Column | Voor de laatste keer de touwladder af

Het is een onopvallende bulkcarrier; honderden van zulke schepen moet hij de Westerschelde op- en af hebben gebracht. Maar de Federal Yukon zal hij nu nooit meer vergeten: met dit schip maakte Jan Willem Siewe vrijdag zijn laatste reis als loods.

Twee jaar geleden liet hij me zijn werkterrein zien: de Noordzee voor de Zeeuwse delta, waar windparken de ruimte voor scheepvaart steeds verder insnoeren. Daar, vanaf land gezien achter de horizon, ligt 24/7 een loodsvaartuig dat inkomende zeeschepen van een loods voorziet. Met kennis van getij, stroming, ondieptes en betonning begeleidt de loods zo’n schip naar Vlissingen of Antwerpen. Sinds 1996 was Siewe een van hen.

Zeevaartschool, stuurman, kapitein (kap’tein, zeggen zeevarenden zelf). In 1992, op zijn 27ste, maakte hij zijn eerste reis als gezagvoerder. „Met kunstmest van Dordrecht naar Nicaragua, dat schip is allang verschroot.” Een paar jaar later, met een jong gezin, koos hij voor het Loodswezen.

En nu is hij 60. „Lang heb ik me verzet tegen het idee dat ik moest stoppen met dit prachtige vak”, zegt hij. Niet alleen voer hij als loods, maar hij was ook nauw betrokken bij de bouw van drie nieuwe loodsvaartuigen en de opleiding van loodsen. Vóór je de grootste containerschepen – 400 meter lang, 24.300 containers – door de nauwtes van de Schelde naar het Antwerpse Deurganckdok kunt (en mag) loodsen, ben je jaren verder.

Er zijn dingen die hij niet zal missen. Zoals die keer dat een zeiljachtje in de dode hoek voor zijn schip verdween. „Ik dacht: ik heb hem onder me door getrokken. Maar toen kwamen ze weer tevoorschijn, vrolijk zwaaiend, terwijl je zelf met knikkende knieën staat.”

Op de brug neemt de loods het bevel over. Niet elke kapitein vindt dat even makkelijk. Hij herinnert zich een Griek die steeds sneller met zijn rozenkrans ging klikken. En hoe hij eens via de marifoon overlegde met een naderend schip om elkaar ‘groen op groen’ te passeren: in afwijking van de regels allebei ‘links houden’. „‘Hoe kun je dat nou doen, Mister pilot?’, wilde die kap’tein weten. Russen kunnen sowieso zeldzaam eigenwijs zijn. Maar ik wéét wie er op die andere boot zit, je herkent je collega-loods aan zijn stem op de marifoon. Wij vertrouwen elkaar, we zijn een gemeenschap die de rivier veilig houdt.”

Als de Federal Yukon voor de Vlissingse boulevard verschijnt, jakkert de ‘redeboot’, gepavoiseerd voor de gelegenheid, de haven uit en vlijt zich tegen de rood-roestige romp van de bulkcarrier. Voor de laatste keer komt Siewe hand voor hand een touwladder af. Scheepshoorns loeien. Een blusboot spuit een erehaag van water. Straks, op de sociëteit, mag hij het houten balkje met zijn naam in de ‘beurtrol’ schuiven, in het vakje ‘Rust’. Als de redeboot in een wolk schuim en diesel de haven binnenloopt, wacht zijn zoute familie, meer dan honderd actieve en gepensioneerde loodsen plus aanhang, Siewe op met applaus.

„Sterk spul”, hoor je hem denken.

Hans Steketee doet elke maandag ergens vanuit Nederland verslag.