Na een weken durende verkiezing heeft de regerende Liberaal Democratische Partij (LDP) van Japan een nieuwe leider gekozen: de voormalig minister van Defensie, Shigeru Ishiba. Met zijn uitgesproken, kritische blik op het functioneren van de partij en uitgebreide politieke ervaring is het hem, na vijf pogingen, eindelijk gelukt om premier te worden. Op 1 oktober wordt hij bij de opening van het parlement officieel aangesteld.
De keuze voor Ishiba (67) komt voor velen als een verrassing. Hoewel hij al jaren een invloedrijke figuur binnen de partij is, was hij niet populair onder zijn partijgenoten. Daarbij moest hij het ditmaal opnemen tegen een recordaantal van maar liefst negen kandidaten. Ishiba kreeg in de laatste stemronde 215 stemmen en versloeg daarmee Sanae Takaichi, die 194 stemmen kreeg. Zij had de eerste vrouwelijke premier van Japan kunnen worden.
Lees ook
Japanse premier Kishida kon het blazoen van zijn partij niet meer oppoetsen
De verkiezing vond plaats in een tijd van grote crisis voor de conservatie LDP, die al jaren wordt geplaagd door corruptieschandalen. Deze leidden ertoe dat de huidige premier, Fumio Kishida, eerder deze zomer onverwacht aankondigde terug te treden als premier. „De politiek kan niet functioneren zonder publiek vertrouwen”, vertelde hij aan verslaggevers.
De publieke steun voor de partij is sterk afgenomen en de LDP worstelt met zijn imago. Dit vormt de grootste uitdaging voor Ishiba: hij moet niet alleen de partij behoeden voor een nederlaag bij de nationale verkiezingen in 2025, maar ook het vertrouwen van de bevolking terugwinnen.
Vijf keer scheepsrecht
Ishiba startte zijn politieke carrière bij de LDP, maar vertrok al snel vanwege ideologische verschillen. Toch besloot hij in 1997, na lid te zijn geweest van meerdere andere partijen, terug te keren omdat hij behoefte had aan een stabiele partij. Bij terugkeer liet hij zich echter regelmatig kritisch uit over de partijstructuur en beschuldigde hij collega’s van corruptie en het overtreden van partijregels.
„Ik heb al tienduizenden keren te horen gekregen dat ik de partij in de rug schiet”, vertelde Ishiba tijdens een interview in aanloop naar de verkiezing. Hoewel zijn kritiek achteraf gezien vaak terecht bleek, viel zijn houding bij veel partijleden niet in goede aarde. Ook een persoonlijk ruzie met de populaire oud-premier Shinzo Abe – Ishiba had openlijk voor zijn ontslag gelobbyd na onenigheden over de koers van de LDP – zette kwaad bloed bij het partijkader.
Defensie op de radar
Als oud-minister van Defensie is Ishiba een uitgesproken voorstander geweest van het versterken van het Japanse leger. Zo pleitte hij in het verleden voor de oprichting van een Aziatische tegenhanger van de NAVO. De snelste weg naar regionale veiligheid is „om Japan bij de ANZUS te voegen,” suggereerde Ishiba, verwijzend naar het veiligheidsverdrag tussen Australië, Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten. „Dan noemen we het de JANZUS.”
Niettemin staat Ishiba bekend als een evenwichtig politicus die diplomatieke oplossingen boven militaire oplossingen verkiest. Dat zal bondgenoot Zuid-Korea, waarmee de relatie pas recent verbeterde, geruststellen. Hij is ook een voorstander van het versterken van de defensiesamenwerking met Europa en de VS.
Op verschillende gebieden hield Ishiba er tot dusver echter andere standpunten op na dan zijn partij. Hij wil bijvoorbeeld getrouwde stellen de keuze geven om gescheiden achternamen te behouden.
Dit is echter niet het vraagstuk waar de gemiddelde Japanner zich nu het meest druk over maakt, dat zijn de economie en de dalende koopkracht van het gemiddelde huishouden. De kosten van levensonderhoud zijn hard aan het stijgen, terwijl loonsverhogingen achterblijven.
Ishiba, die zelf afkomstig is uit de dunbevolkte regio Tottori, wil de Japanse economie decentraliseren. Hij vindt dat het land nu te afhankelijk is van de regio rond Tokio: „Andere gebieden worden aan hun lot overgelaten”, zei hij eerder. Hij wil nationale groei stimuleren door de economische groei in de regio aan te jagen. Hij ziet dit ook als oplossing voor andere problemen, zoals de vergrijzing en de leegloop van het platteland. De vraag is of hij de steun van zijn partij krijgt om deze plannen te realiseren.
