N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Politiek gevangene Olivier Vandecasteele werd in 2022 opgepakt in Iran en veroordeeld tot een langdurige celstraf. Nu komt er mogelijk een einde aan zijn gevangenschap.
Ruim duizend betogers gingen eind januari de straat op om de gevangenschap van de Belgische hulpverlener onder de aandacht te brengen.
Foto Yves Herman/Reuters
Iran is bereid om de Belgische gevangengezette ngo-medewerker Olivier Vandecasteele uit te wisselen voor een veroordeelde Iraanse diplomaat. Dat schrijft Reuters maandag op basis van berichtgeving van het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Het besluit van Iran volgt op een oordeel van het Grondwettelijk Hof in België van vrijdag dat de ruil mogelijk maakt. Volgens het Iraanse ministerie is de weg nu vrij om de uitwisseling tot stand te brengen. Vandecasteele werd in Iran veroordeeld tot 40 jaar celstraf en 79 zweepslagen.
Al in 2022 wilde de Belgische overheid een deal met Iran. Olivier Vandecasteele zou worden geruild met Assadollah Assadi, een in België veroordeelde Iraanse diplomaat en terrorist. Hij wilde in Parijs een aanslag plegen op een bijeenkomst van aanhangers van de Iraanse oppositie. Maar het verdrag tussen België en Iran kwam er nooit omdat de Iraanse oppositie bezwaar aantekende. Zij was bang dat Assadi opnieuw een aanslag zou willen plegen. Het Grondwettelijk Hof verwierp het bezwaar, maar plaatste de kanttekening dat de Belgische staat mensen moet inlichten die door de vrijlating van de Iraniër mogelijk gevaar lopen.
De deal maakt het in principe mogelijk voor de 41-jarige Vandecasteele om terug te keren naar België. Met het besluit komt mogelijk een einde aan een diplomatiek spel tussen de twee landen. De ngo-medewerker werd in februari vorig jaar opgepakt en in eerste instantie tot 28 jaar gevangenisstraf veroordeeld, waarschijnlijk als reactie op de veroordeling van Assadi in Antwerpen. Volgens Iran zou Vandecasteele schuldig zijn aan onder meer spionage, geldsmokkel en samenwerken met de Verenigde Staten tegen Iran. Eind januari werd zijn straf onverwachts verhoogd.
Dé prijs waar het volgens de presentatrice van de finale van het Amsterdams Kleinkunst Festival om draaide, de AKF Sonneveldprijs 2025, is zaterdagavond gewonnen door Wina Ricardo (1987). Ze won de juryprijs van de 38e editie van de talentenwedstrijd. De jury zag in haar „een belangrijk nieuw geluid op de Nederlandse podia” en prees haar „bijzondere gave om maatschappelijke thema’s bespreekbaar te maken zonder te polariseren of inhoudelijke concessies te doen”.
Ricardo – een laatbloeier die een paar jaar geleden begon na een comedycursus te hebben gekregen voor haar verjaardag – overtuigde met een innemend stand-up optreden. Het was prettig kijken naar Ricardo, die veel energie en rust tegelijk uitstraalde. In haar voorstelling richtte ze zich op verschillende soorten ongelijkheid.
Zo vertelde ze hoe het verhaal over de begin jaren tachtig doodgestoken 15-jarige Kerwin Lucas diepe indruk maakte op haar vader. De zwarte jongen had gereageerd op racistische opmerkingen van een skinhead, met fatale gevolgen. Uit angst dat zijn zwarte dochter iets vergelijkbaars zou overkomen, zei Ricardo’s vader daarom altijd: ‘Als iemand racistisch is ga je er niet doorheen, maar omheen.’ Ricardo kwam in haar optreden tot de conclusie dat dit toch niet de juiste weg is.
Ook kreeg minister Marjolijn Faber steun uit onverwachte hoek toen Ricardo aankaartte dat kritiek op vrouwen vaak verpakt wordt in commentaar over uiterlijkheden. Geef je kritiek anders vorm, aldus Ricardo: „Marjolijn leidt het land niet met haar kapsel, lippenstift, broek (…). Nee, met haar beleid. En haar beleid is lelijk.”
