Overeenkomst met Koerden geeft Syrische leider Al-Sharaa zeggenschap over het noordoosten

De Koerdische strijdgroepen in Syrië (SDF) kondigden maandag aan zich te voegen bij de nieuwe regering van het land. Dat is een belangrijke doorbraak voor interim-president Ahmed al-Sharaa in zijn pogingen om een verdeeld Syrië te verenigen.

De opsteker komt voor Al-Sharaa op een precair moment. De geweldsuitbarsting van vorige week, waarbij gewapende groepen honderden burgers in de kustregio om het leven brachten, leidde internationaal en onder Syriërs zelf tot grote twijfels over zijn vermogen om de vrede te bewaren en de vele minderheden in het land te beschermen.

In zowel Damascus als Raqqa en andere plaatsen in noordoost-Syrië gingen menigtes de straat op om het sluiten van de overeenkomst tussen de regering en de Koerden te vieren.

Door de deal verkrijgt Damascus zeggenschap over het noordoosten van het land. Dat gebied – nu nog in handen van de Koerdische strijdgroepen – beslaat grofweg een kwart van het land en is rijk aan vruchtbare landbouwgrond, gasvelden en het merendeel van de Syrische olievelden. Dat zijn belangrijke bouwstenen voor het herstel van de Syrische economie, net zoals de grensovergangen met Irak en de aanwezige vliegvelden.

Lees ook

Zit achter het geweld in Syrië wraaklust? En zes andere vragen over de moordpartijen in de kustregio

Nabestaanden rouwen zondag in het Syrische Qamishli tijdens de begrafenis van Shinda Kisho, die omkwam bij geweld in Latakia.

Met het akkoord – dat voor het einde van het jaar van kracht moet zijn – lijkt ook een einde te komen aan de dreiging van een nieuw, grootschalig gewapend conflict tussen het Syrische staatsleger en de zestigduizend man tellende Koerdische troepenmacht. Eerder eiste SDF een zekere mate van autonomie binnen het nieuwe Syrië te behouden, maar dit was voor Damascus onaanvaardbaar. Militair ingrijpen door het nieuwe regime zou niet zijn uitgesloten.

Rol Turkije

Voor Turkije was het bestaan van een de facto autonome Koerdische regio aan de grens de afgelopen jaren een doorn in het oog. Turkije ziet SDF als een verlengstuk van de separatistische Koerdische PKK-beweging in eigen land, die de afgelopen vier decennia tegen de Turkse staat vocht maar recentelijk aankondigde de wapens neer te leggen. De ruime mate aan Koerdische autonomie, zo vreesde Ankara, zou daarbij op zichzelf al nationalistische aspiraties onder Turkse Koerden kunnen aanwakkeren.

Sinds 2016 voerde de Turkse krijgsmacht drie invasies uit tegen SDF en steunde ze vijandige milities met wapens en training. Eind december grepen die pro-Turkse milities de val van het Assad-regime aan om – met Turkse artillerie- en luchtsteun – hun strijd tegen de Koerdische strijdgroepen op te voeren.

Daarbij bereidde Turkije zich met troepenopbouw aan de grens voor om „een volledige oorlog te beginnen”, zei Al-Sharaa vorige maand in een interview met The Economist. De Syrische leider zou daar naar eigen zeggen een stokje voor hebben gestoken om „ruimte te creëren voor onderhandelingen” met SDF.

Tijdens deze onderhandelingen hing de dreiging van een militaire confrontatie met zowel Damascus als Turkse grondtroepen de Koerden dan ook boven het hoofd. Hun positie stond verder onder druk omdat het niet duidelijk is of de VS hun steun aan de Koerdische strijdgroepen zullen voortzetten onder president Donald Trump.

Belangrijkste bondgenoot

In de strijd tegen Islamitische Staat waren de Koerdische strijdgroepen de belangrijkste bondgenoot van de Amerikanen. Nu nog bewaakt SDF de gevangenissen en kampen waar tienduizenden IS-strijders en hun families worden vastgehouden. De afgelopen jaren konden de Koerden rekenen op financiële én politieke steun in hun conflict met Turkije. Maar afgelopen februari kwam het werk in onder meer het Al-Hol gevangenkamp al gedeeltelijk stil te liggen vanwege een bevriezing van Amerikaanse ontwikkelingshulp. Hoewel de regering-Trump sindsdien de relevante betalingen heeft hervat, is het nog maar de vraag wat er gebeurt met de overige Amerikaanse steun aan de Koerdische strijdgroepen. In totaal bedroeg dat vorig jaar zo’n 186 miljoen dollar (170 miljoen euro).

Naast het akkoord met de Koerdische strijdgroepen, zal Al-Sharaa ook afspraken moeten maken met de druzische gemeenschap in het zuiden van het land, die na dertien jaar ook grotendeels buiten staatsgezag valt. Verschillende Arabische media meldden dinsdag dat er een deal op handen is met de druzen in de Sweida-provincie. Hierbij zou het Syrische leger het gebied mogen binnen trekken en zullen overheidsinstanties weer opengaan.


Japanse overheid tast in rijstreserve om prijzen te dempen

Doordat handelaren het aanbod kunstmatig laag houden, is de rijst in Japan flink duurder geworden. De Japanse regering spreekt nu haar noodreserves aan om de kostenstijging van deze eerste levensbehoefte een halt toe te roepen.

Dat er een tekort is, is op het eerste gezicht verrassend: rijstboeren produceerden afgelopen jaar juist 180.000 ton rijst meer dan het jaar ervoor. Maar vanwege tegenvallende verkoopcijfers en onverkochte voorraden kochten handelaren honderdduizenden tonnen minder rijst in, waardoor er minder beschikbaar was voor restaurants, supermarkten en consumenten.

Gevolg: de prijs van een zak rijst van vijf kilo is in het afgelopen jaar bijna verdubbeld tot omgerekend zo’n 24 euro. Voor veel Japanners is dit basisvoedsel, dat dagelijks op tafel staat, niet meer te betalen.

Hoewel de verkoop in de laatste maanden weer stabiliseerde, houden handelaren het aanbod nog altijd beperkt om de prijzen omhoog te duwen. Zo hopen ze eerdere verliezen te compenseren. Als ze hun eigen voorraden op de markt zouden brengen, levert het een plotselinge overaanbod juist weer een pijnlijke prijsdaling op.

Drie miljard porties

De overheid ziet zich nu genoodzaakt om in te grijpen. Maandag begon de regering, als laatste redmiddel om de rijstinflatie af te remmen, met de veilig van een deel van de nationale rijstvoorraad. In totaal verkoopt ze nu 210.000 ton uit eigen beheer, bijna drie miljard eenpersoonsporties rijst. Zo moeten kunstmatige tekorten worden bestreden die zijn ontstaan door de speculerende handelaren.

Landbouwminister Tetsuro Eto had de veiling van een deel van de nationale rijstvoorraad openbaar in februari al aangekondigd. „Andere opties zijn er niet, de prijzen zijn nu te hoog”, verklaarde hij tijdens een recente persconferentie.

Japan houdt al decennia een nationale rijstvoorraad aan als verzekering tegen mislukte oogsten en natuurrampen. Jaarlijks wordt tweehonderdduizend ton rijst opgeslagen, verspreid over meer dan driehonderd depots in het land. In totaal beschikt de overheid over ongeveer een miljoen ton, voldoende om de hele bevolking vijf jaar lang te voeden.

Zware aardbevingen

De laatste keren dat de regering rijst uit deze noodvoorraad vrijgaf, was na de grote aardbevingen in 2011 en 2016. Nu wordt de rijstvoorraad voor het eerst gebruikt als economisch instrument om de markt te stabiliseren.

Het is een moeizaam besluit geweest. Al in augustus riepen handelsorganisaties op om rijst vrij te geven en groothandelaren zo te dwingen hun voorraden op de markt te brengen. Het ministerie van Landbouw schoof de beslissing lang voor zich uit.

Ook rijstboeren hebben namelijk voordeel van de hoge prijzen. Loonsverhogingen, duurdere kunstmest en verhoogde transportkosten zijn slechts een paar van de financiële klappen die zij in het afgelopen jaar moesten opvangen. Zij kunnen de meevaller van de hogere rijstprijs dus goed gebruiken.

Bovendien vreesde de overheid voor onvoorspelbare prijsschommelingen. Het kwam de overheid op veel kritiek te staan. Terecht, erkende minister Eto tegenover de pers: „We hadden eerder moeten ingrijpen.”

Kunio Nishikawa, econoom en rijstmarktexpert aan de Universiteit van Ibaraki, acht de kans groot dat er een prijsdaling aankomt: „De aanwezigheid van extra rijst is een geruststellend signaal aan de markt, wat speculatie kan afremmen”, zei hij tegen publieke zender NHK.

Maar het gaat nog een maand duren voordat de eerste geveilde rijst in de supermarktschappen ligt.

