Een trap richting de camera. Stoere blik, zonnebril, revers omhoog. Wie is die rockposeur op de Nederlandse cover van de autobiografie van Rick Astley? Eh ja…, grijnst de Britse zanger, 59 jaar met nog altijd dat jongensachtige gezicht en de volle kuif die hem op zijn 21ste tot instant popidool maakte. Híj dus, in de wollige trenchcoat van zijn vrouw in een poging de serieuze sfeer in de fotostudio te doorbreken.
Want zie de andere, originele Britse boekomslag maar eens van zijn boek Never: The Autobiography – Rick Astleys verhaal over zijn bewogen jeugd en snelle faam, opgetekend met hulp van Guardian-journalist Alexis Petridis. De klassieke portretfoto: oud muziekvedette poseert op een stoel met een blik van ‘Let’s get this over with’ tegen een grijze achtergrond. „Ik wil niet zeggen saai”, zegt Rick Astley smalend, „want dat is niet eerlijk, maar de sessie was wel strikt en fantasieloos. My god, zeg. Dus ik deed maar even iets geks.”
Never is zijn levensverhaal volgens beproefd tragisch concept: de opkomst, de val en van innerlijke transformatie naar een heroïsche wederopkomst. Never is natuurlijk het eerste woordje van de verpletterend zoete jaren tachtig-hit ‘Never Gonna Give You Up’ waarmee Rick Astley in 1987 doorbrak. Hij was op zijn 21ste de in vaderlijke colbertjes gestoken brave popmarionet met dorky dansjes in het gladde, alle hitlijsten dominerende poprijkje van de Britse producers Stock, Aitken & Waterman.
Zes jaar later, na nog meer gepolijst popsucces als ‘Together Forever’ (1988) en ‘She Wants To Dance With Me’ (1988) en zijn laatste hit, het meer soulvolle ‘Cry For Help’ (1991) dat er al blijk van gaf dat hij een andere kant op wilde, was er vooral de opluchting dat hij van het beroemd zijn af was.
In een vrolijke uplifting verteltrant, vol reflecterende gedachten en terzijdes, is Rick Astley openhartig en kwetsbaar in zijn autobiografie. Daar gíng het hem ook om, laat hij weten vanuit Denemarken, de geboortegrond van zijn echtgenote, filmproducent en manager Lene Bausager en woonplaats van hun dochter. Zelf wonen ze landelijk in het Engelse Surrey.
„Ik wilde eerlijk zijn over wat mij is overkomen”, zegt Astley. „Zonder zaken mooier te maken dan ze zijn. Want hoe ik uiteindelijk op het podium ben beland, was zeker niet per se door mijn liefde voor muziek.” Zijn problemen begonnen lang voordat hij „We’re no strangers to love. You know the rules and so do I…” – de befaamde eerste zinnetjes van zijn grote hitsong zong. „Ik belandde op een podium omdat ik comfortabel wilde zijn. Ik wilde veilig zijn. Ik wilde aardig gevonden worden en aandacht. Meestal presenteren artiesten zich met: ik doe dit voor de muziek, man. Maar ik wilde gewoon wég van waar ik was.”

Ronduit angst
Muziek blijkt zijn ontsnapping uit een disfunctioneel gezin. Richard Paul Astley, zoon uit een arbeidersgezin met vijf kinderen in Newton-le-Willows in Noord-Engeland, groeide op in zijn vaders trailer in een weiland. Een van zijn broers stierf jong, zijn ouders hadden een nare scheiding. De ‘niet bepaald hoog opgeleide’ Rick nam aan dat hij in het tuincentrum van zijn vader zou komen te werken. Tot zijn vader mentaal steeds vaster draaide, steeds gewelddadiger werd en op een dag helemaal door het lint ging. In een vechtpartij zette Ricks oudere broer hun vader ter verdediging een mes op de keel, zodat ze konden vluchten.
In het boek vertelt Astley gedetailleerd over zijn traumatische, onstabiele jeugd. Ondertussen blijkt ook hoe gelukkig hij wordt van muziek, als tiener zingend in coverbands in pubs. Zijn stem („Ik zag eruit als 12, maar klonk als een oudere man”) trekt de aandacht van platenproducer Pete Waterman, bekend van het in de jaren tachtig succesvolle producersteam Stock, Aitken & Waterman. De hitmakers zagen altijd uit naar een nieuwe stem die ze in de dansbare, glittery en gepolijste sound van hun hitfabriekje konden kneden. Astley was 19 jaar toen hij zijn kans greep en naar Londen trok.
Zijn eerste gedachte bij zijn nummer-1-hit in 1987: „Ik ben gered.” Met smaak haalt hij zijn eerste optreden bij muziekprogramma Top of the Pops terug. Of beter gezegd, hoe treurig het was, want hij had geen idee van televisie. „Eigenlijk was het belachelijk allemaal. Je dróómde van die show. Eenmaal daar dacht ik: is dit het? Niemand gaf me uitleg. En ik voelde me zo’n sukkel in mijn eentje achter de microfoon. Ik maakte me zorgen, wat moet ik eigenlijk doen terwijl ik zing. En waar laat ik m’n handen als ik níét zing?” Zijn heupwiegen keek hij af van Marti Pellow van Wet Wet Wet. De gebalde vuisten kwamen vanzelf. „Als je me terugziet, nota bene na een motorvideo van Mötley Crüe kwam ik, zou ik zeggen: dat is geen dansen, dat is ronduit angst.”
