‘Ik ben geboren en getogen in Amsterdam. Daar woon ik nog steeds. Afgelopen schooljaar heb ik de master geneeskunde op de Vrije Universiteit afgerond. Nu volg ik een tweede master: health humanities in Tilburg. Dat gaat over de sociologie achter de geneeskunde. Uiteindelijk wil ik graag huisarts worden. Die rol wil ik gebruiken om mensen te helpen die op dit moment niet genoeg aandacht krijgen.
„Daarnaast doe ik spoken word. Ik schrijf al heel lang, maar treed pas sinds twee jaar op als spokenword-artiest. Ik vertel vooral het verhaal van de generaties vóór mij, die bijvoorbeeld van Marokko naar Nederland verhuisden.
„Mijn vader heeft nooit vloeiend Nederlands gesproken, maar hij beheerste de taal wel. Eind 2021 kreeg hij spraakproblemen door hersenafwijkingen. Hij verloor heel veel Nederlands en kon, ook in het Marokkaans-Arabisch, slecht communiceren. Ik weet nog dat dagelijks een verpleegkundige, een voedingsassistent of een arts mij belde met: we kunnen niet met je vader spreken, door de taalbarrière. Ik moest ze dan vertellen dat er meer aan de hand was. Als toekomstige arts kon ik dat soort dingen zeggen, maar ik denk dat er genoeg patiënten zijn die in zo’n situatie geen diagnose of hersenscan krijgen, omdat de arts niet doorheeft dat er meer speelt dan een taalbarrière.
„In de zorg denken we dat we cultuursensitief genoeg zijn, maar dat zijn we niet. Voor mij is het vaak een kwestie van choose your battles. Ik heb bijvoorbeeld weleens het gevoel gehad dat een patiënt minder goede zorg kreeg dan die hoorde te krijgen, of dat ik dacht: er moet voor deze patiënt een tolk gebeld worden. Als een van de artsen dan iets zei waar ik het niet mee eens was, durfde ik dat soms wel te zeggen, maar soms ook niet. Wat het lastiger maakte om me uit te spreken, is dat ik aan het eind van mijn co-schap een cijfer kreeg. Bij een van mijn co-schappen had ik het idee dat ik een lager cijfer had gekregen omdat ik regelmatig de discussie aanging.
„Tijdens een onderzoek dat ik heb gedaan, viel het me op dat veel witte artsen het fijn vinden als er een arts van kleur is, want dan kunnen de patiënten van kleur bij deze arts van kleur geplaatst worden. Het idee is: dat is fijner, omdat ze elkaar beter begrijpen. Maar het kan natuurlijk dat de patiënt in kwestie een andere taal of een ander dialect spreekt dan die arts, of dat de patiënt een complexe achtergrond heeft. Dat betekent dat artsen van kleur mogelijk veel meer druk op zich krijgen. Dat zo’n probleem, dat ontstaat in een maatschappij die gebouwd is door de witte man, moet worden opgelost door mensen van kleur, frustreert me. Ik vind het ook tekenend dat ík, iemand met een Marokkaanse achtergrond, degene ben die zich hard maakt voor dit onderwerp. Soms voelt het als een te zware last om te dragen. Dan probeer ik een stap achteruit te doen.
Omdat mijn vader ’s nachts erg verward kon zijn, sliep ik soms bij hem op de kamer. Dat kwam goed uit, want ik had les in hetzelfde ziekenhuis
„Anderhalf jaar geleden lag mijn vader op de cardiac care unit in het AMC. Het ging toen heel slecht met hem. Omdat hij ’s nachts erg verward kon zijn, sliep ik soms bij hem op de kamer. Dat kwam goed uit, want ik had les in hetzelfde ziekenhuis. Overdag ging ik dan naar boven voor mijn les en daarna ging ik weer naar beneden, terug naar mijn vader. De ziekte van mijn vader liet mij de andere kant van de zorg zien.
