N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Anke Kampschreur
Het begint met midden in de nacht wakker worden. Gevolgd door pogingen hier niet over te stressen. Ik val zo wel in slaap. Gebeurt dit niet: onrust. Maar dat mag niet, want dan val ik zeker niet meer in slaap. Dan: berusting. Oké. Dan slaap ik maar niet. Hierna: verveling. Hoelang moet ik nog voor het ochtend is? Soms val ik dan alsnog slaap. In andere gevallen sta ik dan maar op. Zoals vanochtend. Toch mooi een rondje Vondelpark gerend voordat de stad wakker werd. Ook niet ongelukkig, eigenlijk.
Lezers zijn de auteurs van deze rubriek. Een Ikje is een persoonlijke ervaring of anekdote in maximaal 120 woorden. Insturen via [email protected]
Klanken die zich aan de huid lijken te plakken, zuigende echo’s en een zangstem die kronkelt als een streling. In ‘Short Story’ horen we gospelachtige stemmen roepen: „And the strain and thirst are sweet.”
Wordt hier de eenwording met God bezongen of is het de vleselijke versmelting? Vanuit welk verlangen maakte zanger-muzikant Justin Vernon, alias Bon Iver, zijn nieuwe album Sable, Fable?
Het antwoord is verrassend simpel. De ondoorgrondelijke zanger uit Wisconsin die zich al een carrière lang verstopt achter een volle baard en zijn falsetstem drenkt in priemende geluidseffecten, heeft een nieuw motto: niet meer ‘Wees onzichtbaar’ maar ‘Only got so much time to live. Let’s be sexy’. Vanuit dat idee begon Vernon (43) zo’n vier jaar geleden aan zijn vijfde album.
Anders dan op de vorige platen, 22, A Million (2016) en i,i (2019), toen hij keyboards, gitaar en rafelige echo’s hard op elkaar liet botsen, is er nu de glooiing van sensuele zang die zich verenigt met een pedal-steelgitaar of een wellustige sax. Op Sable, Fable ontstaat een warmbloedige sfeer dankzij een gorgelend orgel en dansende drums, terwijl Vernon opgewekt verslag doet van zijn lust en liefde.
Die openhartigheid over gevoelens betekent niet dat hij is teruggekeerd naar de akoestische stijl van zijn debuut For Emma, Forever Ago, uit 2008. Ook nu verpakt Vernon de sensualiteit in een laagje experiment. Hij laat akoestische instrumenten glanzen en gooit er dan een deken van stekelige effecten overheen. Binnen een liedje zwenkt hij van country-achtige gitaren naar bombastische elektronicawolken, aangenaam aangevuurd door een galopperend ritme. In bijvoorbeeld ‘Everything Is Peaceful Love’ zijn de zangpartijen euforisch, in ‘Walk Home’ klinken ze geprangd, en wordt de erotische boodschap („Pull me close up to your face/ Honey, I just want the taste”) dan weer gebracht met een vervormd, kobold-achtig stemmetje.
Terug in zijn schulp
For Emma, Forever Ago was het album dat Vernon mede dankzij de single ‘Skinny Love’ plotseling tot een internationaal populaire muzikant maakte. De zanger die hoopte ooit elk weekend in een andere kroeg in Wisconsin te kunnen optreden, moest plotseling non-stop op tournee rond de wereld.
Na de eerlijke inhoud van de liedjes op het debuut, over zijn gebroken hart, kroop Vernon in zijn schulp. Hij bleek, ontdekte hij, als mens niet opgewassen tegen het sterrenbestaan, met zijn lange reeksen optredens in sporthallen en de bemoeizucht van onbekenden.
Hij voelde zich opgejaagd en uitgeput, vertelde hij onlangs aan The New York Times, alsof er permanent een laars op zijn borst gedrukt stond. Die laars, én de ontmoeting met Kanye West, was wellicht de aanleiding dat zijn aanpak na For Emma… en en het daarop volgende Bon Iver, Bon Iver (2011) veranderde. Hij werkte verschillende keren met West, hun bekendste nummer is ‘Lost in the World’ op Wests experimentele hiphopalbum My Beautiful Dark Twisted Fantasy (2010), dat een mijlpaal in zijn loopbaan zou worden.
