Bij gebrek aan een fatsoenlijke metafoor karakteriseerde Mark Rutte het land eens als „een breekbaar vaasje”. Onze verworvenheden zijn niet vanzelfsprekend. Onze vrijheden, rijkdom en al die heerlijke spulletjes; we kunnen het zomaar kwijtraken.
Schoof rept niet over vaasjes, maar de boodschap van zijn kabinet is dezelfde; we hebben iets te beschermen en daarvoor rekenen we op de hardwerkende Nederlander. Dat is een breed begrip, maar ga je ’s ochtends naar je werk, stop je voor rood, rijd je door bij groen en geef je bij oranje extra gas? Dan hoor je er waarschijnlijk gewoon bij. Aan de andere kant heb je de mensen die dat vaasje kapot willen maken. ‘Woke’ bijvoorbeeld, dat alles wat leuk is wil verbieden. En criminelen, want die houden zich niet aan onze wetten. En alsof dat nog niet genoeg bedreiging is, heb je ook nog de asielzoekers.
Wil je iets gedaan krijgen in het huidige politieke klimaat, dan moet je rekening houden met die fictieve tweedeling. Je neemt het nooit op voor de vijanden van het vaasje, terwijl je altijd de belangen van de ‘hardwerkende Nederlander’ beklemtoont.
Neem het cellentekort. Er zijn te veel gevangenissen gesloten en zolang je niet Fred Teeven of Ivo Opstelten heet, kun je daar als gevangene niks aan doen. Maar je bent crimineel, dus niemand komt op voor je rechten. Er wordt voorgesteld om je met nog meer gedetineerden in een cel te zetten of om je dagbesteding maar te schrappen.
Dat is gek: we hebben als samenleving bepaald hoe we gedetineerden behandelen, maar door falen van de overheid moet het nog onaangenamer? Dat is alsof je een rode kaart krijgt omdat de scheidsrechter geen gele kaarten bij zich heeft. Als een overheid je niet kan straffen zoals we dat hebben afgesproken, dan moeten ze je maar wat eerder vrijlaten. Het zou heel normaal zijn als op die manier wordt geredeneerd, maar helaas heeft wijzen op rechten voor gevangenen iets ingewikkelds en dat past in geen enkele mediastrategie.
Gelukkig voor de gevangenen is er ook nog gevangenispersoneel en dat zijn wel hardwerkende Nederlanders. Het enige dat het schenden van rechten van gevangenen nu nog in de weg staat, is het argument dat het een te hoge werkdruk en onveilige situaties oplevert voor het personeel.
Voorstanders van een vuurwerkverbod wijzen op het jaarlijkse leed dat vuurwerk veroorzaakt voor mens en dier. Maar omdat die argumenten vooral uit de hoek van GroenLinks en Partij voor de Dieren komen, worden ze geoormerkt als ‘woke’-bezwaren van mensen die plezier haten. De morele vraag of dat plezier opweegt tegen al het leed is te ingewikkeld, ook hier hebben we de hardwerkende Nederlander weer nodig. Gooi het dus op de hulpverleners, of nog krachtiger: onze fantastische hulpverleners. Alleen zo krijg je de VVD mee en kom je dichter bij een vuurwerkverbod.
En dan de lintjesaffaire van deze week. Alle vrijwilligers krijgen zonder bezwaren een lintje, behalve de vijf die asielzoekers helpen. Dat is zeker een schoffering van die vrijwilligers, maar toch vooral van asielzoekers. Iedereen die anderen helpt krijgt een lintje, behalve als ze jou helpen, zo nadrukkelijk word je gezien als vijand. Minister Faber (PVV) werd het vuur aan de schenen gelegd over de manier waarop ze vrijwilligers behandelt, maar behalve dan dat CU-Kamerlid Mirjam Bikker opmerkte dat meervoudig Olympisch kampioen Sifan Hassan ook asielzoeker is, ging het niet over het racisme achter het besluit van Faber.
De vijanden van de huidige machthebbers moeten op dezelfde bescherming kunnen rekenen als de hardwerkende Nederlanders. Dat begint ermee dat toch in elk geval de oppositie er zo nu en dan op wijst dat rechten niet alleen gelden voor de eigen achterban. Dat gebeurt te weinig. In het huidige debat begint bijna niemand nog over moraliteit of universele rechten, het belang van de een wordt voortdurend tegenover het belang van de ander gezet, alsof de hardwerkende Nederlander niet zelf gedetineerde kan worden. Maar als niemand zich meer in een ander verplaatst, en sorry dat ik weer met die domme metafoor kom aanzetten, dan is het vaasje al gebroken.
