‘Past het carnavalsgebeuren wel bij een klassiek zangeres? Ja, dat past’

Dinsdag 18 februariCarnavalscultuur

Ik heb ernaar uitgekeken en gisteren was het zover: de repetities voor de Vastelaovendconcerten (carnavalsconcerten) van Philzuid zijn van start gegaan. Net als vorig jaar heb ik het erg naar m’n zin. Er is me vaker gevraagd waarom ik het zo leuk vind om mee te werken aan deze concertreeks. Of het wel bij een klassiek geschoolde zangeres past om met dit ‘carnavalsgebeuren’ bezig te zijn. Ja, het past. Heel erg zelfs. Juíst vanwege die combinatie.

Als Limburgse ben ik opgegroeid met de jaarlijkse carnavalscultuur; ik ken de muziek, spreek dialect, en ken het gevoel van verbinding dat bij carnaval hoort. Sterker nog, als het even kan, probeer ik ieder jaar iets van carnaval mee te pikken. De Vasteloavendconcerten van Philzuid zijn de ideale aanloop naar die dagen. De concerten hebben een ludiek thema en daarbinnen wordt gezocht naar de juiste balans tussen klassiek en lekkere meezingers.

Deze editie heeft als thema ‘sprookjes’. Als sopraan ligt mijn bijdrage vooral in de klassieke hoek, maar ik zing met evenveel plezier mee met ‘ozze’ carnavalsmuziek. Hier zijn hoogwaardige arrangementen voor symfonieorkest van gemaakt die zorgen dat ook de carnavaleske nummers passen bij het uitvoeringsniveau van Philzuid. Het gebeurt niet vaak dat je als operazangeres tussen totaal andere genres op het podium staat. Maar samen met de altijd leuke Bart Storcken, een ras-entertainer, én deze serie met carnavalsduo Spik en Span, werkt dat heel goed.

Als sopraan ligt mijn bijdrage vooral in de klassieke hoek, maar ik zing met evenveel plezier mee met ‘ozze’ carnavalsmuziek

Kim Savelsbergh

<figure aria-labelledby="figcaption-0" class="figure" data-captionposition="icon" data-description="Partituur van het lied Meine Lippen, sie küssen so heiß van Franz Lehár ” data-figure-id=”0″ data-variant=”grid”><img alt data-description="Partituur van het lied Meine Lippen, sie küssen so heiß van Franz Lehár ” data-open-in-lightbox=”true” data-src=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/02/past-het-carnavalsgebeuren-wel-bij-een-klassiek-zangeres-ja-dat-past.jpg” data-src-medium=”https://s3.eu-west-1.amazonaws.com/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/02/25133607/data128571943-9416d9.jpg” decoding=”async” src=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/02/past-het-carnavalsgebeuren-wel-bij-een-klassiek-zangeres-ja-dat-past-7.jpg” srcset=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/02/past-het-carnavalsgebeuren-wel-bij-een-klassiek-zangeres-ja-dat-past-5.jpg 160w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/02/past-het-carnavalsgebeuren-wel-bij-een-klassiek-zangeres-ja-dat-past-6.jpg 320w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/02/past-het-carnavalsgebeuren-wel-bij-een-klassiek-zangeres-ja-dat-past-7.jpg 640w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/02/past-het-carnavalsgebeuren-wel-bij-een-klassiek-zangeres-ja-dat-past-8.jpg 1280w, https://images.nrc.nl/v57OR5dGZ8nmpIf_7KgTtwZfPNM=/1920x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/02/25133607/data128571943-9416d9.jpg 1920w”>

<figure aria-labelledby="figcaption-1" class="figure" data-captionposition="icon" data-description="Kim Savelsbergh voor de generale repetitie van het ‘Vastelaovendconcert’. ” data-figure-id=”1″ data-variant=”grid”><img alt data-description="Kim Savelsbergh voor de generale repetitie van het ‘Vastelaovendconcert’. ” data-open-in-lightbox=”true” data-src=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/02/past-het-carnavalsgebeuren-wel-bij-een-klassiek-zangeres-ja-dat-past-1.jpg” data-src-medium=”https://s3.eu-west-1.amazonaws.com/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/02/25133601/data128571934-2b34cf.jpg” decoding=”async” src=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/02/past-het-carnavalsgebeuren-wel-bij-een-klassiek-zangeres-ja-dat-past-11.jpg” srcset=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/02/past-het-carnavalsgebeuren-wel-bij-een-klassiek-zangeres-ja-dat-past-9.jpg 160w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/02/past-het-carnavalsgebeuren-wel-bij-een-klassiek-zangeres-ja-dat-past-10.jpg 320w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/02/past-het-carnavalsgebeuren-wel-bij-een-klassiek-zangeres-ja-dat-past-11.jpg 640w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/02/past-het-carnavalsgebeuren-wel-bij-een-klassiek-zangeres-ja-dat-past-12.jpg 1280w, https://images.nrc.nl/DQM0jZqgcLAbUWYvRLOWEhnWBPQ=/1920x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/02/25133601/data128571934-2b34cf.jpg 1920w”>

Kim Savelsbergh voor de generale repetitie van het ‘Vastelaovendconcert’.

Foto’s Chris Keulen

Woensdag 19 februari Orkestklank

De Vasteloavendconcerten zijn een coproductie met Toneelgroep Maastricht. De afgelopen dagen hebben we met regisseur Servé Hermans de avond scenisch vormgegeven. Goed gewerkt en veel lol gehad. Vanmiddag hebben we de eerste orkestrepetitie op toneel. Heerlijk!

Stiekem is de eerste orkestrepetitie mijn favoriete repetitie; zestig musici voor je neus, altijd spannend. En dan het moment waarop je de eerste keer de orkestklank hoort… magisch. Ik laat me elke keer weer graag raken door dit moment. Het leuke aan deze concertenreeks is dat ik zelf werken die binnen het thema passen, heb kunnen aandragen. Dvoráks Lied aan de maan (Rusalka) en Lehárs Meine Lippen, sie küssen so heiß zijn dankbare aria’s.

De muzikale leiding is in handen van dirigent Enrico Delamboye. Op toneel grapt hij volop mee, maar hij zal nooit concessies doen aan de kwaliteit. Als hij op de bok staat, weet ik: áls ik val, vangt hij me op.

Donderdag 20 februariKlatergoud

Toen m’n kroost na onze ochtendspits de deur uit was, ben ik rustig opgestart. Eerst mijn uiterlijk maar eens bij elkaar gezocht: de jurken (twee nieuwe; leuk!), m’n schoenen, m’n klatergoud. Daarna de dialogen nog maar eens doorgenomen. Ze voelen nog niet helemaal van mij. We zijn dinsdag pas begonnen met de teksten en als opera-zangeres ben ik niet vaak ook gastvrouw op toneel.

Vorig jaar is de klik op het podium tussen Bart en mij geprezen. Die was er toen gewoon, vanzelf. Omdat het benoemd is, ben ik er nu naar op zoek. Dat helpt me niet. Het presenteren vind ik spannender dan het zingen. Ik weet dat ik vandaag op mezelf moet passen want het wordt een lange dag in het Theater aan het Vrijthof.

Om 14.00 uur een muzikale doorloop, daarna finetunen en om 19.00 uur begint de generale repetitie. Ik ken mezelf: als ik het naar m’n zin heb, ga ik ervoor. Op het moment zelf heb ik vleugels, maar de ochtend erna…oef! Van vorig jaar weet ik dat het twee intensieve weken zijn. Morgen première en acht voorstellingen in negen dagen; alle theaters van Zuid- tot Noord-Limburg worden aangedaan. Da’s niet niks.

Overleg tussen Kim Savelsbergh, Bart Storcken (l) en regisseur Serve Hermans tijdens de generale repetitie.
Foto Chris Keulen

Vrijdag 21 februari Schwung

Ja, ik voel de dag van gisteren in mijn lijf. Er is flink gewerkt om de boel aan te scherpen en allerlei puntjes op i’s te zetten. Ik was pas laat thuis (en moeders wekker ging vroeg vanochtend). De mix tussen klassiek en carnavaleske muziek vereist de juiste combinatie van ‘schwung’ en focus. Gelukkig heb ik nu wat tijd voor mezelf tot aan de première vanavond.

Ik voel dat ik eigenlijk nog iets aan mijn opleiding tot docent Duits moet doen, maar besluit al snel dat dat er vandaag niet in zit. Op zoek naar een andere uitdaging ben ik afgelopen augustus begonnen als docent Duits op een gloednieuwe VO-school met een vernieuwend onderwijsconcept: het Martin Buber in Kerkrade. Dat bevalt ontzettend goed, maar alles bij elkaar is wel keihard werken geblazen. Nog maar even bijkomen en opladen voor straks dus…

Zaterdag 22 februari Puzzelstukjes

Gisteren première in Weert. Het werd een feest! De puzzelstukjes vielen op hun plek, er was chemie tussen de artiesten, het orkest én het publiek. Lekker is dat. Dan zie je toch weer dat je ook de energie van het publiek nodig hebt voor een geslaagde avond en om te kunnen toveren. Er werd hardop gelachen, stilletjes genoten, en uit volle borst meegezongen. Verbinding alom. En dat is nou precies waar het om draait bij deze concertreeks. Vanavond staan we in Heerlen. Mijn clubje van liefste mensen komt en dat maakt het extra leuk… en spannend.

Sopraan Kim Savelsbergh zingt in het ‘Vastelaovendconcert’.
Foto Chris Keulen

Zondag 23 februari Leerlingen

Heerlen was fantastisch. Strontgelukkig reed ik gisteravond terug naar huis. Dat de mensen in de zaal het naar hun zin hadden, was duidelijk. Ze hadden het er druk mee, met genieten, meezingen, en ‘sjoenkelen’. Ik stond een tijdje in de coulissen te kijken naar wat er allemaal gebeurt tijdens dit concert. Niet alleen in de zaal wordt genoten, ook óp het podium heeft iedereen het naar z’n zin.

Vanavond wordt niet gewoon goed gewerkt, er wordt echt plezier gemaakt. De orkestleden, die deels van buitenlandse komaf zijn en klassieke concerten op het hoogste niveau spelen, doen volop mee aan dit Limburgse feest. Zelf geniet ik daar ook van. Toen ik na afloop in de foyer rondliep, waren daar opeens twee leerlingen van school. Zo’n leuke verrassing: hun „Boh mevrouw, u kunt echt zingen” en „gave jurken” waren hartverwarmend.

Er volgen vast nog meer leuke verrassingen komende week – nog vijf voorstellingen te gaan. Vanavond in Maastricht, maandag een rustdag, en dan de eindsprint richting de ‘drei dol daag’.

Lees ook

Wie carnaval wil begrijpen, moet beginnen bij de muziek

Een dweilorkest in Maastricht, in de aanloop naar carnaval.


‘U zult zien dat iedereen over ons zal praten’: Hoe het Franse Impressionisme eerder had kunnen doorbreken

Wie de komende maanden naar Parijs wil, kan in Den Haag terecht. Op de tentoonstelling Nieuw Parijs in het Kunstmuseum waan je je in de Franse hoofdstad, en dat niet alleen: behalve op een andere plek raak je ook in een ander jaar verzeild. In 1867, om precies te zijn. Nieuw Parijs is een tijdelijke tentoonstelling die voorbeeldig is vastgeknoopt aan de permanente collectie. Een van de topstukken in het museum is namelijk Claude Monets Quai du Louvre uit 1867, een uitzicht op de Seine in de herfstzon, met voetgangers en koetsen op de kade en aan de overkant van de rivier het zuidoosten van Parijs met de koepel van het Panthéon. Monet schilderde het stadsgezicht vanaf een balustrade van het Louvre nadat de directeur van het museum, Alfred Émilien de Nieuwerkerke, hem toestemming had verleend om daar zijn ezel uit te klappen.