„Het was een heel bijzondere tijd. Ik had niet verwacht dat ik er zoveel van zou leren. Ik had heel goede dagen, maar natuurlijk ook heel slechte. Ook op die slechte dagen moest ik gewoon naar werk en school. Gelukkig had ik een fijne community om me heen.
„Afgelopen september overleed mijn vader. Dat was en is heel moeilijk, vooral omdat we de laatste twee jaar heel intens hebben beleefd. Ik ben bijvoorbeeld gewend dat hij me de hele dag door belt. Het is moeilijk om te beseffen dat dat nu niet meer kan. Ik was de laatste die mijn vader telefonisch sprak en ik was ook de eerste die werd gebeld na zijn overlijden. Hij overleed op een zondag. De vrijdag ervoor kon ik hem vertellen dat ik arts was geworden. Ik vind het mooi dat het allemaal zo is gegaan, maar het is ook heel pijnlijk.
Foto Roger Cremers
„Mijn vader hielp mensen heel graag. Ik streef ook zo te zijn: liever dat mijn maag maar een beetje gevuld is en de maag van anderen ook, dan dat mijn maag helemaal vol is en die van anderen leeg. Ook heb ik van hem en mijn moeder meegekregen dat ik mijn Marokkaanse en islamitische achtergrond niet als een last moet zien, maar als een middel en als kracht.
„Ik zou graag een boek willen publiceren over mijn familiegeschiedenis. Wat ik lastig vind, is welke verhalen ik mag vertellen. In het boek Half leven schreef [de Belgische schrijver] Aya Sabi: de levens van de mensen vóór mij hoeven niet per se openbaar te zijn, die mogen begraven worden. Dat heeft me heel erg aan het denken gezet. Ik kan niet voor andere mensen bepalen dat hun verhaal belangrijk is om te vertellen. Ik vraag mezelf soms af: vertel ik dit verhaal nu omdat ík het wil, of omdat het een hoger doel dient? Dat blijf ik moeilijk vinden. Daarom wil ik misschien ook fictie in mijn boek verwerken.”
‘Ik stond te springen toen ik hoorde dat we Moeder Courage gingen doen”, zegt Tamar van den Dop, lid van het vaste ensemble bij Het Nationale Theater. „Als actrice krijg je weinig kansen om complexe personages te spelen. Het is toch vaak de gekwetste ex of de vrouw van middelbare leeftijd die om zich heen slaat. En toen ik jonger was waren het maagden die zelfmoord wilden plegen omdat ze een man niet kregen. Moeder Courage is anders, gelaagder: ontroerend én hard, pervers én grappig, niet sympathiek, en op een bepaalde manier kwetsbaar. Ze behoort tot de zeldzame klassieke vrouwenrollen, dus ik was blij dat ik het mocht doen.”
In Moeder Courage, een veel gespeeld anti-oorlogsstuk uit 1939, geeft de Duitse auteur Bertolt Brecht een beeld van de ontwrichtende werking van oorlog en van de blinde hebzucht die machthebbers drijft. Hoofdpersoon Moeder Courage trekt met haar drie kinderen door oorlogsgebieden, handel drijvend vanuit haar kar. Bij Brecht is de oorlog zeventiende-eeuws, maar in de nieuwe vertaling van Han van Wieringen speelt het stuk zich af in een apocalyptisch aandoend visioen van een verwoeste wereld.
Moeder Courage is weer eens een hoofdrol voor actrice Tamar van den Dop (55). In haar carrière speelde ze vele markante rollen, in haar doorleefde, betrokken stijl, die maakt dat je altijd nieuwsgierig wordt naar haar personage. Meest recent toonde ze haar capaciteiten in de grootse soloEvery Brilliant Thing. Bekend werd ze op jonge leeftijd door haar werk buiten het theater, in films (waaronder Karakter, 1997) en tv-series (waaronder Zwarte sneeuw, 1996). Vorig maakte ze indruk met haar opzienbarende documentaire Mag ik je aanraken? over het spelen van seksscènes. Na twee korte films en twee speelfilms was het haar vijfde productie als regisseur.