Bovendien wil de overheid de vrijgegeven hoeveelheid rijst binnen een jaar weer terugkopen. En om plotselinge prijsdalingen te voorkomen, moedigt het ministerie van Landbouw boeren aan dit jaar niet méér te produceren dan de geschatte vraag, waarmee de regering de rol van de speculerende groothandelaar lijkt te hebben overgenomen.


Opinie | Meghans nieuwe serie kan op weinig ‘love’ rekenen

De ene recensent wil graag „bewijs zien” dat de kinderen van Meghan Markle inderdaad al die groente eten die ze voor hen klaar maakt. De ander vindt vooral haar „gebrek aan humor, ironie, zelfbewustzijn” storend. Weer een ander vraagt zich af waarom de serie deels als kookprogramma wordt gebracht, „terwijl ze niet bijzonder goed is in koken of het erg leuk lijkt te vinden, op wat groenten of fruit op dienbladen rangschikken na”.

Sinds afgelopen week is op Netflix With Love, Meghan te zien, de nieuwste televisieserie van de echtgenote van de Britse prins Harry. In elke aflevering ontvangt de Amerikaanse vrienden of kennissen en deelt ze intussen kook- en leefstijladviezen. Ze komt met tips voor het inpakken van cadeautjes, kinderfeestjes of bloemschikken, en doet voor hoe je een pot vers badzout voor je gasten maakt.

De serie krijgt er in de Britse pers opgewekt en vilein, maar genadeloos van langs. Van nieuwssite The Independent krijgt de „huishoudelijke godin”, een verwijzing naar de wél populaire Britse chef Nigella Lawson, één ster. Ook dagblad The Guardian geeft er één. Het koningsgezindere The Daily Telegraph is iets guller en geeft er twee, net als de krant The i Paper. Die laatste schrijft: „Het is al te makkelijk om Meghan Markle te beschimpen. Helaas is het zowel nodig als onvrijwillig bij het kijken naar With Love, Meghan.”

Meghan kan al sinds zij en prins Harry hun officiële koninklijke functies opzegden, inmiddels vijf jaar geleden, weinig goed meer doen bij de meeste Britse media. En evenmin bij de Britten zelf. In een recente populariteitsranglijst van leden van het koninklijk huis staat Meghan zelfs lager dan prins Andrew, de jongere broer van koning Charles die zijn koninklijke titels kwijtraakte door verdenkingen van seksueel misbruik. Eind vorig jaar kwam daar nog nieuwe ophef rond Andrew bij, omdat hij bevriend zou zijn geweest met een vermeende Chinese spion.

Harry en Meghan wonen alweer jaren in Californië met hun twee kinderen en zijn nog maar heel af en toe in het VK. Met hun productiebedrijf Archewell Productions maken ze documentaires, podcasts en kinderprogramma’s, maar groot succes hebben ze nog niet. Zoals The Telegraph constateert: „We kunnen gerust zeggen dat de verbannen royals Hollywood niet echt hebben veroverd.” Om vervolgens al hun flops eens uitgebreid op een rij te zetten.

Slechte relatie

De kritiek op With Love, Meghan komt erop neer dat de hertogin van Sussex wereldvreemd overkomt in het speciaal voor haar serie gehuurde landhuis in Montecito, een dure buurt van Los Angeles. Ze geeft vanuit haar enorme tuin vol bramenstruiken, citroenbomen en bakken met sla de tip aan „Londenaren of anderen die klein wonen” om toch íéts van een plantenbak op hun balkon te zetten.

Maar de Britse weerzin tegen Meghan gaat dieper. Waar ze in de eerste jaren van haar relatie met Harry als verfrissend werd gezien, veranderden na verloop van tijd de verhoudingen, zowel met het koningshuis als die met de Britse pers. Prins Harry had al veel langer een slechte relatie met de tabloidpers en al snel gold dat ook voor Meghan. Harry komt overigens alleen in de laatste aflevering voor, waarin Meghan een brunch voor vrienden houdt met quiche en zelfgebakken koekjes met gedroogde bloemetjes.

„Meghan heeft het spel nooit begrepen”, schreef The London Standard deze week in een analyse over de verstoorde relatie tussen Meghan, in de meritocratische Verenigde Staten opgegroeid, en de rest van de koninklijke familie, die er juist zo van doordrongen is dat ze in een gouden kooi leven. „Van koninklijke huize zijn betekent dat je niet geliefd bent om wie je bent: in feite wordt je geen ‘zelf’ gegund.” Maar de haat tegen Meghan, stelde The London Standard ook vast, „is buiten alle proporties in vergelijking met wat ze echt heeft gedaan” en dus moeten „racisme en ouderwets snobisme” meespelen. Hoe dan ook: „Er zit iets tragisch aan Meghan die rondhangt in haar geleende keuken en doet alsof ze gelukkig is.”


De economische trekzaag van Trump begint zijn sporen na te laten

Het is inmiddels een vertrouwd beeld: de Oval Office, het kantoor in het Witte Huis van de president van de Verenigde Staten. Aan tafel de president zelf, een legertje getrouwen er omheen. Daar tegenover: ruim een dozijn journalisten. Op tafel: een berg mappen, decreten, executive orders. Al babbelend zet Donald Trump de ene na de andere handtekening onder een nieuwe maatregel.

Trump zorgde de afgelopen week eigenhandig voor schokgolven in de mondiale economie. De aankondiging van de importheffingen voor Canada, Mexico en China bracht onrust en onzekerheid bij beleggers, maar ook bij Amerikaanse bedrijven en consumenten. Als importeren duurder wordt, wordt alles duurder in de VS. En dat is slecht nieuws voor de economie.

Een dag na de invoering waren de tarieven alweer deels afgezwakt, of uitgesteld. Dat zorgt voor een dieper liggend probleem: er is simpelweg geen peil meer te trekken op het Amerikaanse economische beleid. In de Financial Times zei een ondernemer die in de Amerikaanse auto-industrie werkt: „Er waren drie veranderingen in 24 uur die ons raakten, en dat is een beetje verontrustend. We kunnen op dit moment niet raden wat, hoe of wie. Het gaat heen en weer als een trekzaag.”

Trump zelf is ervan overtuigd dat zijn beleid banen oplevert en de VS rijker maakt. Maar hij lijkt daarin de enige. In de echte economie, de werkelijkheid van alledag, begint Trumps gezigzag zijn sporen na te laten – en niet op de manier waarop de president had gehoopt. Investeerders, consumenten en bedrijven vertonen de eerste tekenen van afkeer en wantrouwen. Een week vol onrust in zeven grafieken.

Verkiezingswinst op de beurzen verdampt

Een handelsoorlog zoals Trump die lijkt te willen ontketenen met vriend en vijand, hakt er diep in bij beleggers. Alle mooie woorden ten spijt, kleuren de koersborden de laatste dagen vooral dieprood. Het aanvankelijk enthousiasme voor Trump dat na zijn verkiezing in november de aandelenkoersen opstuwde, is nagenoeg compleet verdwenen. De belangrijke S&P500-index verloor de laatste weken vele procenten.

(GRAFIEK S&P en AEX!)

En niet alleen de beurskoersen worden geraakt. Het gedreig met importheffingen schopt ook de markt voor grondstoffen en voedsel in de war. De prijzen van Amerikaans graan daalden afgelopen week sterk, uit angst voor een aanbodoverschot op de wereldmarkt. Als Amerika de import van graan duurder maakt, zal dat zijn weg vinden naar andere markten. Dat drukt de prijzen.

chart visualization

Ook de prijzen van maïs, tarwe en sojabonen zijn sinds half februari fors gedaald. Nadat Trump de importtarieven aan het eind van de week afzwakte, zou normaal gesproken enig herstel te zien moeten zijn. Dat kwam er ook, maar stond in geen verhouding tot de prijsdalingen van de weken daarvoor. Dat toont wel aan dat handelaren de onzekerheid zwaarder laten wegen dan Trumps woorden.

Vertrouwen Amerikanen lager

Koersen en voedselprijzen gaan altijd omhoog en omlaag. Maar ook Amerikaanse consumenten beginnen Trumps wispelturigheid te voelen en dat maakt ze somberder over de toekomst. Dat is al terug te zien in de maandelijkse consumentendata. Uit cijfers van de Federal Reserve van St. Louis blijkt bijvoorbeeld dat de consumentenbestedingen in januari zijn gedaald met 0,2 procent – de grootste daling sinds januari 2021.