Datzelfde jaar maakte Monet nog twee andere schilderijen vanaf de omgang rond het Louvre: een bewolkter uitzicht op ongeveer dezelfde plek, maar nu in staand formaat zodat de voorgrond is uitgebreid met een flinke lap grasveld, en een uitzicht op de Église Saint-Germain-l’Auxerrois, de kerk net om de hoek aan de oostkant van het museum. Het staande uitzicht bevindt zich tegenwoordig in het Allen Memorial Art Museum in Oberlin, Ohio; het gezicht op de kerkfaçade en een pleintje met bloeiende kastanjes is in bezit van de Nationalgalerie in Berlijn. Het Kunstmuseum heeft de beide stadsgezichten nu in bruikleen. De wand met de drie Monets is het stralende middelpunt van de tentoonstelling.

In een vitrine vóór die wand ligt zowel de brief waarin de schilder vraagt om toestemming als het document waarmee Nieuwerkerke die toestemming verleent. Links van de stadsgezichten hangt een leuk portret van Monet in 1867, zevenentwintig jaar oud, met dik zwart haar en alerte donkere ogen, gemaakt door zijn collega Carolus-Duran. De opstelling met portret en brieven kenmerkt de tentoonstelling, want in Nieuw Parijs worden de drie herenigde Monets in een brede context geplaatst door middel van schilderijen, tekeningen, drukwerk, foto’s en documenten.

Claude Monet, Quay du Louvre, 1867.
Foto Kunstmuseum Den Haag

Le Pont de l’Europe

Parijs was in 1867 een stad in verandering. Onder leiding van de stedenbouwkundige Georges-Eugène Haussmann werd het centrum ingrijpend heringericht. Wijken die in de loop van eeuwen ontstaan waren, werden gesloopt om plaats te maken voor moderne straten en pleinen met duidelijke grote lijnen. Voor Parijs zoals wij het kennen is Haussmann gezichtsbepalend geweest. Zijn plan had ook sociale gevolgen: nieuw Parijs was voor de hogere middenklasse. De lagere klassen konden geen woning in de opgeknapte straten betalen en moesten verkassen naar de buitenwijken. Hun onvrede zou in het voorjaar van 1871, aangejaagd door de capitulatie van Frankrijk in de Frans-Pruisische Oorlog, tot een korte maar hevige burgeroorlog leiden – de stichting en val van de Commune.

Al deze zaken komen aan de orde in de tentoonstelling, die ook de decennia voor en na 1867 belicht. Het precieze verhaal is te lezen in een met zorg gemaakte, goed geschreven catalogus, maar in de museumzalen wordt dat verhaal verteld aan de hand van objecten. Zo hangt er een zonnige foto van een ongeschonden rue des Francs-Bourgeois-Saint-Marcel naast een schilderij dat Monets leermeester Johan Barthold Jongkind een jaar of drie later maakte van dezelfde straat tijdens de sloopwerkzaamheden. En waar Monet in een uitzicht op de Tuilerieën uit 1876 het uitgebrande deel van het Tuilerieënpaleis buiten beeld hield, daar hangt links van het schilderij nu een foto van het geruïneerde paleis, uit de fotoserie Paris après la Commune. In bijna alle zalen wordt het beeld dat kunstenaars van de stad schetsen verduidelijkt of gerelativeerd door contemporaine foto’s.

Niet dat de schilders alles per se rooskleurig voorstelden. In zijn drie vroege stadsgezichten vanuit het Louvre liet Monet weliswaar nog veel intacte oudbouw zien, maar hij was toch ook een schilder van het moderne leven, die reclameborden en -zuilen en zelfs een urinoir meenam in zijn composities. In Le Pont de l’Europe (1877), enkele zalen verderop, dansen de stoomwolken van locomotieven als witte wieven om de gietijzeren brug bij station Saint-Lazare.

<figure aria-labelledby="figcaption-0" class="figure" data-captionposition="below" data-description="Auguste Renoir, Le Pont-neuf, 1872. ” data-figure-id=”0″ data-variant=”grid”><img alt data-description="Auguste Renoir, Le Pont-neuf, 1872. ” data-open-in-lightbox=”true” data-src=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/02/u-zult-zien-dat-iedereen-over-ons-zal-praten-hoe-het-franse-impressionisme-eerder-had-kunnen-doorbreken-1.jpg” data-src-medium=”https://s3.eu-west-1.amazonaws.com/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/02/19152837/data128216597-d90c2a.jpg” decoding=”async” src=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/02/u-zult-zien-dat-iedereen-over-ons-zal-praten-hoe-het-franse-impressionisme-eerder-had-kunnen-doorbreken-9.jpg” srcset=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/02/u-zult-zien-dat-iedereen-over-ons-zal-praten-hoe-het-franse-impressionisme-eerder-had-kunnen-doorbreken-7.jpg 160w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/02/u-zult-zien-dat-iedereen-over-ons-zal-praten-hoe-het-franse-impressionisme-eerder-had-kunnen-doorbreken-8.jpg 320w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/02/u-zult-zien-dat-iedereen-over-ons-zal-praten-hoe-het-franse-impressionisme-eerder-had-kunnen-doorbreken-9.jpg 640w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/02/u-zult-zien-dat-iedereen-over-ons-zal-praten-hoe-het-franse-impressionisme-eerder-had-kunnen-doorbreken-10.jpg 1280w, https://images.nrc.nl/Tua_n1TEo_F5iU15svkac2FTbEc=/1920x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/02/19152837/data128216597-d90c2a.jpg 1920w”>

Auguste Renoir, Le Pont-neuf, 1872.

<figure aria-labelledby="figcaption-1" class="figure" data-captionposition="below" data-description="Gustave Caillebotte Rue Halévy, uitzicht vanaf de zesde verdieping, 1878. ” data-figure-id=”1″ data-variant=”grid”><img alt data-description="Gustave Caillebotte Rue Halévy, uitzicht vanaf de zesde verdieping, 1878. ” data-open-in-lightbox=”true” data-src=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/02/u-zult-zien-dat-iedereen-over-ons-zal-praten-hoe-het-franse-impressionisme-eerder-had-kunnen-doorbreken-2.jpg” data-src-medium=”https://s3.eu-west-1.amazonaws.com/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/02/19152836/data128215694-1564a9.jpg” decoding=”async” src=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/02/u-zult-zien-dat-iedereen-over-ons-zal-praten-hoe-het-franse-impressionisme-eerder-had-kunnen-doorbreken-13.jpg” srcset=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/02/u-zult-zien-dat-iedereen-over-ons-zal-praten-hoe-het-franse-impressionisme-eerder-had-kunnen-doorbreken-11.jpg 160w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/02/u-zult-zien-dat-iedereen-over-ons-zal-praten-hoe-het-franse-impressionisme-eerder-had-kunnen-doorbreken-12.jpg 320w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/02/u-zult-zien-dat-iedereen-over-ons-zal-praten-hoe-het-franse-impressionisme-eerder-had-kunnen-doorbreken-13.jpg 640w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/02/u-zult-zien-dat-iedereen-over-ons-zal-praten-hoe-het-franse-impressionisme-eerder-had-kunnen-doorbreken-14.jpg 1280w, https://images.nrc.nl/XO4xDmJe7xlu031O3DkKWt8nrCQ=/1920x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/02/19152836/data128215694-1564a9.jpg 1920w”>

Gustave Caillebotte Rue Halévy, uitzicht vanaf de zesde verdieping, 1878.

National Gallery of Art, Washington DC, Museum Barberini, Potsdam

Het Kunstmuseum heeft ook bezienswaardige werken van onder anderen Gustave Caillebotte, Édouard Manet, Edgar Degas en Berthe Morisot in bruikleen gekregen, maar Monet steelt deze show – zoals hij dat meestal doet wanneer er een mooie keuze uit zijn werk in een tentoonstelling wordt opgenomen. Vergelijk zijn stadsgezichten met Auguste Renoirs uitzicht op de Pont Neuf uit 1872 (in ons land bekend als omslagbeeld van Roger Martin du Gards De Thibaults) en je ziet meteen: bij Monet zijn de kleuren helderder, de verfstreken opener, de figuren raker genoteerd. Renoir verzacht alle vormen tot bolletjes wol. Pluizige groepjes mensen wandelen bij hem over een pluizige stenen brug naar pluizige gebouwen aan de overkant. In La Grenouillère (1869), te leen uit het Metropolitan Museum in New York, verandert Monet verf in water. Water in de schaduw van bomen nota bene, dat toch het warme licht van buiten die koele schaduw weerkaatst. Daarbij vergeleken oogt de Seine in een schilderij van Jongkind als een vloer van ijs.

Monet kon dingen schilderen die soms in poëzie worden geprobeerd omdat het in proza niet lukt. Hij kon een briesje suggereren, de dikte van de lucht, een temperatuur en zelfs een geur. Hij kreeg zijn vinger achter de kleuren en het licht die bepalen wat je van een plek of moment bijblijft. „De sterkste van allemaal” wordt Monet in april 1867 door de schilder Frédéric Bazille genoemd in een brief aan diens moeder, te lezen in een vitrine in het Kunstmuseum. Omdat hun werk en dat van verwante Parijse schilders in dat jaar noch op de Wereldtentoonstelling, noch op de grote Salon werd getoond, vatte de vriendengroep het plan op om dan maar zelf een onafhankelijke tentoonstelling te houden. „Met deze mensen en Monet, de sterkste van allemaal, zullen we zeker slagen”, schreef Bazille. „U zult zien dat iedereen over ons zal praten.”

Claude Monet, La Rue Montorgueil, à Paris, 1878.
Foto Musée d’Orsay / Patrice Schmidt

Het lukte de groep niet het benodigde geld bijeen te brengen en Bazille’s initiatief werd afgeblazen. Zeven jaar later, nadat Bazille in de Frans-Pruisische Oorlog was gesneuveld en Parijs het toneel was geweest van een belegering en een bloedige opstand, organiseerden de Impressionisten alsnog hun eerste groepstentoonstelling. Daarom werd vorig jaar in tal van musea het 150-jarig bestaan van het Franse Impressionisme gevierd.

Uit de tentoonstelling in Den Haag blijkt dat het ook anders had kunnen lopen. In de catalogus stelt conservator Frouke van Dijke overtuigend: „Als de tentoonstelling wel had plaatsgevonden, dan had het Impressionisme zich niet in 1874, maar in 1867 de kunstgeschiedenisboeken in geschreven.”