In een kantoor bij de repetitiestudio van Het Nationale Theater, naast de Koninklijke Schouwburg, vertelt Van den Dop waarom ze zich zo aangetrokken voelt door de nieuwe rol, het stuk van Brecht en de regie van Liesbeth Coltof. „Moeder Courage is een moeder die moreel bochten moet maken. Ze kiest keihard voor zichzelf, desnoods ten koste van een ander. Bij Brecht is het: ‘Zie de mens.’ Nou, dit is de mens. In al zijn verschijningsvormen, ook de donkere kant.”
Moeder Courage wordt vanwege haar handeltje in eten en wapens vaak geduid als oorlogsprofiteur. „Liesbeth noemt dat het mannelijke perspectief op dit personage. Daar wil ze in haar regie mee afrekenen. Dat vind ik leuk. Want wat doet ze anders dan proberen te overleven?”
Wat voor vrouw is het voor jou?
„Iemand die controle probeert te behouden. Ze wil haar kinderen levend door de oorlog krijgen. Zorg voor jezelf, want niemand gaat voor jou zorgen, zegt ze. Dat vind ik een mooie ingang voor haar keuzes. Als ik psychologiseer – wat Brecht niet wil, maar dat is mijn werk als acteur – zie ik iemand die veel heeft meegemaakt.”
Aan jezelf denken is niet de meest bewonderde eigenschap.
„Niet voor een vrouw. Een man die aan zichzelf denkt, is sterk, een leider. Een vrouw moet zacht zijn, baarmoeder, borsten met melk, zorgzaam. Dat is een hardnekkig idee.”
Moeten we van haar gaan houden?
„Dat weet ik niet. Maar ik hoop dat ik je aan het lachen kan brengen. En dat je ontroerd bent omdat je het geworstel ziet van de mens in dit verrotte systeem.”
Wat voor moeder is het?
„Een pragmatische. Ben jij vader? Herken je dat: als shit hits the fan word je koel. In je hoofd ga je regelen. Pas als het klaar is, krijg je de bibbers. Moeder Courage heeft altijd dat koele, want ze heeft geen tijd voor bibbers.
„Een schaamteloze moeder is ze ook. Haar oudste zoon noemt ze zonder terughoudendheid haar favoriet. Omdat hij groot, sterk, breed is. En onverschrokken. Dat is wat ze nodig heeft. Ik heb twee kinderen, maar nee, geen favoriet.” Grappend: „Het wisselt per dag, afhankelijk van wie er het meeste meewerkt.
„Tegen haar dochter, die niet meer praat, zegt ze: ‘Jouw zwijgen is een zegen. Jij zult nooit je tong willen afsnijden, omdat je de waarheid hebt gezegd.’ Voor mij is dat een tegeltje van het personage. Met het publiek deelt ze wat ze denkt. Maar ze heeft geleerd dat niet hardop te zeggen.
„Ze is ook een sjacheraar, een marktkoopvrouw. Mijn moeder stond op de markt, op de Noordermarkt en de Lindengracht in Amsterdam. Dus ik ken die types wel van toen ik klein was.”
Wat herken je?
„Haar harde humor. Zegt de ene marktkoopman tegen de ander: ‘Waar is Sjaak?’ ‘Sjaak is ziek.’ ‘Wat heeft die dan?’ ‘Tering.’ ‘Tering?’ ‘Ja, tering aan zijn maag. Hij heb van zijn eigen spullen gegeten.’ En dan lachen. Terwijl ze natuurlijk erg om Sjaak geven. Bij dat soort humor voel ik me thuis. It takes a village to raise a child: de markt was mijn dorp.
„Dat volkse is mooi aan Brecht. Hoe wij het brengen, met gordijnen met hoofdstuktitels erop, neigt ook naar volkstoneel. Het is een avond met zang, dans en muziek.”
