‘Het is ons gelukt”, zegt Yannis Stournaras tevreden. „Met bloed, zweet, tranen en hulp vanuit de eurozone heeft Griekenland het gehaald.” De gouverneur van de Griekse centrale bank zit in een paleisachtige kamer met hoge plafonds, houten panelen en klassiek houten meubilair achter een groot houten bureau. De statige omgeving past niet bij hoe Stournaras overkomt. De ervaren econoom is een beweeglijke, amicale man en een gemakkelijke prater.
Stournaras onderhandelde namens het ministerie van Financiën over de toetreding van Griekenland tot de eurozone in 2001. Die toetreding maakte het veel goedkoper voor het land om geld te lenen. Mede daardoor ging de budgettaire discipline overboord en stegen de begrotingstekorten. Toen naar buiten kwam dat Griekenland de hoogte ervan had verhuld, gebeurde het omgekeerde: de kredietwaardigheid kelderde, lenen werd onbetaalbaar en Griekenland kon niet meer voldoen aan de lopende verplichtingen. Wat volgde waren jaren vol onzekerheid en woede over vergaande bezuinigingen. Burgers waren bang dat hun spaargeld zou verdwijnen. Er stonden lange rijen voor banken. Geldschieters als het IMF en andere landen in de eurozone eisten harde bezuinigingen en hervormingen. De periode tussen 2009 en 2016 ging ‘de eurocrisis’ heten.
Stournaras pleitte onvermoeibaar tegen een ‘Grexit’ en voor liberalisering van de economie, hervormingen en bezuinigingen. Dat deed hij aanvankelijk als hoofd van een gerenommeerde denktank en vervolgens als minister van Financiën. Sinds 2014 bewaakt hij bij de centrale bank de financiële stabiliteit van het land.
En nu staat hij in zijn kracht, in plaats van in de verdediging. De Griekse economie groeit al een paar jaar harder dan het Europese gemiddelde. De enorme staatsschuld daalt rap. Die was in 2020 nog 209,4 procent van het bruto binnenlands product, en in 2024 157,3 procent. Kredietbeoordelaars vinden Griekse staatsobligaties inmiddels een veilige belegging.
Bent u blij?
„We zijn heel blij. Weet je nog dat iedereen in 2012, en daarna opnieuw in 2015, dacht dat Griekenland het niet zou halen?”
Griekenland betaalt nu zelfs minder rente op langlopende obligaties dan Frankrijk. Wie had dat gedacht.
„Beter dan Frankrijk, ja. Maar er is meer. De groei van ons bruto binnenlands product is ook veel hoger dan die van het gemiddelde in de eurozone. Budgettair gaat het Griekenland fantastisch. We hebben een begrotingsoverschot van 3,5 procent. De hervormingen betalen zich uit. De landen in Europa waar het nu goed gaat, zijn de landen in het zuiden die in het verleden gedwongen moesten hervormen.
„Ik ben trots en ik wil dat andere landen naar ons kijken en zeggen: als het Griekenland lukt om uit die grote, grote problemen te komen, dan kunnen we alles samen in Europa. Wij hebben van deze ervaring geleerd. En ik denk dat ook in de eurozone lessen zijn getrokken.”
Na de crisisjaren raken Grieken gewend aan het nieuwe normaal. Maar leuker is het niet geworden
Wat zijn die lessen?
„Voor ons in Griekenland natuurlijk dat we verantwoordelijk begrotingsbeleid, financiële stabiliteit en hervormingen nóóit los moeten laten. En dat het zich uitbetaalt als je bureaucratie vermindert en procedures vereenvoudigt.
„Voor de eurozone is de les dat er flexibiliteit en realisme nodig is. Ik ben blij met de manier waarop we nu reageren op de wake-upcall van de andere kant van de Atlantische oceaan.
„Wat we in Europa nu meer dan wat ook nodig hebben zijn investeringen. De investeringen in Europa zijn vanaf de financiële crisis veel harder teruggevallen dan die in de Verenigde Staten. Die ontwikkeling is zichtbaar vanaf het faillissement van de bank Lehman Brothers [in 2008]. En dat zie je nu terug in het verschil in productiviteit. Dat is precies de kloof waar [oud-voorzitter van de Europese Centrale Bank en ex-premier van Italië] Mario Draghi het over heeft in zijn rapport.”
Stournaras roemt het Duitse besluit om de Schuldenbremse te versoepelen, zodat het land meer geld kan lenen om in defensie en infrastructuur te investeren. Ook is hij vol lof over de recent aangekondigde plannen van de Europese Commissie voor eenwording van de Europese kapitaalmarkt, een bankenunie en de voorstellen voor gezamenlijke uitgaven aan defensie. Het zijn stappen die in zijn ogen al eerder hadden kunnen worden genomen, omdat het volgens hem overduidelijk is dat ze nodig zijn. „Er zijn geen verdragswijzigingen voor nodig. Er hoeft geen consensus over te zijn. We moeten nu proactief zijn.”

Nederlandse politici zijn zeer huiverig over het aangaan van gezamenlijke Europese schulden voor defensie-uitgaven.
„Dat is een vergissing. Een grote vergissing. We zullen onze krachten moeten bundelen en gezamenlijk risico’s dragen. Want we staan er als Europa nu min of meer alleen voor.
„Wat ons verenigt is meer dan wat ons scheidt. En ik ben blij dat we dat nu lijken te begrijpen. Het is veelzeggend dat de conservatieven in Duitsland de Schuldenbremse hebben opgeheven. Tijden veranderen.”
Hoe verklaart u dat verschil in investeringen tussen die in Europa en die in de VS vanaf de financiële crisis?
