
Op de A29 tussen Barendrecht en Numansdorp was de Week van de Lentekriebels in volle gang. Een mannetjesfazant in glanzend verenkleed, een Canadese gans, twee woerden met metallic groene koppen. Allemaal in de kracht van hun leven – totdat ze werden doodgereden. Kilometer na kilometer roadkill in de berm. Lentekolder, overmoedig en onoplettend op zoek naar een partner. Of kwam het toch door de zomertijd? Elk jaar zingt het rond bij het vooruitzetten van de klok: meer wildaanrijdingen. Dieren weten níét dat de ochtendspits plotseling een uur eerder begint.
Ik ben op weg naar de Grevelingendam, net als Teletekst jarig op 1 april. De dam, dit jaar 60 lentes jong, verbindt Goeree-Overflakkee met Schouwen-Duiveland. De westelijker gelegen Brouwersdam doet dat ook en tussen die twee in is het Grevelingenmeer ontstaan, het grootste zoutwatermeer van Europa.
Onder water is de situatie bepaald niet feestelijk: al jaren maken ecologen zich zorgen over de zuurstofloosheid in de diepere delen, door een gebrek aan getij. Maar boven water lijken er reusachtige roze verjaardagskaarsjes de lucht in te steken. Dichterbij gekomen is ook gekrakeel te horen. De kaarsen zijn de nekken van tientallen flamingo’s, die hier jaarlijks overwinteren. Talloze tinten roze door elkaar: de groep bestaat uit witroze Europese, lichtroze Chileense en vermiljoenrode Caribische flamingo’s – en kruisingen daartussen.
‘Nu is het een bescheiden groepje”, zegt vogelaar Raymond (69) uit Zierikzee. Door de verrekijker telt hij er 46. „De helft is al naar Duitsland vertrokken, naar het Zwillbrocker Venn, net over de grens.” Daar broeden ze, op nesten van klei: elk vrouwtje één ei. Omdat de waterstand daar ’s winters te hoog is, zoeken de flamingo’s dan het getijdeluwe, zoute en dus onbevroren Grevelingenmeer op.
De pech is dat ze ook veel dagjesmensen trekken, in de weekenden soms busladingen vol. Raymond wijst op het riet. „Dat metersbrede pad is gemaakt door natuurfotografen die nóg dichterbij wilden komen. Maar daarmee verstoor je niet alleen de flamingo’s, je vernielt ook het leefgebied van andere vogels.”
Daarom heeft Staatsbosbeheer half maart een touw voor het riet gehangen en een informatiebord geplaatst. „De verbodsbordjes die er stonden waren niet afdoende”, vertelt boswachter Melanie van Zweeden. „Als mensen die flamingo’s zien lijken ze al het andere te vergeten.” Vaak steken ze vanaf de parkeerplaats zo de 100-kilometerweg over. „Dat is vragen om ongelukken.”
De flamingo’s zijn weinig met hun publiek bezig. Sommige zijn op zoek naar algen en plankton, andere slapen op één poot. Het meest in het oog springt het groepje dat met de nek omhoog heen en weer paradeert. De show doet denken aan Sir David Attenborough’s Planet Earth II, waarin Boliviaanse flamingo’s een vergelijkbare paringsdans opvoeren, en aan de keer dat ik in roze jurk in de Parijse dierentuin versierd werd door een mannetjesflamingo.
Nu en dan spreidt een van de dansers z’n vleugels, als een knalroze potloodventer. Verder beweegt de groep als één gesynchroniseerd geheel, elke vogel op vaste afstand van z’n buren. Lentekriebels zónder botsingen, het kan dus wel.
Gemma Venhuizen is biologieredacteur en doet elke woensdag ergens vanuit Nederland verslag.
