Op het Franse eiland Mayotte in de Indische Oceaan zijn afgelopen weekend zeker „enkele honderden en „misschien wel enkele duizenden” doden gevallen als gevolg van cycloon Chido. Dat meldt AFP op basis van de autoriteiten van de archipel ten oosten van Mozambique.
Volgens de autoriteiten is het moeilijk om een definitief dodental vast te stellen omdat de islam, de dominante religie in de verwoeste gebieden, voorstaat dat doden binnen 24 uur begraven worden. „Ik denk dat er zeker enkele honderden doden zullen zijn. Misschien naderen we de duizend, of zelfs een paar duizend”, verklaarde François-Xavier Bieuville op de publieke zender Mayotte la 1ère.
Met zijn tropische zeeklimaat wordt Mayotte regelmatig door hevige stormen geteisterd, maar Mayotte la 1ère spreekt nu van „de krachtigste en zelfs meest verwoestende” cycloon in de geschiedenis van het eiland. „Het is alsof we geraakt zijn door een atoombom”, zegt een inwoner. Volledige wijken zijn door het natuurgeweld weggevaagd.
Cycloon Chido raasde op vrijdag en zaterdag over de zuidoostelijke Indische Oceaan en richtte zware schade aan op de eilandengroep Comoren en Madagaskar. Op de Comoren zijn elf vissers vermist die eerder deze week de zee op waren gegaan. Mayotte lag recht in het pad van de storm en werd op zaterdag zwaar getroffen.
De Franse minister van Binnenlandse Zaken, Bruno Retailleau, sprak na een crisisoverleg van een „hoog” dodental op Mayotte. Premier François Bayrou, die vrijdag aantrad, meldde dat de eilandinfrastructuur, onder andere het hoofdziekenhuis en de luchthaven, zwaar beschadigd of verwoest is.
De hevige windstoten richtten veel schade aan.Foto van het Franse leger/via EPAReddingswerkers in actie in Mayotte.Foto van de burgerbescherming/via APFranse militairen halen omgevallen bomen van de weg.Foto van het Franse leger/via EPADe ravage is groot.Foto van KWEZI/via AFPDe burgerbescherming raapt het puin op.Foto van burgerbescherming/via AFPPatrouillerende Franse militairen.Foto van Franse leger/via AP
Op witverlichte trilplaten wordt gedanst op de maat van geluidstrillingen. Grote schermen tonen songteksten en uitbundige visuals van de livemuziek die wordt gespeeld. Zoete en kruidige geuren verspreiden zich door de zaal via ventilatoren, terwijl er spicy chocolade bonbons rondgaan door de zaal. Dove, slechthorende en horende bezoekers geven zich tijdens de 22e editie van Sencity festival over aan hun zintuigen.
In de foyer van ivoliVredenburg in Utrecht is het voor de horende bezoeker opmerkelijk stil. Wie om zich heen kijkt, merkt direct dat er volop wordt gecommuniceerd via gebarentaal. Best handig: een bezoeker vraagt bij de bar aan zijn vriend op zo’n tien meter afstand wat hij wil drinken. Vanaf het balkon blijft een andere bezoeker met haar vrienden op de dansvloer in contact.
Het jaarlijkse festival Sencity brengt kunst, muziek, cultuur en creativiteit samen als universele taal voor ongeveer 1.500 bezoekers. In de middag bestaat het programma vooral uit workshops zoals geurkunst en gebarentaal, ‘s avonds en ‘s nachts ligt de focus op livemuziek. Possibilize, de organisatie achter het festival, streeft naar een inclusieve ervaring voor zowel dove, slechthorende als horende bezoekers. „Op Sencity staat iedereen samen op één dansvloer te genieten van dezelfde muziek”, zegt Tim van Reyswoud, een van de organisatoren van het evenement.
In de aanloop naar het festival werken de artiesten met een zintuigregisseur om hun optredens op meerdere zintuigen af te stemmen. „We proberen zo de verhalen van artiesten te vertalen naar alle zintuigen. We kijken hoe we kleuren kunnen afstemmen op emoties, of we visuals kunnen toevoegen om het verhaal te accentueren, of hoe we geuren en smaken voor een totale beleving kunnen toevoegen”, zegt Gerda Kreeft, een van de organisatoren van het festival.