„Er zijn fouten gemaakt in de aanpak van de ‘Griekse crisis’. De landen die het krediet verstrekten, stonden erop dat zelfs in publieke investeringen werd gesneden. Maar te veel bezuinigen heeft een negatief sneeuwbaleffect. Dat verlaagt niet alleen het begrotingstekort, maar zorgt ook dat de economische groei stopt. En dan vallen belastinginkomsten tegen. Je verergert de situatie. Griekenland heeft die saneringen slechts op het nippertje overleefd. Maar er zijn lessen uit getrokken. Dat is belangrijk.
„Ik ga nu een marxistische uitdrukking gebruiken: Griekenland was ‘de vroedvrouw van de geschiedenis’. Door de Griekse crisis is het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) opgericht [een permanent financieel noodfonds]. Dat was nodig in Europa voor het herkapitaliseren van banken. Daardoor hebben we financiële stabiliteit.
„Zonder de ervaring in Griekenland zou mogelijk ook de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit [het gezamenlijke Europese coronafonds] er niet gekomen zijn. En dat is een hele positieve ervaring. Het is geld dat het waard is om uit te geven. In Griekenland zorgt het ervoor dat we stappen zetten in de digitale economie, in groene energie. Het is een investering in menselijk kapitaal.
„Op dit moment heeft Europa een overschot op de lopende rekening. Er wordt dus meer gespaard dan geïnvesteerd. Er is dus geld om meer te investeren in Europa. Dat is heel positief. We hebben geen geld van buiten nodig.”
Markeert het gesprek over het aangaan van gezamenlijke Europese schulden het symbolische einde aan de Griekse crisis?
„Het hangt wel met elkaar samen. We hebben die gezamenlijkheid nodig. De Herstel- en Veerkrachtfaciliteit was een succes. Daar heeft Europa 800 miljard euro voor geleend. Dat is verdeeld naar behoefte. En in armere landen heb je nu eenmaal potentieel een hoger resultaat van je investeringen. Het is goed besteed geld. Op die ervaring kunnen we verder bouwen. Hoe kunnen we de rol van de euro vergroten? Ik ben niet blij met wat er aan de andere kant van de Atlantische Oceaan gebeurt, maar je kunt al zien dat de euro daardoor aan kracht wint. Het beleid van de VS creëert ook een kans.”
Hoe zouden we dat gezamenlijk optrekken in Europa volgens u moeten aanpakken?
„We hebben het zelf in de hand. We moeten onder elkaar overeenstemming bereiken. Dit is geen onderhandeling tussen noord en zuid, tussen centrum en periferie. Het is niet mijn leven, jouw dood. We hebben win-win nodig, geen zero-sum game. Het ene land is niet belangrijker dan het andere. We maken allemaal deel uit van Europa en iedereen is nodig.
„Dat we geen gezamenlijk defensiebeleid hebben, maakt ons zwakker. Maar als de VS zich terugtrekken biedt dat ook een kans om op onze eigen voorwaarden te onderhandelen. Uiteindelijk worden we daar sterker van.”
Op dit moment wordt het Europese spaargeld vooral in de Verenigde Staten belegd, want daar renderen investeringen beter.
„Dat klopt. Dat komt ook doordat de Europese landen die ruimte hadden om uitgaven te doen, die niet hebben benut om hier te investeren, wat goed zou zijn geweest voor productiviteit en rendement. Zoals in Duitsland. Dat is daar nu ingezien en dat is heel goed. Nu moeten we ervoor zorgen dat het private resultaat op investeringen omhoog gaat door de Europese versnippering in regelgeving, beleid en toezicht aan te pakken. Eén kapitaalmarkt betekent ook één federale toezichthouder. Zoals we ook voor de banken één toezichthouder hebben.”
Griekenland staat in koopkrachtvergelijkingen tussen Bulgarije en Letland. Helemaal onderaan in Europa. Toch niet zo’n succesverhaal?
„De inkomens zijn tijdens de crisis enorm gedaald. Nu gaan ze heel langzaam omhoog. Qua bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking begeven we ons langzaam naar het niveau van vergelijkbare landen in Europa. We zijn nog niet waar we voor de crisis waren. Maar de economie toen was dan ook een zeepbel, was niet reëel.
„De lonen zijn concurrerender geworden, maar we hebben nog veel te doen om structureel concurrerender te worden. Dan moet je denken aan de openbare infrastructuur, justitie, het onderwijssysteem, dat nog niet mensen met vaardigheden aflevert waar vraag naar is. Sommige sectoren zijn nog steeds heel gesloten voor nieuwkomers.”
Dat was aan het begin van de crisis al een thema waar u op hamerde. Wat zegt het dat bij justitie en in die sectoren nog steeds weinig veranderd is?
„Ook dat is een van de fouten die zijn gemaakt tijdens de crisis. We kozen er tijdens de crisis voor om eerst de arbeidsmarkt drastisch te liberaliseren – die is nu een van de meest flexibele van Europa. De goederen- en dienstenmarkt kwamen later. Dus we brachten de lonen naar beneden, maar deden niet hetzelfde met de prijzen van goederen en diensten. Pas vele jaren later begonnen we met het aanpakken van de macht van een kleine groep bedrijven, de oligopolies. Als we op beide terreinen tegelijk hadden ingegrepen, was de teruggang in koopkracht mogelijk minder groot geweest en de recessie minder diep. Het is belangrijk in welke volgorde je hervormt.”
Hoeveel jaar duurt het nog tot het Griekse bruto binnenlands product weer op het niveau is van voor de crisis?
„We zijn ambitieuzer dan dat. We willen in minder dan twintig jaar op hetzelfde niveau zitten als de rest van Europa. We groeien sneller dan het Europese gemiddelde. Dus ik ben ervan overtuigd dat dit ons gaat lukken.”