Publieksprijswinnaar Ivar van der Walle tijdens het Amsterdams Kleinkunst Festival. Foto Anne van Zantwijk
Publieksprijs
Terecht was dat ook Ivar van der Walle (1998) in de prijzen viel. De jury beloonde zijn liedjesprogramma met de aanmoedigingsprijs (de door het Ramses Shaffy Fonds beschikbaar gestelde ‘Shaffy Cheque’) en de meerderheid van de publieksstemmen leverde hem de publieksprijs op. Van der Walle maakte veel indruk met zowel zijn stemgeluid als gitaarspel. Ook trakteerde hij op een aantal haiku’s („half om half haiku / voor de helft is het dichtkunst / de rest is rundvlees”). Van der Walle kwam op de proppen met mooie taalvondsten, maar sommige (lied)teksten waren wel erg raadselachtig.
Bijzonder merkwaardig was dat de derde finalist, het duo De broers van Arkel, prijsloos huiswaarts moest keren. Broers Jeroen en Martijn speelden een intrigerende voorstelling over het naderende pensioen van hun domineesvader. Zijn grote toewijding aan kerk en heilige geest heeft sporen nagelaten bij zijn ándere zoons, bleek uit een sterke en originele tragikomische act. De leuk acterende broers lieten zien dat de beste grappen vaak zitten in ogenschijnlijk kleine dingen: de manier waarop iemand kijkt, beweegt of staat. Daar moet je soms goed voor kijken.
Finalistentournee AKF. Vanaf 26 sept t/m 19 dec 2025. Info: www.akf.nl
Ja, ze waren wel zichtbaar als hulpverleners. En nee, dat maakt in feite niet uit: Israël had volgens het internationaal recht hoe dan ook niet op ze mogen schieten. Maar dit weekend is ook het excuus ontkracht dat de vijftien Palestijnse reddingswerkers die op zondag 23 maart door Israël werden doodgeschoten bij Rafah, een stad in het zuiden van de Gazastrook, niet als zodanig herkenbaar waren geweest.
Zaterdagochtend publiceerde The New York Times een filmpje dat door een van de slachtoffers, een paramedicus, gemaakt was. Hierop is te zien dat het ging om een konvooi van twee ambulances en een brandweerwagen, met koplampen en zwaailichten aan. Een functionaris van het Israëlische leger gaf zaterdagavond toe dat eerdere Israëlische berichtgeving over de gedode hulpverleners „deels onjuist” was.
Het filmpje werpt ook meer licht op de omstandigheden rond hun dood. Wanneer het konvooi een ambulance langs de kant van de weg ziet staan, stappen er twee mensen uit om poolshoogte te nemen. Op dat moment wordt er op hen geschoten. Het beeld stopt, maar het geluid gaat door.
Nog vijf minuten ligt het konvooi onder geweervuur. De paramedicus die filmde, herhaalt in die minuten telkens de shahada, een gebed dat moslims opzeggen wanneer ze de dood tegemoet zien. Het lichaam van de paramedicus werd later in een graf aangetroffen met een kogel in het hoofd.
De aanvankelijke uitleg
De Israëlische functionaris heeft niet toegelicht wat er precies onjuist was aan de aanvankelijke uitleg van de gebeurtenissen. Die uitleg was tweeledig: eerst zou er geschoten zijn omdat de voertuigen onzichtbaar waren en zich verdacht voortbewogen zouden hebben. Na een eerste onderzoek werd volgens het Israëlische leger vastgesteld dat enkele van de „verdachte” voertuigen ambulances en brandweerwagens waren.
Volgens Israël hoorden negen van de vijftien slachtoffers bij Hamas, hoewel het niet heeft gezegd welke negen dat zijn; alle vijftien namen zijn bekend. Tegenover The Times of Israelveroordeelde een legerwoordvoerder het „herhaaldelijk gebruik” door „terroristische organisaties in de Gazastrook van ambulances voor terroristische doeleinden”.
Politicoloog Nicola Perugini van de Universiteit van Edinburgh, auteur van het boek Human Shields: A History of People in the Line of Fire, wijst er op X op dat de Israëlische reactie zichzelf tegensprak: „Als je de vijand ervan beschuldigt dat het een ambulance als dekmantel gebruikt, is de aanname dat de vijand zich achter iets verschuilt wat duidelijk herkenbaar is als beschermd. Het heeft geen zin om je te verschuilen achter een ongemarkeerd voertuig.”