Bruisende tonic
Tijdens een stevig gitaarnummer van Michael Ekow & May, die later deze maand ook in Rotown en Paradiso spelen, worden flesjes bruisende tonic uitgedeeld. Bij de Food Jockey-stand worden voor elk optreden een paar bijpassende hapjes bereid. Bosbessen met een laagje suiker bieden een zoete tegenhanger bij de bittere tonic. Honderden bonbons in de vorm van rode lippen krijgen een toefje karamel met een vleugje chili, om de spice op te krikken tijdens het nummer ‘Rush’ van zangeres Ginge.
Aan de andere kant van het podium vullen geuren de zaal. Frisse, zoete en kruidige aroma’s wisselen elkaar snel af. Grote schalen met etherische oliën dampen boven kokend water, terwijl ventilatoren de geuren als zachte wolkjes het publiek in blazen.
De artiesten staan samen met een dove performer op het podium, die wordt ondersteund door een tolk vooraan op de dansvloer. Die samenwerking blijkt een strak geregisseerde choreografie van muziek, dans en gebarentaal, die het publiek enthousiast overneemt.
Jille Hartsa (22) hangt net een Facetime-gesprek op met een vriend die naar hem op zoek is. Sencity festival is voor hem een moment om oude bekenden weer te zien. „De dovengemeenschap is niet zo groot. Sommigen zie ik vaker op dove voetbalcompetities en anderen één keer per jaar op dit festival. Ik ben zelf slechthorend en als ik uitga in een horende omgeving, draait het vooral om dansen. Hier komen nog extra visuals bij, het praten met elkaar en het voelen van de muziek, zoals op de trilplaat. Ik ben wel weg van dat ding.”
Hartsa is niet de enige. De grote trilplaten staan zo vol, dat er zelfs een groepje omheen wacht tot er weer een plek vrijkomt. De platen vangen de trillingen van de livemuziek op, zodat degenen die erop staan de muziek door hun hele lichaam voelen.
Geuren en gevoelens
„De dag nadat ik hier ben geweest, ben ik helemaal kapot en moe”, vertelt bezoeker Nirosha Boer (39). „Niet alleen door alle ontmoetingen, maar ook door de geuren en gevoelens. Die zijn wel intens, ook omdat ik niet meer zo vaak als vroeger naar feestjes ga.” Ook voor Boer vormt het festival een jaarlijkse reünie. Ze ziet een stukje verderop een groepje vrienden lopen en snelt op ze af.
Zintuigprikkelend is het festival zeker. Voor degenen die even willen ontsnappen aan alle prikkels, is er een prikkelvrije ruimte ingericht. Ook kunnen bezoekers in de gebarenzone naast de concertzaal in alle rust een gesprek voeren. Wie liever de vertrouwde aroma’s van cacao of diesel, of de nieuwe geur van ambergrijs wilt ruiken, kan terecht bij geurkunstenaar Frank Bloem.
In de grote zaal krijgt elk optreden een daverend applaus. Niet door in de handen te klappen, maar door ze in de lucht te steken en heen en weer te draaien.
Om Nederland „weerbaar” te houden in tijden van oorlogsdreiging moet een volgend kabinet tientallen miljarden in de samenleving investeren middels een speciaal op te richten Toekomstfonds. Daarvoor pleit GroenLinks-PvdA-leider Frans Timmermans in ‘Een nieuw hoofdstuk voor Nederland’, een visiedocument waarin hij zijn verhaal voor „een nieuwe linkse volkspartij” neerlegt en dat hij zondag op een partijbijeenkomst in Utrecht presenteert.
Het kabinet moet de komende weken in de Voorjaarsnota miljarden extra zien te vinden voor het verhogen van de defensie-uitgaven. Timmermans waarschuwt echter dat een „harde bezuinigingspolitiek” alleen maar destabiliserend zal uitwerken. De politiek leider van GroenLinks-PvdA wil juist extra investeren in infrastructuur, duurzaamheid en innovatie.