De cultuurweek van Hedy d’Ancona: ‘Ik overwin de weerzin om op kille winteravonden naar de bioscoop te gaan’

Dwars door de despotische domheid die ons omringt, haal ik uit het zien van een prachtfilm, een verrassende tentoonstelling, of het luisteren naar een concert, hoop en troost. Ik ben een liefhebber, een bewonderaar, geen kritische deskundige. Maar als je al tientallen jaren een trouwe bezoeker bent dan beklijven onvergetelijke hoogtepunten en verdampt passerend entertainment. Ik moet bekennen dat ik van het nog steeds rijke cultuuraanbod, de opera verwaarloosde. Een achterstand die ik probeer in te halen. Dus:

Maandag 10 februariIdomeneo

Idomeneo re di Creta. Ik had me nauwelijks voorbereid, in dit geval heel onverstandig, want ik kreeg de verhaallijn niet binnen. Maar het bijzondere van opera is, dat er desondanks veel overblijft. Ook nu weer!

Een overrompelend decor, prachtige muziek (Mozart), stemmen als nachtegalen, zowel van de solisten als ook van het koor. En veel dans.

Mijn verwarring had wellicht ook te maken met het stempel dat een fantasierijk regisseur op deze uitvoering had gedrukt. Maar ik krijg een herkansing, want een opera-deskundige vriendin gaf me als verjaarscadeau een gezamenlijk uitje naar de opera.

Cadeaus in de vorm van een uitvoering of voorstelling zijn een uitkomst. Zeker in mijn geval omdat ik na 47 jaar een te grote woonplek verruilde voor een huis op maat. Dat betekende een ontspulling die maanden duurde. Ik mis niets en voel me opgelucht. Maar een grappig of mooi ding komt er bij mij niet meer in. Leve dus de podiumkaart, de bioscoopbon, of het culturele uitje.

Dinsdag 11 februariEus

Ik werd naar Deventer gereden voor een opname van televisieprogramma Eus’ boekenclub (NTR) waar Het Archief, geschreven door Thomas Heerma van Voss, centraal stond. Een verre reis, maar het lezen van dat boek maakte dat ik mijn enthousiasme graag wilde ventileren. Het is heel mooi geschreven met humor en relativeringsvermogen van de schrijver die door de ogen van de zoon naar een vader kijkt die onbereikbaar blijft te midden van stapels kranten, boeken en documenten; bewijsstukken van de tijd waarin hij nog meedeed.

De zoon wordt zelf redacteur van een literair tijdschrift omdat z’n vader dat ook deed in het begin van z’n loopbaan. De volharding waarmee hij zich aan deze hopeloze onderneming wijdt, is hilarisch beschreven. Hij leest zich suf aan alles wat schrijvers of dichters toesturen. Maar dat helpt niet om het blad succesvol te krijgen. Het heeft 136 abonnees, een zielig aantal, maar dat maakt niets uit voor de missie. Het is bovendien een haakje dat dient om de relatie met de vader vorm te geven. Maar ook dat blijft bij een hulpeloos pogen. Het is innemend en komisch en het gaat maar door. Het lachen vergaat je in het Tweede Deel van het boek. De vader wordt ongeneselijk ziek maar weigert dat te accepteren. Tot aan het einde wordt die strijd gestreden. En zelfs dan gaat met de ontkenning, afwijzing gepaard. De sombere puinhoop waarin het lijden zich afspeelt, benadrukt het vastklampen aan wat er was.

<figure aria-labelledby="figcaption-0" class="figure" data-captionposition="icon" data-description="Hedy d’Ancona tijdens een vraaggesprek met Ernest van der Kwast in het programma van Guiding Voices in de Arminiuskerk in Rotterdam.” data-figure-id=”0″ data-variant=”grid”><img alt data-description="Hedy d’Ancona tijdens een vraaggesprek met Ernest van der Kwast in het programma van Guiding Voices in de Arminiuskerk in Rotterdam.” data-open-in-lightbox=”true” data-src=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/02/de-cultuurweek-van-hedy-dancona-ik-overwin-de-weerzin-om-op-kille-winteravonden-naar-de-bioscoop-te-gaan.jpg” data-src-medium=”https://s3.eu-west-1.amazonaws.com/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/02/19133520/data128215569-459b7b.jpg” decoding=”async” src=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/02/de-cultuurweek-van-hedy-dancona-ik-overwin-de-weerzin-om-op-kille-winteravonden-naar-de-bioscoop-te-gaan-6.jpg” srcset=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/02/de-cultuurweek-van-hedy-dancona-ik-overwin-de-weerzin-om-op-kille-winteravonden-naar-de-bioscoop-te-gaan-4.jpg 160w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/02/de-cultuurweek-van-hedy-dancona-ik-overwin-de-weerzin-om-op-kille-winteravonden-naar-de-bioscoop-te-gaan-5.jpg 320w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/02/de-cultuurweek-van-hedy-dancona-ik-overwin-de-weerzin-om-op-kille-winteravonden-naar-de-bioscoop-te-gaan-6.jpg 640w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/02/de-cultuurweek-van-hedy-dancona-ik-overwin-de-weerzin-om-op-kille-winteravonden-naar-de-bioscoop-te-gaan-7.jpg 1280w, https://images.nrc.nl/Umr_PgBdY_sZozyjd8KP6EI_cXI=/1920x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/02/19133520/data128215569-459b7b.jpg 1920w”>

<figure aria-labelledby="figcaption-1" class="figure" data-captionposition="icon" data-description="Hedy d’Ancona tijdens een vraaggesprek met Ernest van der Kwast in het programma van Guiding Voices in de Arminiuskerk in Rotterdam.” data-figure-id=”1″ data-variant=”grid”><img alt data-description="Hedy d’Ancona tijdens een vraaggesprek met Ernest van der Kwast in het programma van Guiding Voices in de Arminiuskerk in Rotterdam.” data-open-in-lightbox=”true” data-src=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/02/de-cultuurweek-van-hedy-dancona-ik-overwin-de-weerzin-om-op-kille-winteravonden-naar-de-bioscoop-te-gaan-1.jpg” data-src-medium=”https://s3.eu-west-1.amazonaws.com/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/02/19133519/data128215497-3ecf77.jpg” decoding=”async” src=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/02/de-cultuurweek-van-hedy-dancona-ik-overwin-de-weerzin-om-op-kille-winteravonden-naar-de-bioscoop-te-gaan-10.jpg” srcset=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/02/de-cultuurweek-van-hedy-dancona-ik-overwin-de-weerzin-om-op-kille-winteravonden-naar-de-bioscoop-te-gaan-8.jpg 160w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/02/de-cultuurweek-van-hedy-dancona-ik-overwin-de-weerzin-om-op-kille-winteravonden-naar-de-bioscoop-te-gaan-9.jpg 320w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/02/de-cultuurweek-van-hedy-dancona-ik-overwin-de-weerzin-om-op-kille-winteravonden-naar-de-bioscoop-te-gaan-10.jpg 640w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/02/de-cultuurweek-van-hedy-dancona-ik-overwin-de-weerzin-om-op-kille-winteravonden-naar-de-bioscoop-te-gaan-11.jpg 1280w, https://images.nrc.nl/-abllcpfBPIWTBZt_owrzfIe1FY=/1920x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/02/19133519/data128215497-3ecf77.jpg 1920w”>

Foto Andreas Terlaak

Woensdag 12 februariThe Brutalist

Ik las en lees altijd filmrecensies, ook als ik niet ging kijken. En ik ging tot twee jaar geleden maar heel af en toe, ook al was ik het van plan. Maar toen ik van mijn kinderen een Cinevillepas voor mijn verjaardag kreeg en die verlengde, word ik door een soort van gierigheid aangedreven en overwin ik de weerzin om op kille winteravonden naar de film te gaan. Daardoor heb ik inmiddels heel veel moois gezien. Zelfs een Nederlandse film die aan de toppers kon worden toegevoegd. Ik vond Babygirl zo’n topfilm en genoot van de discussie over het feministisch gehalte. Onzin dat het door je knieën gaan voor een jongere man, een stagiair in je eigen succesvolle bedrijf, in strijd is met de feministische levensvisie. Er bestaat gelukkig geen recept voor het feministisch orgasme en ik vind het interessant hoe Halina Reijn de seksuele fantasieën van vrouwen, waarover interessant onderzoek is gedaan door onder anderen Nancy Friday, heeft verbeeld.

Op 12 februari zag ik The Brutalist, een schitterend gefilmd epos over een architect, een joodse overlever van de concentratiekampen, die zijn vrouw tijdelijk in Europa achterlaat om zijn geluk te zoeken in de Verenigde Staten. Dat lukt een tijdlang in het geheel niet. Je volgt hem in de meest problematische omstandigheden tot hij ontdekt wordt door een rijke opdrachtgever, zijn vrouw kan laten overkomen, en aan de realisering van een visionaire cultuurtempel kan beginnen. Zijn werk is aanwezig op de eerste Biënnale in Venetië, een teken dat hij uiteindelijk toch erkenning voor zijn werk kreeg.

Donderdag 13 februariOp de Dam

Een vergaderdag. ’s Middags rond de tafel met Rebecca Gomperts, arts (jarenlang en nog steeds, strijdster voor de legalisering van abortus en bekend van de boot waar die zelfbeschikking plaatsvond voor vrouwen uit landen waar dat verboden is), Sheila Sitalsing, een door mij zeer bewonderd column-schrijver bij de Volkskrant, Devika Partiman, schrijfster en activiste voor het kiezen van vrouwen bij verkiezingen, Lale Gül (schrijfster) en ikzelf. Het was een groepsgesprek voor een podcast en een artikel over de invulling van Internationale Vrouwendag en de stand van zaken als het gaat over de situatie van gender in onze samenleving. Ik ga naar de demonstratie die op zaterdag 8 maart om één uur vanaf de Dam in Amsterdam van start gaat.

Foto Andreas Terlaak

Vrijdag 14 februariPianoles en interview

Mijn tweewekelijkse pianoles bij Lodewijk Odé. Door zijn niet-aflatend geduld en toewijding maak ik vorderingen als die van een slak, maar we spelen quatre-mains en dan lijkt het nog wat. ’s Avonds ging ik naar Rotterdam om door Ernst van der Kwast geïnterviewd te worden over mijn recente boek Het Persoonlijke is Politiek.

Het was een inspirerende avond omdat Ernst een goede interviewer was, de zaal aandachtig, en het is ook leuk om in mijn boek, dat na afloop werd verkocht, wat te schrijven, te vragen voor wie het is.

15 februariProkofjev

’s Avonds naar het Concertgebouw met een Prokofjev-programma. Nelson Goerner, adembenemend in het tweede pianoconcert.

16 februariAida

In bioscoop Tuschinski volg ik op zondagen een gefilmde serie opera’s vanuit de Metropolitain Opera in New York. Deze keer Aida van Verdi. Heel behoudend vormgegeven en daarom niet alleen heel mooi, maar voor mij heel begrijpelijk.

’s Avonds naar Moedig Voorwaarts in de Kleine Komedie waar Nydia van Voorthuizen en Marie-Lotte Hagen, feministische duo, een grappige en hoopvolle voorstelling gaven over deze angstaanjagende tijd.


Het voordeel van poppentheater: ‘Iets in de verbeelding verzacht wat je ziet’

Bij theatergroep Hotel Modern dansen gele en rode vlammen over het witte achterdoek in de repetitiezaal. In het vuur doemen de schaduwen op van houten palen, met daaraan vastgebonden: bungelende poppetjes in verwrongen houdingen.

