De ‘onemanshow’ van Rick Owens: ‘Ik kan doen en zeggen wat ik wil. Welke ontwerper kan dat nog?’

Het is eind januari, de ochtend na de show van zijn mannencollectie voor komend najaar. Rick Owens drinkt zijn espresso aan een houten tafel die uitkijkt op zijn tuin. In de vensterbank ligt een pakje sigaretten, iets verderop in de keuken staan schalen vol hapjes die over zijn van het feestje van gisteravond. „Tast toe!”, zal zijn vrouw, Michèle Lamy, later zeggen.

Het vijf verdiepingen tellende pand in het zevende arrondissement van Parijs waar Owens woont en werkt is het vroegere hoofdkantoor van de Parti Socialiste; François Mitterrand heeft er nog gewerkt. Het had twintig jaar leeggestaan toen hij en Lamy er in 2004 introkken. De begane grond heeft met z’n ongestucte muren en betonnen vloeren iets weg van een chique bouwplaats. In de ontvangstruimte staan brutalistische stoelen van eigen merk die het midden houden tussen een poef en een kruk en bekleed zijn met stug bont. Elders in het huis staat een stapel vilt, gemaakt van mensenhaar, een werk van de Servische kunstenaar Zoran Todorovic. Alles waarmee Rick Owens zich omringt getuigt van dezelfde esthetische opvatting: industrieel en robuust, en toch niet geheel onromantisch. In zijn Parijse winkel, in de Jardin du Palais Royal, zijn op de vloeren wollen legerdekens gespijkerd, een eerbetoon aan kunstenaar Joseph Beuys.

De entree van Rick Owens’ huis in Parijs, met zitmeubels van eigen merk
Foto Owenscorp

Owens (63) woont deels in Venetië, op het Lido aldaar, vaak in gezelschap van Tyrone Susman, een 36-jarige, boomlange, gespierde Australiër met lang blond haar die met Owens samenwerkt als stylist. Sinds zes jaar opent hij als model alle mannenmodeshows. Owens heeft ook een appartement in Concordia sulla Secchia, in de provincie Modena, tegenover de fabriek waar zijn mode wordt geproduceerd. Daar staat een Egyptische sarcofaag die hij Liza heeft genoemd, naar Liza Minnelli.

In zijn shows zet Owens een zeer uitgesproken, soms extreem beeld neer. Enorme plateauzolen, gigantische schouderpartijen, kniehoge laarzen die lijken op leren ballonnen, dramatische capes, meterslange slepen, wolken van gaas. Zijn fans doen er met hun gezichtstattoos, gebleekte wenkbrauwen en heftige kapsels vaak nog een schep bovenop. Owens is er trots op dat hij zulke toegewijde volgelingen heeft, zegt hij. „Maar het zorgt ook voor een festivalsfeer. Ik ben bang dat veel mensen daardoor het idee krijgen dat ze er niet bij horen, dat mijn kleding niet voor hen is. Ironisch is dat: je probeert een inclusieve wereld neer te zetten, maar het gevolg is dat je mensen buitensluit.”

Ondertussen heeft hij een groot stempel gedrukt op de mainstream mode van de afgelopen twee decennia. Dat lange, sluike T-shirt dat je al jaren bij zoveel mannen ziet – dat komt van Owens. De extra dikke zolen onder basketbalsneakers? De asymmetrische jassen van gewassen en verkreukeld leer? Knielange truien van gekookte wol? Idem, idem, idem.

Zelf draagt hij vandaag twee lange zwarte mouwloze T-shirts over een wijde zwarte short en een zwarte legging. Alles van eigen ontwerp, net als de chunky zwart-witte sneakers. Zijn armen zijn gespierd, zijn lange, van nature krullende haar houdt hij steil en gitzwart. „Ik heb een tijd alleen grijs gedragen omdat ik zwart een beetje te pretentieus en te agressief begon te vinden”, zegt hij. „Grijs vond ik eleganter. Maar toen ik ouder werd en fysiek niet meer zo fris en helder was begon dat grijs een beetje slordig en armoedig te worden. Zwart is helderder, definieert beter, en is tegelijk aangenaam onopvallend.”