(GRAFIEK CONSUMENTENBESTEDINGEN)

Zorgelijker is misschien nog wel dat het consumentenvertrouwen ook omlaag is gegaan, voor de tweede maand op rij. Uit het maandelijkse onderzoek naar consumentenvertrouwen van de Universiteit van Michigan blijkt dat het vertrouwen met 10 procent gedaald is ten opzichte van vorige maand. De verwachtingen voor persoonlijke financiën en de economische vooruitzichten op korte termijn daalden beide met bijna 10 procent in februari, terwijl de economische vooruitzichten op de lange termijn met ongeveer 6 procent terugvielen, naar de laagste waarde sinds november 2023. Gewone Amerikanen maken zich dus concrete zorgen over het effect dat Trumps acties op hun levensonderhoud zullen hebben. Ze beginnen hun uitgaven te beperken, wat de economische groei verder kan drukken.

chart visualization

Sombere verwachtingen

Het begint erop te lijken dat men het geloof in Trump aan het kwijtraken is als het over de economie gaat. Gevraagd naar hun verwachting over de inflatie de komende maanden, zegt inmiddels een ruime meerderheid van de Amerikanen te verwachten dat die fors zal toenemen. De Universiteit van Michigan peilde dat de verwachte inflatie inmiddels 4,3 procent bedraagt, een vol procentpunt hoger dan een maand geleden. Grappig is wel dat Democraten een stuk pessimistischer zijn over de inflatie dan Republikeinen. Ongeveer driekwart van de Democraten verwacht dat importheffingen tot hogere prijzen zullen leiden, bij de Republikeinen is dat minder dan de helft.

(GRAFIEK VOORSPELLING GDP FED ATLANTA)

Dit alles zet een rem op de zo bejubelde Amerikaanse groeicijfers. Uit zogenoemde high frequency-data van de Federal Reserve van Atlanta blijkt dat de economische groei in het eerste kwartaal van dit jaar een enorme duikvlucht neemt. De cijfers, verzameld uit economische activiteiten zoals boodschappen en andere transacties, suggereren zelfs een krimp van 2 procent ten opzichte van een kwartaal eerder. Sommige economen in de VS vrezen al een door heffingen veroorzaakte recessie.

Schokgolf over de wereld

Ook beleid dat niet primair economisch lijkt, heeft grote consequenties. Sinds president Zelensky vorige week een oorwassing kreeg van Trump en zijn vice-president JD Vance, is het vraagstuk van veiligheid wereldwijd hoog op de agenda gekomen. Het leidde er deze week toe dat de notoir zuinige Duitsers hun befaamde schuldenrem op de begroting deels loslaten als het om defensie-uitgaven gaat. Duitsland gaat dus veel meer lenen dan voorheen, en dat liet beleggers niet onberoerd. De rente op de 10-jaars Duitse staatsobligaties, een van de belangrijkste benchmarks op de Europese obligatiemarkten, schoot omhoog. De Duitse regering betaalt inmiddels 2,9 procent rente over een lening. Een week geleden was dat nog 2,4 procent. Een ongekende sprong van 0,5 procentpunt. Behalve tijdens de coronaperiode kende Duitsland sinds de eurocrisis niet zo’n hoge rente op staatsleningen.

chart visualization

In de slipstream van de Duitse rente, werden ook alle andere Europese staatsobligaties mee omhoog getrokken. En dat gaan Europeanen merken. Want de rente die op de markten betaald wordt voor staatsleningen zet de toon voor leningen van bedrijven en particulieren. Zo bezien zet Trump met zijn Oekraïne-diplomatie zelfs de Nederlandse hypotheekrente in gang: banken en andere hypotheeknemers verwachten een stijging van de rente.

Gedwongen daadkracht EU

Wat Duitsland in het klein deed met de schuldenrem, gebeurde donderdag in Brussel in het groot. In reactie op het Amerikaanse isolationisme en openlijke flirts met het opgeven van de NAVO, zet de Europese Commissie grootschalig in op strategische en militaire autonomie. Primair om Oekraïne te kunnen blijven steunen, maar zeker ook om de eigen verdediging na decennia van verwaarlozing in rap tempo op te krikken.

Op advies van Ursula von der Leyen zet Brussel nu 150 miljard klaar – geld dat gezamenlijk geleend moet worden op de kapitaalmarkten – en liggen er plannen dat aan te laten vullen tot 800 miljard door de lidstaten zelf. Dat geld moet dan als het enigszins lukt ook uitgegeven worden bij Europese defensiebedrijven. Dat miste zijn uitwerking niet: aandelen in Rheinmetall, het grootste defensiebedrijf van Duitsland, sloten donderdag 15 procent hoger dan aan het begin van de week, Leonardo in Milaan zelfs 17,3 procent. Het Franse Thales pakte ook bijna 17 procent en het Zweedse Saab steeg 11,6 procent. De Europese index voor ruimtevaart en defensiebedrijven had een topweek en stond vele procenten in de plus.

chart visualization

Van de weeromstuit beleeft de euro zijn beste week sinds de financiële crisis van 2008. Ten opzichte van de dollar klom de Europese eenheidsmunt met 4,5 procent. De forse sprong is vooral te danken aan het feit dat Europa weer groeiperspectief ziet dankzij de forse investeringen (in defensie en onder meer infrastructuur) die gepland staan. En ook de afzwakkende Amerikaanse economie maakt dat Europa er relatief gezien weer beter voor staat. Het zal vast niet de bedoeling zijn van Trump, maar als hij zo doorgaat wordt MAGA vanzelf MEGA. Met de E van Europa.


China wil zich beschermen tegen geopolitieke turbulentie en economische afhankelijkheid

Tijdens China’s jaarlijkse Volkscongres ging het deze week veel over Amerika, al dan niet direct. „Het is een fantasie als een land denkt dat het China klein kan houden en tegelijk goede relaties met China kan onderhouden”, zei buitenlandminister Wang Yi vrijdag tijdens een persconferentie. Een dag eerder had minister van Handel Wang Wentao al gewaarschuwd dat China liever geen handelsoorlog met Amerika wil, maar „als de VS de verkeerde weg op willen gaan, dan loopt China mee tot het eind”.

Terwijl de VS heffingen op invoer uit Canada en Mexico de afgelopen dagen opnieuw uitstelden, ging een nieuwe Amerikaanse heffing van 10 procent op Chinese goederen dinsdag wel in. In het antwoord op Trumps handelspolitiek balanceert de Chinese overheid tussen angst voor escalatie, die slecht is voor de Chinese economie, en de noodzaak om stevig te lijken – ook voor de eigen inwoners. Relatief gematigde tegenmaatregelen worden daarom afgewisseld met felle opmerkingen.

Lees ook

Deze Chinese maatregelen doen de Verenigde Staten nog niet écht pijn

China heeft nog een hoop tegenmaatregelen in de achterzak als de handelsoorlog met de VS verder escaleert. Foto Andy Wong/AP

Tijdens het congres werden de details en de begroting van China’s binnenlandse agenda voor het komende jaar aangekondigd. Zoals verwacht wordt er flink geïnvesteerd in zaken als defensie, waarvoor het budget met 7,2 procent omhoog gaat, en wetenschap en innovatie (10 procent). Zo werd er een nieuw kapitaalfonds van 1.000 miljard yuan (127 miljard euro) aangekondigd om innovatie in „harde technologie” te financieren, met een focus op kunstmatige intelligentie, kwantumcomputers en schone energie.

Zelfvoorzienender

Analisten keken ook uit naar meer details over fiscale steun voor China’s kwakkelende economie, een topprioriteit voor het land. Een opvallende maatregel is dat China komend jaar voor het eerst een begrotingstekort van 4 procent van het bnp accepteert, 1 procent meer dan tot nu toe. Dat levert het land een financiële ruimte van omgerekend ongeveer 200 miljard euro op, om door middel van leningen economische groei te stimuleren en om de impact van de Amerikaanse importheffingen te verzachten. Lokale overheden mogen ook meer obligaties uitgeven. Slechte leningen die de economie naar beneden trokken moeten zoveel mogelijk opnieuw worden gefinancierd.

De Chinese buitenlandminister Wang Yi stond vrijdag de pers te woord. China biedt volgens hem ‘zekerheid in een onzekere wereld’.
Foto Jade Gao/AFP

Het land streeft komend jaar naar een groei van het bnp van „ongeveer 5 procent”, vergelijkbaar met vorig jaar. Volgens Lynn Song, China-econoom voor ING, laat dat doel zien dat China bereid is om „assertiever beleid” te voeren om het groeiniveau in het komende jaar zoveel mogelijk vast te houden, ondanks het lage consumentenvertrouwen in eigen land en onverwachte buitenlandse schokken, zoals die van de Amerikaanse maatregelen.

De plannen passen in China’s strategie om zelfvoorzienender te worden, en vooral de afhankelijkheid van Amerika geleidelijk te verkleinen.

Lees ook

China wil niet de leider van de nieuwe wereldorde zijn

Afgevaardigden van de strijdkrachten op weg naar een vergadering in Beijing, waar deze week het Nationaal Volkscongres bijeenkomt.

Oekraïne

De Chinese investeringen staan in flink contrast met de scherpe bezuinigingen op de overheidsuitgaven die de nieuwe Amerikaanse regering doorvoert. Ook wat betreft buitenlands beleid nam buitenlandminister Wang de gelegenheid te baat om China te presenteren als een stabiele factor in een turbulente wereld.