Beeldend kunstenaar Herman Helle bekijkt vanaf een afstandje hoe de fotograaf het tafereel vastlegt, en grinnikt. „Als je zegt dat je met poppen werkt, denken mensen snel dat het voor kinderen is. Bij veel van onze voorstellingen is het prima om je kinderen mee te nemen hoor. Maar het is geen jeugdtheater. Iemand kwam een keer met haar zesjarige zoontje naar Kamp, onze voorstelling over vernietigingskamp Auschwitz. We hebben toen wel even voorzichtig gevraagd of ze wist waar ze haar kind mee naartoe nam.”

Sinds 1997 werkt Hotel Modern, waarvan de nieuwe voorstelling De val van Granada op 6 maart in Theater Rotterdam in première gaat, aan een oeuvre van beeldende theatervoorstellingen met een zeer herkenbaar, eigen signatuur. Vaak maakt de groep – die naast Helle bestaat uit actrices Pauline Kalker en Arlène Hoornweg – gebruik van maquettes, waarin ze poppetjes en objecten laten rondbewegen. Dit wordt met kleine camera’s door de performers zelf gefilmd en op een achterdoek geprojecteerd. Als publiek zie je zo, op het doek, live een animatiefilm ontstaan, en tegelijkertijd kun je op de speelvloer de making of ervan volgen.

„De eerste voorstelling die we met z’n drieën maakten was Heden Stad”, vertelt Kalker in het zonnige atelier van het gezelschap, in een pand aan de Rotterdamse Voorhaven. „In die voorstelling wekten we een miljoenenstad tot leven. Daar was onze stijl eigenlijk al heel herkenbaar”, zegt Helle. „Realistische details, gecombineerd met juist heel plompe, rare objecten.” Hoornweg: „Er kwam een prachtige optocht in voor, heel gedetailleerd uitgewerkt, allemaal mensjes. Maar we hadden ook een stokbrood dat een vliegtuig voorstelde. En een banaan, die zelfmoord pleegde door van een flatgebouw af te springen.”

Helle: „Maar iedereen gelóófde die stad. Je ging erin mee.” Kalker: „Als publiek ben je actief betrokken bij het ontstaan van de illusie. Dat maakt dat je erin meegaat. Niet alleen wij blazen leven in zo’n banaan. Als toeschouwer doe je dat voor een groot deel zelf. Met je verbeelding, je herinnering. Het vergt een actieve manier van kijken.” Helle: „Dat is iets magisch, dat je ziet hoe een pop of een object in het hier en nu tot leven komt.” „Dat mechanisme maakt poppentheater ook heel geschikt voor verhalen over de dood”, zegt Kalker. „Over rouw. Omdat je er als toeschouwer in zekere zin zelf leven in blaast, voelt ook het sterven van zo’n pop heel echt.”

Pauline Kalker en Arlène Hoornweg tijdens de repetitie van De val van Granada bij Hotel Modern
Foto Hedayatullah Amid / NRC

Manipulatie

Ook in de muziektheatervoorstelling POPpulisme van Het Filiaal theatermakers, de Gouden Krekelwinnaar van 2023 die dit seizoen opnieuw in de theaters te zien is, spelen niet acteurs, maar poppen de hoofdrol. Anders dan Hotel Modern werkt artistiek directeur en regisseur Monique Corvers juist graag in de eerste plaats voor een jeugdig publiek. „Het is inspirerend om voor kinderen te werken, omdat ze zo goed kijken. Toon vijftig kinderen en vijftig volwassenen dezelfde voorstelling en laat ze na afloop een lijst opstellen met alles wat ze gezien en gehoord hebben. Je zult zien: de lijst van de kinderen is veel langer.”

„Ik wilde een voorstelling maken over manipulatie”, vertelt ze in het atelier van het gezelschap in Utrecht. „En ik dacht al langer na over een voorstelling met alleen maar poppen. Toen de woordspeling ‘pop-pulisme’ me door het hoofd schoot wist ik meteen dat het project over manipulatie poppentheater moest worden. Poppen worden per definitie gemanipuleerd door de acteur die ze bespeelt.”

Ook Corvers benadrukt de actieve rol van de toeschouwer bij het tot leven wekken van een pop: „Je investeert in het verhaal met je eigen verbeeldingskracht. Poppen kunnen je om die reden makkelijker inpalmen dan acteurs. Een poppenspeler kan met een klein lapje een hele zaal aan het snotteren krijgen.”

Met haar idee, poppentheater over manipulatie, benaderde Corvers schrijfster Eva Gouda. „Zij ging op zoek naar een simpel gegeven waarmee je de werking van manipulatie inzichtelijk kon maken. Ze bedacht, briljant vind ik, om het stuk te laten draaien om schaduw. Van schaduw weten ook kinderen dat het ‘gewoon bestaat’. Je hoeft je hand maar voor een lamp te houden en je ziet het.”

Gouda’s stuk speelt zich af in een koninkrijk dat bestaat uit een zonovergoten berg en een dal dat het grootste deel van de dag in de schaduw ligt. De dalbewoners (‘dallers’) hebben daar vrede mee. Totdat ene Barrie, een figuur met een blonde kuif, beweert dat de bergers de zon hebben gestolen. Met veel charme en overtuigingskracht zweept hij de dallers op om in opstand te komen.

„Barrie ontkent schaamteloos het bestaan van schaduw”, zegt Corvers. „Als een sterrenkundige hem tijdens een optreden in een talkshow wijst op wetenschappelijke bewijzen, doet hij die af als leugens. En zo werkt het. Zo wint een populist elke discussie. Omdat een gemiddelde mens graag wíl geloven dat er voor problemen een simpele oplossing bestaat, worden types als Barrie omarmd, hoe absurd hun uitspraken ook zijn.”

Ook kinderen zijn er gevoelig voor, zo blijkt. „Er zit een liedje in de voorstelling: ‘Niets is erger dan een berger’. Dat is een soort mix tussen een carnavalskraker en een nazi-lied. Soms gaan alle kinderen in de zaal bij dat lied meeklappen. Dat heeft iets griezeligs. Niet dat het erg is, hè. De wens om mee te willen doen is heel groot, heel wezenlijk. Daar gaat de voorstelling ook over.”

Ze wil geen politieke boodschap overbrengen, haast Corvers zich te zeggen: „Ik wil kinderen gereedschap aanreiken waarmee ze naar de wereld kunnen kijken. Zodat zo’n kind zich, als het bijvoorbeeld op tv ziet hoe iemand wetenschappelijke feiten afdoet als leugens, kan afvragen: ‘Is dat misschien ook een Barrie?’”

Inquisitie

Ook de drie performers van Hotel Modern hielden zich voor hun nieuwe voorstelling De val van Granada bezig met het fenomeen schaduw. De val van Granada gaat over de ondergang van het Moorse rijk in Europa. In 1492 maakte de Spaanse Inquisitie met geweld een einde aan een eeuwenlange periode waarin moslims, christenen en joden vreedzaam met elkaar hadden samengeleefd. Het was de glorietijd van de islam in Europa, die nadien rigoureus uit de geschiedenisboeken werd weggegumd. Het idee voor het project kwam van Abdelkader Benali, die het grootste deel van de tekst schreef (ook Helle, Kalker en Hoornweg leverden tekstbijdragen) en die in de voorstelling optreedt als verteller.

„Omdat Abdelkaders tekst al heel veel in detail vertelt, zou het te veel zijn geweest om in beeld ook nog eens alles uit te gaan spelen”, zegt Kalker. „Dus we moesten op zoek naar een andere vorm. Abstracter. Zo kwamen we op het idee van een schimmenspel. Geen camera’s, maar schaduwen. Inhoudelijk past die vorm ook heel mooi. Een schaduw is ‘dat waar geen licht op valt’, in feite maak je een afwezigheid zichtbaar. Dat is natuurlijk prachtig, als je een verhaal vertelt over een verdwenen wereld.”

Een terugkerend thema in al hun werk, vertelt Kalker, is dat ze in hun voorstellingen spelen met verschillende perspectieven. Letterlijk. „In de voorstellingen waarin we camera’s gebruiken, gebruiken we altijd meerdere camera’s, meerdere kijkrichtingen, verschillende soorten lenzen ook.” In De val van Granada bereikt de groep een vergelijkbaar effect door met verschillende lampen tegelijk te werken, waardoor objecten meer dan één schaduw krijgen. „Dat maakt het beeld diffuser”, zegt Helle, „Minder eenduidig. Interessanter.”

Dat een ander perspectief ook een andere lading kan geven aan de inhoud, ondervond Corvers bij het maken van POPpulisme. „Schrijver Eva Gouda dacht dat ze een komedie had geschreven”, vertelt Monique Corvers, „En dat is het ook, het is een vreselijk grappig stuk. Maar toen we er eenmaal in het repetitielokaal mee aan de slag gingen, werd direct ook de wrange ernst ervan duidelijk.”

De opmars van Barrie heeft, zo valt te voorspellen, catastrofale gevolgen voor zowel de bergers als de dallers. De voorstelling zou ongeloofwaardig zijn geweest als Gouda daar een happy ending aan gebreid had. Dat deed ze dan ook niet. Kinderen hebben daar nooit zo veel moeite mee, vertelt Corvers, „Maar hun ouders soms wel. Kinderen kunnen meer aan dan veel ouders denken. Soms komen volwassenen na afloop van de voorstelling naar me toe”, vertelt Corvers. „‘Maar waar is de hoop?’ vragen ze.” Corvers wijst naar een denkbeeldige tribune. „‘Dáár,’ antwoord ik dan.”

De val van Granada van Hotel Modern en Abdelkader Benali. Première: 6 maart in Theater Rotterdam. Daarna op tour t/m 29 mei. Info: hotelmodern.nl
POPpulisme van Het Filiaal. Tekst: Eva Gouda. Regie: Monique Corvers. Poppen: Eva Arends. Op tour t/m 3 mei. Info: hetfiliaal.nl


Wat is het mooiste boodschappenlijstje van de geschiedenis?

In 2016 verscheen er in Central Park in New York een zuil van grijs graniet met daarop woorden als brood, pasta, mosterd, tampons en planksteunen. Dit kunstwerk van David Shrigley heet Memorial en de tekst is meteen herkenbaar als een boodschappenlijstje, ongeveer het laatste wat je in graniet gebeiteld zou verwachten. Het boodschappenlijstje is niet iets om te bewaren, het wordt gekrabbeld op de achterkant van een envelop en na gedane zaken in een winkelwagen achtergelaten, al bestaan er nu ook verzamelaars van deze wegwerpschrijfsels, die ze tentoonstellen in musea of publiceren in boeken (zie bijvoorbeeld Milk Eggs Vodka van Bill Keaggy). Toon mij uw boodschappenlijstje en ik zeg u wie u bent.

In theorie kunnen boodschappenlijstjes bestaan sinds het schrift bestaat. Maar veel zijn er niet gevonden. Op een boodschappenlijstje maak je het meeste kans op plekken waar veel brieven en andere teksten van wat ‘gewone mensen’ heten zijn gevonden – bijvoorbeeld op een van de houten schrijftafeltjes die sinds 1973 zijn ontdekt in Vindolanda, een Romeins fort in het noorden van Engeland. Die tafeltjes gaan over allerlei alledaagse dingen, bijvoorbeeld een uitnodiging voor een verjaardag. In Novgorod in Rusland worden sinds 1951 in berkenbast gekraste brieven uit de Middeleeuwen gevonden met hetzelfde soort alledaagse teksten, van huwelijksaanzoeken tot ‘doe de groeten’.