Show mannencollectie voor najaar 2025, januari 2025. In het zwart Owens’ muze Tyrone Susman

Foto’s Owenscorp

Rick – Richard – Owens is het enige kind van een Mexicaanse moeder, die onderwijzeres was, en een Amerikaanse vader, sociaal werker. Hij groeide op in Porterville, Californië, een plaatsje dat nog altijd maar zo’n 63.000 inwoners heeft. Zijn vader hield hem kort. Tot zijn zestiende mocht hij geen tv kijken, en toen Rick op mannen bleek te vallen begon zijn vader boze brieven te sturen naar gay-organisaties. Owens woonde toen al in Los Angeles, waar hij even naar de kunstacademie ging. Daarna volgde hij een opleiding patroontekenen en werkte hij voor bedrijfjes die er imitaties van designermode uitramden.

In 1988 ging hij op aanraden van zijn toenmalige vriend werken voor de achttien jaar oudere Michèle Lamy, een extravagante Française die in Parijs als advocaat had gewerkt. Ze had een eigen casual-kledingmerk, Lamy, en later een populair restaurant in Los Angeles, Les Deux Cafés. Na twee jaar werden ze verliefd. Hij verliet zijn vriend, zij haar toenmalige echtgenoot, met wie ze een dochter heeft.

In 1994 maakte Owens zijn eerste eigen collectie, van restanten stof die hij zelf verfde. In 2003 verhuisden Lamy en hij naar Parijs, waar Owens aangesteld werd als creatief directeur van bontmerk Revillon. Daar werkte hij drie jaar, en toen opende hij zijn eigen Rick Owens-winkel.

Owens en Lamy trouwden in 2006. Zij is nu verantwoordelijk voor Rick Owens’ interieurlijn en heeft haar eigen sieradenmerk, Hunrod. (Hij noemt haar liefkozend Hun, naar Attila de Hun.) Owens en Lamy zijn nog altijd grotendeels eigenaar van Owenscorp, dat ongeveer 140 miljoen dollar per jaar omzet. Dat is uitzonderlijk in de hedendaagse mode-industrie, waar bijna alle bekende modehuizen onder een grote groep vallen.

Show mannencollectie voor voorjaar 2025, juni 2024. De modellen – veelal modestudenten – kwamen in groepen van twintig op
Foto Owenscorp

Owens voelt zich „established en onontkoombaar”, zegt hij. Gisteren werd zijn show begeleid door ‘Heroes’ van David Bowie, in drie talen. Muziek waarvoor hij overigens niet de rechten heeft om ook voor YouTube te gebruiken en daarom laat hij het bij de video van de show achterstevoren afspelen – wat volgens hem bijna hetzelfde klinkt. „Ik had Bowie tien jaar geleden niet durven te draaien. Ik zou veel te bang zijn dat de muziek de collectie zou overstemmen, of dat het zou voelen als en soort emotionele manipulatie – je zet toch andermans werk naast dat van jezelf. Maar ik ben op een punt gekomen waarop ik denk: ik heb genoeg autoriteit, ik gebruik gewoon de dingen waar ik het meest van houd.

„Drie jaar geleden was mijn vrouwenshow precies een week na de Russische inval in Oekraïne. Het plan was techno te gebruiken, maar dat kon ik opeens niet meer. In plaats daarvan draaide ik Mahler. Het was een moment om te huilen, dus het was passend. Sindsdien ben ik niet meer bang voor hele belangrijke muziek in mijn shows.”