Het visiestuk van oppositieleider Frans Timmermans komt ruim twee maanden voordat de leden van de PvdA en GroenLinks op een partijcongres in juni zeer waarschijnlijk voor het samengaan van de twee partijen zullen stemmen. Timmermans grijpt de onzekere situatie in de wereld en de verrechtsing van Nederland aan om zijn pleidooi voor een snelle fusie kracht bij te zetten. „Poetin en Trump hebben de aanval geopend op onze vrijheid en onze manier van leven. […] Als er ooit een moment was om onze krachten te bundelen, dan is het nu, omdat we zien dat onze idealen steeds verder uit zicht raken.” Timmermans vindt het „tijd voor een nieuwe doorbraak”.
Middenklasse
Timmermans lijkt met zijn nieuwe verhaal tegemoet te willen komen aan interne critici. Binnen de PvdA heeft het initiatief Rood Vooruit, gesteund door partijprominenten als Ad Melkert en Gerdi Verbeet, zich tegen een fusie gekeerd omdat door het samengaan met GroenLinks de sociaal-democratische waarden van de partij zouden worden bedreigd. In zijn visiedocument schrijft Timmermans dat de nieuwe partij „een politiek thuis met ruimte voor verschillende kamers” moet zijn. Ook pleit hij nadrukkelijk voor het opbouwen van ‘een nieuwe verzorgingsstaat’, waarmee hij sociale en klassieke PvdA-thema’s weer nadrukkelijk agendeert.
In het document valt ook op dat Timmermans meer kiest voor het eigen verhaal dan voor de aanval op rechtse politici. De GroenLinks-PvdA-leider constateert wel dat rechtse politiek de solidariteit en het vooruitgangsgeloof in de maatschappij hebben aangetast en dat daarom „ongekende investeringen” in bijvoorbeeld onderwijs en woningen nodig zijn. Maar Timmermans is ook kritisch op de economische houding van links zelf. Hij schrijft dat GroenLinks-PvdA weer „een beweging van en voor de middenklasse moet durven zijn” en dat links de afgelopen jaren „onvoldoende oog heeft gehad voor de meeste ondernemers die graag een goede werkgever willen zijn en hun werknemers fatsoenlijk betalen. Een goed bestaan voor iedereen is een illusie zonder sterke economie.”
Snelle treinen
Delen van het visiestuk lezen als een voorzet voor het volgende verkiezingsprogramma van GroenLinks-PvdA, mocht het kabinet-Schoof snel ten val komen. Voor de volgende kabinetsperiode wil Timmermans investeringen doen via een Toekomstfonds van 25 miljard euro. Dat geld kan gebruikt worden voor „moderne spoorwegen, snelle treinen, wetenschappelijk onderzoek en innovatie, de verduurzaming van onze industrie en de ontwikkeling van nieuwe hoogwaardige bedrijvigheid”. Volgens een woordvoerder van Timmermans moet een volgende regering „de precieze structuur van het fonds uitwerken”, maar moeten de miljarden bestemd zijn voor „grote projecten financieren die een eenmalige investering vragen”.
Met het pleidooi voor een Toekomstfonds geeft Timmermans alvast een boodschap aan rechtse partijen. Hij keert zich tegen „een schadelijke bezuinigingspolitiek gericht op verkleining van onze verzorgingsstaat”. „Wij kiezen niet voor extra tanks ten koste van leraren voor de klas. Niet voor grootschalige bezuinigingen op de zorg voor extra vliegtuigen of militairen. Goede sociale voorzieningen zijn voor onze weerbaarheid even belangrijk, zo niet nog belangrijker dan een sterkere defensie.”