En inderdaad, in Vindolanda en Novgorod zijn ook boodschappenlijstjes gevonden. In Vindolanda gaat het om bonen, kippen, appels, eieren, honingwijn, vissaus en olijven. In Novgorod om een overhemd, een handdoek, een broek en stof. Dan is er ook nog een in het Grieks geschreven brief op papyrus uit Egypte, bewaard in het Metropolitan Museum. Heraclides vraagt zijn broer in de derde eeuw van deze jaartelling om kip, brood, lupine, kikkererwten, bruine bonen en fenegriek. De British Library heeft dan weer een boodschappenlijstje uit middeleeuws Tibet, waarop onder meer jassen van zijde en wol, broeken, onderkleding, schoenen, dekens, een buidel van kamelenleer, een zilveren beker en wierook staan. Op bijna elk gevonden lijstje staat wel iets dat ook in Central Park verscheen. De continuïteit van de geschiedenis.

Lees ook

Wie speelt er nog schelp?

De trompet van Toetanchamon

Venkelsoep

Het mooiste boodschappenlijstje komt uit Italië en wordt bewaard in Casa Buonarroti in Florence. Er staat op: brood, haring, tortegli, worst, spinazie, ansjovis, venkelsoep en verschillende soorten wijn. Het zijn de wensen van Michelangelo, die ze opschreef voor een knecht en van de meeste dingen ook een schattig tekeningetje maakte, vermoedelijk omdat deze knecht niet kon lezen.

De kunstenaar schreef het lijstje op de achterkant van een brief. De datum is daarom ook bekend, maart 1518. Daarom staat er wellicht al die vis en groente op, want het was toen vastentijd. Dan zou er trouwens waarschijnlijk salata staan, salade, en niet salame, worst, want met vasten aten katholieken geen of minder vlees. En kon je venkelsoep of -stoof kant en klaar kopen of moest de knecht de ingrediënten voor dit gerecht meenemen? Ja, zelfs bij zo’n eenvoudig lijstje zijn er nog vragen, vragen… De lijst is in ieder geval in drieën gedeeld: de knecht moest spullen halen voor drie verschillende maaltijden.

Michelangelo had in 1518 al de David gebeeldhouwd en de Sixtijnse kapel geschilderd en talloze andere meesterwerken op zijn naam staan. Toch ontroeren die meesterwerken me niet zo als dit boodschappenlijstje. Hier scheiden misschien de wegen van de kunsthistoricus en de historicus. De kunsthistoricus is deel van het publiek dat kijkt naar wat de kunstenaar wíl laten zien. De historicus behoort tot de voyeurs, die kijken naar wat niet voor hun ogen bedoeld is. Het verleden betrapt.


Kunstenaar Joost Conijn bouwde een ronddraaiend huis: ‘Grenzen zijn ingesleten beperkingen’

Joost Conijn heeft een ronddraaiend huis gebouwd. In Almere, met z’n eigen handen, en af en toe die van een stagiair. Als kunstwerk past het daarmee perfect in Conijns oeuvre, dat onder andere bestaat uit een zelfgebouwd vliegtuig, een zelfgebouwde auto die rijdt op hout en verschillende films over mensen aan de rand van de maatschappij – maar daarover later meer.

Eerst zijn huis, dat hij voor zichzelf bouwde: dat is rond, zo’n tien meter hoog, de ene helft van stucplaten, de andere helft van glas. En het belangrijkste: het kan dus draaien. Op deze heldere, zonnige winterdag klimt Conijn op een simpele, rode, enigszins ouderwetse Gazelle-racefiets aan de rand van het glas en begint te trappen – niet eens hard, het is eerder alsof hij even lekker uitrijdt na een hellinkje. Toch begint het huis te bewegen, rustig, gestaag, vanzelfsprekend bijna. „Ik redeneerde”, aldus Conijn, „een beetje wielrenner produceert 300 watt. Ik ga, heel bescheiden, uit van 150 watt – dan moet je zo’n 460 keer trappen om het huis helemaal rond te laten gaan. Dat is een minuut of drie, drie-en-een-half. En het mooie is: het kost nauwelijks moeite, het gaat allemaal heel soepel, terwijl één mens toch een heel huis in gang zet.”

Waarom zou je dat willen?

„Ik draai om de zon. Op dit moment wil iedereen zonne-energie, plaatst zonnepanelen op z’n dak met zo’n zoemende warmtepomp ernaast. Dat doet iedereen op precies dezelfde manier, alsof die panelen de enige oplossing zijn in de energietransitie. Maar dat betwijfel ik sterk. Kijk naar de huizen hier aan de overkant: af en toe gaat zo’n printplaat kapot, dan komt er weer een busje voorrijden voor een nieuwe à 3.000 euro. De metalen die erin zitten verwerkt, de schadelijke mijnbouw… Maar ondertussen heeft dat huis óók een glazen pui op het zuiden waarachter het in de zomer zo warm wordt, dat er weer geblindeerd moet worden. Dus ik dacht: dat kan simpeler, waarom draait het huis niet gewoon met de zon mee? Hier is het in de zon permanent zo’n 20, 22 graden. Wordt het te warm, dan draai je het huis een stukje.”

Joost Conijn bouwde in de wijk Oosterwold een huis dat door middel van een racefiets rond kan draaien.
Foto Bram Petraeus

Die fiets lijkt in al z’n ielheid wel een beetje een statement.

„Nou ja, het is gewoon het type fiets waarop ik ook wielren. Maar oké, die lichtheid heeft wel een betekenis. Ik vind: alles, echt alles in Nederland wordt veel te zwaar gebouwd. De gemiddelde ingenieur rekent bij een huis of een brug of een weg uit wat er nodig is aan steun- en draagkracht en gooit daar dan een factor twee overheen – als ie niet goed kan rekenen een factor vier. Zogenaamd voor de veiligheid, maar het is allemaal angst. Dat er iets fout gaat en zij dan verantwoordelijk worden gehouden. Er is maar één industrie waarbij het anders gaat: vliegtuigen. Die moeten ook voorzichtig zijn, zou je denken, maar omdat zij zich het extra gewicht niet kunnen veroorloven, zijn vliegtuigingenieurs een stuk preciezer – daar is de factor nooit hoger dan anderhalf. Dat vond ik ook al fascinerend toen ik zelf mijn vliegtuig bouwde: dat die zuinigheid, die precisie, best kan, als je het maar wilt. Dat probeer ik in dit huis in praktijk te brengen.”

Het is hier daardoor allemaal wel vrij kaal.

„Comfort wordt zwaar overschat. Ik heb geen douche, geen warm water, in de zomer zwem ik hier in de vaart, allemaal prima. Van comfort wordt een mens lui, en gaat ie nóg meer op veilig spelen. Dat is nou precies waar we als mensheid van los moeten komen.”

Dat Conijn (1971) nu als kunstwerk een ronddraaiend oncomfortabel huis bouwt, maar dat ook doet in een Almeerse buitenwijk waar elk dag wel een paar mensen door het hek heen foto’s van de constructie staan te maken, is tekenend voor zijn positie als ‘professioneel buitenstaander’. Conijn zoekt al zijn hele leven de grenzen van de conventies op, zowel in de kunst als in de maatschappij. „Tot mijn negende woonde ik met mijn ouders in Amsterdam”, vertelt hij. „Ik zat daar op de Vrije School, m’n ouders verkeerden een beetje in hippie-kringen. Daar was ik geen buitenstaander. Maar toen verhuisden we naar een buitenwijk van Breda – en ineens zat ik vol in de jaren vijftig. Ik dacht meteen: hier klopt iets niet. Ik wilde eruit. En ik wilde altijd al achter de dingen kijken. Dan zat ik bij m’n ouders in de auto en als m’n vader op het gaspedaal trapte vroeg ik: ‘Waarom gaat ie op een gegeven moment eigenlijk niet meer harder?’” Lachend vertelt hij dat hij al op zijn elfde alleen met een vriendje op vakantie probeerde te gaan („Mocht niet”), op z’n twaalfde een ligfiets bouwde en op zijn twintigste in z’n eentje naar India fietste („Nog best een gedoe, want ik moest door het toenmalige Joegoslavië waar het oorlog was”).

Joost Conijn
Foto Bram Petraeus

Dit alles mondde in 2000 uit in zijn eerste geruchtmakende kunstwerk: de film Vliegtuig, waarin we zien hoe Conijn met eigen handen een vliegtuig bouwt – en daarmee in Marokko ook daadwerkelijk de lucht in gaat. Conijn: „Vliegtuig ontstond omdat het bouwen van een vliegtuig altijd wordt beschouwd als iets wat je echt niet zelf kunt doen. Kan niet, mag niet, is gevaarlijk. Dus uit recalcitrantie, en omdat ik zulke grenzen altijd als enorm dwingend ervaar, dacht ik: ik doe het gewoon.”

Conijns projecten zijn steevast zo aanstekelijk dat ze andere mensen stimuleren hun grenzen op te rekken. „Dan landde ik bijvoorbeeld in de woestijn in Afrika – wat onder normale omstandigheden helemaal niet kán, niet mag, ze zouden me moeten opsluiten. Maar dan zit je tussen die mensen, die zien het vliegtuig en na een dag of twee beseffen ze: die jongen moet verder, want hij is bezig met een reis. En dan gaan ze helpen, gaan ze voorbij hun eigen gewoontes, en blijkt dat ook voor henzelf een bevrijding.”

Is dat voor jou de essentie van kunst: bevrijding? De luiken opengooien?

„Mijn werk gaat daar eigenlijk altijd over: grenzen opzoeken en kijken hoe je ze kunt verleggen. Daarbij heb je twee soorten mensen: zij die hardnekkig aan die grenzen vasthouden en zij die open staan voor verandering. Bij Vliegtuig dachten veel mensen dat zoiets niet kon. Voor Houtauto, m’n auto die rijdt op hout, geldt hetzelfde. En ook bij dit huis speelde het weer: er zijn wel meer draaiende huizen, maar toen ik het plan aan experts voorlegde waren sommigen heel stellig: dit kon echt niet.” Hij grijnst en kijkt naar zijn fiets.

Door die belangstelling ging Conijn ook op zoek naar andere mensen aan de rand van de maatschappij. Dat begon in 2003 met Siddieqa, Firdaus, Abdallah, Soelayman, Moestafa, Hawwa en Dzoel-kifl: een film over zeven kinderen die aan de rand van Amsterdam leven als hedendaagse ‘wilden’: ze wonen in een gammele caravan op een braakliggend terrein, voorzien zelf in hun eten (soms gejat uit de restpartijen van een supermarkt), bouwen fietsen, ze spelen met een bijl. Siddieqa (…) is een adembenemende film, vooral omdat je je als toeschouwer niet kunt voorstellen dat dit bestond, aan het begin van een nieuw millennium, in wereldstad Amsterdam. „De totale anarchie van die kinderen”, zegt Conijn, „vond ik interessant. Zeg maar gerust: leerzaam. Ze gingen niet naar school, stonden los van het systeem – het contrast met ‘normale’ kinderen, die volkomen worden ingeperkt door hun opvoeding, door hun telefoon, was enorm. Ze hadden het niet altijd makkelijk, maar ik vroeg me toch af wie er beter af is.”

 

 

Later, in 2018, maakte je ‘Good evening to the people living in the camp’ waarvoor je maandenlang in vluchtelingenkampen in Griekenland en bij Calais filmde. Was dat de uiterste consequentie van het grenzen en buitenstaanders opzoeken?