Owens’ shows in Parijs (vier per jaar, twee mannen- en twee vrouwenmodeshows) zijn vaak het spectaculaire hoogtepunt van de modeweek. De ‘stepshow’ voor voorjaar 2014, bijvoorbeeld, waarvoor vooral Afro-Amerikaanse step-dansers van vier colleges de modellen waren; aan de performance hadden de jonge vrouwen vijf maanden gewerkt. De show waarin het mannelijk geslachtsdeel vrijelijk bungelde onder korte tunieken of vanachter in de kleding aangebrachte gaten (najaar 2015). Die waarbij de vrouwelijke modellen op de catwalk liepen terwijl ze een ander model, ondersteboven, meetorsten (voorjaar 2016).

Zijn mannenmodeshow voor dit voorjaar, die afgelopen zomer plaatsvond op de trappen van museum Palais de Tokyo, zijn vaste showlocatie, deed denken aan Hollywoods megalomane blik op het Romeinse Rijk, met honderden modellen en Beethovens bombastische Zevende Symfonie. Alle kleren waren wit.

Owens: „Vorig jaar heb ik de eerste twee shows hier thuis gegeven, dus voor een beperkt publiek. Later voelde ik me schuldig. In het Palais de Tokyo kunnen studenten de show altijd van een afstand zien en nu ging dat niet. Ik heb alle mode-opleidingen in Parijs benaderd of hun studenten mee wilden lopen bij de volgende show. Zo eindigden we met tweehonderd modellen. Het voordeel was dat we daarmee alle lichaamstypes hadden. We lieten dezelfde look steeds op twintig mensen tegelijk zien. Na afloop dacht ik: wat kan ik hierna nog doen? Het was zo’n geweldige samenvatting van alles wat ik ben. Het was belachelijk maar emotioneel, gevoelig maar schreeuwerig, camp maar oprecht. Iemand uit mijn team vroeg laatst: wanneer ga je een opera doen? Ik zei: waarom zouden we dat doen? Er is geen operahuis in de wereld waar je zo luid en extreem kan zijn. Wij hebben onze eigen opera al gemaakt. Ik denk dat dat een van onze grootste assets is: dat dit [huis] een soort onemanshow is en dat ik kan doen en zeggen wat ik wil. Welke ontwerper kan dat nog? Bij andere bedrijven moet alles door hele comités worden goedgekeurd.”

Shows voor mannen- en vrouwencollectie voorjaar 2025, in juni en september 2024

Foto’s Owenscorp

Het lijkt zelfs alsof u uw persberichten zelf schrijft: „Ik heb ook weer samengewerkt met de Parijse rubbermeesteres Matisse di Maggio, die voor de tops en hoodies franje maakte van natuurrubber.” Laat u zich daarvoor interviewen?

„Ik schrijf ze zelf. Ik vind het heerlijk om dingen te kunnen schrijven. Ik word ook vaak gevraagd om ergens te komen spreken, of om geïnterviewd te worden voor een publiek. Daar heb ik dan wel weer moeite mee. Er is iets aan spreken in het openbaar dat ik heel ongemakkelijk vind. Is het ijdelheid? Maar waarom geef ik dan zoveel om hoe ik overkom? Een tijdje geleden kreeg ik een prijs uitgereikt en toen herinnerde ik me dat iemand me over bètablokkers had verteld. Ik heb het de dag van tevoren uitgetest want ik wilde niet helemaal fucked up op het podium staan. Ik had nergens last van. Toen ik de volgende dag op het podium stond was ik helder en had ik er lol in. Tijdens mijn toespraak keek ik de zaal in en zag ik echte mensen in plaats van een duizelige blur. Het was eigenlijk geweldig. Maar ik voel niet de behoefte het nou vaak te gaan herhalen.” De deurbel gaat. „Waarom doet er niemand open? Moet ik zelf opendoen?” Owens loopt weg, laat iemand binnen. „Waar willen jullie het trouwens over hebben?”, zegt hij als hij terugkomt. „Over mij? Over de koffer die ik voor Rimowa ontworpen heb? Over mijn tentoonstelling?”

Over u, uw mode, en het retrospectief in Palais Galliera dat eraankomt.