Betaaldienst Klarna gaat voorlopig nog niet de beurs op, zo meldt The Wall Street Journal vrijdag. Het Zweedse bedrijf kondigde vorige maand een aanstaande gang naar de beurs van New York aan, maar schort dat voorlopig op. De betaalservice wil met dit uitstel voorkomen slachtoffer te worden van de bloedrode internationale beurzen als gevolg van de door de Amerikaanse president Donald Trump ontketende tarievenstrijd.
Klarna, dat wereldwijd 150 miljoen klanten heeft, is een zogeheten betaal-op-krediet-service. De dienst geeft gebruikers de mogelijkheid om gespreid te kunnen betalen. Dat geldt niet alleen voor grote aankopen zoals een auto, maar ook voor een kledingstuk van een webwinkel. In de Verenigde Staten is het zelfs mogelijk om een hamburger of pizza op afbetaling (tot vier termijnen) te kopen.
Aanstaande maandag zou Klarna zijn eerste marktaandelen in de verkoop zetten, maar dat gaat nu dus niet door. Investeerders moeten dan ook wachten tot de aandelenmarkt afkoelt. De wereldwijde tarievenoorlog van Trump heeft een grote volatiliteit op de markt veroorzaakt. Klarna heeft niet bekendgemaakt wanneer haar beursgang nu gepland staat.
Een betaling met een betaaldienst als Klarna of Riverty (voorheen AfterPay) werkt volgens een microkredietsysteem. Bij een betaling via de dienst sluiten gebruikers een (kleine) lening af. Het bedrijf verzorgt vervolgens de aankoop, maar als gebruiker sta je in het rood bij de microkredietverstrekker, terwijl je géén rente over deze lening betaalt.
Bedrogen door onze oudste bondgenoot. Zo verwoordde EU-Commissievoorzitter Ursula von der Leyen de reactie van Europa nadat Trump deze week zijn heffingen-vuurwerk had afgestoken.
Je moet het de Amerikaanse president nageven: zijn vermogen om traditionele vrienden van de VS te tergen is ongeëvenaard. De EU wordt opgezadeld met een importheffing van 20 procent, Japan met 24 procent, Zuid-Korea met 26 procent. Het Verenigd Koninkrijk krijgt in zekere zin een verlaat Brexit-cadeautje: de straf voor Londen is maar half zo hoog als voor Brussel.
Rusland en Noord-Korea die samenspannen in de oorlog tegen Oekraïne gaan vrijuit, evenals Cuba en Wit-Rusland. Volgens het Witte Huis worden die landen gespaard om dat er al strenge sancties voor gelden.
Gnuivend voorspelde Trump woensdagavond in de Rozentuin van het Witte Huis dat de komende tijd een parade van „premiers en presidenten, koningen, koninginnen en ambassadeurs” zich in Washington zal melden om te proberen de heffingen omlaag te praten. Hoeveel succes ze zullen hebben de heerser milder te stemmen is afwachten. Trump onderhandelt graag en wellicht dat de noodsignalen die de markten hebben afgegeven hem nog enigszins afremmen. Aandelenindex S&P 500 daalde donderdag met bijna 5 procent. Maar Trump noemde de handelspartners van de VS ook „bedriegers” en „aaseters”.
Muur van protectionisme
Met zijn „Bevrijdingsdag” hoopt Trump de VS te verlossen van oneerlijke concurrentie door zijn land te verstoppen achter een muur van protectionisme en door de wereld op rauwe wijze duidelijk te maken wie de baas is. De duizelingwekkende tarieven lijken elke economische onderbouwing te ontberen, maar zijn wél het startschot van een handelsoorlog met nog ongewisse gevolgen. Het zou, becijferde Klaas Knot, president van De Nederlandsche Bank, Nederland dit jaar snel enkele tienden van een procent aan economische groei kunnen kosten en volgend jaar mogelijk zelfs een vol procentpunt, zei hij in Nieuwsuur. Zonder handelsoorlog is de structurele groeiverwachting voor Nederland 1,5 procent.
Het tarievenvuurwerk is een flagrante overtreding van de regels van de wereldhandelsorganisatie WTO. Het aan de VN gelieerde orgaan, dat dertig jaar bestaat en waarbij 164 landen zijn aangesloten, lag ook vóór Trumps herverkiezing al om uiteenlopende redenen onder vuur. Maar in plaats van het stelsel van overleg en arbitrage te repareren, kiest Trump voor America First en legt de basis voor een tarievenoorlog, precies een scenario dat de WTO moest helpen voorkomen.
