Hij werd door de Ghanese rechter aangekondigd als Stevie Wonder, maar toen hij maandag de eed aflegde om Ghanees staatsburger te worden bleek de Amerikaanse musicus in het dagelijks leven anders te heten. „Ik, Stevland Morris, zweer plechtig […] trouw aan de republiek Ghana, en ik zal de grondwet van Ghana levend houden, beschermen en verdedigen”, zei de artiest onder luid gejoel van een volle presidentiële perszaal in de Ghanese hoofdstad Accra.
De zanger van Happy Birthday (…to you) kreeg op zijn 74ste verjaardag een cadeau dat hij naar eigen zeggen al sinds de jaren zeventig begeerde: een Ghanees paspoort. Onderzoek zou destijds hebben uitgewezen dat zijn voorouders afkomstig zijn uit dit deel van West-Afrika. De zanger heeft Ghana regelmatig bezocht en zou met opeenvolgende leiders van het land goede relaties hebben opgebouwd. Oud-president Jerry Rawlings, die eerder luchtmachtpiloot was, zou Stevie Wonder zelfs een keer hebben ingezet als copiloot op een vlucht, vertelde de artiest aan de BBC.
Ghana was in 2001 het eerste Afrikaanse land dat mensen uit de diaspora de mogelijkheid gaf om zich in het land te vestigen. Zij kunnen zonder al te ingewikkelde procedures ook in Ghana werken. Volgens het kantoor van de Ghanese president Nana Akufo-Addo hebben sindsdien zo’n driehonderd mensen van Afrikaanse afkomst een paspoort gekregen. In 2019 memoreerde het land met het ‘Jaar van terugkeer’ dat vierhonderd jaar eerder de eerste slaafgemaakten naar Virginia getransporteerd werden. Het zogenoemde roots tourism vanuit de Verenigde Staten neemt sindsdien flink toe. De oervader van het Amerikaanse pan-Afrikanisme, W.E.B. Du Bois (1868-1963), sleet de laatste jaren van zijn leven in Ghana en ligt in Accra begraven.
Door Stevie Wonder staatsburger te maken „tonen we ons niet alleen erkentelijk over zijn immense talenten en successen”, zei de president bij de ceremonie, „maar erkennen we ook zijn diepe band met het Afrikaanse continent en zijn onvermoeibare inspanningen om eenheid, solidariteit en culturele uitwisselingen tussen mensen van Afrikaanse afkomst te bevorderen”. Welke naam er precies in het paspoort staat, is niet bekendgemaakt.
Het was een aardig bord dat Donald Trump woensdag deze week omhooghield toen hij een drastische verhoging van Amerikaanse invoerheffingen bekend maakte. Maar de cijfers die erop stonden sloegen nergens op. Economen hoefden zich maar kort het hoofd te breken over de vraag waar de importheffingen die de Amerikaanse president bekendmaakte vandaan kwamen. Het bleek al snel een ruwe, amateuristische calculatie te zijn die, op basis van het handelsoverschot van elk land met de VS, moest aantonen welke heffingen en beperkingen er kennelijk werden losgelaten op in te voeren Amerikaanse goederen. En dáár stonden nu, op het bord, ‘wederkerige’ cijfers, door te voeren door de VS, tegenover.
Het resultaat: torenhoge heffingen voor goederen uit China van 34 procent, bovenop wat al van kracht was, Vietnam (46 procent), Thailand (36 procent), de EU (20 procent) of Japan (24 procent). Rusland werd niet genoemd. Wél een goeddeels onbewoonde eilandengroep bij Australië waar zich vooral pinguïns ophouden.
De gang van zaken zou lachwekkend zijn, als er niet zulke forse consequenties waren: duurdere goederen zorgen voor hoge inflatie, met name in de VS. Als andere landen met eigen heffingen terugslaan, verhogen ze ook de invoerprijzen in eigen gebied. De economie zal onder de maatregelen leiden, de rente wordt hoger dan voorzien en een wereldwijde recessie is niet langer ondenkbaar.
