – eerder maakte hij een bekroonde documentaire over de moordpartij van de Noorse rechts-extremist Anders Breivik op het eiland Utøya – eveneens kracht geeft, zijn de inkijkjes in de persoonlijke geschiedenis van Stoltenberg. Die verbinden zich vrij natuurlijk met het grote NAVO-verhaal, zonder deze te verdringen. Treurigstemmend is het beeld van Stoltenberg moederziel alleen aan de ontbijttafel in Brussel; zijn vrouw Ingrid heeft al lang geleden besloten in Oslo te blijven. Stoltenberg mist haar en is in 2023 als NAVO-chef slechts aangebleven na zware druk van de Amerikanen.
Minstens zo sterk hangen blijft een foto uit augustus 2000 van twee energiek ogende, gebruinde leiders. Ze schudden elkaar glimlachend de hand. De ene: Vladimir Poetin, de pas aangetreden president van de Russische Federatie. De andere: Jens Stoltenberg, fris aan de start als premier van Noorwegen. Hun relatie verdiepte zich met de jaren. „Ik was er absoluut van overtuigd dat het mogelijk was samen te werken met Rusland, dat we onze grenzen in het Noorden konden openen, dit alles op basis van compromis en wederzijds vertrouwen”, zegt Stoltenberg.
In juli 2011 belde Poetin met zijn buurman om Stoltenberg te condoleren met het verlies van 77 meest jonge levens na de aanslagen in Oslo en op Utøya. „Dat telefoontje van Poetin”, zegt Stoltenberg in een terugblik, „was echt gemeend, zo kreeg ik de indruk.”
Movies that Matter start vrijdag 21 maart in Theater aan het Spui in Den Haag. Facing War is te zien op 22, 24, 25 en 29 maart. Info: moviesthatmatter.nl
Na binnenkomst wordt gevraagd of je je schoenen uit wil doen. In de gymzaal van een voormalige basisschool in Amsterdam-West staat in het midden een muzikant op gitaar te spelen. Of iedereen rond hem heen wil gaan staan en een kring wil vormen met elkaars handen vast. Stel je alvast voor aan de persoon naast je, is de suggestie.
De avond, met de titel Het Jaar van Verzet, georganiseerd door Marte Boneschansker, is een vorm van community-theater, waarbij de bezoeker ook deelnemer is. Elke derde donderdag van de maand, van februari tot september, is er een sessie, met gastsprekers, discussie en muziek. Na Het Jaar van Rouw, Het Jaar van Verlangen, Het Jaar van Schaduw is 2025 voor Boneschansker het jaar van verzet. Hoofdvragen: „Wanneer kom jij in verzet? Demonstreer jij of kom je liever op een andere manier in beweging?”
Op de eerste sessie in februari stellen de teamleden zich voor, nadat iedereen op kussens op de grond is gaan zitten. Onder hen twee curatoren die het programma mede samenstellen, performer Didi Kreike en Rory Ronde, de muzikant. Boneschansker verklaart haar keuze voor het thema verzet: „Voor mij is verzet een plek waar ik naar terugkeer als ik voel dat iets niet klopt. Dat gevoel negeren is niet eerlijk met jezelf leven. Ik kan me eenzaam voelen in mijn verlangen naar verzet, dus ik heb de behoefte aan een groep om me bij aan te sluiten. In een groep zijn levert conflicten op, dus ik zoek naar waar ik me thuis voel in verzet.” Haar stem slaat over, waarop ze concludeert: „Het lichaam spreekt. Ik ben bezig de verschillen te omarmen, zodat ik niet steeds hoef te voelen dat we exact hetzelfde denken.”
Alle circa dertig deelnemers hebben antwoord gegeven op de vraag: „Wat heb jij met het thema verzet?”
Onrecht
Alle circa dertig deelnemers hebben antwoord gegeven op de vraag: „Wat heb jij met het thema verzet?” Iedereen leest een antwoord van een ander voor. Uit de ingestuurde motivaties spreekt een enorme behoefte uit te zoeken hoe je je kunt verzetten tegen het groeiende onrecht in de wereld, tegen onverdraagzaamheid, tegen oorlog. De een wil niet demonstreren, de ander wil „honderdduizend mensen op straat”.