Trump loopt daarmee wéér een pijler van de naoorlogse wereldorde omver. Vrijhandel behoorde met democratie en rechtsregels tot de geloofsartikelen van de internationale ordening die de VS na de Tweede Wereldoorlog bouwden. Perfect was die ordening niet, maar de VS voeren er wel bij, evenals landen met een open economie als Nederland. Eerder trok Trump de VS al terug uit multilaterale afspraken, zette het mes in ontwikkelingshulp en gelaste een onderzoek naar VN-organisaties.
Marco Rubio, Trumps minister van Buitenlandse Zaken, zat in de Rozentuin op de eerste rij. Aansluitend nam hij het vliegtuig naar Brussel voor zijn eerste bezoek aan het hoofdkwartier van de NAVO – ook een internationale organisatie die dankzij Trump al weken in rep en roer is.
Kleineren en chanteren
Trumps eigengereide en niet-transparante toenadering tot Vladimir Poetin, gecombineerd met het voortdurend kleineren en chanteren van oorlogspresident Volodymyr Zelensky, zaaide in de Europa argwaan. Het hielp niet dat vice-president JD Vance de Europese democratie aanviel en met zijn echtgenote een bezoek bracht aan Groenland, dat Trump graag wil annexeren. Ook heeft Trump meer dan eens gezegd dat hij Europese NAVO-partners die niet genoeg aan defensie uitgeven, niet wil verdedigen.
Het onderlinge vertrouwen in de NAVO heeft daar zeker onder geleden, zei een Brusselse diplomaat. Voormalig NAVO-ambassadeur voor de VS, Ivo Daalder, schreef vorige maand in vakblad Foreign Affairs dat het hem niet zou verbazen als Trump uit het bondgenootschap zou stappen en dat hij de NAVO in elk geval al heeft ondermijnd.
Rubio probeerde de Europeanen te kalmeren. De berichtgeving over een Amerikaanse terugtrekking vond hij zwaar overdreven, zei hij tijdens een kort persmoment. „De Verenigde Staten zijn in de NAVO, en zijn in de NAVO actief als nooit tevoren. De hysterie en de hyperbolen die ik in de mondiale en sommige binnenlandse media zie, zijn ongegrond. President Trump heeft duidelijk gemaakt dat hij de NAVO steunt en dat we in de NAVO blijven.”
Lees ook
Wat wil Trump eigenlijk bereiken? En nog vier vragen over de importheffingen
Hij herhaalde die steunverklaring toen hij tijdens de NAVO-vergadering het woord kreeg, vertelde minister van Buitenlandse Zaken Caspar Veldkamp na afloop. In Washington was al vaker gezegd dat de VS de NAVO niet de rug zullen toekeren. „Maar het is wel goed dat wij dat op alle niveaus telkens horen”, aldus Veldkamp.
Pleitbezorger van de NAVO
Rubio maakte als senator naam als pleitbezorger van de NAVO, maar hij werkt nu voor een president die graag met dédain over het bondgenootschap spreekt. Wat zijn z’n geruststellende woorden eigenlijk waard? Volgens Veldkamp is Rubio „wat minder hoekig” dan zijn president, maar Veldkamp gaat ervan uit dat Rubio’s boodschap in Washington is afgestemd. Wel houdt Veldkamp er rekening mee dat de VS hun bijdragen aan de Europese verdediging op den duur zullen terugschroeven. „Dat acht ik onvermijdelijk.”
Hoewel tarieven niet tot het werkterrein van de NAVO behoren, was het economische machtsvertoon van de VS het gesprek van de dag. Eén Europese minister grapte tijdens de vergadering dat verlaging van economische groei ten gevolge van een handelsoorlog het makkelijker maakt om procentuele doelen voor defensie-uitgaven te halen. Een ander sneerde dat het geld beter besteed kan worden aan de aanschaf van materieel dan aan oplopende inflatie, een mogelijk gevolg van een handelsoorlog.
De Noorse minister Espen Barth Eide had er het NAVO-verdrag nog eens op nageslagen. Terwijl iedereen zich zorgen maakte over de vraag of Trump het cruciale artikel 5 – de plicht elkaar te verdedigen – wel zal honoreren als het erop aan komt, wees Eide erop dat artikel 2 bondgenoten gebiedt vriendschappelijke internationale betrekkingen na te streven, evenals stabiliteit en welzijn.