„In zekere zin wel. Ik zag, zoals iedereen, die kampen op tv – al die mensen die een ander, beter leven nastreefden, maar vervolgens strandden op een grens. Er werd zo hard over hen gesproken. Naar. Dus ik dacht: ik ga er zelf naartoe, kijken, het is maar driehonderd kilometer. Toen ik daar vervolgens rondliep bleek de situatie heel anders dan ik zag op tv. Zo’n kamp is een heel eigen wereld, met eigen regels en codes en allemaal mensen die op hun eigen manier proberen te overleven. Tegelijk is de journalistiek daar heel incident-gedreven. Dan stuurde de gemeente Calais bijvoorbeeld een persbericht uit dat het vluchtelingenprobleem écht te groot was geworden en het kamp zou worden gehalveerd. Vervolgens verschenen er diezelfde middag allemaal busjes met cameraploegen bij het kamp, waaronder die van de NOS, die er even filmden, en een stand-upje deden, om dat feit te bevestigen. Iedereen blij: de helft van het probleem opgelost! Maar wat gebeurde er in de praktijk? Doordat de helft van het kamp werd afgebroken, raakten vijfduizend mensen hun hutje kwijt. Die trokken naar de andere helft, waardoor de bevolkingsdichtheid daar verdubbelde. Dat maakte alles erger: spanningen, geweld, ongedierte… Daarom maakte ik die film. Om te laten zien dat dit echte mensen zijn, met echte problemen in een echte wereld En misschien nog wel meer: de bedreiging wegnemen.”

Schuilt er toch een idealist in je?

„Ik weet niet of ik een idealist ben. Ik wil vooral laten zien dat grenzen vaak stomme, ingesleten beperkingen zijn, waar mensen zich niet bij hoeven neerleggen. Vorige week was ik in Dakar, in Senegal. Daar namen we vaak de bus. Dat was dan een Mercedes van zestig jaar oud, waaraan eigenlijk alles kapot was: je zit op plankjes in het gangpad, om een kaartje te kopen geef je het geld door naar achteren en dan komen kaartje en wisselgeld weer terug. Die bus heeft zelfs geen startmotor: wanneer ie weg wil, zijn er altijd wel mensen die ’m aan willen duwen – en dan gaat ie. De les daarvan is voor mij: zo’n startmotor is helemaal niet nodig, dus waarom zou je er moeilijk over doen als ie het niet doet? Zo’n bus relativeert onze manier van leven, onze waarden, onze beperkingen. Dat zou kunst ook moeten doen.”


Ministers over de kunst in hun werkkamer: ‘Politiek is een zwaar beroep, en dan is het mooi om iets zachts aan je muur te hebben’

‘Eerlijk? Eerst dacht ik: mens, hoe gaat dit staan? Maar ik dacht ook: no guts, no glory! Hang maar op, het kan er altijd weer af.” Mona Keijzer, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (BBB), koos in haar kamer voor een muurvullende compositie in primaire kleuren, Elementen van Huizen van Lode Pemmelaar (1942-1997).

Elke minister en staatssecretaris krijgt bij aantreden de kans om de werkkamer een persoonlijk tintje te geven. De keuze voor een kunstwerk aan de muur is dan ook geen vrijblijvende. Het zegt iets over smaak, visie en misschien zelfs over de manier waarop een bewindspersoon naar beleid kijkt.

De kunstwerken die ministers, staatssecretarissen en hoge ambtenaren kiezen, komen uit de Collectie Rijksoverheid en uit de Collectie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. In dit kabinet worden in totaal acht ministerkamers samen met de afdeling Kunst Rijksoverheid onder FMHaaglanden, zoals de kunstcommissie officieel heet, ingericht.

Ik heb altijd gevonden dat kunst moet troosten en mooi moet voelen in een soms lelijke wereld

Mona Keijzer,
minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (BBB)

De selectie van de kunstwerken verloopt via een zorgvuldig proces: een intakegesprek en vervolgens een tweede gesprek inclusief een kunstvoorstel op maat voor de desbetreffende minister. De daadwerkelijke inrichting gebeurt volgens de afdeling Kunst Rijksoverheid meestal op vrijdagen, tijdens de ministerraad. Terwijl in het Catshuis wordt vergaderd, worden een paar deuren verderop schilderijen opgehangen en wordt soms nog een laatste plant verschoven tot alles precies op zijn plek valt.

De eerste ministers die hun kamers inrichtten, waren Eppo Bruins, David van Weel en Mona Keijzer. We bezoeken de ministers in hun werkkamer en krijgen een inkijkje. In gesprek met drie ministers blijkt dat ze vooral voor werken kozen die ze terug brachten naar het verleden, naar hun wortels. Of het nu de zee, de geometrie van de jeugd of Volendam is: voor nostalgie deinzen geen van de drie terug.

De keuze van Mona Keijzer (BBB)Blokkendoos en Volendam

Tot verrassing van minister Keijzer (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) paste het grote kunstwerk van Pemmelaar perfect in haar werkkamer. „Het maakt de ruimte optisch kleiner, maar het sluit ongelooflijk goed aan bij wat ik doe: huizen bouwen en de verschillende bouwstenen van de samenleving een plek geven.”

Het werk doet haar denken aan een kinderblokkendoos, iets wat haar als moeder van vijf zonen meteen aansprak. „Ik word blij als ik ernaar kijk. Het heeft iets troostends. Ik heb altijd gevonden dat kunst moet troosten en mooi moet voelen in een soms lelijke wereld. Ik moet iets aan de muur hebben dat mijn hart verwarmt, niet iets dat me afstoot.”

Dat is volgens haar ook de reden waarom ze bijvoorbeeld niet veel voelt voor conceptuele kunst, zoals de beroemde ‘pindakaasvloer’ van kunstenaar Wim T. Schippers: „Zonde, niet mooi en het troost niet.”

Naast het kleurrijke werk koos ze ook voor werken die verwijzen naar de visserij, zoals het schilderij Schuiten op het IJ van Willem Witsen (1860-1923). „De middelste boot lijkt op een botter.” Water zit volgens de van origine Volendamse minister in haar bloed. „Mijn vader was één van de zonen van de botter de Volendam 119 en ook mijn neven waren vissers.”

De combinatie van werken in haar kamer weerspiegelt haar achtergrond en straalt haar taak als minister uit. „Het is mooi om iets te hebben dat aansluit op je levensloop.” Heel graag zou de minister het schilderij Bloemen in een Vaas van Jan Sluijters, dat tegenover haar bureau hangt en dat ze minder mooi vindt, willen vervangen door een havenzicht van Volendam van Anthonie Pieter Schotel. Ze had dit al op het oog in de periode dat ze staatssecretaris was van Economische Zaken. „De afdeling Kunst Rijksoverheid weet precies waar het nu hangt, maar om het nu van de muur te laten trekken omdat ik het op mijn kamer wil hebben, is ook zoiets!”, zegt ze lachend.

De keuze van Eppo Bruins (NSC):Geometrische dessins en Giacometti

Eppo Bruins, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, ziet in de kunstwerken in zijn kamer een reflectie van hoe hij naar de wereld kijkt. Zijn kamer ademt rust uit en is gevuld met diverse kunstwerken, die allemaal geometrisch zijn. Volgens Bruins is zijn gekozen selectie „geen politiek statement”. De wereld waarin ik me moet bewegen is al zo politiek, vervolgt hij. „Laat mijn kantoor maar een persoonlijk thuis zijn.”

De minister moest zoeken naar passend werk voor zijn kamer en na diverse gesprekken met de afdeling Kunst Rijksoverheid vond hij de juiste selectie. In de voorgesprekken vertelde Bruins, dat hij graag terug wilde naar de Veluwe waar hij is geboren. „Kunst raakt diep aan wie we zijn als mens. Waar we ons thuis voelen, wordt ook bepaald door onze jeugd. Het verlangen naar geuren en kleuren uit je jeugd heeft met thuiskomen te maken, en dat kan je ineens overvallen, dat zie ik hierin terug. En dat vind ik mooi.”

Hij wijst naar het kunstwerk Study of Square (2019-2020) van de Koerdisch-Nederlandse kunstenaar Fatima Barznge. De serie geometrische dessins zeggen volgens hem veel over haar jeugd. „Die heldere vormen geven me rust. Politiek is een zwaar beroep, en dan is het mooi om iets zachts aan je muur te hebben.” Om zijn kamer te vervolmaken zou hij „het zeker niet verkeerd vinden als er ooit nog een werk van mijn favoriete beeldhouwer Alberto Giacometti in deze kamer komt”.

De keuze van David van Weel (VVD)Zeegezichten en grijstinten

„Er ontbreekt misschien nog iets”, lacht David van Weel, minister van Justitie en Veiligheid (VVD). „Als er nog ergens een Monet of een Breitner in de opslag hangt, dan houd ik me aanbevolen. Mijn grootmoeder had ooit een Breitner. Een schilderij van drie rode meisjes in hun zondagse goed. Ze verkocht het schilderij, maar liet er gelukkig een foto van maken en lijstte het in als herinnering.”

Nu is Van Weel omgeven door uitzichten, niet alleen het uitzicht op Den Haag, maar ook ziet hij in de verte zijn favoriete stad Rotterdam. „Mijn voorganger Dilan Yeşilgöz had hier een Ajax-shirt en een foto van Amsterdam hangen, maar dat kan natuurlijk niet als Rotterdammer!”, lacht hij.

Hij ervaart zijn kamer als een plek om zich te kunnen terugtrekken. Aan de muur hangen werken van de fotograaf Kevin Osepa en van de schilder Jan de Haas. Alle werken zijn vergezichten of hebben een directe verwijzing naar het water. „Ik houd van de zee en de bijkomende rust en ruimte.”

Hij wijst naar een foto van Bruno van den Elshout, die vanaf het dak van het NH Atlantic hotel in Kijkduin een jaar lang ieder heel uur de Noordzee-horizon heeft vastgelegd. „Als je zoals ik veel op zee hebt geleefd, zowel privé als in de marine, dan leer je de kleuren van de lucht lezen. De lucht en het water verraden of er een storm op komst is, of de dag net ontwaakt. Dat fascineert me.”

Voor de minister en ex-militair is de zee meer dan een landschap. „Het is een manier van denken. Er was niets mooiers dan wachtlopen op de brug van een enorm schip. Dan stond je uren buiten onder de sterren met eindeloze uitzichten. Je kon je daar op zee niet laten opfokken door het nieuws en social media.”

Zijn kunstkeuze vol met grijze tonen en horizonnen weerspiegelt niet alleen zijn achtergrond, maar ook zijn kijk op de politiek. Rust en perspectief, dat mist hij soms. „De samenleving wordt harder en het denken steeds zwart-witter. Terwijl het leven vol zit met grijstinten. Juist daar bevindt zich de grote zwijgende meerderheid.”

Zijn blik blijft hangen op Zeegezicht van Gerhard Morgenstjerne Munthe, een schilderij van een kalme zee, althans voor Noordzee-begrippen. Hij lacht. „Ik kan van elk kunstwerk hier precies vertellen wat de weersomstandigheden zijn. Dat zie je aan het licht, aan de golfslag. Dit is een frisse windkracht 4.”