De formuleringen lopen uiteen van: „Verzet laat zien dat we geven om anderen. Ongeacht hoe ik het zelf heb, wil ik streven naar een vredige, duurzame en inclusieve wereld voor allen” tot „Verzet is essentieel om verandering teweeg te brengen in de onverdraagzame richting waarin de wereld beweegt.” De motivatie die de verslaggever moet voorlezen, is even puntig als grappig: „Altijd al een eigenwijs persoon geweest.”
De sprekers op de eerste sessie, kunstenaar-provocateur Bambí Benko en maker en performer Christophe Meierhans, zijn gevraagd hun dromen over een nieuwe wereld uiteen te zetten. Benko heeft een kruidenthee bij zich om zich voor te stellen, met bijvoet, brandnetel, chaga (een zwam) en lavendel. Bijvoet kun je ook boven je kussen hangen: „Krijg je heel intensieve dromen van.”
Benko vertelt geïnspireerd te zijn door een aan Brecht toegeschreven uitspraak: „Kunst is geen spiegel van de samenleving, maar een hamer om die vorm te geven.” Oftewel: „Als kunst politiek effect wil hebben, moet het niet de werkelijkheid weergeven, maar in die werkelijkheid ingrijpen.” Benko begon tien jaar geleden met het maken van opblaasbare barricades voor demonstraties in diverse landen.
‘Het Jaar van Verzet’, met Bambí Benko (l) en een bezoeker. Foto Thomas Teun Meijer
Dromen
Benko en Meierhans spreken over het belang van dromen, ook dagdromen, de toekomst voor je zien en over kunst als een manier op een andere manier naar de wereld te kijken. Het abstractieniveau is hoog, aldus een deelnemer. Waarna wordt teruggeschakeld van Engels naar een gesprek in het Nederlands, en deelnemers hun ideeën over dromen delen. Zoals: zijn onze dromen niet ook al onderdeel van „het systeem”; is onze verbeelding aan banden gelegd; moeten we eigenlijk wel willen dromen van een ideale wereld?
Besproken wordt, in een meanderende discussie, wat verzet is en hoe je dat invult. Als je het op een overkoepelend niveau met elkaar eens bent, maar niet op de details, dan kun je het beste luisteren naar je eigen gevoel over wat verzet is, zegt de een. Het is belangrijk om te begrijpen waar je je tegen verzet, zegt een ander. Wat iemand uitnodigt om te zeggen dat filosoferen over wat verzet is en hoe we het noemen, ook een privilege is. In Gaza, waar genocide wordt gepleegd, zegt ze, boeit dat mensen niet want daar staan levens op het spel. Waarop Benko inbrengt dat de urgentie tot verzet voortdurend wordt gevoeld, maar dat de vraag ook is hoe je je verzet op de lange termijn volhoudt. Bijvoorbeeld door wonen op een alternatieve plek, een commune, met gelijkgestemden. „Dat geeft vreugde en vreugde geeft kracht.”
Het is nog maar de eerste sessie van acht, maar de deelnemers lijken ondanks al hun verschillen vastbesloten samen een openhartig gesprek te voeren. Er worden volop gevoelens gedeeld, en tips en ideeën uitgewisseld. Na bijna twee uur heeft Bonestansker een slotwoord: de zoektocht in dit Jaar van Verzet is hoe kunst kan helpen de verbeelding te vinden in het verzet en hoop te blijven houden dat verzet zin heeft. Na de mededeling dat nog meer mensen zich kunnen aansluiten vanaf de volgende sessie, is er ter afsluiting livemuziek.
Het Jaar van Verzet, door Marte Boneschansker. Instromen kan nog op de eerstvolgende sessie: 20 maart. Info: marteboneschansker.com
Het indrukwekkend dikke draaiboek loopt. Mijn eerste kunstbeurs van binnenuit gaat los. De uitrol van een jaar lange minutieuze voorbereiding. En van drie weken lang, twaalf uur per dag, met honderden handen zo’n vijf voetbalvelden volbouwen. En vervolgens drie dagen om 273 individuele stands voor de beste handelaars uit de wereld in te richten. Vandaag en morgen overhandigen we dan de spreekwoordelijke sleutels aan de zogeheten vetters, de keurmeesters. Het unieke van TEFAF zit ongetwijfeld in de diversiteit van het aanbod (oude meesters, antiek, modern en hedendaags, design, juwelen, oudheid, werken op papier) maar ook in de queeste naar kwaliteit.