„De curator van die tentoonstelling heeft alle interviews met mij gelezen die hij kon vinden. Hij zei dat ik vanaf het eerste moment al praat over Joris-Karl Huysmans en zijn beroemde decadente boek Against the Grain.” De bizarre roman uit 1884, À rebours, vertaald als Tegen de keer, gaat over de heer Des Esseintes die als een kluizenaar zwelgt in zijn eigen exquise smaak. „Dat had ik in mijn vaders bibliotheek gevonden toen ik een jaar of zestien, zeventien was. Ik las ook Proust, dat stond ook in de kelder van ons huis in Porterville. Niet dat ik zo’n intellectueel was; ik zocht naar de dirty parts. Against the Grain was mijn excuus om niet mee te doen aan een wereld waarin ik me niet op mijn gemak voelde, om me te wentelen in schoonheid en genot en al het andere te elimineren, om net als de hoofdpersoon een neurotische compulsive queen te worden die zich terugtrekt in zijn eigen kasteeltje.”

‘Michèle zegt altijd: oh god, praat je weer over je vader?’

Interessant dat juist uw vader dat boek had.

„Hij had een grote bibliotheek. Hij was vooral geïnteresseerd in theologie, filosofie en ethica. Hij was zakelijk en pedant, racistisch, homofoob en zat vol vooroordelen. En aan de andere kant had hij een romantische hang naar schoonheid. Elke dag ging hij een uur naar zijn muziekkamer. Daar lag hij op een matje een uur naar opera te luisteren, terwijl hij Japanse thee dronk en wierook brandde. Michèle zegt altijd: oh god, praat je weer over je vader? Maar dan zeg ik: ik had niet jouw soort jeugd, ik ging niet op skivakanties. Mijn enige referentie was dat kleine, geïsoleerde groepje mensen in een afgelegen gebied in Californië.”

U leerde u af te zonderen.

„Ja. Als ik naar Michèle en Tyrone kijk, zij navigeren allebei op zo’n elegante, sierlijke manier door het leven. Ze weten precies hoeveel energie ze van een ander kunnen toelaten en wanneer ze die moeten afwijzen. Ik heb dat nooit geleerd.

„Het veroordelende en afwijzende van mijn vader zie ik ook terug in mezelf. Ik preek. Ik heb het gevoel dat het een ziekte is waarmee hij me heeft besmet. Als ik dingen zie die me niet helemaal bevallen voel ik het al opkomen. En dan haat ik mezelf erom. En daarna moet ik mezelf weer vertellen dat ik mezelf niet moet haten. Dus ik ben er nogal druk mee. Aan de andere kant: dit is wie ik ben en wat mijn baan is. Mijn baan is de hele dag te oordelen, elimineren, kiezen, schrappen.”

Is het nog goedgekomen tussen u en uw vader?

„Toen hij tien jaar geleden op zijn sterfbed lag hadden we elkaar vier jaar niet gesproken. Ik had in een interview gezegd dat ik vond dat hij vol vooroordelen zat en dat ik me daar onprettig bij voelde. Hij wilde beargumenteren dat ik het mis had, en had al een lijst feiten klaar om me mee in de hoek te zetten. Zo had hij dat mijn hele leven gedaan. Maar ik had daar geen zin meer in. Ik had hem in een eerder artikel een keer een aandoenlijke nazi genoemd, daar kon hij nog wel om lachen, maar die opmerking over vooroordelen ging hem te ver. Hij schreef me een brief: als je niet over je uitspraak in discussie wil gaan, is er voor ons nog weinig om over te praten. Ik vond het niet erg om een tijd geen contact te hebben.

„Ik had op dat moment niet door dat het hem natuurlijk ook frustreerde dat ik een stem had en hij niet. Mijn uitspraken waren in print te lezen, die van hem niet. Dat moet hem razend hebben gemaakt. Hij was een zak, maar hij kwam wel naar mijn shows in Parijs, en daar zat hij tussen de dragqueens en was hij beleefd tegen de homoseksuelen. Er was onvoorwaardelijke liefde, maar het was voor ons allebei een moeilijke relatie.”