„Wij zullen zekerheid bieden in een onzekere wereld”, zei Wang vrijdag in een gesprek met journalisten. Hij verwees naar de oorlog in Oekraïne, waar China volgens hem „een constructieve rol” wil spelen in een vredesproces. China stelt zich officieel neutraal op in het conflict, maar heeft in de praktijk Rusland, waarmee het volgens Wang een „volwassen en veerkrachtige” band heeft, van onontbeerlijke economische steun voorzien.

Minder vredelievend klonk Wang over conflicten waarbij China zelf betrokken is

Wang zei dat hij „vertrouwen had in Europa”, maar herhaalde niet zijn eerdere uitspraak dat Europa in eventuele onderhandelingen over een wapenstilstand een rol zou moeten spelen. Dat zei hij vorige maand op de Veiligheidsconferentie in München. China’s gezant voor Europese Zaken Lu Shaye zei woensdag in de marge van een paneldiscussie met diplomaten in Beijing tegen de South China Morning Post wel dat een oplossing van de oorlog „niet alleen door de VS en Rusland besloten moet worden”. Hij noemde de Amerikaanse opstelling „vanuit Europees perspectief verschrikkelijk”.

Afgevaardigden van de strijdkrachten arriveerden woensdag bij de openingsceremonie van het Nationaal Volkscongres in Beijing.
Foto Wang Zhao/AFP

Taiwan

Minder vredelievend klonk Wang over conflicten waarbij China zelf betrokken is. Over spanningen in de Zuid-Chinese Zee, waar China en onder meer de Filippijnen voortdurend – soms letterlijk – strijden om het gezag om eilandjes en de wateren daaromheen, waarschuwde Wang dat „provocaties averechts werken” en dat het conflict wordt aangewakkerd door „externe krachten”.

Ook voor Taiwan, het democratisch bestuurde eiland dat China als afvallige provincie beschouwt, had Wang ferme woorden: „Taiwan is nooit een land geweest, niet in het verleden en niet in de toekomst.” Steun voor Taiwans onafhankelijkheid is „spelen met vuur”, waarschuwde Wang.


Brussels auto-actieplan is balanceeract tussen concurrentie en groene doelen

Officieel heet het een ‘industrieel actieplan’ voor de autosector. Een betere titel zou misschien zijn: hoe krijgt Europa de Chinezen eronder? Het antwoord: met subsidies, een beetje dwang en wat minder strenge uitstootnormen.

Woensdag presenteerde de Europese Commissie de langverwachte plannen voor de Europese autosector. Het is de eerste in een strategieënregen voor uiteenlopende industriesectoren; later dit jaar volgen bijvoorbeeld nog staal en chemie. De bedoeling: de geplaagde industrie van het continent weer concurrerend maken.

Met de autosector gaat het niet best. Europese fabrikanten krijgen hun elektrische modellen niet verkocht en slagen er niet in goede software te schrijven. Grote fabrikanten als Volkswagen schrappen banen, net als minder bekende toeleveranciers. Pogingen om een eigen batterijketen op te zetten, haperen ook.

Dit alles bedreigt de welvaart van Europa, volgens de Commissie (en trouwens ook de „identiteit”, aldus het actieplan). Cijfers over het belang van de sector lopen uiteen, maar Eurocommissaris Apostolos Tzitzikostas (Duurzam Transport) hield het woensdag bij de presentatie op meer dan 13 miljoen directe en indirecte banen, en 7 procent van het bbp.

Met zoveel woorden zegt de Commissie het niet, maar ze ziet duidelijk Chinese auto- en batterijbedrijven als grote bedreiging. Door „overzeese concurrenten” die staatssteun ontvangen, dreigen Europese bedrijven achterop te raken bij batterijproductie (niet in de laatste plaats vanwege slechtere toegang tot grondstoffen) en bij goedkope – en in de toekomst wellicht zelfrijdende – elektrische auto’s.

Een van de grootste angstgegners is het Chinese BYD, dat allerlei technische snufjes aanbiedt – van karaoke tot rij-assistentie – voor een fractie van de prijs van Europese elektrische modellen. Vorig jaar introduceerde de EU al importheffingen op batterij-automerken uit China, met een beroep op de staatssteun uit Beijing. Het actieplan van woensdag is de positieve tegenhanger van deze aanpak: met alleen het weren van je concurrent kom je er niet, je moet ook zelf verbeteren.

De Commissie doet een aantal voorzetten, die uiteenlopen van voorspelbaar tot opmerkelijk. Zo moet Europa aantrekkelijker worden als testlocatie voor zelfrijdende voertuigen – iets waar China en de VS nu ver in voorlopen. Er komen drie landsgrensoverschrijdende gebieden waar autofabrikanten hiermee aan de slag kunnen („middelgrote steden” kunnen zich melden). De Commissie wil ook een programma opzetten om fabrikanten meer te laten samenwerken bij het ontwikkelen van autosoftware.

Verder wil Brussel op nieuwe manieren de vraag stimuleren naar elektro-auto’s. Mensen met lagere inkomens moeten stekkerauto’s kunnen leasen tegen een laag tarief, geholpen door subsidies. De Commissie wil ook bedrijven dwingen tot versnelde elektrificatie van wagenparken, middels een nieuw in te voeren wet.

Batterijen zijn een cruciaal ‘strijdperk voor toekomstige werkgelegenheid en waardecreatie’

Europese Commissie

Respijt van uitstootnormen

Een van de belangrijkste delen van het plan bracht Commissievoorzitter Ursula von der Leyen maandag al naar buiten. Automakers krijgen voorlopig respijt van nieuwe CO2-uitstootnormen die in 2025 al zouden ingaan. Fabrikanten als Volkswagen dreigden naar eigen zeggen forse boetes te krijgen aan het einde van dit jaar omdat ze niet genoeg elektrische auto’s verkochten en daardoor de normen niet zouden halen.

Dat gebeurt voorlopig niet. Volgens de Commissie kunnen de fabrikanten dit geld beter in innovatie steken. „We moeten pragmatisch zijn”, zei Tzitzikostas woensdag. De autobouwers kunnen hun prestaties voor dit jaar verrekenen met de komende twee jaar: als ze in de volgende jaren juist extra goed presteren, wordt een eventuele boete kwijtgescholden.

Vanuit milieugroeperingen kwam hier eerder in de week felle kritiek op. De Europese ngo Transport & Environment sprak van een ongekend „cadeau” aan de sector, dat Europese fabrikanten juist op achterstand zal zetten bij hun Chinese concurrenten. Ook koplopers in de elektrische markt (zoals Volvo), die wel aan de normen voldoen, hadden liever gezien dat hun investeringen waren beloond door de boetes in stand te houden.

Opvallend is verder dat de Europese Commissie van geen afstel wil weten bij het opzetten van een Europese batterijketen. In 2024 bleek hoe moeilijk dit is, toen Europa’s grote batterijbelofte Northvolt in zware problemen kwam. Het bedrijf werkt aan een financiële herstructurering, maar een faillissement hangt nog altijd in de lucht. Ondertussen winnen Aziatische fabrikanten terrein, waaronder het Chinese CATL, dat in de EU fabrieken bouwt.

Toch mag dit Europa echt niet ontglippen, aldus de Commissie. Batterijen zijn een cruciaal „strijdperk voor toekomstige werkgelegenheid en waardecreatie”. De Commissie trekt er 1,8 miljard euro voor uit, bovenop bestaande bedragen, met name voor onderzoek, en „gaat kijken” naar directe financiële steun voor fabrikanten die in Europa batterijen willen maken.

Ook partijen van buiten de EU kunnen daarvoor in aanmerking komen – als ze maar samenwerken met Europese partijen en kennis delen. Dat is een omkering van hoe China westerse bedrijven jarenlang dwong tot kennisdeling.

Verbrandingsmotor

In de formulering ‘gaat kijken’ zit ook direct een van de problemen met het actieplan. Veel is nog vaag. Van de wet die bedrijfswagenparken moet elektrificeren is nog geen letter bekend. De Commissie gaat lidstaten „aansporen” om de leaseplannen voor lagere inkomens uit te voeren. Maar willen alle landen hiervoor betalen?

Het actieplan biedt ook nog geen volledige duidelijkheid over hoe hard het verbod op de brandstofmotor per 2035 blijft. Vanuit de auto-industrie was de laatste maanden een stevige lobby op gang gekomen om aan deze datum te morrelen. Door de hernieuwde aandacht voor Europese concurrentiekracht en de zorgen over de auto-industrie leek dit opeens mogelijk, soms tot verbazing van lobbyisten zelf.

Lees ook

De Friese boer die de brandstofmotor uit Europa verdreef – of toch niet?