In het stuk brengt oorlog verwoesting en chaos.
„Het is misschien een privilege dat ik het kan zeggen, maar geweld is totaal nutteloos. Ik zie alleen maar nieuwe generaties met trauma’s ontstaan.”
Foto Roger Cremers
Ze verwijst naar Leedvermaak, het toneelstuk van Judith Herberg over onverwerkte oorlogstrauma’s die generaties lang doorwerken, waar ze in 2022 in speelde. „Dat heb ik van Leedvermaak geleerd. En ik weet het door mijn eigen Joodse achtergrond. Nu zijn er weer fascistoïde mannen die coûte que coûte de wereld willen platbranden. Daar zit een grote bel verdriet onder bij mij.”
Waarom?
„Ik weet uit ervaring wat intergenerationeel trauma is. Het was verdrietig om tijdens het spelen van Leedvermaak door te krijgen wat voor een immense invloed die oorlog heeft gehad. Waarom ik zo’n kleine familie heb. Waar de trauma’s van mijn ouders vandaan komen. Om te zien waar ik ze doorgeef aan mijn kinderen. En om te merken dat de geschiedenis zich herhaalt, met de oorlog in Gaza, met de terroristische aanslag op 7 oktober. Met hoe de regering-Netanyahu reageerde.” Ze slaat de handen voor haar ogen. „Dat ik dacht: ‘Nee, nee, niet doen, niet op die manier.’
„Ik maak me alleen maar zorgen om het verdriet aan beide zijden. Het is moeilijk om er woorden aan te geven. Soms haken de woorden scheef in mijn mond.”
Ze begint zinnen zonder ze af te kunnen maken. „Ik ga stotteren.” Geëmotioneerd: „Het enige wat ik kan, denk ik, is in het midden staan, handen vastpakken en menselijkheid laten zien.”
Na een slok water: „Ik ben blij dat ik in dit stuk iets kan laten zien over oorlogen waardoor volgende generaties beschadigd opgroeien.”
Je vader, die nooit in je leven is geweest, is zo iemand met een oorlogstrauma.
„Hij heeft me ooit benaderd met de vraag of ik erover wilde praten, maar daar was ik toen niet aan toe. Nu heb ik geen contact meer met hem. Maar ik weet wat het getto van Warschau met hem heeft gedaan: door zijn afwezigheid, door hoe hij met mijn moeder is omgegaan.
„Ik ben zonder vader opgegroeid. Misschien was het ook wel beter voor mij dat hij er niet was. Ik heb de naam van mijn moeder, dus dat de kinderen van Moeder Courage verschillende vaders hebben, maakt de rol ook inspirerend. Dit is nou eens een stuk waar de vader er niet toe doet. Dat ken ik. Dus ik voel me gerechtvaardigd om die rol te spelen.”
Dat ben je altijd. Je bent actrice.
„Ja, ja, maar soms wordt er gezegd: ‘Wie zijn wij dat wij dit vertellen.’ Dat is dat moraalridderige van deze tijd, waar ik niet zo goed tegen kan. Het redeneren in zwart-wit. Je bent voor of tegen. Maar de wereld is een grijze bende. Ik zie altijd een ander perspectief als ik denk iets te weten. Dan eindig ik toch weer met een vraagteken. Misschien is dat heel Joods.”
Voel je je Joods?
„Ja. Door de geschiedenis. Ik ben niet gelovig, ik wil niet in Israël wonen, maar puur doordat veel familie vermoord is. Puur omdat ik, als ik in de jaren dertig en veertig geleefd zou hebben, vermoord zou zijn. Vroeger dacht ik: ik ben Tamar, ik ben Amsterdams. Maar ik ontkende daarmee een deel van mijn identiteit. „Nu is het eng om te zeggen: ‘Ik ben Joods’.” Door wat de regering-Netanyahu doet. Het is niet in mijn naam. Het is afschuwelijk. Maar ik ben en voel me toch Joods.