Amerikaanse aandelen verloren donderdag in totaal 5,1 procent aan waarde. Dat staat gelijk aan 2.800 miljard dollar, of ruim 2.500 miljard euro – zo’n anderhalf maal het Nederlandse pensioenvermogen. Ook in de rest van de wereld waren de verliezen omvangrijk. Op vrijdag bleven de beurzen in mineur. Niet alleen techbedrijven zakken weg. Ook, en gevaarlijker, de banken en verzekeraars.
Niets blijkt daadwerkelijk te zijn onderzocht door de regering-Trump. De meest gangbare diagnose voor het Amerikaanse handelstekort – het land geeft meer uit dan het spaart – is terzijde geschoven ten faveure van een bedacht slachtofferschap van vals spel door het buitenland. Ruimte voor snelle onderhandelingen is er nauwelijks: op deze schaal hebben de Amerikaanse autoriteiten daar simpelweg de capaciteit niet voor. Tenzij de maatregelen, wederom zonder oog voor detail, weer even makkelijk worden ingetrokken als ze zijn doorgevoerd.
Wat rest is de indruk van een bijna kwaadaardige lichtzinnigheid waarmee de VS onder Trump in luttele maanden de internationale economische orde afbreken die zij zelf na de Tweede Wereldoorlog hebben geschapen. De roekeloosheid betreft ook de internationale politieke en militai+ verhoudingen. En binnenlands is de sloop van de rechtsorde in Amerika ook in volle gang.
Wat moet, en kan, het antwoord van de rest van de wereld daarop zijn? Een afweging maken tussen incasseren, terugslaan en het zoeken naar alternatieven. Negeren zou economisch gezien de verstandigste oplossing zijn. Volgens veel economen zullen landen die erin slagen hun handel buiten de VS om in stand houden, het best af zijn.
Dat alles blijkt voor veel getroffen landen te veel gevraagd. Vrijdag kondigde China aan de Amerikaanse strafheffing van 34 procent te beantwoorden met exact datzelfde tarief voor Amerikaans producten. Canada deed donderdag hetzelfde: Amerikaanse importen worden met 25 procent extra belast. Europa en veel andere landen beraden zich nog op tegenmaatregelen. Economisch misschien niet de verstandigste route, vanuit een onderhandelingsperspectief wel te begrijpen.
Helemaal negeren is daarbij ook onmogelijk: sinds de Tweede Wereldoorlog zijn de VS, en dan met name hun munt, de dollar, het epicentrum van de wereld geworden. Maar het had ook risico’s: de Amerikaanse mondiale dominantie – die via de dollar ook diplomatiek en militair werd – werd te gemakzuchtig als vanzelfsprekend en zelfs gewenst beschouwd. Dat lijkt een misvatting. De wereld heeft te lang geleund op het idee dat de VS zich te allen tijde een betrouwbare partner zouden tonen. Waarschuwingen dat het mondiale betalingsverkeer te zeer afhankelijk was van de VS zijn genegeerd, zoals ook nu de mondiale afhankelijkheid van Amerikaanse tech-bedrijven (van Meta tot Microsoft) tegenacties nauwelijks mogelijk maakt.
Het is een harde les die Trump met zijn egopolitiek nu afdwingt, maar wellicht een die op langere termijn een evenwichtiger wereld oplevert. Te veel macht in handen van één partij is altijd verkeerd. De politieke situatie binnen de VS laat dat dagelijks zien, maar het geldt evengoed voor de rol die de VS in de wereld hebben gespeeld. Een vriend kan altijd een vijand worden. De prijs die nu voor deze naïviteit betaald wordt is hoog.
Bij gebrek aan een fatsoenlijke metafoor karakteriseerde Mark Rutte het land eens als „een breekbaar vaasje”. Onze verworvenheden zijn niet vanzelfsprekend. Onze vrijheden, rijkdom en al die heerlijke spulletjes; we kunnen het zomaar kwijtraken.
Schoof rept niet over vaasjes, maar de boodschap van zijn kabinet is dezelfde; we hebben iets te beschermen en daarvoor rekenen we op de hardwerkende Nederlander. Dat is een breed begrip, maar ga je ’s ochtends naar je werk, stop je voor rood, rijd je door bij groen en geef je bij oranje extra gas? Dan hoor je er waarschijnlijk gewoon bij. Aan de andere kant heb je de mensen die dat vaasje kapot willen maken. ‘Woke’ bijvoorbeeld, dat alles wat leuk is wil verbieden. En criminelen, want die houden zich niet aan onze wetten. En alsof dat nog niet genoeg bedreiging is, heb je ook nog de asielzoekers.