Een benzinemotor begin jaren tachtig. Foto ANP/Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid

Woensdag benadrukte Eurocommissaris Tzitzikostas herhaaldelijk dat de datum staat. Wel komt er een versnelde ‘review’ van het voorstel. Daarmee staat de deur op een kier voor controversiële ‘e-fuels’ als methode om het doel te halen. E-fuels maak je met elektriciteit uit bijvoorbeeld CO2 en zijn in theorie relatief schoon. Experts zijn echter overwegend kritisch; ze zijn duur en het kost erg veel stroom om ze op te wekken. Voor fabrikanten zijn e-fuels juist aantrekkelijk: ze bieden hoop voor de brandstofmotor.

Het actieplan is zo een product van de huidige tijdgeest in Brussel. De Europese Commissie wil zijn groene doelen niet van tafel vegen, maar probeert tegelijkertijd meer ruimte te geven aan de wensen van het bedrijfsleven. Die balanceeract zal de komende jaren vaak terugkeren, ook bij andere industrieën.


Dwarsligger Orbán moet als ‘stem van Trump en Poetin’ op Europese top weer effectief onklaar worden gemaakt

De Hongaarse premier Viktor Orbán staat niet bepaald bekend als smid van de Europese eenheid. Al jaren is hij een dwarsligger in Brussel, vaak met een veto-dreiging in de Europese Raad op zoek naar wisselgeld. In aanloop naar de EU-top donderdag zet hij de Europese verhoudingen weer op scherp, al verbaast het vriend noch vijand.

Orbán kiest openlijk de kant van de Verenigde Staten. „Hij is de stem van Trump en Poetin”, aldus András Bozóki, hoogleraar politicologie aan de Central European University (CEU) in Wenen. Dat is „zorgelijk”, juist nu het zo belangrijk is dat Europa met één stem spreekt. Orbán spoort Europa aan om „het voorbeeld van de VS” te volgen.

In een brief die Orbán verstuurde aan de Europese Raad zinspeelt hij op een „verdeeld Europa” als Brussel niet met Rusland om de tafel gaat met als inzet een „staakt-het-vuren en duurzame vrede”. Over het topoverleg in Londen, waar afgelopen zondag de regeringsleiders van negentien landen zonder hem de steun aan Oekraïne bespraken, schreef Orbán na afloop op X dat de Europese leiders „besloten hebben door te willen gaan met oorlog, in plaats van te kiezen voor vrede”.

Kan Orbán donderdag bij de speciaal ingelaste Europese top over de nieuwe wereldoorlog en veiligheid de plannen van de Commissie dwarsbomen, na dreiging met zijn vetorecht? Volgens een EU-diplomaat wordt in Brussel momenteel „voortdurend over Orbán gesproken”. De Franse president Emmanuel Macron dineert woensdag met de Hongaarse leider in Parijs, in de hoop de plooien in de aanloop naar de top glad te strijken. Een omgang met Orbán die wel vaker voorkomt vlak voor een EU-top.

António Costa – voorzitter van de Europese Raad, aan wie Orbáns gelekte brief was gericht – reageerde maandag nuchter. In zijn antwoord aan Orbán schreef hij: „Er bestaat een brede consensus dat Europa meer soeverein moet worden.” En: „We willen allemaal een staakt-het-vuren en duurzame vrede.” Maar, zo voegde hij toe tijdens een bezoek aan Moldavië deze week: „Vrede is niet slechts een staakt-het-vuren dat Rusland de tijd gunt om sterker te worden.” Zonder defensie is vrede „een illusie”, aldus de voorzitter van de Raad, die inzet op meer militaire en financiële steun aan Kyiv.

Antonio Costa, voorzitter van de Europese Raad, op een persconferentie maandag in Moldavië. Zonder betere defensie van de EU-landen is vrede een illusie, zei hij daar. Foto Vladislav Culiomza / Reuters

Orbán werd door Steve Bannon, Trumps voormalig adviseur, ‘Trump before Trump’ genoemd. Maar terwijl president Trump Europa op zijn grondvesten doet schudden, is Orbáns grip op Europa „gering”, volgens de Hongaarse hoogleraar Bozóki. „Hij kan er wel voor zorgen dat de EU geen unanieme keuze maakt. De EU moet het dan doen met een coalition of the willing.”

Orbáns tegensputteren zit hem vooral in het geopolitieke signaal dat de EU af wil geven omtrent Oekraïne, waarbij de EU Oekraïne ‘onvoorwaardelijk steunt’. Mocht Orbán dwars blijven liggen, dan is het denkbaar dat de overige 26 landen een verklaring uitgeven. „In het verleden zijn we er altijd wel weer uitgekomen”, aldus een diplomaat. Aangezien er donderdag geen directe beleidsmaatregelen gekoppeld zijn aan de meerderheidssteun, levert dit geen praktische problemen.

Verdedigingsplan

Dinsdag presenteerde Commissievoorzitter Ursula von der Leyen alvast het defensieplan ReArm Europe, waarbij de verdediging van Europa met 800 miljard euro moet worden opgekrikt in de komende jaren. Zo’n 150 miljard euro moet via een nieuw leningenfonds lopen. Maar zowel het aangaan van gezamenlijke leningen als een gedeelde defensiestrategie voor de Russische oorlog in Oekraïne liggen politiek gevoelig op nationaal niveau. De regeringsleiders die elkaar donderdag treffen, moeten instemmen met het miljardenplan, dat qua grootte en urgentie doet denken aan het coronaherstelfonds na de pandemie.

Hongarije lijkt de verdere opbouw van een Europese defensie-industrie te steunen. Al heeft Brussel Orbán – en het gelijkgestemde Slowakije, onder aanvoering van premier Robert Fico –  hierbij niet per se nodig. Het defensieplan van de Commissie vereist geen unanimiteit, slechts een meerderheidsbesluit. Om het Europese handelen te versnellen, wordt daarbij een beroep gedaan op Artikel 122 uit het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, dat kan worden ingezet bij noodsituaties. Ook het Europees Parlement kan daarmee worden omzeild.

Dat is „een verontrustende ontwikkeling”, zegt Sophie in ’t Veld, Volt-politica en twintig jaar lang Europarlementariër (2004-2024). „De macht komt steeds meer te liggen bij de Europese Raad en de regeringsleiders. Al is snelheid geboden, dit mag niet leiden tot zwakkere democratische normen. Mogelijke verspilling, fraude en corruptie liggen hierbij op de loer.”

‘Outsider’ Hongarije, dat steeds dreigt met een tegenstem, laat volgens In ’t Veld „zien dat het huidige Europese vetosysteem niet werkt”. „Orbán is het probleem niet, hij legt slechts een zwakte bloot door luid te zijn. Dat wil niet zeggen dat de andere lidstaten geen druk uitoefenen of een ruilmiddel inzetten als het gaat om hun stem, Nederland net zo goed.”

Orbán speelt met zijn gedrag Poetin en Trump in de kaart, vindt politicoloog Bozóki. Die zijn gebaat bij Europese verdeeldheid. De Hongaarse leider – sinds 2010 premier, en daarmee de langstzittende regeringsleider van Europa – wordt gezien als een autocraat aan het hoofd van een zelfverkondigde ‘illiberale democratie’, die floreert bij de gratie van een vijandbeeld. Maar ondanks het Brusselse lidmaatschap maakt de Hongaarse premier van de ‘Europese elite’ graag zijn vijand.

Volgens Bozóki probeert Orbán met zijn Oekraïne-standpunten – hij riep al eerder op tot een staakt-het-vuren en is kritisch over wapensteun aan Kyiv, sancties van EU-landen tegen Rusland en een mogelijk NAVO-lidmaatschap voor Oekraïne – vooral zijn nationale agenda te redden. Hongarije gaat in 2026 opnieuw naar de stembus – en Orbán zijn populariteit begint af te nemen. Volgens het laatste onderzoek van het Hongaarse peilinginstituut Medián staat de centrumrechtse Tisza-partij van oud-partijgenoot Peter Magyar op 47 procent van de stemmen, tegen Orbáns Fidesz-partij op 36 procent. Bozóki: „Hij is een doodlopende weg ingeslagen. Dit is zijn laatste kans: met Rusland aan zijn zijde zet hij in op technologische hulp om zijn bereik online te vergroten en de narratief te beïnvloeden, met de VS hoopt hij op geld om de bevolking om te kunnen kopen.”

Hij besluit: „Orbán staat niet voor Europa of voor wie dan ook, hij vertegenwoordigt slechts zichzelf”. Met een groeiend gevoel van urgentie onder de Europese bevolking om verenigd actie te ondernemen op defensievlak kiest de Hongaarse premier daarmee een minderheidsstrategie.


China wil niet de leider van de nieuwe wereldorde zijn

Als je rivaal zichzelf te kijk zet, kun je het beste achteroverleunen en het laten gebeuren. Dat lijkt het Chinese antwoord op de onzekerheid die de Amerikaanse president Donald Trump onder zijn bondgenoten veroorzaakt.