Was hij blij met uw succes?

„Ik denk dat hij daar erg van onder de indruk was. Maar hij moet hebben doorgehad dat veel van wat ik doe een reactie is op hem, en dat zal hem dwars hebben gezeten. Voor [het Britse blad] i-D was eens een fotomontage gemaakt waarbij leek of ik mezelf in mijn mond piste. Oh Richard, zei hij als hij zoiets zag.”

Heeft u hem uiteindelijk nog gesproken?

„Op gegeven moment belde mijn moeder: ik denk dat je nú met je vader moet praten. Dus ik zeg: hi daddy. Het is te laat, zei hij, en hij hing op. Fucking drama queen. Maar ik heb wel teruggebeld.”

Hoe ging het tussen hem en uw moeder?

„Zij bleef in die jaren dat ik geen contact met hem had naar Parijs komen en hij nam het haar kwalijk dat ze niet zijn kant koos. Hij werd een bittere oude man. Sliep veel, altijd somber. Je zou denken dat iemand die zoveel heeft gelezen over filosofie en theologie een bepaalde sereniteit zou hebben, maar dat was niet het geval. Zat hij aan de eettafel zijn geweren schoon te maken. Overal lagen stapels papier. Mama zei: ik kan zo niet leven. Dus ik zei: dit is wat we gaan doen. We kopen een leuk huis voor je, dan heb je iets waar je naartoe kunt gaan, je eigen panic room. Ze ging zogenaamd lunchen met vriendinnen of zoiets, maar was dan aan het winkelen voor gordijnen en banken. Ze richtte het huis in zoals zij dat wilde, met bloemen en kanten gordijnen en gehaakte kleedjes, alle dingen die ze eerst niet mocht hebben. Ze nodigde daar haar vriendinnen uit om samen voor de tv aerobics te doen, en daarna ging ze weer naar mijn vader. Hij heeft nooit iets geweten van dat huis.” Zijn moeder overleed in 2022.

Hoe Frans bent u na meer dan twintig jaar Parijs? Heeft u de Franse nationaliteit?

„Nee, maar ik kan wel een Frans paspoort krijgen omdat ik met Michèle ben getrouwd. Of misschien moet ik dan nog een inburgeringscursus doen? Ik leer wel Frans. Eindelijk. Een uur per dag, vijf dagen per week. Nou ja, deze week niet omdat het zo druk was. Mijn lerares is zo’n positief element in mijn leven, ik ben dol op haar. Maar het is shocking hoe weinig ik onthoud. Bij een workout zijn er maar acht spieren die ertoe doen. Als je daarop focust, steeds dezelfde oefeningen herhaalt, dan gebeurt er iets met je lichaam. Met Frans heb ik het gevoel dat we de dingen niet genoeg herhalen om te kunnen onthouden. Het ging me eigenlijk ook niet om het Frans, maar om elke dag iets te leren. Het had ook pianospelen kunnen zijn, of schermen.”

‘Op mijn veertigste ben
ik gestopt met drinken, uit pure angst om dood te gaan’

Hoe ziet een gemiddelde dag er verder uit voor u?

„Ik word meestal wakker om acht uur, en ben om tien uur aan het werk. Vergaderingen vanaf elf uur, lunch om half twee, een dutje om half drie, om half vier koffie en dan vanaf half vijf weer vergaderingen. Om acht uur de gym, om negen uur diner met Michèle hier om de hoek. Om half elf gaat de tv aan, en om half twaalf lig ik meestal te slapen. Ik ga niet zo vaak meer uit, hoewel Michèle en ik af en toe nog wel midden in de nacht opstaan om te gaan dansen.”

U leeft gedisciplineerd.

„Oh ja. Ik klamp me eraan vast. Eigenlijk is het gewoon weer een verslaving. En een manier om controle te houden, een fantasie van onsterfelijkheid. Gênant.”