Eide: „Het is belangrijk dat niet te vergeten. Als we de middelen willen hebben om onze defensie op te bouwen hebben we economische groei nodig en protectionisme helpt ons niet verder.”
NAVO-secretaris-generaal Mark Rutte liet zich na afloop niet verleiden tot commentaar op de heffingen, maar een overtreding van artikel 2 vond hij de „herschikking van de mondiale handelsorde” zoals Rubio ‘Bevrijdingsdag’ omschreef, niet.
Wanneer Amerikaanse presidenten feestelijke aankondigingen doen over handelspolitiek in de Rozentuin van het Witte Huis, is hun boodschap doorgaans: er komt méér vrijhandel, hoera! Afgelopen week was de boodschap vanuit de Rozentuin heel anders: het is afgelopen met decennia aan vrijhandel. Woensdag was ‘Bevrijdingsdag’ voor de Amerikanen. Die boodschap van Donald Trump betekent niets minder dan een breuk met de economische wereldorde die de VS zélf na de Tweede Wereldoorlog hebben vormgegeven.
Even terug in de tijd. In 1988 zei president Ronald Reagan, een Republikein: „Vrijhandel is een idee waarvoor de tijd rijp is”, dit bij de ondertekening van een vrijhandelspact met Canada. Diens opvolger George Bush, tevens Republikein, zei bij de lancering van een handelsdeal met Australië: „Open handel is verstandig beleid. Het creëert banen, verhoogt levensstandaarden en verlaagt consumentenprijzen”. De Democratische president Bill Clinton stond in 1994 in de Rozentuin zij aan zij met de Republikeinse senator Bob Dole, toen hij verheugd aankondigde dat er steun was onder beide partijen voor een brede, wereldwijde afbouw van importheffingen en voor de oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Het zou „honderdduizenden goedbetaalde Amerikaanse banen” gaan opleveren, zei Clinton.
Het zijn woorden uit een ander tijdperk, dat nu voorbij is. Woensdag zette Donald Trump de liberalisering van de wereldhandel eigenhandig in zijn achteruit. „Decennialang is ons land geplunderd, beroofd en verkracht door landen ver en dichtbij, door vriend en vijand”, zo klonk het uit de mond van deze Republikeinse president. Met de aankondiging van drastische importheffingen voor tientallen landen – 10 procent als ‘basisheffing’, 20 procent voor de EU, wel 54 procent voor China – zorgde Trump voor een schok onder regeringen, economen en beleggers. Zij hadden gehoopt dat de heffingen milder zouden uitvallen. In plaats daarvan tekent zich een wereldwijde handelsoorlog af, krijgt de toch al zwak draaiende wereldeconomie een harde klap, en dreigt een nieuwe inflatiegolf.
Heffingen hoger dan jaren 30
Gemiddeld stijgt het Amerikaanse importtarief door Trumps ‘wederkerige’ heffingen met 11,5 procentpunt naar 22,5 procent, zo berekende de Yale-universiteit. Voordat Trump terugkeerde in het Witte Huis was dit 3,4 procent; het liep al op door Trumps eerdere brede heffingen op onder meer staal en auto’s. 22,5 procent is het hoogste niveau sinds 1909. Hoger dus dan in de jaren dertig van de twintigste eeuw, die bij uitstek een tijd van protectionisme waren.
‘Bevrijdingsdag’ betekent de „meest ambitieuze economische herschikking die de Amerikanen ooit hebben gezien”, zei Trump. De Amerikanen zullen het merken in de supermarkt: importeurs zullen de heffingen (deels) doorberekenen aan de consument. Maar de nieuwe, torenhoge tariefmuren van de VS raken niet alleen de Amerikaanse consument. Ze zijn óók een grote herschikking van het internationale handelssysteem dat onder leiding van de VS werd opgetuigd.
‘Hogere levensstandaarden’
Die orde begon met de in 1947 door 23 landen gesloten handelsovereenkomst GATT (General Agreement on Tariffs and Trade) – een Amerikaans initiatief. GATT moest het raamwerk vormen voor onderhandelingen over „substantiële reductie van importheffingen”, met als doel „verhoging van de levensstandaarden”, staat in de preambule ervan.