Chinese diplomaten herhaalden hun vaste mantra’s ‘multipolariteit’ en ‘win-win-samenwerking’, die opeens geruststellend klonken. In China gingen filmpjes van de ruzie tussen Trump en de Oekraïense president Volodymyr Zelensky afgelopen weekend ongecensureerd rond. Beter bewijs dat Amerika zich misdraagt als pestkop, wat veel mensen in China toch al vonden, is er niet.

Tegelijk brengt Trumps optreden risico’s mee voor China’s eigen ontwikkeling. Tijdens twee belangrijke politieke bijeenkomsten, vanaf deze dinsdag in Beijing, draait het om een zelfredzame economie, minder kwetsbaar voor de externe schokken van Amerikaanse importheffingen en andere maatregelen. En internationaal ziet China liever een geleidelijke reorganisatie van de wereldorde, waarbij het langzaam aan invloed wint binnen multilaterale organisaties, dan een snelle Amerikaanse terugtrekking die het hele systeem instabiel maakt.

Weinig bondgenoten

Op de vraag of China die wereldorde niet zou willen leiden, is Beijings antwoord duidelijk ‘nee’. „China heeft niet de intentie om de VS voorbij te streven of te vervangen”, herhaalde buitenlandminister Wang Yi in zijn eerste telefoongesprek met zijn Amerikaanse collega Marco Rubio. Zulke uitspraken van Chinese leiders worden vaak gewantrouwd, maar zijn niet los te zien van het feit dat China dat op dit moment helemaal niet zou kunnen. „China is daar niet klaar voor”, zei gerenommeerd politicoloog Da Wei van Tsinghua University vorige week in een interview met een Europese denktank.

Lees ook

China hoeft alleen maar in het gat te stappen dat Trump in de wereld achterlaat

Donald Trump afgelopen donderdag tijdens een gebedsbijeenkomst in het Capitool. Foto MAANSI SRIVASTAVA / EPA

Als je daarvoor een paar redenen op een rijtje zet, valt op hoe sterk Amerika’s machtspositie is. Neem Amerika’s brede bondgenotennetwerk van landen die bij crises op elkaars hulp kunnen rekenen. Daar kan China slechts één formeel bondgenootschap tegenover zetten – met Noord-Korea. Amerika heeft de dollar als machtig economisch drukmiddel en honderden overzeese legerbases. China heeft één militaire basis in Djibouti, met een paar andere in aanbouw. Sinds kort heeft China meer diplomatieke posten dan de VS, maar als het gaat om diplomatieke ervaring en invloed staat China duidelijk zwakker.

De Chinese leider Xi Jinping nam dinsdag plaats in de Grote Hal van het Volk, waar deze week de belangrijkste vergaderingen van de Chinese politieke jaarkalender plaatsvinden, de zogenoemde ‘Twee Sessies’.
Foto Andres Martinez Casares/EPA

En ondanks China’s eigen machtsmiddelen op het gebied van handel en grondstoffen is het volgens veel Chinezen ook psychologisch nog niet klaar voor een grote uitbreiding van zijn internationale rol. Meer dan zijn voorgangers heeft president Xi Jinping het over China’s „verantwoordelijkheid” als opkomende wereldmacht, en over China’s „recht om te spreken” en internationaal gehoord te worden. In buitenlandse oren klinkt dat al snel dreigend, maar binnen China probeert Xi hiermee draagvlak te kweken voor een ambitieuzere buitenlandstrategie, zoals het geven van internationale hulp – impopulair in een land dat zichzelf tot voor kort als ontwikkelingsland zag, en met een bnp per hoofd van de bevolking dat zeven keer lager ligt dan dat van de VS.

Lospellen van Rusland

China’s gebrek aan bondgenoten maakt zijn partnerschap met Rusland ook zo belangrijk. Volgens Rubio moet de Amerika’s toenadering tot Poetin Rusland „lospellen” van China, dat volgens hem een grotere bedreiging vormt voor Amerikaanse belangen. Maar zelfs als Amerika Poetin een einde van de oorlog in Oekraïne zou kunnen bezorgen op Russische voorwaarden, lijkt het onwaarschijnlijk dat Ruslands relatie met China daar wezenlijk onder zou lijden. Poetin weet dat Trump – waarschijnlijk – over vier jaar weg is, terwijl China ook daarna belangrijk blijft. Ook voor China is de band met Rusland een zaak van de lange termijn, in een onzekere wereld waarin de strijd met Amerika nog decennia kan doorgaan.

Voor China zou een einde aan de oorlog in Oekraïne wel uitzicht bieden op herstel van de relatie met de Europese Unie. Die liep ernstige schade op door de economische steun die China aan Rusland gaf, ondanks een officieel neutrale positie. In München viel op dat buitenlandminister Wang Yi de Oekraïense en Europese belangen in het vredesproces benadrukte. Hij zei dat Europa in „een oorlog op Europese bodem” een belangrijke rol moet spelen. Nu de relatie met de VS onder druk staat, lijkt de EU ook open te staan voor toenadering tot China. In een recente toespraak drukte Commissievoorzitter Ursula von der Leyen zich opvallend mild uit toen ze zei dat er misschien ook ruimte was om wederzijdse handel en investeringen uit te breiden.

Dat kan China goed gebruiken, nu een nieuwe handelsoorlog met de VS dreigt. Dinsdag verhoogde Washington de invoerheffingen voor Chinese producten met nog eens 10 procent, een tweede verhoging sinds Trumps aantreden. China heeft relatief milde tegenmaatregelen getroffen, maar als Trump daar weer op reageert dreigt er toch escalatie.

Te midden van alle geopolitieke turbulentie blijft voor China topprioriteit om de complexe economische transitie van het land in goede banen te leiden.
Foto Andres Martinez Casares/EPA

Economische problemen

En dat is maar een van de „vele problemen en uitdagingen” waar de Chinese economie voor staat, volgens een artikel op naam van Xi dat voorafgaand aan de vergaderingen werd gepubliceerd. Topprioriteit voor Beijing blijft om China’s complexe economische transitie – waarbij snelle vergrijzing, socio-economische ongelijkheid, en een huizenmarkt in crisis leiden tot lagere groei – in goede banen te leiden.

Lees ook

China stimuleert zijn economie, maar doet dat wel heel voorzichtig

De omzet in de Chinese horeca loopt sterk terug, veel zaken die de coronapandemie nog net overleefden, sluiten. Foto Tingshu Wang/Reuters

De plannen voor komend jaar zullen gericht zijn op innovatie, maar ook op het aanjagen van de binnenlandse consumptie. Daarvoor zal de overheid meer moeten uitgeven aan publieke voorzieningen en stabilisering van de huizenmarkt.

Al deze stappen maken China minder afhankelijk van buitenlandse vraag, en dragen daarmee bij aan het doel om zelfvoorzienender te worden. We moeten inzetten op eigen „kracht, kracht, en nog meer kracht”, schreef de bekende nationalistische commentator Shen Yi na het gesprek tussen Trump en Zelensky. „Dat is de fundamentele boodschap.”


Omringd door MAGA-influencers zet Trump argwaan in als aanvalswapen

Daags voordat zich in het Oval Office een diplomatiek drama voltrok, was het Witte Huis toneel van een ander mediaspektakel. Terwijl president Donald Trump donderdagmiddag de Britse premier Keir Starmer op bezoek kreeg, liepen er ook vijftien trumpistische influencers door de gangen. Minister Pam Bondi (Justitie) had hen op het Witte Huis uitgenodigd om als eersten de zogenoemde ‘Epstein Files’ in ontvangst te nemen. Nog voor het Congres of andere nieuwsmedia kregen zij een witte multomap, waarmee ze op weg naar de uitgang triomfantelijk poseerden.

Het mediamoment illustreerde enkele bredere ontwikkelingen onder Trump II. Zo stelt de nieuwe regering het Witte Huis ruim open voor tv-verslaggevers, podcasters, vloggers, nieuwsbriefauteurs en influencers die de MAGA-beweging steunen, terwijl de toegang van gevestigde massamedia wordt ingeperkt.

Daarnaast blaast de regering het wijdverspreide complotdenken in de Amerikaanse samenleving verder aan. Of het nu gaat om de goudvoorraad in Fort Knox, vermeende ‘genocide’ op witte boeren in Zuid-Afrika, vaccins, of vermeende ‘biowapens’ in Oekraïne: de president en zijn bewindslieden omarmen de wildste samenzweringstheorieën. Die daardoor nu deels het overheidsbeleid bepalen.

Epsteins ‘klantenlijst’

De veroordeelde zedendelinquent, miljonair en jetsetfiguur Jeffrey Epstein is al jaren zeer dankbaar materiaal voor complotdenkers. Voordat hij in 2019 stierf in een New Yorkse cel – waar hij vastzat op verdenking van misbruik van minderjarige meisjes – berichtten ook gevestigde media over zijn nauwe contacten met beroemdheden, zakenlieden en toppolitici.