Zo worden ieder jaar weer alle kandidaturen van internationale deelnemers gewikt en gewogen. En worden iedere beurs weer alle prachtige objecten, weliswaar in afwezigheid van de handelaars, gekeurd door niet minder dan 250 internationale experts – fijn ook trouwens om oude bekenden uit mijn National Gallery periode terug te zien. Een zeer indrukwekkende concentratie van kennis dus vandaag op de beurs.
Directeur Dominique Savelkoul op TEFAF 2025.Foto Chris Keulen
Woensdag 12 maartBloemenpracht en sponsor
Stilte voor de storm. De laatste spots worden afgesteld, de laatste labels recht gehangen, de laatste stofzuigerbeurt, de laatste bloemen worden via de hoogwerkers geschikt in de opnieuw verbluffende bloemencreaties. Ik vind het heerlijk om nu rond te lopen. De duivel zit in de details.
Vanavond was ik te gast bij het exclusieve AXA XL Collectors Dinner, op de beurs onder de bloemenpracht. Na 21 jaar partnership werden zij nu voor het eerst Global Lead Partner, zowel voor onze beurs in Maastricht als in New York. Ondersteuning vanuit de privéwereld is cruciaal voor de kunsten in het algemeen, en voor TEFAF in het bijzonder.
Donderdag 13 maartMode-appgroepje
Previewdag voor kunstverzamelaars en museumdirecteuren uit de hele wereld. Wat ziet iedereen er mooi uit. De vrouwelijke teamleden begonnen een paar weken geleden met een soort mode-appgroepje – de resultaten mogen gezien worden. Mijn agenda werd op de minuut geregisseerd van ontbijt, speech, tot fotosessies, interviews en verwelkomingen. Belangrijk voor iemand die moeite heeft om op tijd te komen. Toch te laat voor de teamfoto. Jammer. Ik weet niet precies hoeveel handen ik heb geschud en hoeveel handen ik nog extra geschud zou willen hebben. Maar het zijn er honderden. Hoogtepunt was waarschijnlijk het weerzien met Mr Tokura de onovertroffen commissaris voor cultuur van Japan, die ik eerder dit jaar in Tokio bezocht.
De dag eindigde met het internationale persdiner in het mooie stadhuis van Maastricht.
Dominique Savelkoul, directeur Tefaf, overlegt met een Japanese delegatie in de brasserie.Foto Chris Keulen
Vrijdag 14 maartInternationale ambassadeurs
Het ritme ligt hoog. Ik kan best mijn stappenteller opnieuw installeren. Geen tijd voor gezond eten. Leve de ontdekking van rijstwafels met zeezout, rijkelijk besmeerd met pindakaas.
TEFAF floreert dankzij haar reputatie. We hebben dan ook een groep invloedrijke internationale ambassadeurs die zowel onze missie uitdragen als een vinger aan de pols houden in hun eigen gemeenschap.
Twee keer per jaar vergaderen we en daar komen heel wat bruikbare nieuwe ideeën uit. Vanavond dineerden we ook samen hier in de oude rode Gasfabriek, nu het absoluut schitterende atelier van Valentin Loellmann wiens designmeubels ook op de TEFAF te bewonderen zijn. Ik mocht naast hem zitten en naast een charmante prins – twee totaal verschillende maar erg boeiende tafelheren.
Nadien toch nog even langsgegaan bij bevriende verzamelaars en de dag – veel te laat – afgesloten op de Markt met mijn kinderen. Eentje studeert in Maastricht. Zalig dat ze er alle drie waren.
Lees ook
Met publiek geld onderweg in de exclusieve bubbel van de Tefaf: ‘Hier is alles – en iedereen’
Zaterdag 15 maartRadio en fundraising
‘Een goedemorgen met Dominique Savelkoul’, op de radio bij NPO Klassiek. Ik mocht mijn favoriete muziek kiezen met mijn persoonlijke verhalen erbij. Gelukkig werd de uitzending reeds eerder in Hilversum opgenomen. Hartverwarmend om nadien de vele reacties te lezen.
In 1988 erkenden de oprichters van TEFAF het belang van Europese samenwerking en kozen ze bewust Maastricht als locatie aan het drielandenpunt. De samenwerking met de autoriteiten blijft belangrijk. Een warm onthaal voor gouverneur en burgemeester op de beurs dus.