Het lied was het begin van Vernons nieuwe, claustrofobisch klinkende muziekstijl. De onopgesmukte klank van weleer werd vervangen door weerbarstige instrumentaties, gekleurd door zijn avontuurlijke productietechniek. Met behulp van Granular Synthesis kon hij geluiden in kleine stukjes opdelen en in nieuwe volgordes zetten. Met sampling, ongewone microfoonopstellingen en Auto-Tune verhulde en versierde hij zijn instrumentaties – en verdwaalde hij soms in de mogelijkheden die de hedendaagse techniek hem bood.
Lees ook
Bon Iver: Omineuze pogingen jezelf te verstoppen
En de luisteraar verdwaalde met hem mee. Ook in de liedteksten, die vaak abstract en onbegrijpelijk waren, met onuitsprekelijke titels als ’22 (OVER SOON)’ en ’ ‘10 dEAThbREasT’ (van het album 22, A Million uit 2016).
De beste bescherming tegen de buitenwereld vond hij in digitale vermomming: zijn prachtige falsetstem klonk nauwelijks meer als die van Justin Vernon: we hoorden een dikke laag gestapelde stemframenten, bewerkt met effecten als ‘Pitch Shifting’.
Maar dat is nu anders. Zijn stem lijkt bevrijd uit het labyrint. Die zangstem, die ooit transformeerde van briesend in een grunge-band (pre-Emma), naar kwetsbare falsetstem, naar rafelige android, staat nu weer vol in de aandacht: wankel, sensueel, streng of stroperig als honing. Soms, bijvoorbeeld in het sobere ‘Awards Season’, zelfs a capella en zonder galm.
De transformatie is niet alleen een gift voor de luisteraar, het is ook een teken van zijn herstel. Vernon heeft zijn slopende vermoeidheid inmiddels afgeschud en verbleef in een afkickkliniek om zijn sigarettenverslaving te bedwingen. Hij verhuisde van koud Wisconsin naar warm Los Angeles, waar hij incognito over straat kan en elke dag basketbalt met mensen die hem alleen maar kennen als „die gast Justin”. Zoals hij zelf zegt: hij houdt weer van zichzelf.
Dit album is daar een uiting van, volgens hem. Het is zijn meest persoonlijke album, „omdat ik het vooral voor mezelf gemaakt heb”.
Vernon, die zijn stem de afgelopen jaren leende aan liedjes van popsterren als Charli XCX en Taylor Swift, nodigde op zijn beurt artiesten uit als Danielle Haim (van Haim), Jacob Collier en gitarist Michael Gordon, alias Mk.gee, die allen passen in de swingende, vitale stijl van Sable, Fable.
Zelfs zijn teksten zijn nu verrassend direct: „Keep the sad shit off the phone/ And get your fine ass on the road!” (‘I’ll Be There’), en introspectief: „Nothing really happened like I thought it would” (‘Speyside’). En als ze ambigu zijn, dan zijn ze mooi mysterieus: „There are things behind things behind things”. De laars is weg, Justin Vernon is terug.
Bon Iver: Sable, Fable verschijnt vrijdag 11 april bij Konkurrent.
Op de Parijse begraafplaats Père-Lachaise staat een vrouw bij het graf van Édith Piaf. Met een Spaans accent zingt de vrouw zachtjes Non, je ne regrette rien. De bloemen op het graf zijn vers. Een paar mussen hupsen wat rond over de zerken. Afgezaagd? Misschien, al is het een waargebeurde scène. Dat is nu eenmaal waar het chanson ons toe aanzet: heerlijk zwijmelen, zoals alleen de Fransen dat goed kunnen. Alhoewel, alleen de Fransen?
Het chanson is het levenslied, het lied van de troubadours. Geen genre dat zó bij een natie hoort en zo Frans voelt.
