Europa bereidt zich voor op oorlog, in naam van de vrede. In reactie op de dreiging vanuit het Oosten en de wankelende militaire steunpilaar aan westerse zijde, is Europa druk bezig aan zijn herbewapening. Dit werd deze zomer nog eens bevestigd door voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen, die in haar toespraak voorafgaand aan haar herverkiezing benadrukte dat investeringen in defensie en het creëren van een ‘Europese Defensie Unie’ tot haar hoogste prioriteiten behoren voor het komende mandaat. Hoe de hermilitarisering van Europa eruit gaat zien moet nog blijken, maar doelstellingen en strategieën rondom ‘vrede en veiligheid’ illustreren in ieder geval een veranderde tijdsgeest ten opzichte van 1989, toen de val van de Berlijnse muur de demilitarisering van Europa in gang zette.
Met de befaamde VN-Veiligheidsraadresolutie Women, Peace and Security (‘Vrouwen, Vrede en Veiligheid’) uit het jaar 2000 erkende de internationale gemeenschap de „disproportionele” impact van oorlog op vrouwen en meisjes en besloot men dat de rol van vrouwen in gewapend conflict, evenals bij de preventie en oplossing ervan, vergroot moest worden. Omdat ongelijkheid een van de kernoorzaken van conflict is, zal de wereld een veiligere en stabielere plek worden wanneer meer mensen gelijke rechten en kansen hebben, zo luidde de redenering. Zo leken feministische waarden eindelijk hun intrede te hebben gedaan in een domein waar traditioneel een mannelijk mens- en wereldbeeld domineert.
Maar ondanks goede bedoelingen dragen huidige inspanningen weinig bij aan de daadwerkelijke emancipatie van vrouwen en een vreedzamere wereld. De manier waarop we gendergerelateerd geweld benaderen en vrouwen integreren in veiligheidsinstanties, houdt ongelijkheid en een militaristische benadering tot vrede en veiligheid in stand, en daarmee ook een eindeloze cyclus van geweld.
Morele verontwaardiging
Allereerst is er de selectieve toepassing van de zogeheten ‘gender lens’. Zoals mooi omschreven in het huidige Nederlandse nationale actieplan, dat de doelstellingen van Vrouwen, Vrede en Veiligheid nastreeft, is het doel hiervan om in analyse en beleid „rekening [te] houden met de gendergerelateerde oorzaken van conflicten en onveiligheid, en de verschillende manieren waarop vrouwen, mannen, meisjes en jongens in al hun diversiteit conflicten ervaren.”
Mannelijke slachtoffers van dodelijk geweld kunnen op veel minder aandacht rekenen
Een positieve uitkomst van deze aanpak is een groter bewustzijn van en concrete maatregelen tegen conflictgerelateerd seksueel geweld, waarvan voornamelijk vrouwen en meisjes het slachtoffer zijn. De oververtegenwoordiging van mannen onder de slachtoffers van dodelijk geweld kan echter op veel minder aandacht en morele verontwaardiging rekenen. Dit terwijl deze realiteit ook sterk samenhangt met gendergerelateerde factoren, zoals aannames over dader- en slachtofferschap waarbij mannen vaak automatisch als strijders worden gezien, en vrouwen als slachtoffers.
Neem het Amerikaanse drone-aanval beleid, waarbinnen alle mannen van militaire leeftijd in een aanvalszone als legitieme doelwitten worden beschouwd. Of de massa-arrestaties en marteling van honderden Palestijnse mannen en jongens in Gaza door het Israëlische leger. Ook de mobilisatiewet in Oekraïne komt voort uit het idee dat mannen de rol van strijder (zouden moeten) vervullen, net als de risico’s waar zij aan bloot worden gesteld wanneer ze besluiten geen gehoor te geven aan het uitreisverbod en een vaak gevaarlijke vluchtroute nemen om eraan te ontsnappen. In het streven naar een veiligere wereld voor iedereen is het essentieel dat er meer ruimte is voor discussie rondom deze aspecten van gewapend conflict, en de rol die defensiebeleid daarbij speelt.
De sterke man
De sterke focus op de gevolgen van oorlog waar voornamelijk vrouwen mee te maken krijgen laat niet alleen mannelijk slachtofferschap onderbelicht, maar ondermijnt ook de voortgang van vrouwenemancipatie. Het versterkt het beeld van vrouwen als kwetsbaar en hulpbehoevend, tegenover de sterke man die zowel een bedreiging vormt als bescherming biedt. Dit bevestigt de dominantie van mannelijkheid, en legitimeert daarmee het patriarchale systeem. Vervolgens wordt onder het mom van ‘bescherming’ de noodzaak van de aanwezigheid van militairen benadrukt, wat gerust als symptoombestrijding bestempeld mag worden en bovendien een militaristische benadering tot conflictoplossing bekrachtigt.