Wil je iets gedaan krijgen in het huidige politieke klimaat, dan moet je rekening houden met die fictieve tweedeling. Je neemt het nooit op voor de vijanden van het vaasje, terwijl je altijd de belangen van de ‘hardwerkende Nederlander’ beklemtoont.
Neem het cellentekort. Er zijn te veel gevangenissen gesloten en zolang je niet Fred Teeven of Ivo Opstelten heet, kun je daar als gevangene niks aan doen. Maar je bent crimineel, dus niemand komt op voor je rechten. Er wordt voorgesteld om je met nog meer gedetineerden in een cel te zetten of om je dagbesteding maar te schrappen.
Dat is gek: we hebben als samenleving bepaald hoe we gedetineerden behandelen, maar door falen van de overheid moet het nog onaangenamer? Dat is alsof je een rode kaart krijgt omdat de scheidsrechter geen gele kaarten bij zich heeft. Als een overheid je niet kan straffen zoals we dat hebben afgesproken, dan moeten ze je maar wat eerder vrijlaten. Het zou heel normaal zijn als op die manier wordt geredeneerd, maar helaas heeft wijzen op rechten voor gevangenen iets ingewikkelds en dat past in geen enkele mediastrategie.
Gelukkig voor de gevangenen is er ook nog gevangenispersoneel en dat zijn wel hardwerkende Nederlanders. Het enige dat het schenden van rechten van gevangenen nu nog in de weg staat, is het argument dat het een te hoge werkdruk en onveilige situaties oplevert voor het personeel.
Voorstanders van een vuurwerkverbod wijzen op het jaarlijkse leed dat vuurwerk veroorzaakt voor mens en dier. Maar omdat die argumenten vooral uit de hoek van GroenLinks en Partij voor de Dieren komen, worden ze geoormerkt als ‘woke’-bezwaren van mensen die plezier haten. De morele vraag of dat plezier opweegt tegen al het leed is te ingewikkeld, ook hier hebben we de hardwerkende Nederlander weer nodig. Gooi het dus op de hulpverleners, of nog krachtiger: onze fantastische hulpverleners. Alleen zo krijg je de VVD mee en kom je dichter bij een vuurwerkverbod.
En dan de lintjesaffaire van deze week. Alle vrijwilligers krijgen zonder bezwaren een lintje, behalve de vijf die asielzoekers helpen. Dat is zeker een schoffering van die vrijwilligers, maar toch vooral van asielzoekers. Iedereen die anderen helpt krijgt een lintje, behalve als ze jou helpen, zo nadrukkelijk word je gezien als vijand. Minister Faber (PVV) werd het vuur aan de schenen gelegd over de manier waarop ze vrijwilligers behandelt, maar behalve dan dat CU-Kamerlid Mirjam Bikker opmerkte dat meervoudig Olympisch kampioen Sifan Hassan ook asielzoeker is, ging het niet over het racisme achter het besluit van Faber.
De vijanden van de huidige machthebbers moeten op dezelfde bescherming kunnen rekenen als de hardwerkende Nederlanders. Dat begint ermee dat toch in elk geval de oppositie er zo nu en dan op wijst dat rechten niet alleen gelden voor de eigen achterban. Dat gebeurt te weinig. In het huidige debat begint bijna niemand nog over moraliteit of universele rechten, het belang van de een wordt voortdurend tegenover het belang van de ander gezet, alsof de hardwerkende Nederlander niet zelf gedetineerde kan worden. Maar als niemand zich meer in een ander verplaatst, en sorry dat ik weer met die domme metafoor kom aanzetten, dan is het vaasje al gebroken.