Zilveren schoenen Dominique SavelkoulFoto Chris Keulen
Wist u trouwens dat de laatste F van TEFAF voor Foundation staat? The European Fine Art Foundation. Een belangrijke reden waarom ik deze baan aanvaardde. Als stichting heb je een andere verantwoordelijkheid dan winstbejag. Als stichting willen wij de kunsthandelaars zoveel mogelijk ontzorgen, willen wij aan iedere belangrijke onderhandelingstafel spreekbuis zijn voor de internationale kunsthandel en vinden we het belangrijk om meer kwetsbare initiatieven te steunen.
Daarom ga ik naar een fundraising avond voor het Cultural Emergency Response waar TEFAF al 12 jaar aan bijdraagt. Dit Nederlandse initiatief verleent wereldwijd eerste hulp aan cultureel erfgoed dat beschadigd is door conflict of rampen – een soort culturele ambulance. Alle respect. Kunst integreren in humanitaire hulpacties brengt hoop en kan soms het wezenlijke verschil betekenen tussen in leven zijn en leven.
Zondag 16 maartOchtendwandeling
Ik heb behoefte aan natuur en wandel iedere ochtend een half uurtje alleen van het hotel naar het MECC langs de Maas waar ik de laatste 50 meter steevast begeleid word door een groep ganzen. Heerlijk. Maar vandaag zijn ze er niet. Om 08.00 uur hebben we een vergadering van de Board of Trustees. Pittig om die nu te houden, maar alle leden zijn op de beurs en het blijft toch veel aangenamer om live in plaats van digitaal te vergaderen. De drukke dag vliegt voorbij. Het is zondagavond laat als ik in dierbaar gezelschap op zoek ga naar een leuk plekje om te eten. In de mooi verlichte winkelstraten geniet ik van de door TEFAF geïnspireerde etalages. Het werd restaurant Il Giardino, een vertrouwde plek waar veel kunsthandelaars zich duidelijk thuis voelen.
Directeur Dominique Savelkoul op TEFAF 2025.Foto Chris Keulen
Maandag 17 maartAlle kunsthandelaren spreken
Dit jaar is het thema van onze Summit Re-imagening Philanthropy. De opkomst is hoog. De discussie verkent dringende kwesties, waaronder de uitdagingen die gepaard gaan met de afname van publieke financiering voor de Europese non-profit sector van beeldende kunst. Op de beurs heerst er weer een levendige drukte.
We verwachten circa 50.000 bezoekers. Maar nog belangrijker dan bezoekersaantallen is dat de verkoop goed loopt. De kunst is wereldklasse – klaar om van eigenaar te veranderen. Het is ook mijn betrachting om al onze kunsthandelaren persoonlijk gesproken te hebben voor het einde van de beurs. Naast hun passie voor kunst, ontdek ik de meest verrassende verhalen – eentje blijkt hartchirurg te zijn, een ander fokt dressuurpaarden en weer een andere is de oudste solozeiler die ooit de oversteek naar Amerika maakte. Dat men mij maar nooit zegt dat de kunstwereld saai is.
Het is B, Dichter der Nederlanden. Gons zei in NRC: „Als Dichter der Nederlanden sta ik graag voor alle Nederlanden waaruit wij bestaan. We hebben een vaderland en een moederland, adoptielanden, tweede en derde landen. We zijn zo veel Nederlanden: Europese Nederlanden, Caraïbische Nederlanden, zeelanden, randstadlanden, plattelanden, enzovoorts. De titel refereert op een poëtische manier aan de landen in ons.”
Het is B, Dichter der Nederlanden. Gons zei in NRC: „Als Dichter der Nederlanden sta ik graag voor alle Nederlanden waaruit wij bestaan. We hebben een vaderland en een moederland, adoptielanden, tweede en derde landen. We zijn zo veel Nederlanden: Europese Nederlanden, Caraïbische Nederlanden, zeelanden, randstadlanden, plattelanden, enzovoorts. De titel refereert op een poëtische manier aan de landen in ons.”
Enge mannen? Hij komt ze niet tegen, zegt Ted. Als tiener fietst hij ’s nachts door het bos, soms extra langzaam, nieuwsgierig naar wat daar gebeurt, wat de mannen daar doen. Ze zoeken liefde, denkt hij, hebben weinig kwaads in de zin. Dus stapt hij soms bij ze in de auto.