Wat betreft het toenemende aantal vrouwen dat, onder het kopje ‘participatie’, onderdeel uitmaakt van veiligheidsinstanties, stelt politicologe Stéfanie von Hlatky dat zij voornamelijk worden ingezet om de effectiviteit van legers te verbeteren, personeelstekorten te vullen of de legitimiteit van het leger te versterken. Ze concludeert dat het streven naar gendergelijkheid op deze manier vooral dient om staten beter in staat te stellen oorlog te voeren, waardoor wederom het bestaande oorlogssysteem intact blijft.
Oorlogsmachine
De heersende filosofie dat spierballenvertoon de meest briljante manier is om met conflict om te gaan heeft echter nog nooit tot echt duurzame vrede geleid. De agenda voor Vrouwen, Vrede en Veiligheid heeft de potentie alternatieve perspectieven te introduceren, en inspanningen om de deelname van vrouwen aan vredesonderhandelingen te vergroten zijn een goede stap in deze richting. Maar zolang de wil ontbreekt om daadwerkelijk lering te trekken uit hun perspectieven, zal de oorlogsmachine het feminisme voor zijn militaristische kar blijven spannen. Met een voortzetting van de huidige staat van de wereld als gevolg.
Dokter Jan Galesloot (grijs piekhaar, 77) gaat zo min mogelijk naar de Afrikaandermarkt. Want dan komt hij er niet meer weg. ‘Goeiemorgen dokter! Hoe gaat het met u?’ De markt ligt vlakbij de praktijk waar hij 42 jaar huisarts was. Hij krijgt er kaas, of een appel, soms een bloemkool of een visje. In Bloemhof, Hillesluis en de Afrikaanderwijk is de huisarts een fenomeen. Afgelopen week ging hij met pensioen.
42 jaar geleden kwam hij als activistische, jonge dokter met lang haar, baard en snor in Rotterdam-Zuid terecht, met vrouw en drie kinderen. Hij zat daarvoor drie jaar in Afrika en kortstondig in Limburg. Het was even wennen. Het Rotterdam ten zuiden van de Nieuwe Maas was altijd al ruig en arm. Ooit werd het de boerenzij genoemd, toen mannen van het Nederlandse platteland erheen trokken om de havens uit te diepen. Daarna migranten uit Spanje, Marokko en Turkije om zwaar werk te doen.
Dokter Galesloot zag in de jaren tachtig en negentig veel patiënten die moe en versleten waren. Kapotte rug. Kapotte knieën. Mensen die Nederland opbouwden na de oorlog, witte Rotterdammers én eerste generatie migranten.
Toen was zwaarlijvigheid nog geen groot probleem. Drie maaltijden per dag, het Hollands prakkie van aardappelen, groente, vlees was nog normaal. Dat eet niemand meer. Hij begon daarna wel steeds meer ‘leefstijlziekten’ te zien. Door ongezond vet en zoet eten, weinig bewegen. En veel stress door weinig geld en schulden. Slecht betaalde baantjes, soms twee naast elkaar. Meer dan medicijnen voorschrijven werd zijn werk uitleggen, uitleggen, uitleggen. Stop met fris en energydrank maak dagelijks een wandeling, dan bent u al een énorme stap verder. Hij denkt aan de Surinaamse vrouw die geen diabetesmedicijnen meer nodig had, nadat ze gezond ging leven.
Iedereen kwam bij dokter Galesloot. Hij ging op huisbezoek. Marokkaanse, Turkse, Nederlandse, Hindoestaanse, Kaapverdische, Eritrese, Poolse, Hongaarse gezinnen. Lege kamers zonder meubels. Of juist lange, fluwelen banken met plek voor dertig gasten. Thee, koekjes, dankbaarheid. Agressie, verdriet en boosheid. God wat is hij gaan houden van de bewoners van zuid, de vele kleine zaakjes, die eindeloze mix van culturen. Overlevers. Iedereen is er anders maar met dezelfde allergie voor minachting. „Voel je je beter dan zij, dan ben je weg.”