„Mijn lieve moedertje, een vrouw van 84, stond onlangs tijdens de herdenking van de Februari-staking op een pleintje toen er mensen met Palestijnse vlaggen langskwamen en haar uitscholden voor fascist. Ze heeft me dat vertelt, nog natrillend. Terwijl haar oma veel familie heeft verloren. Dat de wereld dat doet, dat die lijnen op elkaar botsen in de Jordaan, is hartverscheurend. Ik probeer haar dan uit te leggen dat die mensen bang zijn, en boos. Dat het voortkomt uit pijn. Dat niet iedereen zo denkt. Dat het niet gaat om haar. Ik probeer het te relativeren.”
Dat je moeder wordt uitgescholden?
„Er is geen andere weg. Elkaar maar blijven haten, bang zijn voor elkaar en elkaar de kop inslaan, heeft geen zin. En als ik de beelden van Gaza zie, begrijp ik de woede.”
Ze onderbreekt haar woordenstroom. „Ik vind het heel eng om het hierover te hebben. Ik moet balanceren op een dun lijntje.”
Hoe blijf je overeind?
„Er zijn ook lieve mensen vanuit de islamitische hoek die mij beschermen en die zeggen: ‘Doe maar niet je Davidster om.’ Of die mij verzekeren: ‘Lieve buurvrouw, wij denken dat niet.’
„Ik zit niet in één kamp. Ik sta er tussenin. Met mijn zwarte haar werd ik als kind gezien als buitenlands. Soms werd ik er lukraak tussenuit gehaald, zoals in een museum. ‘Weg bij dat schilderij!’, werd er dan gezegd. Nu ben ik wit, een witte vrouw. Voor mijn gevoel hoor ik nergens bij en dus overal bij. Ik heb zelfs Marokkaans bloed in me, van een voorouder van vaders kant. Ik ben een mengelmoes.
Foto Roger Cremers
„Dat ik bij iedereen wil horen, is misschien mijn overlevingstactiek. Moeder Courage heeft dat ook. Die zegt: ‘De ene keer zeggen ze dit, dan dat, het zal allemaal wel.’”
Groeit het je Joods voelen nog?
„Als er meer antisemitisme is, word ik meer Joods. Omdat ik dan denk: ik moet op de anderen letten. Gaat het wel goed met ze?
„Het is goed dat ik me beter bewust ben van mijn Joodse identiteit. Het helpt me de wereld voor mijn kinderen te duiden. Het helpt me het belangrijke van het onbelangrijke te scheiden, opdat ik mijn zorgen niet bij hen neerleg.”
Is het moeilijk om vrolijk te zijn in deze tijd?
„Gelukkig heb ik ook een enorme dosis liefde voor humor meegekregen van moeder natuur. Dat is de Jordaan, waar ik ben geboren, of dat Joodse. Tiel, de eigenaar van de kroeg naast het huis van mijn moeder, is als een broer voor me. Als ik hem zie, hebben we het even over politiek, tot hij een grap maakt en we pissend van de lach op de grond liggen. Je moet ook lachen om dingen, anders word je gek.”
Is het genoeg: een anti-oorlogsstuk spelen?
„Het stuk is niet alleen anti-oorlog. Ik hoop dat je ook het mechanisme erachter ziet. Het is natuurlijk triest dat Courage roept: Als je niet voor jezelf kunt zorgen, rot dan maar op. Je mag hopen dat mensen in de zaal dan denken: ‘We moeten zien te voorkomen dat iemand wordt zoals zij.’ Ik hoop dat mensen denken: ‘Ik moet de mens blijven zien. Ik moet de menselijkheid in mezelf blijven zien.” De laatste woorden fluistert ze als in een mantra: “Zacht blijven. Zacht blijven. Zacht blijven.”