En toch wordt het genre in belangrijke mate gedragen door migranten en kinderen van migranten. Piaf had een Marokkaanse grootmoeder, de ouders van Charles Aznavour waren Armeense vluchtelingen, Jacques Brel was een Belg en Georges Moustaki een Griek. Serge Gainsbourg was de zoon van Joodse Oekraïners en Yves Montand, Serge Reggiani en Georges Brassens waren zonen van Italianen. Enrico Macias schreef ‘Adieu Mon Pays’ op de boot waarmee hij Algerije moest verlaten, en Dalida komt uit Egypte. Volgens mij is dat allemaal geen toeval: het chanson is een artistiek toevluchtsoord voor wie tussen werelden leeft, voor wie een barst in de stem heeft, en in de ziel. Voor mensen met verhalen die ze wel móéten vertellen.
Hoe klinkt het? En waar komt het vandaan?
De wortels van het chanson liggen in het Parijs aan het eind van de 19de eeuw. Meer specifiek in Le Chat Noir, het eerste cabaret ter de wereld. Beïnvloed door het opkomende realisme in de literatuur ontstond het chanson réaliste: openhartige teksten op eenvoudige composities over het rauwe stadsleven. In het interbellum groeide het chanson uit tot een persoonlijker, kwetsbaarder genre (Joséphine Bakers ‘J’ai Deux Amours’ (1930)). Tijdens de oorlog vond het patriottisme haar weg naar het chanson, gevangen in klassieker ‘Douce France’ (1943) van Charles Trenet.
Poëzie is altijd de kern van het genre geweest en gebleven, zoals de grootste dichter van allemaal Charles Aznavour het in een documentaire voor de BBC stelt: „Het Engelse lied is goede muziek en, indien mogelijk, goede tekst. Het Franse lied is goede tekst en, indien mogelijk, goede muziek.”
Na de oorlog groeide La Rive Gauche van Parijs uit tot toevluchtsoord voor getroebleerde zielen, kunstenaars en vrijdenkers. Édith Piaf vierde in rokerige cafés het bevrijde leven, door een roze bril bekeken en zonder spijt geleefd – ‘La vie en rose’ (1946), waarna Brel zijn wanhopige verdriet om minnares Suzanne Gabriello in de Franse ziel kerfde met ‘Ne me quitte pas’ (1959). Serge Gainsbourg maakte het genre meer dansbaar en provocerend (Je t’aime… moi non plus hijgt Jane Birkin in 1969) en Alain Souchon, zoon van Zwitserse ouders, voorzag het chanson van een dosis pop. Dat deed ook Étienne Daho, geboren in Algerije, die een meer synth-georiënteerde sound bracht. In andere woorden werd het chanson minder plechtig, en (zelf)kritischer.
Naar wie moet ik (nu) luisteren?
Wanneer je Aznavours definitie hanteert zijn de erfgenamen van het chanson overal. Dan past ook de Franse spoken word van bijvoorbeeld Abd Al Malik in de traditie, of de enorm populaire electrobeats van Stromae.
Recent lijkt het klassieke chanson overigens weer op te leven. Zie de muziek van de piepjonge Zaho de Sagazan, maar ook die van Clara Luciani en Barbara Pravi. Het chanson zal leven zolang er mensen in Frankrijk rondlopen voor wie verhalen vertellen de enige manier is om de ziel onder de arm vandaan te halen. Verhalen op straat, in een café of op een kerkhof in Parijs, waar iemand meer dan zestig jaar na haar dood, zachtjes zingt voor Piaf.
De bacheloropleiding aardwetenschappen aan de Vrije Universiteit in Amsterdam moet verdwijnen vanwege bezuinigingen. Ook stopt het geologisch onderzoek en een deel van het masteronderwijs. Voor minstens 37 medewerkers dreigt nu ontslag.
Volgens de universiteit dwingen dalende studentenaantallen, hoge kosten en aangekondigde kabinetsbezuinigingen tot deze reorganisatie.
De plannen met aardwetenschappen zijn voorgelegd aan de medezeggenschaporganen van de universiteit, die nog advies mag geven. Daarna volgt een definitief besluit. Studenten en medewerkers spreken hun onvrede en onbegrip uit over de koers van de VU.