Critici wijzen op een patroon van Israëlische ontkenningen bij het doodschieten van Palestijnen. Een van de bekendste voorbeelden is de dood van de Palestijnse journalist Shireen Abu Akleh, in 2022 op de Westelijke Jordaanoever. Zij werd, terwijl ze verslag deed van een Israëlische inval in een Palestijns vluchtelingenkamp, in haar hoofd geschoten. Destijds zeiden Israëlische functionarissen in een eerste reactie dat het een Palestijnse kogel geweest was; later bleek de schutter een Israëlische soldaat.
Glashelder
Al snel na de vondst van de lichamen wezen deskundigen erop dat de zichtbaarheid van de hulpverleners niet relevant was voor de vraag of het een oorlogsmisdrijf betreft. Zo zei de Rotterdamse hoogleraar humanitaire studies Thea Hilhorst in NRC: „Volgens het internationaal humanitair recht is het glashelder dat je niet op hulpverleners mag schieten. Er zijn uitzonderingsgronden, maar dan moet je alsnog terughoudend, transparant en proportioneel handelen. Het is dus aan Israël om onomstotelijk te bewijzen dat het in werkelijkheid om strijders ging én dat er geen andere manier was om hen uit te schakelen.”
Lees ook
Waren de vijftien gedode hulpverleners in Gaza herkenbaar genoeg? ‘Dat is de verkeerde vraag, Israël had nooit mogen schieten’
De dood van de hulpverleners werd wereldwijd veroordeeld, onder anderen door de Nederlandse minister Reinette Klever (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, PVV). Volker Türk, de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties, zegt in een reactie dat de gebeurtenis „verdere zorgen” oproept „over het plegen van oorlogsmisdrijven door het Israëlische leger”.
Acht van de vijftien slachtoffers werkten voor de Palestijnse Rode Halve Maan. Het was wereldwijd de dodelijkste aanval op medewerkers van het Rode Kruis en de Rode Halve Maan sinds 2017.
Doordeweeks horen ze keiharde explosies, zien ze de ramen trillen en staan ze in de file vanwege militaire voertuigen. In het weekend sluiten ze achteraan in de rij voor de enige twee pizzeria’s in het dorp. Voor de inwoners van het Litouwse dorpje Pabrade, vlakbij de grens met Wit-Rusland, is de aanwezigheid van zo’n zeshonderd Amerikaanse militairen dagelijks merkbaar. Het dorp was afgelopen maand volop in het nieuws, nadat vier Amerikaanse soldaten vermist waren geraakt op het naastgelegen oefenterrein en hun lichamen na een week gevonden werden in een moeras.
Bij MO Pizza Kebab hangt de muur vol legerinsignes, afkomstig uit Nederland, Polen, Noorwegen. Het zijn souvenirs van NAVO-soldaten die geregeld oefeningen houden op het grote defensieterrein buiten het dorp. Maar de muur hangt vooral vol met insignes van de ‘U.S. Army’ – zij hebben sinds 2021 een kamp gevestigd in Pabrade.
De pizzeria is nog geen jaar open en nu al een doorslaand succes bij de Amerikanen, zegt Karolina Jusciute (21). In het weekend komen er zo’n honderd soldaten per avond eten. „Voornamelijk spareribs, want die maken we hier zelf.”
Karolina Jusciute, eigenaar van de pizzeria in Pabrade: „Zonder de aanwezigheid van de Amerikanen zullen we waarschijnlijk moeten sluiten.”
Foto Denis Vejas
Insignes uit diverse landen, achtergelaten door militaire bezoekers van MO Pizza Kebab.
Foto Denis Vejas
Maar als de Amerikanen vertrekken, dan is het over en uit met de pizzeria. „We zijn vanuit Vilnius hier gekomen vanwege de Amerikanen”, zegt Jusciute van het familiebedrijf. „Zonder de aanwezigheid van de Amerikanen zullen we waarschijnlijk moeten sluiten.”