Onvermijdelijke leider
Over meeregeren schrijft Timmermans dat hij dat de nieuwe linkse partij de volgende keer graag weer ziet doen. Timmermans wil qua koers geen verschuiving naar links of rechts. „We weten heel goed waar we staan: links van het midden, met ideologische wortels in twee politieke families; de rode en groene.” En de linkse partijleider is ook bereid om met rechts te regeren, schrijft hij, wetende dat de peilingen suggereren dat alleen een middenkabinet inclusief de VVD mogelijk een meerderheid geeft. „We zijn een vooruitgangspartij, geen getuigenispartij. Dat betekent dat we bereid zijn om de hand uit te steken naar partijen in het brede midden, om zo het midden naar links te trekken.”
Over gevoelige kwesties in de fusiediscussie, zoals de naam van een nieuwe linkse partij, laat Timmermans zich nog niet uit. Uit het visiestuk is wel heel duidelijk dat hij zichzelf nog altijd ziet als de onvermijdelijke leider en lijsttrekker. In een oproep aan de leden, met wie hij de komende maanden verder in gesprek wil, schrijft hij: „De komende jaren wil ik met jullie bouwen aan een nieuw politiek thuis. […] Beschouw dit stuk als bouwstenen voor de fundering van dat nieuwe thuis.”
Bijna zeven miljard kilometer. Zoveel verplaatsten Nederlanders zich te voet buitenshuis in 2023, het meest recente meetjaar van het Centraal Bureau voor Statistiek. Daarmee liepen ze bijna een derde meer dan in ‘pre-coronajaar’ 2019. Iets meer dan 35 procent daarvan had als doel om „te toeren of te wandelen”. Lopen als op zichzelf staande activiteit kortom, in plaats van als middel om van A naar B te komen. Ook uit allerhande wetenschappelijk onderzoek blijkt dat wandelen de laatste jaren populair is geworden.
Maar niet alléén in de laatste jaren. Ruim een eeuw geleden was er in Nederland eveneens sprake van een wandelhype, ontdekte socioloog Jaco Berveling. Geen ommetjes over de hei of stedelijke flaneersessies, maar verder, de grens over, Europa door. Honderden, zo niet duizenden jongemannen (en een enkele vrouw) vertrokken uit Nederland om te ‘wereldwandelen’.
„Het waren vaak jongens van simpele komaf, zonder rijke familieleden. Om in hun levensonderhoud te voorzien verkochten de wandelende mannen kaarten met hun eigen foto erop”, vertelt Berveling thuis in Rotterdam. „De brutaalsten stapten bij een krantenredactie binnen om hun verhaal te verkopen, maar er zijn er ongetwijfeld ook een heleboel geweest van wie de avonturen niet zijn vastgelegd.”
Drieëneenhalf jaar doorzocht hij krantenarchieven en bladerde door talloze bakken met ansichtkaarten. Afgelopen najaar verscheen zijn boek: Wereldwandelen! De Nederlandse globetrottermanie, 1905-1935. In de map voor hem op tafel liggen honderden zwart-witte ansichtkaarten van de wandelaars. Sommigen in Volendammer kostuum, op klompen. Anderen met attributen (stelten, een ton om voort te rollen, een blok dat aan een been wordt meegesleept). „Alles om maar op te vallen, om zich te onderscheiden van de rest.”
Hoe beter het verhaal, des te meer ansichtkaarten ze konden verkopen
Wat drijft de wereldwandelaar?
„Eén drijfveer hebben ze met elkaar gemeen: nieuwsgierigheid. Maar er zijn ook andere motieven. Zo heb je de idealisten die hun boodschap willen uitdragen. Geheelonthouder Jan de Groot, een 35-jarige ‘vroolijke, levenslustige jongeman’, geeft in 1913 een kroeg in Deventer een rondje melk in plaats van bier. En vegetariër Jacobus Kortrijk begint in 1923, op zijn 28ste verjaardag, aan een vijfjarige wandelreis waarbij hij ‘hoofdzakelijk van vruchten’ zal leven.
„Maar daarnaast heb je ook nog de amateur-antropologen, de avonturiers, de klaplopers die de wereld intrekken om maar geen serieuze baan te hoeven zoeken en de probleemontlopers die uit handen van justitie willen blijven. Niet iedereen wandelde overigens echt de hele wereld over. In mijn onderzoek ben ik in die zin coulant geweest: ook wie een maandenlange voettocht door Nederland of Europa maakte, heb ik meegeteld.”