Galesloot is geen vechtersbaas maar vocht wel een keer met een junk die zware pijnstillers eiste, in de tijd van heroïneverslaafden. Galesloot zette hem eigenhandig de praktijk uit. „Dat voorval sterkte me, ik durfde vaker ‘nee’ te zeggen. Het maakte me een betere dokter.”
Eén keer was hij bijna weg gegaan. Nachtdiensten, lange dagen en lage tarieven braken huisartsen in armere wijken op. Hij kon een plattelandspraktijk overnemen in Nieuwpoort, aan de Lek. Makkelijke patiënten, beter betaald. Hij zag zichzelf al op een brommertje over de dijk tuffen, dokterstas achterop. Op het laatste moment zegde hij af. Hij bleef waar hij thuis was.
Sheila Kamerman doet wekelijks ergens vanuit Nederland verslag.
Zeventien jaar was Marie Scott, minderjarig nog, toen ze zich in maart 1944 aanmeldde bij de vrouwenafdeling van de Britse marine. Ze wilde iets doen voor haar land en bij de marine namen ze haar graag aan, want Scott kon het schakelbord van een telefooncentrale bedienen. Al gauw kreeg ze training voor een VHF-set, dat was radiocommunicatie via very high frequency. „Het was een simpel apparaat, een soort draadloze ontvanger met hendels. En het was een éénrichtingssysteem, dus maar één iemand kon tegelijk praten.”
Ze ging aan de slag in het ondergrondse communicatiehoofdkwartier van de geallieerden in Portsmouth, aan de Engelse zuidkust. De Amerikaanse generaal Eisenhower was haar opperbevelhebber en D-Day, de invasie van de Franse kust, was toen al volop in voorbereiding. „Ik ben er onlangs nog geweest, het complex begint uit elkaar te vallen. Maar toen was het een wonderbaarlijke gewaarwording en een knappe technische prestatie, dat netwerk van al die tunnels. Een wereld op zich, meters onder de grond.” Ze bleven 48 uur ondergronds en draaiden in die tijd diensten van zes of zeven uur.
Marie Scott weet nog steeds niet precies wie ze aan de lijn kreeg, in die dagen rond D-Day in juni 1944. Maar toen ze haar bericht had verstuurd – „geen idee wat de boodschap was, alles was in code” – en het de beurt van de ontvanger was om zijn antwoord te versturen, schrok ze enorm. „Ik hoorde onophoudelijk geweervuur. Kanonnen. Vallende bommen. Mannen die bevelen schreeuwden. Ineens realiseerde ik me dat die arme man… Dat hij bij het leger hoorde dat de stranden van Normandië bestormde.”
Marie Scott (niet op deze foto) kon het schakelbord van een telefooncentrale bedienen, dat kwam goed van pas bij de marine.Foto privéarchief
Nu is Scott bijna 99 jaar. Begin mei komt ze naar Wageningen om te vieren dat Nederland tachtig jaar geleden werd bevrijd van de Duitse bezetting. En ze reist in stijl. Taxichauffeur David Hemstead brengt Scott in zijn typisch Britse black cab vanaf haar huis in het zuidwesten van Londen naar Wageningen en terug. Ze gaan met de veerboot van Harwich naar Hoek van Holland. Scotts kleindochter Briony Samuel gaat mee als haar compagnon en zo reizen drie generaties straks in één taxi naar Wageningen.
<figure aria-labelledby="figcaption-0" class="figure" data-captionposition="icon" data-description="Marie Scott (99) werkte als tiener voor de Britse marine.
Foto Justin Griffiths-Williams
” data-figure-id=”0″ data-variant=”row”><img alt data-description="Marie Scott (99) werkte als tiener voor de Britse marine.
<figure aria-labelledby="figcaption-1" class="figure" data-captionposition="icon" data-description="De Londense taxichauffeur David Hemstead (64) is vrijwilliger voor Taxi Charity For Military Veterans, die veteranen naar herdenkingen in Europa brengt.
Foto Justin Griffiths-Williams
” data-figure-id=”1″ data-variant=”row”><img alt data-description="De Londense taxichauffeur David Hemstead (64) is vrijwilliger voor Taxi Charity For Military Veterans, die veteranen naar herdenkingen in Europa brengt.