In Pabrade wachten de inwoners met spanning af welke richting de Amerikaanse regering onder president Donald Trump op gaat met de Amerikaanse NAVO-troepen in Europa. Verschillende functionarissen van de Trump-regering hebben gedreigd met terugtrekking van een deel van de Amerikaanse militairen in Europa. Het aantal Amerikaanse soldaten in Europa schommelt sinds 2022 tussen de 75.000 en 105.000. Ongeveer tweederde is permanent gestationeerd in Europa, de rest bestaat uit roulerende militairen. Europese analisten gaan er vanuit dat Trump plannen heeft om twintigduizend soldaten terug te trekken.
Suwalki-corridor
Litouwen is sinds 2004 lid van de NAVO. Er zijn slechts zo’n duizend Amerikaanse militairen gestationeerd, maar deze zijn wel van wezenlijk belang voor het land tussen de Russische exclave Kaliningrad in het westen en Wit-Rusland in het oosten. Het stukje land tussen deze twee buurlanden, de Suwalki-corridor, geldt als de achilleshiel van de NAVO – Rusland zou deze corridor van 65 kilometer bij een grondaanval binnen no time kunnen innemen.
Met nog geen drie miljoen inwoners en zo’n 23.000 militairen zijn de Litouwers met weinigen om het land te verdedigen. Ook heeft het land geen gevechtsvliegtuigen en het heeft pas recentelijk tanks besteld. Daarom steunt Litouwen al jaren op de aanwezigheid van buitenlandse militairen. Wat zou een vertrek van de Amerikanen betekenen voor Litouwen en hoe denken de inwoners van Pabrade over hun aanwezigheid?
Litouwen werd „misschien wat naïef” na toetreding tot de NAVO in 2004, zegt Vaidotas Urbelis, de hoogste defensie-ambtenaar van het land. „We hadden het gevoel dat ons veiligheidsprobleem was opgelost met toetreding tot de NAVO.” Het defensiebudget zakte na 2004 naar 0,7 procent van het bbp – ver onder de NAVO-norm van 2 procent.
Nadat Rusland de Krim bezette in 2014 begon het land weer te investeren in defensie en na de Russische invasie in Oekraïne voerde Litouwen de dienstplicht in. Ook kwamen er vijfduizend extra NAVO-militairen, die onder leiding van Duitsland vast gelegerd zijn in Litouwen. Dit jaar besteedt Litouwen zo’n 4 procent van het bbp aan defensie, dat stijgt de komende jaren naar 6 procent.
Zicht op Pabrade.
Foto Denis Vejas
Militair oefenterrein bij Pabrade.
Foto Denis Vejas
Urbelis neemt de berichten dat de Amerikanen militairen willen terugtrekken met een korreltje zout. „Er wordt in de kranten over geschreven, maar wij hebben daar geen enkele aanwijzing voor gekregen”, zegt Urbelis, zittend voor een NAVO-vlag in een zaaltje van het ministerie van Defensie in Vilnius.
Bovendien is Litouwen „altijd voorbereid op het slechtste scenario”, aldus Urbelis. „Dat zit in ons dna. Al hangt een Russische aanval niet af van Rusland, maar van ons. Als wij niet afschrikwekkend genoeg zijn, dan zal Rusland ons aanvallen.” Hoe Urbelis dat zo zeker weet? „Poetin is geen geheim voor ons, we kennen de man en zijn mentaliteit. We spraken met hem toen het nog kon. Poetin is een opportunist die alleen de zwakkeren aanvalt, diegenen die hij kan overwinnen.”
Hoewel de Amerikaanse aanwezigheid in Litouwen beperkt is tot zeshonderd infanteriesoldaten in Pabrade en nog een paar honderd op de luchtmachtbasis in Siauliai, zijn de Amerikanen wel belangrijk voor de Litouwse verdediging. „De aanwezigheid van Amerikaanse troepen is een signaal naar Rusland dat als ze ons aanvallen, ze ook de Amerikanen aanvallen”, zegt Urbelis.
Sussende woorden
Niet iedereen in Litouwen is het eens met de sussende woorden van Urbelis. „Zonder bondgenoten zijn we niet veilig in Litouwen”, zegt Linas Kojala, directeur van het Geopolitics and Security Studies Center in Vilnius. „Voor sommige landen is de aanwezigheid van Amerika iets extra’s, voor onze verdediging is het essentieel.”
Kojala merkt dat sinds Trump belde met de Russische president Vladimir Poetin de angst in Litouwen is toegenomen. „Ik kreeg evenveel berichten als tijdens de invasie van Rusland in Oekraïne – mensen vragen mij of er oorlog in Litouwen komt.”