Ansichtkaarten van wereldwandelaars. Foto Hedayatullah Amid
Hoe was die wandelhype ontstaan?
„In 1873 was De reis om de wereld in tachtig dagen van Jules Verne verschenen. Dat was zó succesvol dat het concept niet alleen navolging kreeg in andere boeken, maar ook in het echt. Zo raakten de Amerikaanse journalistes Nellie Bly en Elizabeth Bisland in 1889 met elkaar in een race rond de wereld verwikkeld, waarbij Bly het record brak met 72 dagen, 6 uur en 11 minuten.
„Maar lang niet iedereen kon zo’n dure reis per trein en stoomschip betalen. Lopen was aan het begin van de 20ste eeuw de meest vanzelfsprekende manier om je voort te bewegen. Vrijwel niemand had een auto en ook de fiets was een luxebezit. Dus lag globetrotten in de meest letterlijke zin – de aarde bewandelen – voor de hand voor wie toch op avontuur wilde. Je ziet trouwens ook dat de wereldwandelaars zich door Verne lieten inspireren. Ze vertelden bijvoorbeeld vaak dat ze meededen aan een weddenschap, al was dat lang niet altijd waar. Maar ja, hoe beter het verhaal, des te meer ansichtkaarten ze konden verkopen.”
Overigens was ook Nescio, schrijver én fervent wandelaar, begaan met wereldwandelaars
Konden ze goed rondkomen van de kaartverkoop?
„Zeker in steden was het geen slechte inkomstenbron. Twee Rotterdammers, Bertus Thijs en Simon Bosman, verkochten tijdens een zeven maanden lange voettocht door Nederland duizenden kaarten. Alleen al in Enschede deden ze in één dag vijfhonderd kaarten van de hand, voor 15 cent per stuk. Die twee waren ook zakelijk ingesteld. In de Nieuwe Rotterdamsche Courant hadden ze een advertentie gezet als ‘twee energieke jongelui’ op zoek naar ‘meerdere groote Firma’s voor welke zij reclame Wenschen te verspreiden’. Zo adverteerden ze uiteindelijk voor wandelschoenen van hun sponsor Bata, inclusief lofdicht: ‘Bata-schoenen zijn de beste / Bata-schoenen up-to-date / ’k Wed, dat iedereen ten leste / ’t Merk van onze schoenen weet!’
„Overigens was ook Nescio, schrijver én fervent wandelaar, begaan met wereldwandelaars. In 1904 ontmoette hij er een uit Parijs, Fernand Consigny. Voor een halve mark kocht hij Consigny’s kaart en stuurde die naar zijn verloofde.
„Maar niet iedereen kon leven van de kaartverkoop. Een van de weinige vrouwelijke wandelaars, de Britse Lizzie Humphries, moest rondkomen van het geven van lezingen nadat haar man er met hun gezamenlijk bijeengewandelde geld vandoor was gegaan.”
Wie is je favoriete wereldwandelaar?
„Ik heb wel een zwak voor Roode Karel, de Amsterdammer ‘met een fellen roode kop’ en een stem ‘die het behangsel van een kamer doet schudden’ die voor een weddenschap naar Parijs loopt, met een 12 kilo zwaar houten blok aan zijn been.
„Maar mijn favoriet is toch Charles Takkenberg, de ‘duikelaar’. Een acrobaat die in 1923 al koppeltjeduikelend in vijftien maanden 1.500 kilometer naar Marseille aflegde, in een dikke leren jas met gevoerde capuchon en kniebeschermers. In elke gemeente liet hij zijn vorderingen vastleggen in een controleboek.”
Waarom eindigde de trend?
„Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog werd het natuurlijk steeds moeizamer om door Europa te reizen. Bovendien was de nieuwigheid er wel een beetje vanaf. Al is wereldwandelen natuurlijk nooit meer écht verdwenen. Kijk maar naar langeafstandswandelaars die bijvoorbeeld naar Santiago de Compostela lopen.”