Deze hoge connecties maakten dat bijna de helft van de Amerikanen zijn officiële doodsoorzaak (suïcide door ophanging) in 2019 gelijk in twijfel trok. Online joegen complotzwendelaars die argwaan verder aan met verhalen over Epsteins prominente kennissen die zouden hebben deelgenomen aan orgies met minderjarigen. Die waren daardoor chantabel en vermoordden hem ‘dus’ toen hij uit de school dreigde te klappen.

De witte multomap van donderdag vermeldde op de kaft dat ze voorheen ‘geheime’ informatie bevatte, vrijgegeven door de „meest transparante regering in de Amerikaanse geschiedenis”. Toch konden zelfs de Trump-gezinde influencers geen primeur ontdekken in de tweehonderd pagina’s met contactlijsten en vluchtgegevens. Die waren allang bekend of deels zwart gelakt.

Transparantie leek echter niet de bedoeling van de hele exercitie. Minister Bondi greep de teleurstelling aan om opheldering te eisen van de FBI, die duizenden documenten ‘achtergehouden’ zou hebben. Mogelijk is de federale recherche al bezig om die te vernietigen, waarschuwde de Republikeinse afgevaardigde (en voormalig FBI-klokkenluider) Andy Ogles toen hij een wetvoorstel voor een ‘Preventing Epstein Documentation Obliteration’ [PEDO] Act lanceerde.

Lees ook

Wie wil snappen wat de wereld te wachten staat met Trump-II doet er goed aan dit boek te lezen

Kevin Roberts, directeur van The Heritage Foundation, geeft een persconferentie op Capitol Hill in Washington. Foto Getty Images

In het blootleggen van verondersteld seksueel misbruik gaat deze regering wel selectief te werk. Hiervan getuigde de terugkeer – eveneens donderdag – van de ultrarechtse influencerbroers Andrew en Tristan Tate. Deze zelfverklaarde ‘vrouwenhaters’ mochten anderhalf jaar Roemenië niet uit wegens verdenkingen van onder meer verkrachting en vrouwenhandel. Ze konden toch naar Florida terugvliegen, nadat de regering-Trump er de afgelopen weken bij Boekarest op had aangedrongen hun reisbeperkingen op te heffen.

Wantrouwen

Met Trump zijn ook veel van zijn aanhangers wantrouwig jegens de federale overheid, bureaucraten, Democraten, kwaliteitsmedia, vaccins of het buitenland. Met haar geflirt met complotverhalen hierover (en het uitnodigen van influencers die hier deels in handelen) lijkt de regering die achterdocht te willen aanjagen.

Zo slingerde Elon Musk via zijn pseudoministerie voor overheidsefficiëntie (DOGE) allerlei verdenkingen de wereld in. Bij zijn wilde bezuinigingsjacht zou er zijn ontdekt dat onder meer hulpagentschap USAID miljoenen ‘stal’ om bij mediabedrijven pro-Democratische berichtgeving en ‘maatschappelijke manipulatie’ in te kopen. In werkelijkheid ging het om regeringsabonnementen op een datadienst van het moederbedrijf van persbureau Reuters en de betaalde nieuwsbrief door beleidsexperts van Politico.

Internetmythes als QAnon (over satanische pedo’s) en de Big Lie (over verkiezingsfraude tegen Trump) sprongen de afgelopen jaren soms al over naar de niet-digitale, echte wereld, in de vorm van terreurdreiging en geweldsincidenten, met als dieptepunt de Capitoolbestorming. Onder Trump beginnen ze nu ook de basis te vormen voor het overheidsbeleid.

Zo moesten ambassades na Musks ‘onthulling’ over gekochte media hun Economist-abonnement opzeggen. Zoals Washington na zijn geklaag over ‘genocide’ op en landonteigening van witte boeren in zijn geboorteland Zuid-Afrika aankondigde hen als vluchteling op te nemen en de ontwikkelingshulp aan het land stop te zetten.

Ook over de oorlog van Rusland tegen Oekraïne zingen er in regeringskringen wilde complottheorieën rond. Veelal echoën die de Kremlin-propaganda dat Oekraïne en het Westen die oorlog uitlokten door de NAVO oostwaarts uit te breiden. Soms worden ze verknoopt met complotverhalen rond het coronavirus (dit vanwege biologische laboratoria in Oekraïne) of Musks kruistocht tegen ‘verspilling’ van belastinggeld (het wapentuig dat de VS leverden zou door Kyiv zijn doorverkocht aan de Taliban en Hamas).

Dit zijn geen marginale theorieën meer. Onder meer Trumps gezondheidsminister Robert F. Kennedy jr. en inlichtingendirecteur Tulsi Gabbard hebben ze in het recente verleden rondgebazuind in gesprek met de invloedrijke rechtse opiniemaker en oud-Fox News-presentator Tucker Carlson. Met hun benoeming zijn hun alternatieve waarheden in het hart van de Amerikaanse macht beland.

Vraag in het Oval Office

Terwijl klassieke media nog factchecks doen om deze complottheoriën te ontkrachten, staan trumpistische influencers klaar om ze verder te verspreiden. Dit bleek bijvoorbeeld vrijdag, toen president Volodymyr Zelensky van Oekraïne in het Oval Office op bezoek kwam. De gerenommeerde persbureaus AP en Reuters waren daar bij niet welkom, maar wel Brian Glenn, die als een van de eerste journalisten de beurt kreeg om een vraag te stellen.

Deze Texaanse reporter werkte tien jaar geleden nog voor de lokale tv, maar zijn ster is de afgelopen jaren razendsnel gestegen. Inmiddels geldt hij als de favoriete journalist van de president: bij persmomenten mag hij niet zelden de eerste vraag stellen. Meestal bestaan die uit een lofzang op een succes van Trump en het verzoek dit verder toe te lichten.

Ook Glenn dompelt zich graag onder in complotdenken. Als verslaggever van trumpistische zenders als Right Side Broadcasting en nu Real America’s Voice ging hij de afgelopen jaren tientallen rally’s van de kandidaat af. Daarbij liet hij Trump-aanhangers regelmatig leeglopen met de meest bizarre complottheorieën. Om ze vervolgens niet tegen te spreken, maar alleen af te kappen met een „ik wil niet aangeklaagd worden”, beschreef Politico begin vorig jaar in een groot profiel.

Brian Glenn, verslaggever van Right Side Broadcasting Network, interviewde vorig jaar afgevaardigde Marjorie Taylor Greene, Republikein uit Georgia, tevens zijn geliefde, bij een rally van toenmalig presidentskandidaat Donald Trump in Taylor Greens thuisstaat.
Foto Mike Stewart/AP

Sinds een paar jaar heeft Glenn verkering met Marjorie Taylor Greene, een trumpista uit Georgia. Toen zij in 2020 in het Huis van Afgevaardigden werd gekozen, gold zij nog als marginaal. Zo werden oude berichten van haar opgeduikeld waarin ze QAnon aanhing of de uitbraak van Californische bosbranden toeschreef aan ‘Joodse ruimtelasers’.

In het Huis maakte ze onder meer naam met haar verzet tegen militaire hulp aan Oekraïne. Bijvoorbeeld door een amendement in te dienen dat elke volksvertegenwoordiger die voor steun aan Kyiv stemt, zou moeten dienen in het Oekraïense leger. Daarbij verkondigt ze al langer dat Zelensky een ‘schurkenregime’ zou leiden, dat de VS een poot uitdraait.

Van radicaal randfiguur is Greene de afgelopen jaren uitgegroeid tot partij-establishment en haar pro-Russische retoriek wordt door steeds meer Republikeinen overgenomen. Ook haar levenspartner Brian Glenn helpt daar graag bij, bleek vrijdag.

Eerst stelde de verslaggever een vraag aan Trump: „Hoe ziet u zichzelf als vredesstichter?” Aardige vraag, vond de president, waarna hij zei: „Maar je had nog een tweede vraag, toch?” Die stelde Glenn aan Zelensky – die, zoals gebruikelijk sinds de invasie, in militair kloffie was komen opdagen. Nu bleek Glenn ineens wel kritisch te kunnen ondervragen: waarom kon Zelensky „niet het respect opbrengen” een pak te dragen? „Heeft u wel een pak?”, sarde Glenn tot enige hilariteit van omstanders, waarmee de vijandige toon voor de rest van de ontmoeting was gezet.

Correctie (4/3): In een eerdere versie van dit stuk was er sprake van Kremlin-propaganda dat Oekraïne en het Westen de oorlog in Oekraïne uitlokten door de NAVO westwaarts uit te breiden. Dit moet zijn: oostwaarts.


Minder studenten naar China: ‘Het sentiment is heel erg veranderd’

Anniek Sienot komt op een blauwe deelfiets de campus van Peking University oprijden. Bij de ingang steekt ze haar nek uit richting de camera met gezichtsherkenning. Het poortje opent en ze fietst naar binnen, de uitgestrekte campus op van één van China’s oudste en meest prestigieuze universiteiten.