David Hemstead (64) is vrijwilliger bij de Taxi Charity for Military Veterans. Het is een kleine Londense liefdadigheidsorganisatie die in 1948 is ontstaan, naar een idee van drie taxichauffeurs die graag hun in de Tweede Wereldoorlog gewond geraakte vrienden wilden helpen. Ze boden gratis taxivervoer aan van en naar het ziekenhuis en namen de veteranen mee op dagtripjes naar de kust. Nog steeds is dat de basis, al zijn de reisjes nu vooral herdenkingen geworden. Het is mooi dat ze meehelpen de geschiedenis levend te houden, zegt Hemstead: „We proberen de veteranen zo veel mogelijk het land in te krijgen. Hoe meer ze nu nog gezien en gehoord worden, hoe meer mensen hun verhalen zullen onthouden.”
Hoe meer de veteranen nu nog gezien en gehoord worden, hoe meer mensen hun verhalen zullen onthouden
Want de veteranen zijn met steeds minder, daar doet Marie Scott niet sentimenteel over. „We zijn een zeldzaam verschijnsel geworden. Allemaal gaan we het hoekje om.” Jarenlang speelden de Tweede Wereldoorlog en haar tijd bij de marine maar een beperkte rol in haar leven. „Ik was druk met de kinderen, met werken, met léven.” Maar in 2017, jaren na haar pensionering, ging Scott voor het eerst mee naar een herdenking. Via de Taxi Charity: „Ze hebben me overal naar toe gebracht. Naar de herdenking in Normandië, al een paar keer naar Nederland… Ik vind het geweldig.”
Marie Scott ging via Taxi Charity al eerder mee naar herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog. Foto Justin Griffiths-Williams
Ook de Britse media ontdekten haar sindsdien. De BBC, Sky News, ITV, dagblad The Times, allemaal stuurden ze journalisten langs. Scott heeft al zo vaak over haar ervaringen in Portsmouth verteld, ook al herinnert ze zich lang niet alle details meer uit die jaren. Gelukkig is ze nog compos mentis, zoals ze zelf zegt. „Ik heb maar één verhaal te vertellen, maar daar zijn allerlei anekdotes uit af te leiden.”
En dus vertelt ze hoe koning George VI bij het hoofdkwartier langskwam en de tunnels en hun kamers ondergronds inspecteerde. Dat ze in de dagen vóór D-Day het water van de haven van Portsmouth niet meer kon zien door de vele oorlogsschepen, en dat die allemaal verdwenen waren toen ze na haar dienst naar boven kwam. En dat ze zich „best een beetje trots voelt” dat ze deel heeft uitgemaakt van Operatie Overlord, de codenaam voor de landing van de geallieerde troepen in Normandië. „Heel weinig oorlogen wereldwijd worden terecht gevoerd. Heel weinig. Maar de Tweede Wereldoorlog was gerechtvaardigd. We moesten een kwaadaardige vijand stoppen.”
Niet verplicht op school
Ondanks al die interviews ziet Scott het niet als persoonlijke missie om ervoor te zorgen dat haar getuigenissen bewaard blijven voor latere generaties. „Die verantwoordelijkheid ligt niet bij ons als individuen, maar bij scholen. Er zou meer aandacht in het onderwijs moeten zijn voor die cruciale periode.” Al krijgt Scott nooit verzoeken van scholen of ze wil langskomen. Langsgaan zou inmiddels ook te veel voor haar zijn, zegt ze. Ze kan niet zo ver meer lopen en ook niet lang meer staan.
De Tweede Wereldoorlog is in het VK geen verplicht onderdeel van het officiële landelijke onderwijsprogramma, maar de meeste scholen behandelen het onderwerp wel. Al krijgt de Eerste Wereldoorlog – ook geen verplichte kost – vaak minstens zoveel aandacht. In aanloop naar de herdenking van het einde van die oorlog, op 11 november, duiken overal in het Britse straatbeeld rode poppies op, een verwijzing naar de klaprozen die bloeiden op de slagvelden van het westelijk front. Het VK herdenkt ook de slachtoffers van andere gewapende conflicten op 11 november, in Nederland gebeurt dat in mei.
Er zou meer aandacht in het onderwijs moeten zijn voor die cruciale periode
De herdenkingen van de afgelopen jaren, de optredens waarbij Marie Scott vanaf een podium een groot publiek mocht toespreken en alle interviews hebben haar gran, „nieuwe zingeving en zelfs nieuwe levenslust gegeven”, zegt Scotts kleindochter Briony Samuel (32). „Daarvoor vertelde ze eigenlijk nooit veel over de oorlog en het is mooi om over haar ervaringen te horen.” Particuliere ervaringen en verhalen van individuele veteranen brengen de oorlog dichterbij voor jongeren, denkt ze ook. „Je kunt je dan beter inleven. Ik moet bij oma’s verhaal denken aan hoe ik zelf was toen ik zeventien jaar was. Ik maakte me alleen druk over wat ik ’s avonds aan moest naar de club.”