Comedian Yunus Aktaş wil geen dingen zeggen waar zijn publiek het mee eens is

De debuutvoorstelling van Yunus Aktaş (31) begint en eindigt met Tsjaikovski en Beethoven. „Ik weet zeker dat de meeste mensen denken: hij luistert geen klassieke muziek”, aldus de cabaretier. „Of: hij weet niks over Van Gogh.”

In zijn debuut speelt Aktaş met de verwachting van het publiek. „Mensen kijken op een bepaalde manier naar iemand zoals ik. Ik heb een accentje, ik zie er Turks uit.” Het is komisch hoe hij op een verrassende manier wijst op de onzin van bepaalde stereotypes.

In het programma van Arjen Lubach deed hij eens iets vergelijkbaars. Hij zei toen: „Laatst hoorde ik iemand zeggen: Turken stelen. Maar dat klopt niet: Marokkanen stelen. En ik zeg niet dat Marokkanen stelen, maar dat is het stereotype. Het is een beetje alsof je zegt: Belgen zijn gierig. Klopt ook niet. Belgen zijn dom, Nederlanders zijn gierig. Turken toeteren. En ik zeg niet dat Turken toeteren, maar als Turken toeteren, dan stelen Marokkanen.”

In 2022 won Aktaş het Cameretten-festival en op 14 februari gaat hij in première met Maakt niet uit. Vanachter een microfoon vertelt hij met ogenschijnlijk licht ongemak en ondoorgrondelijke blik anekdotes vol oneliners. De lach komt vaak voort uit de ijzeren timing waarmee verrassende wendingen en een onbewogen gezicht worden gecombineerd. Zogenaamde deadpan-humor, waarmee hij in de traditie staat van komieken als Herman Finkers en Rowan Atkinson.

Met zijn deadpan-humor staat hij in de traditie van komieken als Herman Finkers

World of Warcraft

In Maakt niet uit horen we verhalen over Aktaş’ overzichtelijke leven in de Turkse bubbel in zijn geboorte- en woonplaats Barneveld: voetballen, hangen met zijn vriendengroep. Maar ook over pogingen om zijn blikveld te verbreden. Zo probeert hij meer algemene kennis op te doen, want: „Misschien ben ik wel een genie, maar heb ik dat niet door.”

„Ken je YouTube-kanaal Pursuit of Wonder?”, vraagt Aktaş op een maandagmiddag in Amsterdam. In korte filmpjes van een kwartier komt telkens een andere filosoof aan bod. Aktaş: „Ik lees niet veel, maar dit soort dingen vind ik boeiend. Een verhaal over een schrijver die in Portugal is opgegroeid, naar Zuid-Afrika verhuist en daar een boek over schrijft. Waarom zou ik dat niet willen weten?”

Hij heeft het gevoel dat hij altijd achterloopt, vertelt hij. Op de middelbare school was hij een beetje gameverslaafd en speelde hij eindeloos fantasygame World of Warcraft. Aktaş: „School boeide me niet, het sociale boeide me niet. Ik heb daardoor wat stappen overgeslagen, dingen gemist die ik nu moet inhalen.”

In zijn jeugd zag hij veel buitenlandse stand-upcomedy en sitcoms. Jaren tachtig-show Married with Children keek hij altijd samen met zijn vader, wiens eigen vader in de jaren zeventig van Turkije naar Barneveld was verhuisd om te werken als gastarbeider in een kippenfabriek. Toen Aktaş na een mislukte mbo-studie zijn comedydroom ging najagen, begon hij met googlen: hoe word je comedian? Met open podiumavonden, en zo kwam hij eens in de Amsterdamse comedyclub Toomler terecht. Gewoon een bar met podium, vermoedde hij.

Aktaş: „Toen ik daar kwam, waren er allemaal comedians. Die zaten in een collectief waar je lid van kon worden.” Twee jaar later, in 2018, werd hij zelf lid van dat collectief, de Comedytrain.

Na je opkomst ga je achter een microfoon staan en dan beweeg je de rest van de voorstelling niet meer. Welk idee zit daarachter?

„Bewegingen op het podium zijn ruis. Overbodige woorden ook. Ik wil een show met niets dat niet écht nodig is. Als het materiaal goed is dan is al het andere alleen maar afleidend.”

Je komt een beetje ongemakkelijk over op het podium. Is dat een rol?

„Nee, ik ben een ongemakkelijk persoon. Maar ik overdrijf het een beetje. Mijn comedy-stijl heeft meer effect als mensen weten dat ik een ongemakkelijke gast ben.”

Veel van je anekdotes en grappen gaan over algemene kennis en ontwikkeling. Waarom?

„Ik ben daar veel mee bezig. Ik ben leergierig, maar ook lui. Een lastige combinatie. En het is een leuk onderwerp. Het publiek onderschat me denk ik een beetje en ik vind het leuk om dan verrassend uit de hoek te komen.”

Waarom denk je dat het publiek je onderschat?

„Ze hebben bepaalde verwachtingen van Turken. En ik denk dat ik daar niet helemaal aan voldoe: qua muzieksmaak, hoe ik praat, hoe ik beweeg.”

Je Turkse achtergrond komt in verschillende verhalen terug. Is dat omdat het dankbaar comedymateriaal is?

„Ja, maar ook omdat het deel is van wie ik ben. Een comedian uit Friesland heeft het waarschijnlijk veel over Friesland. Mijn ouders zijn Turks, ik heb eerst Turks geleerd, zat op een zwarte school. Altijd als ik ergens kwam werd er tegen me gezegd: ‘Je bent een Turk’. Op een gegeven moment voel je je dan een Turk. Nederlander heb ik me nooit gevoeld.”

Veel cabaretvoorstellingen hebben een duidelijk thema. Jij vertelt ogenschijnlijk losse verhalen. Is er een verbindende factor?

„Het heeft met elkaar te maken omdat het allemaal over mij gaat. Ik hou niet van shows met een boodschap. Het is leuker en interessanter als het publiek door grappen en verhalen heen een beeld krijgt van hoe ik ben. Ik heb geen zin in een show waarin ik vertel hoe het is om in Barneveld op te groeien.”

Veel comedians verhuizen naar de stad. Jij woont nog steeds in Barneveld.

„Ik denk dat veel comedians denken dat er in de stad wat gebeurt in je leven. Dat het iets triggert. Maar ik denk dat het feit dat er in Barneveld een stuk minder gebeurt juist inspireert. Veel filosofen leefden ook geïsoleerd. Het zorgt voor ruimte om goede dingen te schrijven.”

Cabaretier Yunus Aktaş. Foto Bram Petraeus

Je maakt een aantal grappen over dikke mensen. Wat voor reacties krijg je daarop?

„Daar worden mensen weleens boos over. Ik vind het niet mijn taak om daar rekening mee te houden. Ik maak over zoveel mensen grappen, ook over mezelf. Het valt mij op dat mensen die boos worden altijd klagen over iets waar ze zelf mee te maken hebben. Dat vind ik hypocriet. Dan denk ik: klaag eens over iets waar je niet zelf mee te maken hebt.”

Ergens zeg je in een bijzin: ‘Ik ben pro-Palestina, maar heb niks tegen Joden.’ Vind je het belangrijk om zoiets gezegd te hebben?

„Het is wel mijn standpunt, maar het gaat me puur om de grap die later komt. Ik vind het leuk om de gespannen sfeer te voelen die zo’n onderwerp oproept. Je voelt het publiek denken: ‘Waar gaat dit heen…’ Vervolgens blijkt mijn verhaal helemaal niet over dat conflict te gaan. Ik weet daar ook te weinig van. Twee keer kreeg ik applaus nadat ik zei dat ik pro-Palestina was. Dat kapte ik af, dat wil ik niet. Ik wil geen dingen zeggen waar mensen het mee eens zijn. Het is een comedyvoorstelling, geen protest.”

Politiek moet altijd buiten comedy blijven?

„Weet je wat virtue signalling is? Doen alsof je goed bent, zodat andere mensen voelen: hij is een van ons, hij is ook goed en vervolgens gaan klappen ofzo. Ik vind dat nogal lelijk bij comedy.”

De titel van je voorstelling is ‘Maakt niet uit’. Waarom?

„Eerst had ik als titel Het Dunning-Kruger-effect, omdat veel verhalen erover gaan dat ik meer kennis wil opdoen. Dat vond mijn impresariaat te ingewikkeld. Maar niemand zegt volgens mij: ‘Ik ga naar ‘Het Dunning-Kruger-effect.’ Ze zeggen: ik ga naar Yunus Aktaş. Toen we op vakantie in Frankrijk waren, zei ik tegen Sezgin [Sezgin Güleç, Comedytrain-collega] dat een titel volgens mij helemaal niet uitmaakt. Dan noem je het toch zo, zei hij.”

Yunus Aktaş: Maakt niet uit. Première 14 febr, Theater Diligentia, Den Haag. Info en speellijst: yunusaktas.nl


Wie speelt er nog schelp?

Muziek kun je niet zien. Muziekinstrumenten wel. Kijken naar trompetten, violen en andere instrumenten is daardoor een vreemd genoegen. We zien iets wat niet voor ogen is bestemd. Vorm volgt functie, en die functie is onzichtbaar. Is het dat vreemde, dat onaangepaste, dat onlogische dat trompetten en violen juist visueel zo aantrekkelijk maakt? Alsof je kunt zien dat het niet om zien gaat, ook al blinkt het koper nog zo aanlokkelijk, ook al rondt het hout zich nog zo weelderig.

De meeste muziekinstrumenten hebben een lange geschiedenis. Een rechte lijn is er meestal niet, het gaat om stambomen met vele vertakkingen. Bij de trompet en aanverwante blaasinstrumenten is het geen boom maar een heel stambos. Voor de trompet zijn er drie oerkandidaten: de schelp, de hoorn en de holle tak. Onlangs bleek een schelp in een museum in Toulouse, ooit gevonden in een grot in de Pyreneeën, na nieuw onderzoek vrijwel zeker gebuikt om op te blazen, 18.000 jaar geleden. Ook nu wordt er nog schelptrompet gespeeld; niet alleen in Oceanië, maar ook in jazz.

De trompet is heel lang eerder een geluids- dan een muziekinstrument geweest. Tijdens de Olympische spelen in Griekenland werd vanaf 396 v.g.j. (voor gangbare jaartelling) ook altijd een wedstrijd voor trompetters gehouden. De winnaar was niet degene die het mooist maar degene die het hardst kon blazen. Wat je met zo’n hard geluid kon doen, lees je dan weer in het Oude Testament waar de priesters op hum ramshoorns bliezen en zo de val van de muren van Jericho inleidden. Een Britse radioserie over de trompet heette ooit From Jericho to Jazz.

In hun geschiedenis van de trompet noemen John Wallace en Alexander McGrattan een aantal manieren waarop de trompet in de prehistorie gebruikt werd: voor de jacht, om te communiceren (de misthoorn, de posthoorn) en in het leger. Muziek is pas een heel late toevoeging aan het arsenaal van de trompet, pas zo’n zes eeuwen geleden. Pas in de 19de eeuw, toen de ventielen werden toegevoegd, ging het echt los.

Foto Alex Krot

Het geluid van oude trompetten wordt vaak als monsterlijk omschreven. Sterker nog, juist aan het feit dat het geluid lelijk was, dankt de trompet haar ontstaan. In zijn History of Musical Instruments schreef Curt Sachs: „Het feit dat bepaalde objecten, op een bepaalde manier gebruikt, een lelijk en zelfs angstaanjagend geluid produceren, leidt ertoe dat ze worden ingezet tegen vijandige wezens, dieren, tegenstanders en boze geesten.”