Mariene biologen en liefhebbers over de hele wereld konden in maart live meekijken toen een diepzeeduikboot beelden maakte van een doorzichtig, glasachtig wezen met oplichtende rode ogen. Deze dinsdag maakten onderzoekers bekend dat het om een Mesonychoteuthis hamiltoni ging, in het Nederlands de kolossale inktvis, die leeft in de dieptes van zuidelijke oceanen. Het is de eerste keer dat deze inktvis levend werd vastgelegd.
Het gaat om een dertig centimeter lange baby van de soort. Volgroeid kan deze voor zover bekend grootste inktvissoort ter wereld zo’n zeven meter lang worden – sommige schattingen gaan zelfs tot meer dan tien meter. Eenmaal volwassen verliest de kolossale inktvis zijn doorzichtigheid en daalt hij met roodbruine huid nog dieper af in de zuidelijke oceanen.
„Het maakt je nederig om te bedenken dat ze geen idee hebben van het bestaan van mensen”, zegt inktvisonderzoeker Kat Bolstad van de Universiteit van Auckland, een van de betrokken onderzoekers. De beelden zijn gemaakt door een internationaal team met onderzeeër SuBastian van het Amerikaanse Schmidt Ocean Institute.
Dat onderzoeksinstituut is opgericht door Eric en Wendy Schmidt, een steenrijk Amerikaans echtpaar dat bekendstaat om hun filantropie. Eric Schmidt is de voormalige topman van Google. Het echtpaar heeft een stichting waarmee het bijdraagt aan verschillende projecten op het gebied van duurzaamheid en onderzoek, zoals het Ocean Institute.
Tentakels in potvis
De bij de inktvis betrokken onderzoekers doen een poging meer van het diepzeeleven op aarde in kaart te brengen. Daarvan is nu naar schatting pas 10 procent ontdekt. Bij toeval kwam de onderzeeër op weg naar de zeebodem de jonge kolossale inktvis tegen. De duik werd onderbroken om een paar minuten aan historische filmbeelden vast te leggen.
De kolossale inktvis behoort al honderd jaar tot de ontdekte oceaansoorten. In 1925 werd de kolossale inktvis voor het eerst door een bioloog omschreven, nadat delen van de tentakels van twee van de inktvissen in de maag van een potvis in de Zuidelijke IJszee waren gevonden.
De beelden van de kolossale inktvis werden begin maart gemaakt in de buurt van de South Sandwich Islands, een Brits overzees gebied enkele duizenden kilometers verwijderd van de Zuid-Argentijnse kust. De onderzeeër kwam de inktvis tegen op ongeveer zeshonderd meter diepte. Dieper dan een mens ooit zonder duikboot gedoken is, maar relatief ondiep voor de soort.
Volwassen kolossale inktvissen begeven zich dieper in de oceaan, mogelijk ingegeven door hun grootste natuurlijke vijand: de potvis. Deze walvissoort kan tot achttien lang meter worden en duiken tot tweeduizend meter diep. Zelf leeft de kolossale inktvis van kleinere inktvissen en vissoorten.
Van de mens heeft de inktvissoort voorlopig weinig te vrezen. Hoewel niet precies duidelijk is hoeveel kolossale inktvissen er zijn, is het dier in het internationale register van bedreigde diersoorten opgenomen in de categorie ‘minst zorgwekkend’. De vondsten van stukjes kolossale inktvis in potvissen doen vermoeden dat in de diepe zeeën een omvangrijke populatie huist.