Toch houdt ook hij hoop dat de Verenigde Staten hun troepen niet uit Litouwen terugtrekken. „Wij zijn qua defensiebudget een goede bondgenoot, hebben een pro-Amerikaanse bevolking, kopen veel lng en tijdens de eerste termijn van Trump stationeerde hij méér Amerikaanse troepen in Litouwen.”
De nederzetting Pabrade groeide na de komst van een spoorlijn tussen Warschau en Sint-Petersburg uit tot een dorp met zo’n vijfduizend inwoners nu. Het werd bezet door de Duitsers, was tussen de twee wereldoorlogen Pools en behoorde daarna tot de Sovjet-Unie – kampen rondom het dorp werden gebruikt door de nazi’s voor massamoorden op Joden en daarna voor dwangarbeid onder de communisten. Op het defensieterrein in de bossen rondom het dorp werd eerst geoefend door Duitsers, Polen en Sovjets en nu door de NAVO.
De geschiedenis van de afgelopen eeuw komt samen in het dorp en dat is ook te horen op straat. De bewoners spreken Russisch, Pools én Litouws, soms zelfs door elkaar. De helft heeft Poolse voorouders, een kwart Russische of Wit-Russische of Litouwse. „Ik spreek in Pabrade in het Litouws, Pools én Russisch”, zegt bibliothecaresse Jurgita Sondor (35) in het Pools. „Maar sinds de oorlog in Oekraïne mijd ik Russisch”, zucht ze.
Ook zijn er geen Russische weekbladen meer te huur in de bibliotheek en het stapeltje Russischtalige romans neemt af. „Terwijl de vraag naar Russische weekbladen groot is”, zegt Sondor. „Nieuwe Russische boeken mag ik niet meer bestellen. Ook de klassiekers niet.”
De Pools-Russische bibliothecaresse Jurgita Sondor spreekt geen Russisch meer met de inwoners van Pabrade.
Foto Denis Vejas
De Litouwse zussen Lolita Vilimiene (l) en Ruta Baliukoniene runnen het culturele centrum in Pabrade.
Foto Denis Vejas
Russische liederen
Tot de oorlog in Oekraïne was er nooit spanning tussen de verschillende etniciteiten in Pabrade, zeggen de Litouwse zussen Ruta Baliukoniene en Lolita Vilimiene die het culturele centrum runnen – een verdieping onder de bibliotheek. „Maar sinds de oorlog is er spanning in het dorp”, zegt Baliukoniene. „Op Facebook zagen we dorpsgenoten pro-Russische berichten delen.”
Het baart ze zorgen. „We zijn gestopt met het zingen van Russische liederen tijdens koorbijeenkomsten”, zegt Vilimiene. „Sommigen gebruikten die liederen om hun Russische trots te laten zien.”
Over de NAVO-aanwezigheid denken de twee anders dan Sondor. De Pools-Russische bibliothecaresse – getrouwd met een etnische-Rus – ziet vooral nadelen van de NAVO-troepen. „Files, lawaai, trillende ruiten en we krijgen daar geen compensatie voor. Bovendien zijn de soldaten soms dronken en gedragen ze zich uit de hoogte.”
De zussen beneden zijn juist blij met de NAVO-militairen. Ze organiseren filmavonden voor de soldaten en voelen zich veilig vanwege hun aanwezigheid. Baliukoniene: „Wij leefden nog onder het Sovjet-bewind, toen er in de winkels niks te koop was en we als schoolmeisjes regelmatig schietlessen kregen met kalasjnikovs.” Dat die lessen nu van pas komen bij een Russische inval doet hen gniffelen. „We waren zo blij met het NAVO-lidmaatschap van Litouwen in 2004.”
Maar de aanwezigheid van die NAVO-militairen maakt Sondor bang. ’s Ochtends las ze het nieuws dat er wordt gesproken over terugtrekking van Amerikaanse troepen. Veilig voelde ze zich toch al niet in Pabrade. „Als er iets gebeurt, dan is dit een van de eerste plekken die zal worden aangevallen.”
Lees ook
‘We leven niet in een naoorlogs tijdperk, maar in een vooroorlogse periode’