Opinie | ‘Wekelijks sta ik stil bij hen voor wie er veel meer op het spel staat’

In de jaren zeventig en tachtig deed Joep Bik het werk dat ik nu doe, hij werkte ook als verslaggever in Den Haag voor NRC. Van wat ik over hem heb gelezen was hij zeer invloedrijk. Hij had een herkenbare schrijfstijl, was meester van de bijzinnetjes. In zijn stukken die ik in het NRC-archief vond, is ook goed terug te lezen dat hij zich altijd een beetje is blijven verbazen over hoe het eraan toe kan gaan in Den Haag.

Veertien jaar geleden overleed hij en de kop van de necrologie die in NRC stond, luidde: Afstandelijk betrokken. Een houding om na te streven.

In de jaren zeventig stond Bik op uitnodiging van Anne Vondeling in de handelingenkamer, in het gebouw van de Tweede Kamer op het Binnenhof. Dat was een imposante maar kleine ruimte, waar je de geschiedenis in getrokken werd. Met tegen de muren kasten met dikke gebonden boeken met de uitgeschreven verslagen van uren aan debat door de oerpolitici die hier ooit rondliepen.

Vondeling, toen Kamervoorzitter, organiseerde er een nieuwjaarsbijeenkomst voor journalisten. Het was de tijd dat de drank nog rijkelijk vloeide op het Binnenhof, maar niet bij geheelonthouder Vondeling. Op zijn bijeenkomsten kreeg je vruchtensap, of frisdrank.

Bik schreef over die bijeenkomst in NRC. Onderweg naar de handelingenkamer had hij een vergeelde groepsfoto uit de vroege twintigste eeuw gezien van journalisten, hangend in een van de gangen van het Kamergebouw. „Een foto was dat van enkele tientallen middelbare mannen met hoeden in driedelig pak, vaak fikse snorren op ernstige gezichten, een enkeling leunend op een fiets, geen vrouwen. Heren dus.”

Democratisch vangnet

Zíjn generatie was alweer heel anders. De driedelige pakken waren vervangen, de ontzuiling in volle gang. De tijd van journalisten die nederig aan een minister vroegen ‘heeft u een goede reis gehad, excellentie?’ – die was voorbij. Er was nu sprake van, in de woorden van Bik, „Vrijgevochten journaille, zo men wil”.

Een generatie die zich niet zomaar iets liet opdragen, ook niet door de Kamervoorzitter. En dus viel er een stilte nadat Vondeling tijdens de bijeenkomst in de handelingenkamer met klem een oproep deed: journalisten moesten zich veel meer gaan gedragen als de „slaperdijk in de democratie”. Zij moesten hun beroepsgroep zien als een „democratisch vangnet”.

Dat Vondeling er niet gerust op was dat zijn woorden gehoor zouden krijgen, bleek daarna. Hij schreef zoals bekend meerdere boeken waarin hij ook reflecteerde op de rol van de parlementaire pers.

Als je het heel bombastisch zou willen beschrijven, kun je zeggen: het enige dat wij te beschermen hebben is de waarheid

Een slaperdijk in de democratie. Een soort reservedijk, die als de eerste dijk doorbreekt het water tegen kan houden. In dit geval: als de bescherming van de democratie niet in veilige handen is bij de politiek, dan moet de journalistiek die rol overnemen. Onder de journalisten die Vondeling aanhoorden was er een gevoel van verbazing en, zo zag Bik, verzet. Zíj waren toch niet democratisch gekozen? En bovendien toch niet verplicht tot het nemen van zó’n grote verantwoordelijkheid?

Nieuwe vragen

Ergens snap ik dat. Journalisten zijn er om verslag te doen. Zowel van wat er in alle openheid gebeurt als van wat angstvallig wordt stilgehouden. Als je het heel bombastisch zou willen beschrijven, kun je zeggen: het enige dat wij te beschermen hebben is de waarheid.