„Wie belandt in de popmuziek, probeert wanhopig een leegte in zijn leven op te vullen of te herstellen.” Tevergeefs, weet Astley nu. „De waarheid: je gaat het nooit krijgen in de spotlights.”
Achter de glitter en glamour zat een getroebleerde jonge man, die op zijn 25ste ook al vader werd van een dochter en in het reine moest komen met de tol van snel verworven roem. Om nog maar te zwijgen van de verzoening met zijn turbulente jeugd. Astley begon angsten te ontwikkelen, durfde bijvoorbeeld geen vliegtuig meer in en kreeg depressieve episodes. „Bij wijze van grapje zei ik weleens dat het sinds ‘Never Gonna Give You Up’ bergafwaarts is gegaan. In de popmuziekmachine was het alles of niets, je had hits of je kon de vuilnisbak in.”
Zijn prefab-commerciële stijl ging hem tegenstaan, blijkt uit het boek. Zijn muzikale richting ging zwabberen. Toen releases een stille dood stierven, ging de hele muziekindustrie tegenstaan. Hij was 27 jaar toen hij de stekker uit zijn carrière trok.
De rickroll
Vaak kreeg hij de vraag om een boek te schrijven. Zijn antwoord was altijd hetzelfde: „Daarvoor heb ik nog niet lang genoeg geleefd.” Maar daar is iets in veranderd. „Mensen kennen me van die liedjes van toen. Tot ik in Groot-Brittannië ineens toch weer een nummer-1-hitalbum had. De laatste zes jaar draaide BBC Radio 2 wel tien songs. Ik ben geen echte popstar, maar ineens is er deel twee aan mijn verhaal.”

Daarnaast zijn zijn ouders nu overleden. „Ik heb nooit dingen willen zeggen die hen van streek zouden maken. Al heb ik mijn vader, achteraf moet hij bipolair geweest zijn, de laatste vijfentwintig jaar niet gesproken. Er kwam voor mij heel wat therapie aan te pas om trauma’s te verwerken, en weer een aangenaam mens te worden. Met mijn broers en zus deel ik nu het gevoel dat onze ouders best van ons hielden, maar dat ze er alleen helemaal niet góéd in waren.”
Dat Rick Astley sinds een jaar of wat ineens weer in de picture staat, kwam niet in het minste door de ‘rickroll’ – Rick Astley werd vanaf 2007 een internetgrap. Dacht je naïef op een spannend linkje te klikken: deed Astley ineens zijn ‘Never Gonna Give You Up’ dansje. In grapjes, toespraken van politici, overal werd je onverwacht doorgelinkt naar de videoclip op YouTube – je bent ‘gerickrolld’.
Of hij beledigd was? „Welnee.” Het nogal vasthoudende en steeds groter wordende geintje, ontworpen door een zich vervelende Koreaanse systeembeheerder, heeft Astleys leven veranderd, stelt hij droogjes vast. „Het effect was onmiskenbaar: de video heeft ruim anderhalf miljard views op YouTube. Ineens bereikte ik een ander jong publiek met dat nummer, bij shows dragen jonge meiden T-shirts met de tekst erop.” Het heeft iets leuks als jongeren voor zichzelf beslissen of ze iets cool vinden, vindt hij. „De jeugd kent sowieso absurd veel muziek van toen. En nu pas voel ik: die hit verdwijnt nooit meer. En dat is oké. Het is mijn dna.”
Lees ook
meer over Rick Astley
De rickroll blies zijn popcarrière nieuw leven in. Astley werd weer gevraagd, in eerste instantie als campy act. Nu beleeft hij zijn renaissance met albums en tournees. Zijn stem is nog soulvol stevig en als singer-songwriter die nu zijn eigen albums maakt – 50 (in 2016), Beautiful Life (2018) en Are We There Yet? (2023) – drukken fans van toen hem weer aan de borst. Al wachten ze wel altijd ook op die ene hit van haast veertig jaar terug.
Zijn wederopstanding was een feit op de Pyramid stage op megafestival Glastonbury. Daar stond hij, Rick fucking Astley opende de zaterdag, „Kan je het geloven?” „Doodsbang was ik, in eerste instantie was het veld nog leeg. Zo’n tachtigduizend mensen vonden later Rick Astley op Glastonbury de normaalste zaak van de wereld. Zijn oude hits. Covers van onder meer Harry Styles en later ook nog Smiths-nummers. „De mensen vráten het. Het gaf me een onwerkelijk gevoel, alsof ik uit mijn lichaam was getreden.” Alsof hij het altijd al deed. O, wacht.