Vroeger waren het drank en drugs.

„Ik dronk vooral. Ik weet eigenlijk niet waarom. Misschien kon ik me gewoon niet zoveel coke veroorloven, of was het niet mijn ding. Heroïne heb ik nooit geprobeerd. Op mijn veertigste ben ik gestopt met drinken, uit pure angst om dood te gaan. Daarna begon het echt goed te lopen met mijn werk. Maar dat kan ook toeval zijn; ik had er natuurlijk ook al jaren aan gewerkt.”

Hoe erg was uw drankprobleem?

„Toen ik stopte kreeg ik kalmeringsmiddelen om het trillen tegen te gaan. Volgens de artsen was er ook een kans dat ik een hartaanval zou krijgen als ik ze niet zou nemen.”

Dan hebben we het over wat? Een fles sterke drank per dag?

„Misschien meer. Ik kon in een neerwaartse spiraal terechtkomen waarbij ik me bewusteloos dronk, opstond en me weer bewusteloos dronk. Ik denk dat het voor het grootste deel… Je hebt veel agressie nodig om jezelf te promoten en je ideeën erdoorheen te duwen. Je moet jezelf naar voren duwen en roepen: kijk naar mij, kijk naar mij, ik ben geweldig! Voor een verlegen iemand als ik was dat niet eenvoudig. Er zat een hoop wanhoop bij, neem ik aan. Ik zie die periode als een tijdelijke zelfmoord. Maar de drank deed in die tijd wel wat-ie moest doen. Ik gaf nog geen shows maar ik zorgde er wel voor dat mijn mode in de juiste winkels hing.”

Zijn de kleren uit die vroege jaren straks te zien in de tentoonstelling? Is er een goed archief?

„Nee, wie dacht in die tijd na over archiveren? Michèle heeft ook niets meer uit die tijd. Ze was verschrikkelijk, ze gaf dingen weg of raakte ze kwijt. Maar ik had in mijn beginjaren een geweldige assistente, Dafne, die ik niet mee kon nemen naar Parijs toen ik verhuisde. Ik verloor haar uit het oog, maar toen we tien jaar later een winkel in LA openden heb ik weer contact gezocht. Zij had al haar oude kleren nog.”

Leken uw ontwerpen van toen al op die van nu?

„Ik zal het je laten zien.” We lopen naar het atelier op de eerste verdieping. „Oh, dit is Michèle”, zegt hij als we zijn echtgenote op de trap tegenkomen, een kleine vrouw met tandsieraden, een grote hoeveelheid zware zilveren ringen aan haar met zwarte henna geverfde vingers en een verticale zwarte streep op haar hoge voorhoofd.

Rick Owens en Michèle Lamy in 2024

In het atelier zitten de medewerkers niet aan een bureau maar met een laptop onderuitgezakt op een bank. Aan een muur, precies waar het atelier overgaat in Owens’ thuisgym, hangen de pagina’s van de catalogus van de komende tentoonstelling in Galliera. Hij wijst naar een foto van een lange, sluike jurk, met een bolero met brede schouders. Het is een vroeg ontwerp maar zou nog steeds in zijn collectie kunnen zitten.

Een grote inspiratiebron voor Owens is Larry LeGaspi, een in 2001 overleden Amerikaanse ontwerper die verantwoordelijk was voor de uitzinnige kostuums van artiesten als Kiss, Sylvester en Patti LaBelle. Owens maakte in 2019 een boek over hem. „Daardoor is er nu een Wikipediapagina over hem”, zegt hij trots.

Die showkant is interessant, maar zit er ook niet iets katholieks in uw mode? De lange zwarte gewaden, de capes, de capuchons.

„Zeker. Ik heb altijd op katholieke scholen gezeten. Exotischer dan het katholicisme kreeg je het niet in dat stomme Porterville: afbeeldingen van monniken, van heiligen in hun slepende gewaden. En elke dag keken we op naar die hot muscle guy aan een kruis. Dat doet iets met je.”