Lees ook
Onder een afgebroken ijsschots bij Antarctica krioelde het van het zeeleven
Eventmanager Stefan (32) hoef je dus niet te bellen voor seks op een berg. „Daar ben ik dan misschien te saai voor”, zei hij voor de camera toen de autorit voorbij was. Het was best een eind rijden geweest: hij achter het stuur, kapper Dennis (44) in de bijrijdersstoel. Ze hadden het tot nu toe heel fijn gehad samen. Gezoend hadden ze ook, en in één bed geslapen. Maar in dat bed was verder weinig gebeurd. Niet dat dat erg was, ze kenden elkaar pas een dag. En toch: het was wel de bedoeling dat het intiemer zou worden, vroeg of laat. Dus was Dennis tijdens de autorit door de Provence begonnen met het verkennen van de mogelijkheden. Toen Stefan opperde dat hij wel even zou willen uitstappen, antwoordde Dennis: „En dan? Seks op de berg?” Waarop Stefan prompt reageerde met: „Néé-éé.”
In zo’n geval kun je een paar wegen inslaan, maar je moet wel snel beslissen. Dennis koos voor de ‘het was ook maar een grapje’-route. Heel safe, heel begrijpelijk. Noem het Schrödingers flirt: je poging tot toenadering is wel en niet oprecht tegelijk, tot de persoon die je tegenover je hebt erop reageert. Is de reactie positief, dan meende je het echt; is-ie negatief, dan was het een geintje*. En in dit geval was het dus – noodgedwongen – een geintje. „Ik weet niet helemaal hoe je daarmee moet omgaan”, zei Dennis tijdens zijn één-op-één-momentje met de camera. „Normaal leer je iemand kennen op… dat vlak, snap je? En nu is het allemaal zo…” Hij tilde zijn hand op, liet het goud rond zijn ringvinger zien. „Je hebt al een ring. Het is net of je een paar fases hebt overgeslagen.”
Fases overslaan is inherent aan het format van Married at first sight (RTL). Deelnemers leggen hun liefdesleven in de handen van een groep koppelaars, die een (in theorie) geschikte huwelijkskandidaat voor ze selecteert. De ontmoeting vindt plaats voor het altaar, daarna leggen de camera’s genadeloos vast hoe het de pasgetrouwde stellen vergaat. Voor veel kijkers zal het klinken als een nachtmerrie om zoiets persoonlijks uit te besteden. Maar juist in die overgave schuilt ook de droomfactor: niet zelf hoeven zoeken. Niet zelf hoeven versieren. Niet zelf hoeven beslissen. Gewoon vertrouwen dat anderen dat voor je regelen, en dat die anderen dat ook nog eens beter kunnen dan jij. Al is die shortcut dus niet gratis: je levert er controle en privacy voor in.
Huizenzoektocht
Iets soortgelijks geldt voor deelnemers aan Kopen zonder kijken (RTL). Zij laten een team van professionals een huis voor ze zoeken, kopen en verbouwen. Net als de deelnemers van Married at first sight zijn de Kopen zonder kijken-kandidaten om verschillende redenen het vertrouwen kwijt dat ze op eigen houtje hun doel kunnen bereiken. Zo woonden Kaj en Lieneke, die begin deze week aan de beurt waren, op driehoog in een te klein huurappartement in IJmuiden met hun twee kleine kinderen. Baby James was ook nog eens ziek en had veel extra zorg nodig, en in combinatie met de overspannen huizenmarkt maakte dat de zoektocht haast onmogelijk. Nu eindigde de familie in een mooi opgeknapt koophuis in Almere, maar daar ging een hele lijdensweg aan vooraf. Toen de makelaar het overspannen stel kort liet geloven dat de huizenzoektocht jammerlijk was mislukt, toonden de camera’s hoe Lieneke bijna in huilen uitbarstte. Die spelletjes moet je dan verdragen voor je kant-en-klare woonplek.
In Married at first sight betaalde Dennis voor zijn kant-en-klare huwelijk vooralsnog vooral in ongemak. Die overgeslagen fases, zei hij op zijn huwelijksreis, „die moeten we nog wel gaan pakken. Maar hoe, en waar? Op een berg? Thuis? In Frankrijk? Ik weet het niet. We zien het wel”. Ja, ze zien het wel. En wij kijken mee.
*Behalve als je het op je werkplek doet, dan is het helaas grensoverschrijdend gedrag.