Veel instrumenten hebben een ontstaansmythe. De lier is naar verluidt door Hermes bedacht. De Griekse god doodde een schildpad langs de Nijl en gebruikte het schild als de eerst klankkast. Over de trompet is zo’n verhaal niet bekend. Wallace en McCrattan zien dat als een teken dat de trompet nog ouder is. „Andere instrumenten hadden een verklaring nodig, maar de trompet is er gewoon altijd geweest.” De blazer komt zelfs al voor in het epos van Gilgamesj, 4000 jaar geleden opgeschreven in Mesopotamië. Maar het kan in dat epos ook over een drum zijn gegaan of over nog iets heel anders; de geleerden zijn het er niet over eens wat een ‘pukku’ en een ‘mikka’ zijn. Het lijkt de sampo uit de Kalevala wel! De sampo is een belangrijk ding uit dit Finse nationale epos waarvan niemand meer weet wat het is. Of misschien wisten ze het toen ook niet. Wie trompet speelt, weet het wel. Die speelt nog steeds schelp, en hoorn, en hout, en bot, en kalebas, en ivoor, hoe geel en glanzend het metaal nu ook is. Angstaanjagend mooi. Ondergronds gegroeid.


In Mozarts ‘Idomeneo’ zie je hoe het Kreta in de klassieke oudheid net als de VS nu ten prooi vallen aan een twijfelachtig bondgenootschap tussen politiek en religie

Alles is in beweging in de Mozart-opera Idomeneo. Op het toneel verbeelden dansers en rode draden verborgen gevoelens en de verbondenheid tussen de hoofdpersonen. In de wereld van de Belgische regisseur en choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui (48) kunnen mensen zich aan veel vastklampen, maar niets biedt houvast. „We wankelen op het koord van het bestaan”, schetst hij. „Zo ervaar ik het. Dat gezichtspunt groeide uit tot de handtekening onder mijn kunst.”

Cherkaoui buigt zich bij De Nationale Opera in Amsterdam over Mozarts Idomeneo, koning van Kreta en een Griekse overwinnaar in de tienjarige oorlog tegen Troje. Met de kusten van zijn thuisland in zicht stuurt zeegod Poseidon een storm om hem te verzwelgen. De angstige vorst weet te ontsnappen aan de dood met de belofte het eerste levende wezen te offeren dat hij na zijn redding zal tegenkomen. Dat blijkt – goden vragen hoge prijzen – zijn zoon Idamante te zijn.

Ook bloeit er een liefde tussen Idomeneo’s zoon en de Trojaanse krijgsgevangene Ilia. Haar volk en vader werden mede door de teruggekeerde koning vermoord. En dan biedt het Kretenzer hof nog onderdak aan de eerzuchtige Griekse prinses Elektra, die ook naar de hand van kroonprins Idamante dingt. Het is een drama met de leidraad: wie liefde heeft, bezit geen macht en wie macht heeft, bezit geen liefde.

Eerste podiumrepetities

Eind januari. Na wekenlang oefenen in de studio wordt het tijd voor de eerste podiumrepetities. De zangers druppelen binnen. De toneelknechten leggen op de vloer een schaakbord van scheepstouwen. Dansers van het gezelschap Eastman warmen de spieren op in het bloedrode lamplicht. Uit het plafond doemen drie ‘gordijnen’ van rode draden op, en een vijftal geraamten van reddingssloepen. Dansers dragen de boot waarin schipbreukeling Idomeneo ligt.

„Eindelijk eens een fascinerend Mozart-karakter voor mij”, grijnst de Duitse tenor Daniel Behle (50). „De meeste tenoren in diens opera’s zijn sullen zonder charisma, die niets gedaan krijgen, met Ottavio uit Don Giovanni als kampioen. Maar nu heb ik de leeftijd voor Mozarts koningsrollen, Tito en Idomeneo. Deze laatste vorst moet kiezen tussen zijn zoon of de macht. Voor mij weerspiegelt hij in sommige opzichten onze hedendaagse werkelijkheid. Hier beweert een leider dat de goden hem redden zodat hij kan heersen. Precies dezelfde bewoordingen hoorden we uit de mond van Donald Trump. Het Kreta in de klassieke oudheid en de Verenigde Staten van nu vallen ten prooi aan een twijfelachtig bondgenootschap tussen politiek en religie.”

Scène uit Idomeneo in de regie van Sidi Larbi Cherkaoui
Foto De Nationale Opera

Botsing tussen generaties,

Behle’s belangrijkste tegenspelers knikken instemmend. De Italiaanse mezzo Cecilia Molinari (34) vertolkt koningszoon Idamante en de Russisch-Libanese sopraan Anna El-Khashem (28) diens geliefde Ilia – personages met eenzelfde verscheurdheid. „Idamante was een kind toen zijn vader naar Troje vertrok om oorlog te voeren”, zegt Molinari. „Hij kent geen rolmodel, maar moet een eigen weg zoeken naar volwassenheid, naar wie hij straks wil zijn als man en koning. Bij terugkomst keert Idomeneo zich bruusk van hem af, zonder dat Idamante weet waarom. Zijn vader houdt de gruwelijke belofte aan Poseidon geheim, in de hoop het offer in stilte af te kunnen wenden. En zo voelt Idamante zich ten tweeden male in de steek gelaten.”

Het komt tot een botsing tussen twee generaties, een spanningsveld die de toen 24-jarige componist ook met zijn eigen vader had. „Die ontwikkeling boeit me bij Idamante en Mozart”, vervolgt Molinari. „Beiden banen zich een eigen pad, weg van de tradities. De jongeren speuren naar nieuwe energie, omdat – zoals nu – de wereld op een dood punt lijkt aanbeland. Ze verzetten zich tegen dogma’s. De draden en touwen verstrikken de figuren op het toneel en verdwijnen slechts één moment: bij het liefdesduet tussen Ilia en Idamante. Dan trekt het noodlot zich schielijk terug in de coulissen.”

Geen Walt Disney

Sopraan El-Khashem herkent deze zoektocht ook in haar personage Ilia. „Ze houdt van een moordenaarszoon. Idomeneo draagt schuld aan de vernietiging van haar volk. Zolang de oorlogszuchtige koning nog op zee is, hoeft ze zich daarvan geen rekenschap te geven, maar zodra hij terugkeert, brengt de liefde voor Idamante haar in het kamp van de vijand. Moet ze verzoenen of wreken? Een vraag die nu nog even dringend en belangrijk lijkt.”

Idomeneo kijkt niet op een slachtoffer meer of minder. Regisseur Cherkaoui volgt de lijn van de oorspronkelijke mythe, waarin hij tenslotte zoon Idamante offert. Mozart deed dat niet. Hij moest zich houden aan opera-wetten, die een happy ending voorschreven, doorgaans met een ‘epiloog’ waarin alle zangers in koor de luisteraar de moraal van het verhaal nog inwreven. Menig opera eindigde met potsierlijke ontknopingen, plotselinge goddelijke ingrepen of onverwachte bekeringen van booswichten. De veelvuldig gebruikte Griekse mythen werden zodoende dikwijls van hun tragiek en betekenis beroofd. De vroege opera was vertier voor de zittende macht, die uiteraard allerminst behoefte voelde aan een kritische spiegel op het eigen handelen.

De jongeren speuren naar nieuwe energie, omdat – zoals nu – de wereld op een dood punt lijkt aanbeland

Cecilia Molinari
mezzo, vertolkt koningszoon Idamante

En dus schreef Mozart – tegen zijn zin – een slot waarin geen bloed vloeit, de goden het mensenoffer Idamante weigeren en Idomeneo de kroon overdraagt aan zijn zoon en diens geliefde Ilia. Hij ried vrienden aan voor het werkelijke einde de oerversie van de mythe te lezen. Dat was voor regisseur Cherkaoui reden om met dramaturg Simon Hatab te zoeken naar een weg om met de bestaande tekst en muziek dichter bij het oorspronkelijke ontknoping van Idomeneo te komen.

„De vroege opera is een soort Walt Disney-sprookje met een ‘ze leefden nog lang en gelukkig’ aan het slot”, zegt hij. „Maar dat strookt niet met de kern van de Griekse tragedie. De werkelijkheid van vandaag en de mythen komen overeen. Ik kan niet pretenderen dat de wereld goed eindigt. Dan zou ik me ongevoelig tonen voor wat we op dit moment beleven: de verheerlijking van het eigen gelijk.”

Cherkaoui ziet Idomeneo vooral als een politicus, een man die de macht niet kan loslaten. „Wie is hij zonder macht, zonder geweld? Hij komt terug uit een oorlog, waarin hij tien jaar lang tot aan zijn enkels in bloed baadde. Wat betekenen leven en dood dan nog? Idomeneo draagt een diepe wond met zich mee. Dat kun je, denk ik, evengoed zeggen over extremistische politici. Een wond kan mensen het inzicht geven om anderen beter te behandelen, maar ze kunnen ook een tegengestelde kant op gedreven meer schade aanrichten.”

Scène uit Idomeneo, waarin de Japanse kunstenaar Chiharu Shiota een spinnenweb van rode draden schiep.
Foto De Nationale Opera

Droomwereld

Met de Japanse kunstenaar Chiharu Shiota en modeontwerper Yuima Nakazato schiep Cherkaoui een tijdloos en beeldschoon universum voor Idomeneo. Geen herkenbare hedendaagsheid, maar een droomwereld waarin decor, aankleding, dans en muziek zijn honger naar beweging stillen.

„Ik hoop dat het leven kan lijken op mijn Idomeneo. Alles wordt voortdurend ontward, in andere vormen gegoten. Shiota bedacht een spinnenweb van vele draden die iedereen verbinden. De koorden laten niet alleen zien hoezeer we aan elkaar vastgeketend zijn, maar ook hoe we de ander kunnen redden. Soms vormen ze een liefhebbend hart, zet ze op je hoofd en je bent koning. Ze krijgen allerlei betekenissen, ze helpen het verhaal te doorgronden, ze tonen de ingewikkelde verhoudingen tussen de personages. De draden zijn ook een taal. Het grote probleem van de mensheid tegenwoordig vind ik de verpoverde taal. We kennen het begrip nuance, niettemin ontbreken ons de woorden om die tot uitdrukking te brengen. Sterker nog: we marginaliseren er anderen mee.”

Cherkaoui weet uit eigen ervaring wat dat betekent. „Ik ben queer, Marokkaan, maar met een witte huidskleur. Op school spraken we Vlaams, thuis Frans. De hele tijd moest ik vertalen, schakelen tussen de ene wereld en de andere. Ik zat op een Koranschool, hoewel ik zelf wetenschappelijk en wiskundig aangelegd ben. Ik had dus een andere verhouding tot de spiritualiteit die mij daar werd aangeleerd. Overal voelde ik me een buitenstaander. Op mijn 19de ontdekte ik het werk van choreograaf Pina Bausch. Dit is het, dacht ik, hierin kan ik me van frustraties bevrijden, zodat ik ze niet voortdurend in het gezicht hoefde te smijten van de mensen die me dierbaar waren. Hierin kan ik de veelkleurigheid van de samenleving laten bloeien.”

Mozarts Idomeneo bij De Nationale Opera in Amsterdam is te zien van vrijdag 7 tot en met zondag 23 februari.