Die hang naar vrijhandel, gebaseerd op internationale regels die bedrijven zekerheid moesten bieden, was een reactie op de eigen Amerikaanse ervaringen uit de jaren dertig. De Amerikaanse Smoot-Hawley-wet van 1930 stelde, een jaar na de beurskrach op Wall Street, hoge handelstarieven in, die gemiddeld uitkwamen op 20 procent. Ze werden snel door andere landen, zoals de buurlanden Canada en Mexico, gekopieerd. Deze handelsoorlog verergerde volgens veel economen de Grote Depressie (1929-1939).
Toen president Franklin Delano Roosevelt in 1945 pleitte voor internationale samenwerking om tariefmuren te slechten, koppelde hij dat ook aan een politiek doel: het bevorderen van de vrede. „Het doel van deze hele inspanning is om economische oorlogsvoering uit te bannen”, zei hij in een toespraak voor het Amerikaanse Congres. Zo moest de „economische basis” worden gelegd voor „de veilige en vreedzame wereld waar wij allemaal naar verlangen”.
Decennia van handelsliberalisering via de GATT en zijn opvolger, de in 1995 opgerichte WTO, betekende wereldwijd dalende importheffingen. Maar terwijl alle Amerikaanse presidenten – tot Donald Trump – deze politiek van globalisering steunden, was er ook altijd een tegenbeweging die zich meer thuis voelde bij de tariefmuren van de jaren dertig.
Botsing in de jaren negentig
In de jaren negentig kwam het tot een frontale botsing van beide stromingen, die inzichtelijker maakt wat er nu in Washington gebeurt.
Met de ineenstorting van het communisme leek, aan de ene kant, de combinatie liberalisme-kapitalisme-vrijhandel te hebben gezegevierd. De VS steunden de oprichting van de WTO. En intussen sloten de VS ook aparte handelsakkoorden die de tariefmuren nog verder afbouwden, onder meer het Noord-Amerikaanse Vrijhandelsverdrag (NAFTA) met Mexico en Canada in 1992. In 1999 gingen de VS akkoord met Chinees lidmaatschap van de WTO (formele toetreding volgde in 2001).
Tegelijk ontstond in de jaren negentig steeds sterker verzet tegen vrijhandel. De onafhankelijke populistische presidentskandidaat Ross Perot voerde in 1992 campagne tegen het NAFTA-verdrag, dat er volgens hem toe zou leiden dat Amerikaanse banen zouden worden ‘opgezogen’ door lagelonenland Mexico. Perot sprak van een „enorm zuigend geluid” (giant sucking sound). Perot haalde 19 procent van de stemmen in 1992 (Clinton won). Met name een andere antivrijhandelspoliticus, Pat Buchanan – een Republikein – doet sterk denken aan Trump. Net als Trump maakte hij zich zorgen over het verdwijnen van de maakindustrie in Amerika en was hij gefixeerd op het groeiende handelstekort (dat laat zien dat de VS meer importeren dan exporteren). Buchanan koos partij voor de „Amerikaanse arbeider” die het slachtoffer zou zijn van de „transnationale elites” die vrijhandel omarmden. Buchanan stelde onder meer importheffingen van 15 procent voor Europese landen voor. Hij behoorde, niet toevallig, tot de vroege supporters van Trump in 2016.
Met name na Chinese toetreding tot de WTO – waardoor China vrijer kon exporteren naar het Westen – ontstond ook onder economen meer belangstelling voor de schaduwzijden van de vrijhandel.
De ‘Chinaschok’
Weliswaar bleef het Amerikaanse bruto binnenlands product (bbp) toenemen en profiteerden Amerikaanse consumenten van goedkope Chinese producten. Maar in het eerste decennium van deze eeuw werd de Amerikaanse industrie hard getroffen door wat econoom David Autor in 2021 de „Chinaschok” noemde. Chinese concurrentie kostte 1,2 miljoen Amerikaanse industriële banen en 2,4 miljoen banen in totaal, stelde Autor.
Het is deze traditie van kritiek op vrijhandel en globalisering waarbij Trump en zijn medewerkers aansluiting vinden. In zijn eerste termijn (2017-2021) draaide de Republikein de WTO al de nek om door de benoemingen van ‘rechters’ bij de WTO tegen te houden. Sindsdien kan de WTO geen bindende uitspraken meer doen bij handelsgeschillen. Trump-2 komt nu met een stortvloed aan heffingen, geheel buiten de WTO om.