„Dit vond ik misschien wel de grootste cultuurshock,” vertelt ze later. In eerste instantie had ze geen toestemming gegeven om haar gegevens te gebruiken voor de gezichtsherkenningssoftware. Maar nadat ze een week handmatig haar paspoort had laten checken elke keer dat ze de campus bezocht, ging ze toch om. „Het was een soort symbolische actie van mij, want er hangen hier ook overal camera’s. Ik heb er wel veel gesprekken over met medestudenten en Chinese vrienden. Want waarom vinden zij dit nou gewoon oké?”

Sienot (22) is dit jaar in Beijing voor haar master in internationale betrekkingen, een opleiding die ze deels in Frankrijk en deels in China doet. Ze is deel van een kleine groep Nederlandse studenten die momenteel in China studeren, nadat het land drie jaar vrijwel geen buitenlandse studenten binnenliet als onderdeel van het strenge coronabeleid. Ze raakte geïnteresseerd in China tijdens haar bachelor, en hoorde van docenten dat ze er heen moest om het land beter te begrijpen. „Maar ik wist heel lang niet zeker of ik ook echt naar China zou kunnen.”

Sinds 2023 zijn de Chinese grenzen weer open, maar het land trekt veel minder buitenlandse studenten dan voor de pandemie. Hoeveel minder is lastig te zeggen, omdat het Chinese ministerie van Onderwijs daar sinds 2020 geen statistieken meer over publiceert. Maar duidelijk is dat het gaat om een fractie van het half miljoen buitenlandse studenten dat in 2018 naar China ging, onder wie 73.618 studenten uit Europa.

De afname past in een bredere daling in buitenlandse bezoeken aan China: in 2024 lag het aantal buitenlanders dat China bezocht op tweederde van het niveau in 2019. Naast de impact van het coronabeleid, spelen ook economische en vooral ook geopolitieke factoren mee bij de afname.

Minder interesse

Zo merkt Ed Sander, die tours door China organiseert voor ondernemers in de retailsector, de impact van de negatievere publieke opinie over China. Volgens het Asia Society Policy Institute, dat data van opiniepeilingen over China verzamelt, werd de wereldwijde publieke opinie over China negatiever in 2020, aan het begin van de pandemie. Sindsdien is dat zo gebleven, vooral in hoge-inkomenslanden waar China steeds meer wordt gezien als geopolitieke rivaal of bedreiging. „In 2023 waren mensen nog bezorgd om in China een ziekte op te lopen of in een lockdown terecht te komen, terwijl dat toen niet relevant was.” Maar ook vorig jaar had Sander moeite om Nederlandse deelnemers te werven. „Het sentiment is heel erg veranderd, en er is minder interesse.”

Degenen die wel naar China afreizen hebben vaak een persoonlijke motivatie. Castor van Dillen (29) nam recent twee maanden vrij van zijn baan bij regionaal dagblad De Stentor om Chinees te leren in Shanghai. Hij had eerder al een taalcursus gedaan en wilde graag zijn eigen indrukken vormen van een land waarvan hij zag dat het ook mondiaal steeds actiever werd. „Voordat je een oordeel kunt vormen, moet je ook de cultuur een beetje snappen.”

Het riep vraagtekens op in zijn omgeving, waarin mensen China vooral als ‘gesloten’ zagen. Van Dillen: „Maar je kunt ook denken: om een goede concurrent van China te zijn, stuur je juist veel mensen hiernaar toe en laat je ze zich de taal en cultuur eigen maken. In China gebeurt dat bijvoorbeeld met de studenten. Ik voetbal hier op zondag en een heel aantal van de spelers heeft in Europa gestudeerd.”

Sienot merkte dat het kritische mediadebat over China haar nieuwsgierigheid naar het land juist aanwakkerde. „Hoe is China nou? Hoe ervaren Chinezen het zelf?” In de collegezaal blijkt ruimte voor debat te zijn. „Over hoe Mao vandaag de dag wordt gezien, of over China’s strategie om heel erg op te trekken met het mondiale Zuiden. Je hebt hier een ander gesprek. Is China nu een ontwikkelingsland of een wereldleider?”

Lees ook

Interview met antropoloog Biao Xiang

Antropoloog Biao Xiang

Ook Sander is van mening dat zijn tours relevant blijven voor Nederlandse ondernemers, ook in een veranderd geopolitiek klimaat. „Naar mijn mening is naar China gaan nu juist belangrijker dan voor Covid, omdat Chinese e-commerce-retailers ook steeds meer naar Europa komen. Je moet weten wat de concurrentie in zijn mars heeft.” Ook merkt hij dat het beeld van bezoekers vaak verandert tijdens hun reis. „Dan willen ze nog een keer terugkomen, maar dan privé.”

Visumvrij reizen

Op dit moment lijkt de interesse in het leren over China op een laag punt te blijven steken. Aan de opleiding Chinastudies van de Universiteit Leiden, de enige plek in Nederland waar je een volledige studie in Chinese taal en cultuur kunt doen, daalde het aantal eerstejaarsstudenten tijdens de pandemie met meer dan 40 procent, zonder duidelijk herstel in de jaren daarna. Ook in Duitsland, Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten lopen de aantallen studenten die Chinees studeren flink terug, een trend die op sommige plekken al voor de pandemie begon.

In de Verenigde Staten, waar de relaties met China verslechterden sinds de handelsoorlog die president Trump in 2017 begon, is de afname in studentenuitwisselingen het scherpst. Terwijl het aantal Chinese studenten in de Verenigde Staten met zo’n 20 procent afnam tot ongeveer 280.000 studenten, daalde het aantal Amerikaanse studenten in China van bijna 21.000 in 2018 tot ongeveer 1.100 vorig jaar. Complete cijfers over het aantal Nederlandse studenten in China ontbreken.

De Chinese regering probeert het tij te keren. President Xi Jinping zei eind 2023 dat hij graag vijftigduizend Amerikaanse jongeren wilde verwelkomen in China en het land werft weer actief buitenlandse studenten voor overheidsbeurzen. Vorig jaar werd het makkelijker voor buitenlanders in China om op Chinese apps met buitenlandse creditcards te betalen. China’s digitale ecosysteem, met veel eigen apps die vaak alleen werken met ID-check (real-name registration), vormt een barrière voor bezoekers.

Ook zette China recent stappen op het gebied van visumvrij reizen. Voor de pandemie konden alleen reizigers uit Singapore, Japan en Brunei zonder visum naar China – inmiddels heeft China unilateraal visumvrij reizen geïntroduceerd voor reizigers uit 38 landen, waaronder Nederland. „Spontaan een reisje naar China is nu mogelijk,” verklaarde een woordvoerder van het Chinese ministerie van buitenlandse zaken.

Het versoepelde visumbeleid, dat in China veel aandacht krijgt, lijkt effect te hebben. In 2024 steeg het aantal buitenlandse bezoeken aan China met 83 procent in vergelijking met het jaar ervoor, naar 64,9 miljoen. Het aantal van die bezoeken waarvoor gebruik werd gemaakt van de visumvrije regelingen verdubbelde tot 20,1 miljoen, aldus het Chinese immigratiebureau. Hoewel nog altijd fors lager dan de 97 miljoen bezoeken in 2019, is er dus sprake van herstel.

Wel laten de cijfers een duidelijke verschuiving zien in de herkomst van bezoekers. Volgens een analyse van Bloomberg op basis van verkochte vliegtuigtickets groeide het aantal bezoekers uit Zuidoost-Azië, terwijl bezoeken uit Europa en Noord-Amerika juist met een derde afnamen. De hoofdstad Beijing, dat meer gedetailleerde cijfers publiceert, zag een vergelijkbare trend. Het aantal Vietnamezen, Russen en Maleisiërs dat Beijing bezocht groeide het afgelopen jaar het hardst, terwijl het aantal bezoekers uit de Verenigde Staten, Australië en Japan sterk daalde.

Reisadviezen positiever

De Verenigde Staten paste recent het reisadvies voor China aan. Reizen naar China wordt niet langer afgeraden, een stap die het organiseren van studie-uitwisselingen vereenvoudigt. Tegelijk blijven sommige overheden waarschuwen voor veiligheidsrisico’s van bezoek aan China. Volgens het reisadvies van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse zaken kun je naar China reizen, maar geldt er een waarschuwing voor onder andere China’s strenge drugsbeleid en een risico op willekeurige arrestaties „om onduidelijke of politieke redenen”.

Anniek Sienot is het nooit eens geworden met haar vrienden over de Chinese surveillancecultuur. „Zij vinden het fijn dat het superveilig is, en dat de politie via de camera’s je gestolen tas snel kan traceren. Maar ik zou dit in Nederland echt niet willen.”