Wat vindt NRC | Waakzaamheid blijft geboden vijf jaar na de uitbraak van corona

Het begon in NRC Handelsblad op 8 januari 2020 met een klein berichtje op pagina 13 van de krant: ‘China probeert onbekende longziekte te identificeren na uitbraak in Wuhan’. De rest is geschiedenis, zoals dat heet. Het nieuwe coronavirus Sars-CoV-2 verspreidde zich over de wereld en kostte tot nu toe volgens de WHO aan zeker zeven miljoen mensen het leven. Dat is het officiële cijfer – in tal van landen is sprake van significante onderreportage.

Op 27 februari, deze donderdag precies vijf jaar geleden, maakte minister Bruno Bruins (Medische Zorg, VVD) live op tv bekend dat het virus dat de ziekte Covid-19 veroorzaakt Nederland had bereikt. Als het nodig was, liet Bruins weten, zouden er extra maatregelen worden genomen. En nodig wás het: er kwamen lockdowns (‘intelligent’ en ‘hard’), stappenplannen, rioolwatermetingen, mondkapjes, anderhalvemeterregels, ventilatieprotocollen en vaccinatiecampagnes. Na de lockdown van december 2021 was het ergste leed geleden, maar het duurde tot 10 maart 2023 voordat het kabinet de laatste maatregelen schrapte.

In de tussenliggende jaren maakte de Nederlandse maatschappij de grootste ontwrichting sinds de Tweede Wereldoorlog door. Mensen stierven, soms moederziel alleen omdat familie niet aan hun bed mocht komen; scholieren en studenten moesten via een beeldscherm leren en misten daardoor de sociale contacten die zo belangrijk zijn voor de jeugd; veel Nederlanders konden de inperking van hun vrijheden moeilijk verkroppen en voor sommigen leidde de pandemie tot een breuk in hun vertrouwen in de overheid.

Het gevaar van zoönosen – aandoeningen die van dier op mens overspringen – is onverminderd groot. De vogelgriep blijft zorgen baren en deze week stuitten virologen van het lab in Wuhan op een nieuwe coronavariant die menselijke cellen kan infecteren. Het is dus zaak dat Nederland goed voorbereid is voor het moment dat er in de toekomst – of dat nu over vijf weken of vijftig jaar is – een nieuwe ziekte toeslaat.

In 2020 schortte het nogal aan die voorbereiding. Na de pandemie kwamen alle evaluaties en rapporten tot dezelfde conclusie: Nederland was niet klaar geweest voor deze langdurige gezondheidscrisis. Het kabinet Rutte IV trok daarom 300 miljoen euro uit voor ‘pandemische paraatheid’, zodat paniekvoetbal de volgende de keer achterwege zou kunnen blijven.

Helaas heeft het huidige kabinet besloten deze bijzonder zinnige investering te schrappen. Minister Agema (Zorg, PVV) beloofde begin deze maand in een brief aan de Tweede Kamer bij de komende voorjaarsnota op dit onderwerp terug te komen. Hopelijk slaagt ze erin voor dit bedrag een andere dekking te vinden, want het is met dit soort bezuinigingen als met het rigoureus korten op de begroting van Defensie: vroeg of laat komt er een moment dat je er spijt van krijgt.

De roman La peste (1947) van de Franse schrijver Albert Camus mocht zich tijdens de lockdowns verheugen in een plots herwonnen populariteit. Op de laatste pagina van het boek steken de bewoners van de door de pest getroffen stad vuurwerk af omdat de epidemie voorbij is. De verteller deelt niet in de feestvreugde – hij weet dat er van een definitieve overwinning geen sprake is. De vrolijkheid verkeert in gevaar, schrijft hij, want de ziekte kan ieder moment de kop weer opsteken. Dat is geen prettig idee, maar het is verstandig om deze les goed te onthouden. Waakzaamheid blijft geboden.