Alleen onderzoek naar – en onderwijs over – hedendaagse klimaatverandering van de afdeling aardwetenschappen blijft bestaan, samen met de bredere bacheloropleiding aarde, economie en duurzaamheid. De VU wil met de reorganisatie inzetten op „hedendaagse klimaatverandering en zich daarbij richten op urgente vraagstukken als natuurrampen en klimaatsystemen”. De universiteit verwijst, gevraagd naar commentaar, naar een persbericht waarin decaan Aletta Kraneveld zegt: „Klimaatverandering is absoluut één van de grootste uitdagingen van deze tijd. […] Daarom hebben we binnen het veelomvattende klimaatvraagstuk gekeken waar we als VU een verschil kunnen maken en op welke gebieden we toonaangevend zijn in onderwijs en onderzoek.”
Onbegrip bij studenten
„We zijn heel verdrietig, boos en gefrustreerd”, reageert student Brecht Reintsema (23), oprichter van actiegroep Red Aardwetenschappen op de aangekondigde plannen. „We snappen niet hoe dit te verantwoorden is en er is nog veel onduidelijk.” Volgens Reintsema brengt de VU de sluiting als een onvermijdelijke keuze, terwijl er wel degelijk een alternatief plan klaar ligt, opgesteld door de afdeling zelf, dat „financieel werkt en niet zo’n grote reorganisatie vereist. We snappen allemaal dat er bezuinigd moet worden en we zijn geen grote opleiding. Maar er is juist een tekort aan aardwetenschappers: in de energietransitie, klimaatweerbaarheid en waterhuishouding.” In het bijzonder ontbreekt het aan geologen, aldus Reintsema, die de diepe aarde onderzoeken. „Dat je juist die expertise eruit bonjourt, vind ik heel kwalijk.”
Ook medewerkers van de VU uiten hun ongenoegen over de plannen. „We voelen ons niet gehoord, we zijn niet meegenomen in de besluitvorming”, aldus Bernd Andeweg (51), die vorig week vrijdag zijn 25-jarig jubileum als docent aan de opleiding vierde. „Dat er financiële problemen zijn, was al duidelijk, daar wilden we ook best over meedenken. Maar er is niet naar ons geluisterd en de manier waarop dit naar ons gecommuniceerd is, vind ik beneden ieder peil.” Volgens Andeweg kon het faculteitsbestuur de cijfers waar de plannen op gebaseerd zijn niet overleggen. In juni 2024 moest er volgens de docent 15 tot 20 fte gekort worden op de afdeling, nu is dat het dubbele. „Maar waarom weten we niet.”
Zelf mag Andeweg, samen met een handjevol andere docenten, volgens de plannen nog twee jaar aanblijven om de huidige bachelorstudenten hun opleiding te laten afmaken. „Maar dat kun je beter stervensbegeleiding noemen. We moeten dan ook allemaal vakken gaan geven waar we geen achtergrond in hebben.”
Geologie en geochemie
Volgens de plannen stopt de bacheloropleiding aardwetenschappen per september 2027. Ook de richting geologie en geochemie wordt uit de aansluitende master earth science geschrapt. Dat kost 37 medewerkers per 1 augustus 2025 hun baan, en over tweeënhalf jaar nog eens vijf, aldus docenten. Wat de plannen voor de 130 bachelorstudenten aardwetenschappen betekenen, is nog onduidelijk.
„We realiseren ons dat dit voor de medewerkers en promovendi […] en voor de studenten ingrijpende plannen zijn”, aldus decaan Aletta Kraneveld in het persbericht. De VU moet jaarlijks minstens 60 miljoen bezuinigen vanwege dalende studentenaantallen, hoge kosten en aangekondigde bezuinigingen op het hoger onderwijs.
De VU zegt in gesprek te zijn met de Universiteit Utrecht, de enige andere universiteit die een bachelor aardwetenschappen aanbiedt, om een deel van het onderwijs en onderzoek daar voort te zetten. Volgens Andeweg is dat echter een schijnoplossing: „Daar is het geologische en geochemische onderwijs niet zo sterk als op de VU. Hoe wil je geothermie gaan doen als je niet weet hoe de ondergrond in elkaar zit?” Promovendi kunnen hun promotietraject volgens de VU wel voortzetten.
De actiegroep onder leiding van Reintsema geeft nog niet op: „We zijn erg strijdbaar, want we hebben een goede argumentatie: er ligt een alternatief plan klaar. Ik hoop dat het college van bestuur nog een andere keuze kan maken.”