‘Militaire basis aangetast’
Dát dit een breuk betekent met de oude economische wereldorde, daar is team-Trump zelf ook glashelder over. „Het naoorlogse internationale economische system”, staat in Trumps decreet van deze week, was gebaseerd op „incorrecte aannames”. Men ging ervan uit dat andere landen in navolging van de VS hun handel zouden liberaliseren. Het Witte Huis wijst erop dat veel handelspartners tot 2 april hogere basis-importheffingen kenden (wat in veel gevallen waar is, daarna is het juist andersom) en meent dat ze ook andere zware barrières opwerpen voor de handel, zoals belastingregels die Amerikaanse bedrijven zouden benadelen. Het grote Amerikaanse handelstekort (1.200 miljard dollar in 2024) was door de voorstanders van de vrijhandel niet voorzien, aldus het decreet. „Het daarmee samenhangende verlies van industriële capaciteit heeft de militaire gereedheid aangetast.” Volgens Trump is de Amerikaanse industrie niet meer in staat het leger goed van materieel te voorzien.
Zo is vrijhandel voor het Witte Huis niet langer een voorwaarde van de wereldvrede (Roosevelt), maar een „bedreiging van de nationale veiligheid” (in Trumps woorden).
De wereldhandel gaat door
De grote vraag waar alle andere landen nu voor staan, is of zij zoveel mogelijk van deze internationale orde overeind willen en kunnen houden zónder de VS. De WTO merkte in een verklaring deze week zelf op dat ook na alle Amerikaanse heffingen sinds januari nog steeds 74 procent van de wereldhandel onder de internationaal afgesproken regels valt. Dat was 80 procent aan het begin van dit jaar. De wereldhandel zal volgens de WTO door de Amerikaanse heffingen met 1 procent afnemen dit jaar, terwijl eerder nog een stijging van 3 procent werd ingeschat. De wereldhandel komt dus niet stil te liggen. Integendeel.
Zowel in Azië als in Europa hebben politici opgeroepen tot meer afspraken over onderlinge handel. De vertrekkende Duitse minister van Economische Zaken Robert Habeck riep deze week op om nieuwe handelsallianties te sluiten in de wereld. Met Canada en Mexico worden al intensieve gesprekken gevoerd, zei hij.
Ook voorzitter Ursula von der Leyen van de Europese Commissie benadrukt sinds januari in haar toespraken al het belang van allianties om handelsbelemmeringen weg te nemen. Al eind vorig jaar kwam de EU tot een akkoord met het Latijns-Amerikaanse Mercosur-blok. Vorige maand bezocht Von der Leyen het snelgroeiende India en maakte daar de eerste afspraken over betere handelsbetrekkingen en „een strategisch partnerschap”.
Maar niet alleen Europa geeft blijk van het gevoel van urgentie om samen te werken, in een tijdperk dat de VS zich terugtrekken uit de wereld van vrijhandel. Al tijdens de eerste termijn van Trump begonnen landen met name rond de Stille Oceaan samenwerking te zoeken in nieuwe handelsblokken. Twee weken geleden kwamen China, Japan en Zuid-Korea voor het eerst bij elkaar om grotere economische samenwerking te bespreken.
Europa als nieuwe leider?
Nu de VS zich terugtrekken, is het de vraag wie de leidende rol in de wereld op zich zou moeten nemen. Europa? Dat heeft, als groot handelsblok, belang bij het behoud van de op regels gebaseerde vrijhandel die het bedrijven mogelijk maakt hun producten wereldwijd te verkopen.
Als Europa de vrijhandel wil redden, zit het met een lastig probleem: China
Maar de EU heeft in elk geval één lastig probleem en dat is de positie van China. Met een economie waar de snelle groei uit is verdwenen, hebben de Chinese leiders de export hard nodig. Niet alleen uit de VS, maar ook vanuit Europa wordt al jaren geklaagd dat de Chinese overheid via subsidies en goedkope leningen die export zwaar subsidieert, zo overschotten op de wereldmarkt schept en producten tegen niet-kostendekkende prijzen op de wereldmarkt dumpt. Daarover lopen verschillende disputen, recent nog tussen Europa en China over elektrische auto’s. Vorig jaar liepen er 138 klachten bij de WTO tegen China vanwege exportsubsidies en dumpingpraktijken. Vooral andere opkomende economieën klaagden.
Als Europa erin slaagt om handelsakkoorden te sluiten met verschillende blokken en grote landen, en bovendien tot afspraken kan komen met China, kan de vrijhandel mogelijk in grote delen van de wereld bewaard blijven. In die nieuwe orde zouden de VS van Trump meer alleen komen te staan.
Lees ook
Wat wil Trump eigenlijk bereiken? En nog vier vragen over de importheffingen