Ted is de hoofdpersoon van theatervoorstelling Schuldig kind over een jongen die een man ontmoet, die seksuele interesse in hem toont. Hij is op dat moment een knul van een jaar of elf die gepest wordt, zoekt naar vriendschap en graag bijzonder gevonden wil worden. Hij wil later schrijver, tekenaar of architect worden; de vriendelijke man zegt hem te willen helpen om zijn dromen waar te maken. Dat is het begin van een reeks ontmoetingen, waarin hij steeds verder gaat in de zoektocht naar intimiteit met de jongen. Er is genegenheid, misschien zelfs iets dat op liefde lijkt, maar je ziet vooral ook een volwassen man die een veel te jonge jongen er – stapje voor stapje – inluist.
Nachtelijke tochten
Schuldig kind is gebaseerd op de gelijknamige roman en op het – eveneens autobiografische – Mijn meneer van de bekroonde auteur Ted van Lieshout. Regisseur Belle van Heerikhuizen vulde deze verhalen aan met andere teksten van de schrijver, zoals gedichten of citaten uit interviews. De hoofdpersoon laat ze spelen door drie acteurs, die bepaalde kanten van Teds karakter uitvergroten.
In rake dialogen springen de Teds door de tijd: van puber – terug naar kindertijd, naar flarden van een volwassen leven. De ontmoetingen met de eerste man krijgen een vervolg wanneer Ted als tiener experimenteert met zijn homoseksualiteit tijdens nachtelijke tochten door een bos, waar mannen ‘cruisen’. Hij laat zich betalen voor seksuele handelingen, komt gewelddadige kerels tegen, maar blijft uitgesproken mild. Toch kun je je niet aan de indruk onttrekken dat deze roekeloze avonturen voortkomen uit zijn ervaringen als elfjarige.
Tederheid
Het decor, een rode bank tussen een paar berken, ademt intimiteit. Het is een plek waar je je kan verschuilen, maar waar ook duistere geheimen sluimeren; een plaats tussen onbezorgd verstoppen en een angst voor wat zich in het donker ophoudt. Dat is een tegenstrijdigheid die uit de hele tekst spreekt: Ted is vrolijk, wil ontdekken en liefhebben, maar loopt al snel tegen de grenzen van zijn vrijheid aan.
Opvallend genoeg is Schuldig kind geen loodzware voorstelling. De thematiek is indringend, roept vragen op en zet aan tot verder nadenken over (on)schuld en slachtofferschap, maar de voorstelling kan ook onverwacht licht zijn in momenten waarop Ted tederheid ervaart. Tegelijkertijd maakt dat de situatie des te schrijnender. Doordat zijn ervaringen niet alleen negatief zijn, voelt Ted zich schuldig. Hij kan zijn gevoelens niet rijmen met de maatschappelijke walging over pedoseksualiteit, maar is duidelijk ook beschadigd door wat er is gebeurd.
Onwrikbaar
Al die verwarrende en door elkaar lopende gevoelens worden prachtig gespeeld door de drie acteurs. Sander Plukaard stuitert over het toneel als een jonge hond, kwetsbaar en onbezonnen tegelijk. Florian Myjer is bedachtzamer. Hij wikt en weegt, probeert verstandige beslissingen te nemen in onalledaagse situaties. Bram Coopmans focust, veelal woedend, op de schade die het misbruik heeft aangericht. Emoties wisselen, perspectieven schuiven, maar de verhaallijn blijft onwrikbaar overeind.
Lees ook
In theaterstuk over pedofilie maakt Belle van Heerikhuizen loodzwaar thema licht. ‘Als iets topzwaar is, gaan de deuren dicht’
Schuldig kind is duidelijk: seks tussen volwassenen en kinderen kan niet. De volwassene zadelt het kind op met verwarrende gevoelens, een geheim waar het geen raadt mee weet, iets dat uit kan groeien tot een trauma van formaat. Maar doordat het personage Ted met een zekere vriendelijkheid terugkijkt op zijn jeugd wordt zwart/wit-denken getart. Het maakt Schuldig kind tot een huiveringwekkende en gelaagde voorstelling, die nog lang bij zal blijven.