De bezoekers van uw winkel hier in Parijs hebben hun eigen hot muscle guy: er staat een levensgroot beeld van u.

„Dat is jaren geleden gemaakt voor een presentatie in Florence. Het was een fontein: ik plaste met een enorme straal over het publiek heen. Hij komt ook in het museum te staan, en nu wil ik een grotere pisstraal, een mooiere, grotere boog.”

Hoe kijkt u uit naar het retrospectief? Bestaat niet het gevaar dat het voelt als een terugblik en daarmee een afsluiting?

„Michèle kan niet tegen dat woord: noem het alsjeblieft géén retrospectief! Maar ik ben gewoon dankbaar dat we zover zijn gekomen. Ik heb al eerder een retrospectief gehad, in Milaan. Het is een beetje alsof je je eigen necrologie schrijft, op een goede manier. Je kunt al je triomfen benadrukken en je mislukkingen wegpoetsen. Niet veel mensen krijgen die kans. Nou ja, op Instagram doet iedereen dat natuurlijk de hele tijd. Maar dan nog: het is een enorme eer om erkend te worden door een instituut, door de stad, de modehoofdstad van de wereld. Dan ga ik niet lopen klagen. Is het een retrospectief? They can call it whatever the fuck they want.”

Kunt u zich voorstellen dat een andere ontwerper ooit uw modehuis overneemt?

„Een tijdje geleden dacht ik erover om het bedrijf te verkopen. Omdat ik dacht: hoe moet het in de toekomst? Ik wilde dat voor iedereen die hier werkt goed zou worden gezorgd. En als je verkoopt moet je dat doen op het hoogtepunt. Prima ook om de mensen die in mij hebben geïnvesteerd daaraan te laten verdienen. Maar daarna bedacht ik: wat kan het mij eigenlijk schelen wat er hier gebeurt als ik er niet meer ben? Het wordt na je vertrek toch nooit wat je had gehoopt. Verkopen zou ook betekenen dat ik een deel van de controle zou verliezen, en ik denk niet dat ik daar veel plezier aan zou beleven. Dit allemaal gaat toch over lol hebben. Ik wil gewoon lol blijven hebben.”

Interessant om naar uw werk te kijken als een platform voor lol.

„Mensen die denken dat Disneyland het toppunt van plezier is, ja, die vragen zich natuurlijk bij mij af: waarom zo duister? Waarom staan je huizen vol met verwijzingen naar de dood? Wat moeten die schedel en sarcofaag daar? Hoe kun je jezelf steeds aan de dood herinneren? Dan denk ik: hoe kun je dat niet doen? We worden altijd omringd door de dood. We lopen op de overblijfselen van mensen van eeuwen geleden. Als je dat niet erkent, vlucht je ervoor weg.”

CV
Rick Owens

1961
Geboren in Porterville, Californië
1988
Werkt voor Lamy, het merk van zijn latere vrouw Michèle Lamy
1994
Start modemerk
2001
Kate Moss staat in Vogue Paris in een leren jas van Rick Owens
2002
Eerste show (in New York); Perry Ellis Award voor opkomend talent van de CFDA (Council of Fashion Designers of America)
2003
Creatief directeur Revillon (tot 2006); verhuist naar Parijs
2004
Owenscorp
2005
Meubellijn
2006
Winkel in Parijs
2017
Overzichtstentoonstelling in Milaan
2019
Mannenmodeontwerper van het jaar volgens CFDA; boek over insipratiebron Larry LeGaspi
2024
Mannenmodeshow voor voorjaar 2025 door tijdschrift GQ verkozen tot show van het jaar
2025
Overzichtstentoonstelling in Parijs
Rick Owens heeft samenwerkingen gedaan met Adidas, Birkenstock, Veja en Champion. Hij woont in Parijs, Venetië en Concordia sulla Secchia.