En toch roept deze tijd nieuwe vragen op. Wat als die waarheid er niet meer toe doet? Wat als alternatieve versies, van wat waarheden zouden kúnnen zijn, in de beeldvorming zwaarder wegen? Wat als de waarheid niet meer opbokst tegen andere verlangens of prioriteiten van kiezers? Amerikaanse media schreven jarenlang over Trump. Over zijn seksisme, racisme, hij is veroordeeld crimineel. Hij is aanstichter van de Capitoolbestorming en houdt tot de dag van vandaag vol dat de verkiezingen van 2020 gestolen zijn door de democraten. Zeker dat laatste toont een antidemocratische houding, zou ik enigszins omfloerst kunnen stellen.

Maar hij plaatste daar de belofte tegenover van onder meer minder immigratie – en won. Kunnen wij als journalisten dan nog wegkomen met de boodschap dat wij er alleen zijn voor waarheidsvinding? Of is dat te gemakkelijk? Te passief, te ondoordacht?

Hier verwacht u wellicht een antwoord van mijn kant. Toch maak ik hierbij dan graag gebruik van de wijze woorden van de wijze juryleden, ik schijn vooral goed te zijn in het stellen van vragen. En het wachten is dan op goede antwoorden van de overkant. In dit geval bent u dat.

Terug naar Joep Bik. Hij had zo’n staat van dienst als politiek verslaggever, dat het voor de hand lag dat hij op een zeker moment in aanmerking zou komen voor de Anne Vondelingprijs. Maar hij wilde dat niet. Hij schreef de jury ooit dat hij „geen voorstander was van prijzen voor journalisten”, hij wilde daarom „liever geen kandidaat zijn”.

Leunen op zij die hun leven wagen

Ik snap dat ongemak. Geen zorgen, ik neem de prijs heel graag en dankbaar in ontvangst. Maar ik geef hem wel weer een soort van meteen weer door. De afgelopen jaren is er geen week voorbijgegaan dat ik op vrijdag, bij de wekelijkse persconferentie, plaatsnam aan uw kant van de zaal zonder even stil te staan bij collega’s op andere plekken in de wereld, die niet vanuit een comfortabele stoel hun vragen konden stellen aan de verantwoordelijken. En voor wie er veel, veel meer op het spel staat.

En dan denk ik de laatste maanden het vaakst aan mijn collega-journalisten in Gaza. The Committee to Protect Journalists houdt cijfers bij. Sinds de aanval van Hamas op 7 oktober 2023 op Joodse Israëliërs en de oorlog die Israël daarna in Gaza begon zijn daar 130 journalisten vermoord. In minstens 11 gevallen, blijkt uit onderzoek van het CPJ, ging het om gerichte aanvallen door het Israëlische leger. Het is een minimum, de omstandigheden om er onderzoek naar te doen zijn – het zal u niet verbazen – zeer, zeer, zeer lastig. Daarbovenop raakten minstens 59 journalisten gewond en zijn er 75 gearresteerd. Dit zijn de cijfers tot vandaag.

Bedenkt u bij alles wat u uit Gaza ziet dat het voor ons, buitenlandse journalisten, correspondenten, niet mogelijk is om van binnenuit verslag te doen. We moeten vooral leunen op het werk van de mensen die hun leven wagen om te laten zien wat er gebeurt en met het besef dat zij de verantwoordelijken daar niet om opheldering kunnen vragen.

CPJ-directeur Carlos Martinez de la Serna zei het zo: „Elke keer dat een journalist wordt gedood, gewond raakt, gearresteerd of verbannen wordt, verliezen we fragmenten van de waarheid. Degenen die verantwoordelijk zijn voor deze slachtoffers, staan voor een dubbel proces: een onder internationaal recht en een ander voor de onverbiddelijke blik van de geschiedenis.”

Ik draag deze prijs aan onze collega’s in Gaza op.


Lees ook

Zij kunnen de catastrofe niet meer laten zien: dit zijn de 103 gedode journalisten in Gaza

Rouwende mensen  bij de begrafenis van Samer Abu Daqqa. De Al-Jazeera cameraman maakte in december 2023  een reportage over een gebombardeerde school in Khan Younis, toen er een Israëlische raket insloeg.