Ze zaten tegenover elkaar in een Amerikaanse diner, maar dan wel eentje in Italië. Een Italiaanse diner die een Amerikaanse probeerde te zijn. Dat lukte heel aardig: zwart-met-witbetegelde vloer, bankjes met glanzend rode bekleding. Midden in de zaak stond een autootje met een grote hamburger op z’n dak. „Kom”, zei Yvonne (60). „We gaan dansen.” „Moet dat”, zei Gerard (73). Hij roerde in zijn vanillemilkshake. Yvonne had er één voor hen samen willen bestellen, maar Gerard had slechte ervaringen met delen. Het waren er dus twee geworden. Nu liet hij zich door haar van het bankje trekken om in de blauwige gloed van het tl-licht te dansen op muziek uit Grease. Af en toe ving de camera een andere gast, maar dat leken er niet veel. De Italiaanse Amerikaanse diner oogde grotendeels verlaten.
Het had ook best een scène uit een horrorfilm kunnen zijn, vond ik zelf, maar voor liefdeszoekers Yvonne en Gerard was het een droomdate. Kort van tevoren was Gerard nog met een andere dame op droomdate geweest: Karin (62). Met haar was hij opgestegen in een luchtballon, hij had zelfs even zijn arm om haar heen geslagen. Gerard leek een tevreden man. Hij had de zeventien vrouwen met wij hij aan dit avontuur was begonnen (meedoen aan een datingprogramma heet altijd een „avontuur”) teruggebracht tot twee blondines, zoals die dingen wel vaker gaan. Nu hoefde hij alleen nog te kiezen tussen, in zijn woorden, Kaatje en Yvonnetje. In De Golden Bachelor (Videoland) kan er maar één iemand vandoor gaan met die felbegeerde gouden roos. Gerard verwoordde dat zelf nog wat mooier: „Ik heb maar één gouden roos, maar ik heb ook maar één hart.”
Donderdag was het alweer tijd voor de finale en nog altijd begreep ik in alle eerlijkheid niet hoe Gerard die zeventien vrouwen zo wild had gekregen. Het kostte me al veel moeite om niet af te haken op het punt dat hij de ’tjes achter namen introduceerde (sinds ik „Ambertje” ben genoemd door een aardrijkskundeleraar maakt dit veel agressie in me los), en daarna werd het niet beter. Zelfs over long time favorite Yvonne bleef hij dingen zeggen als: „Ze is een ruwe bolster met een hele blanke pit.” In de diner had hij gezien „dat ze wel op het ritme kan bewegen en dat vind ik ook wel gezellig”. Alleen in de sauna ging de temperatuur even omhoog. „Ik zweet nooit in de sauna”, zei Yvonne. Waarop Gerard antwoordde: „Zal ik jou eens laten zweten?” Daar moesten ze beiden hartelijk om lachen.
Geen zwart gat
Nu Gerard zijn roos en hart aan Yvonnetje heeft uitgereikt, rest alleen nog de reünieaflevering, die volgende week donderdag op Videoland wordt gezet. Maar kijkers die op donderdagen behoefte blijven houden aan een verse dosis datingongemak, hoeven niet in een zwart gat te vallen: die kunnen (ook op Videoland) wekelijks rekenen op een nieuwe aflevering I Kissed a Girl. Daarin wordt het gebrek aan seksuele spanning dat De Golden Bachelor kenmerkte ruimschoots gecompenseerd.
Overgecompenseerd, zou je ook wel kunnen zeggen. Het eerste dat de deelnemende vrouwen dienen te doen wanneer ze elkaar ontmoeten in een villa in Zuid-Afrika, is zoenen. Eerst zoenen, dan praten. Vervolgens vormen ze koppels die bij iedere afvalronde moeten besluiten of ze samen door willen of niet. Willen ze dat wel, dan maken ze dat wederom kenbaar met een zoen. En waar de kusjes van Gerard wel erg droog leken, zie je in I Kissed a Girl wel héél veel tong. Ook zijn de makers niet zuinig met close-ups van billen in bikinibroekjes.
Gelukkig lijken de deelnemers het in ieder geval naar hun zin te hebben in de villa. „Mijn love language is physical touch”, zei de ene bovengemiddeld mooie vrouw tegen de andere. Die knikte – ze waren het helemaal met elkaar eens. Ik moest denken aan Karin; hoe die zich in de finale had voorgenomen „om Gerard ietsje meer fysiek te benaderen”. Ze had drie zoenen van hem gekregen, mwah-mwah-mwah, en ik stelde me zo voor dat ze op méér had gehoopt. Misschien geldt dat wel voor meer van Gerards dames. I Kissed a Golden Girl – is dat nog een idee?