Het ondergrondse communicatiehoofdkwartier van de geallieerden in Portsmouth en het defilé tijdens het bezoek van de Britse koning George VI.
Foto’s privéarchief
Marie Scott giechelt een beetje als Samuel dit vertelt. Haar tienerjaren waren compleet anders. Scotts ouders hadden besloten om in Londen te blijven tijdens de oorlog, maar de meeste scholen hadden hun lessen naar buiten de stad verplaatst uit angst voor bombardementen. Dus Scotts onderwijs stopte abrupt toen ze dertien jaar was. Op haar zestiende begon ze met een training om telefoons te kunnen bedienen. Dat kwam later bij de marine goed van pas. Briony Samuel: „Jij leefde in een totaal andere wereld met andere verantwoordelijkheden, die niemand op die leeftijd zou moeten hebben.”
Minder vrijwilligers
De vrijwilligers van de Taxi Charity zien het aantal veteranen dat ze mee op pad kunnen nemen elk jaar verder dalen. David Hemstead rijdt nu zo’n achttien jaar mee en de eerste keer dat hij mee ging naar de jaarlijkse herdenking in Normandië, stonden ze met honderd black cabs op de veerboot. „Wat een sfeer gaf dat.” Dit jaar rijden ze met twintig taxi’s naar Nederland. Er gaat ook altijd een medisch team mee, dat zijn vrijwilligers van de Londense ambulance.
Lees ook
De veteranen van D-Day worden in het zonnetje gezet, nu het nog kan
Natuurlijk willen de chauffeurs graag zoveel mogelijk trips faciliteren voor de veteranen. Maar eerlijk is eerlijk, zegt Hemstead, het wordt moeilijker om vrijwilligers te vinden. De kosten van het dagelijks leven zijn in het VK de afgelopen jaren flink gestegen, harder dan in de meeste andere Europese landen. „Taxichauffeurs moeten steeds langere dagen maken.” Een nieuwe taxi kost 73.000 pond (ruim 88.000 euro) of ongeveer 330 pond (bijna 400 euro) aan huur per maand, zegt hij. „Dat moet je dus verdienen voor je aan alle andere vaste lasten kunt denken, je hypotheek, je energierekening. En een paar dagen met veteranen op stap betekent nul inkomsten voor de chauffeurs.” Ze hebben wel een paar grote donoren en krijgen ook geld van Britse veteranenstichtingen.
Begin mei komt Marie Scott (99) samen met haar kleindochter Briony Samuel (32) en taxichauffeur David Hemstead (64) naar Wageningen om te vieren dat Nederland tachtig jaar geleden werd bevrijd van de Duitse bezetting.Foto Justin Griffiths-Williams
De afgelopen jaren vervoerde de Taxi Charity ook veteranen van andere conflicten dan alleen de Tweede Wereldoorlog en David Hemstead denkt dat hun aandeel de komende jaren langzaam groter zal worden. De club van vrijwilligers blijft bestaan, zegt Hemstead: „Als de veteranen van de Tweede Wereldoorlog er niet meer zijn, stappen we over op de Korea-oorlog, al hadden de Britten daar geen erg grote rol. Dan gaan we naar Noord-Ierland, de Falklandeilanden, de Golfoorlogen, Irak, Afghanistan…”
Maar voorlopig kijken de drie vooral uit naar hun reis naar Wageningen. Marie Scott: „Nederlanders zijn altijd zo dankbaar geweest voor de bevrijding. Ze zijn vriendelijk en gastvrij. Anders dan de Fransen, die zijn formeler en beleefder.” En voor de lange rit neemt Scott een stevig kussentje mee, dat zit net wat fijner voor haar oude botten.
Margraten
In Limburg probeert een docent de verhalen levend te houden
Johanna Soller wordt de nieuwe artistiek leider en dirigent van de Nederlandse Bachvereniging. „Ik voel een mix van geluk, eer en respect voor het ensemble. Het is een droombaan”, zegt ze in een telefonisch interview een paar dagen voor het nieuws deze donderdag officieel naar buiten mag.
