N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Woningmarkt In het tweede kwartaal van 2023 werden ruim 56 procent minder nieuwbouwwoningen verkocht dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Het gaat om zo’n 3.300 verkochte nieuwbouwwoningen.
In het tweede kwartaal van 2023 werden zo’n 3.300 nieuwbouwwoningen verkocht. Foto Walter Herfst
Het aantal verkochte nieuwbouwwoningen in Nederland is in het tweede kwartaal van 2023 met 56,2 procent gedaald ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Dat blijkt uit donderdag gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het Kadaster en Eurostat. Niet eerder daalde het aantal verkochte nieuwbouwwoningen procentueel zo sterk, sinds het begin van de meting in 2015. In het tweede kwartaal van 2023 werden zo’n 3.300 nieuwbouwwoningen verkocht.
Het verschil met de daling van het aantal verkochte bestaande woningen is groot. Dat aantal liep met 6,1 procent terug tot zo’n 44.500 verkochte woningen. Bij elkaar opgeteld werden in het tweede kwartaal van 2023 bijna 48.000 woningen verkocht. Het is het negende kwartaal op rij dat er minder woningen zijn verkocht dan een jaar ervoor.
De gemiddelde prijs van een nieuwbouwkoopwoning is in het tweede kwartaal van 2023 wel lager dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder: 496.000 euro in plaats van 514.000 euro. De gemiddelde prijs van een bestaande koopwoning was in datzelfde kwartaal met 406.500 euro 5,2 procent lager dan een jaar eerder. De gemiddelde prijsdaling van de nieuwbouw- en bestaande woningen samen is 4,3 procent. In negen andere EU-landen daalde de gemiddelde koopprijs – ook in onder meer Duitsland, Zweden en Denemarken – terwijl in de zeventien overige landen in de Europese Unie de prijzen van koopwoningen juist stegen.
In de podcast Embedded brengt NPR korte journalistieke series met persoonlijke verhalen. Eerder belichtten journalisten van de Amerikaanse omroep er onder meer een Oeigoerse familie in de Chinese surveillancestaat, een sergeant die meedeed aan de bestorming van het Capitool en atletes die niet vrouwelijk genoeg werden bevonden voor deelname aan hardloopwedstrijden. Het nieuwste drieluik is nóg persoonlijker. In Alternate Realities probeert journalist Zach Mack zijn familie te redden. Zijn vader gelooft in complottheorieën, wat het gezin steeds verder uit elkaar drijft. Mack sluit een weddenschap met hem over tien politieke – en voor de gemiddelde luisteraar nogal apocalyptische – voorspellingen, hopend dat de uitkomst daarvan zijn vader van gedachten zal doen veranderen. Maar hoewel Mack wint, valt zijn familie definitief uiteen. Zijn moeder verlaat haar man en zijn lesbische zus verbreekt alle contact met vader die haar seksualiteit niet accepteert. Ironisch genoeg brengt het project vader en zoon juist dichter bij elkaar.
Podcastmaker Ian Coss houdt van grootschalige projecten die – zoals hij het noemt – de ‘machinaties van de staat’ blootleggen. In The Big Dig reconstrueerde hij de moeizame geschiedenis van een enorme snelwegtunnel in Boston, die symbool kwam te staan voor het Amerikaanse cynisme rond infrastructuurprojecten. En in zijn nieuwste serie, Scratch & Win, onderzoekt hij de meest succesvolle loterij van de VS: de staatsloterij van Massachusetts. Van de strijd tegen de maffia tot het perfecte kraslotontwerp, van vriendjespolitiek tot belastingprotesten en Amerikanen die tegen beter weten in dromen van rijkdom en succes: Coss laat zien hoe dat alles samenhangt. Zijn historische series zijn voorbeelden van slow listening en zijn stijl vraagt geduld. Maar wie zijn aandacht erbij weet te houden, wordt beloond.
Als iemand een lintje verdient”, zei Geert Wilders woensdag in de Tweede Kamer, „dan is het minister Faber. Een uitstekende minister, wij zijn ontzettend blij met haar.”
Hoe zou het voelen om zo – tegen het tij in – geprezen te worden? Als een veel bespot kind dat op het schoolplein door zijn vader in bescherming wordt genomen? Prettig of toch vooral pijnlijk? Er leek een vleugje voldoening over het gezicht van Faber te glijden, maar ze viel snel terug in een soort demonstratieve berusting, alsof ze wilde zeggen: „Jullie doen maar.”
Je kunt dergelijke uitspraken van Wilders op twee manieren interpreteren. Hier spreekt een politicus die het contact met de werkelijkheid volledig kwijt is. Of, hier spreekt een politicus die de werkelijkheid probeert te versluieren, juist omdat hij dondersgoed weet wat er gaande is: hij heeft de regering een volledig incompetente minister van Asiel en Migratie opgedrongen.
Als ervaren Wilders-watcher kies ik voor de tweede optie. Wilders beseft terdege dat Faber een misgreep is geweest, hij had destijds veel liever partijgenoot Gidi Markuszower op die positie gehad, maar die viel af vanwege een ongunstig verlopen veiligheidscheck. Toegeven dat Faber een verkeerde keus is geweest, betekent een erkenning van eigen onvermogen – iets wat we nooit van Wilders hoeven te verwachten. Ook daarin is hij een echte trumpiaan: liever voluit in de tegenaanval dan het toegeven van eigen fouten.
Wilders is helemaal niet blij met Faber, hij zou dolgraag van haar afkomen maar beseft dat dit grote politieke schade voor hemzelf betekent. Intussen doet hij alsof die arme Faber het slachtoffer is van tegenwerking door zijn politieke vijanden. Het bracht hem in een heftige confrontatie met Frans Timmermans, die hem van niet mis te verstane repliek diende: „Faber is de grootste prutser die ooit in Vak K gezeten heeft.”
Het was op tv het meest herhaalde fragment uit het debat. Het werd Timmermans hier en daar kwalijk genomen dat hij zijn toevlucht zocht tot zo’n bijna wilderiaanse belediging. Ik vermoed dat Timmermans er geen gewoonte van zal maken, hij gaf alleen even toe aan de invoelbare verleiding om een grote bek met een grote bek te beantwoorden. En het werkte ook nog, want Wilders was de rest van de dag voor zijn doen nogal tam, alsof hij snakte naar het einde van dit voor hem ongemakkelijke debat – het eerste debat waarin Timmermans hem duidelijk de baas was.
Wilders maakt een moeilijke periode door. Hij daalt in de voor hem altijd zo belangrijke peilingen, hij voelt zich tegengewerkt in ‘zijn’ kabinet en hij wordt met terugwerkende kracht steeds kwetsbaarder door de steun die hij de afgelopen jaren heeft verleend aan autocraten als Poetin en – tot op de dag van vandaag – Orbán en Trump.
Deze ontwikkeling veroorzaakt in progressieve kringen enig optimisme over een snelle val van het kabinet-Schoof. Ik deel dat optimisme niet. De regeringspartijen PVV, BBB en NSC dalen aanzienlijk in de peilingen en hebben daarom geen enkel belang bij snelle verkiezingen. Bovendien zal Wilders beseffen dat hij hierna nooit meer aan de macht komt in Nederland, tenzij hij meer dan 75 zetels wint en een regering kan vormen met állemaal uitstekende PPV-ministers waarmee hij ontzettend blij kan zijn.