Wie het intussen 104 jaar oude, wereldvermaarde Bachkoor en Bach-orkest volgt, kent de Duitse dirigent, klavecinist en organist al. Soller (36) dirigeerde vorig jaar (als eerste vrouw) de Matthäus-Passion bij het ensemble. Daarvoor was ze achter de schermen als koordirigent driemaal eerder bij de Bachvereniging, toen nog onder artistiek leider Shunske Sato. Sinds Sato’s vertrek in 2023 zat het ensemble zonder artistiek leider.
Johanna Soller komt uit het Duitse Burghausen aan de grens met Oostenrijk. In München specialiseerde ze zich in koordirectie, orgel en oude muziek, en richtte ze twee barok-ensembles op naast haar aanstellingen als organist van de Münchner Peterskirche en haar werk als docent aan de Hochschule für Musik. Door deze drukke werkzaamheden kan ze zich volgend seizoen nog niet vrijmaken – dan staat ze slechts één keer voor de Bachvereniging en werkt ze verder achter de schermen aan de volgende seizoenen. Vanaf 1926/27 zal ze „de helft van de concerten dirigeren.”
Hoe kijk je terug op de Matthäus-Passionconcerten?
„Dat waren drie heel bijzondere weken. Een muzikale omhelzing die maar beter en beter werd. Die niet, zoals je bij veel ensembles hebt, halverwege de tournee een beetje verslapte. Het muziek maken werd steeds intenser.”
Waarom is het een droombaan?
„De Bachvereniging is olympisch niveau oude muziek, een instituut met een enorm wereldwijd bereik, vooral door ‘All of Bach’ [een project waarin de Bachvereniging alle werken van Bach opneemt en gratis online zet]. Voor ik met hen mocht werken, volgde ik ze al jaren. De musici zijn fantastisch. Ze bieden alle muzikale mogelijkheden die je als dirigent kunt wensen.”
Hoe wil je die mogelijkheden benutten, heb je al plannen?
„Niet concreet. Bach blijft natuurlijk de hoofdzaak, maar ik zou meer muziek willen laten horen van componisten die naar Bach geleid hebben, of die op een of andere manier aan hem verbonden zijn. En af en toe ook daarbuiten, met hedendaagse muziek. Ik zoek naar connecties, intertekstualiteit en krachtige verhalen die bekendere en onbekendere werken aan elkaar koppelen. Ik ben ook musicologisch gemotiveerd: er is nog zo veel muziek uit de vroege barok niet ontdekt.”
Wat is een ‘krachtig verhaal’?
„Een krachtig verhaal krijg je als zowel de uitvoerders als het publiek een connectie zien tussen de muziek in een programma en een overkoepelende dramaturgie. Je kunt niet zomaar wat muziek achter elkaar spelen. Als publiek moet je een programma in getrokken worden.”
Speelt het heden nog een rol?
„Absoluut. Elke uitvoerder moet zichzelf altijd verplicht de vraag stellen: ‘waarom speel ik deze muziek nu?’ ‘Omdat het mooie muziek is’, is geen afdoende antwoord. Dat de muziek van Bach nú nog een impact kan hebben op ons leven, is wel een goed antwoord. Zelfs al sluiten de teksten niet altijd meer goed aan bij het heden, de muziek kan ervoor zorgen dat de betekenis ons op een metaniveau toch bereikt.”
De Bachvereniging is voor mijn gevoel die connectie met het heden een beetje kwijtgeraakt. Ze kunnen wel een energieke, moderne impuls gebruiken. Ben je het daarmee eens?
„Ik denk dat wat energie en opfrissing, en de wil om wat kleine dingetjes te veranderen, het ensemble een heel waardevolle, mooie toekomst biedt.”
Welke veranderingen?
„Ik denk dat het belangrijk is meer te gaan touren. Er is een discrepantie tussen het online en offline bereik van het ensemble. Terwijl de Bachvereniging zou moeten spelen op alle grote internationale Bach- en oude muziekfestivals. En een betere balans tussen bekende en onbekende stukken, waar ik het eerder over had, kan ook helpen. Dus óók de [bekende] Messiah van Händel een keer doen. De Bachvereniging hoeft zijn repertoire niet klein te houden. Ze heeft zo veel potentieel, dat wil ik graag helemaal benutten.”
Je doet nu indrukwekkend veel in Duitsland. Wil je dat blijven doen?
„Nee, ik moet keuzes gaan maken. De Nederlandse Bachvereniging wordt mijn belangrijkste werk.”
Lees ook
Dirigent Johanna Soller: ‘Iemand moet de eerste vrouw zijn, ik hoop vooral dat ik niet de laatste ben’