‘Niets is ons komen aanwaaien’, zegt Inhaler-zanger (en zoon van Bono) Elijah Hewson

‘Ehm… ik heb mijn vader al ik-weet-niet-hoelang niet gezien. Ik heb eerlijk gezegd geen idee wat hij doet of waar hij uithangt. Het enige wat ik weet, is dat hij heel goed is in baby’s maken.”

Oef. Dat was natuurlijk ook weer niet de bedoeling.

Het idee was onschuldig: laten we voor de verandering eens aan de ándere drie bandleden van de Ierse rocksensatie Inhaler vragen wat hun vader precies doet voor de kost, en of dat hun eigen loopbaan heeft beïnvloed. Die kwestie wordt namelijk normaal gesproken uitsluitend voorgelegd aan de zanger-gitarist van de band, Elijah Hewson (25). Zoon van Paul Hewson, beter bekend als U2-icoon Bono.

Sinds de oprichting van Inhaler, in 2012, blijft De Eeuwige Vadervraag de zoon achtervolgen. Hoe vaak Hewson en de andere bandleden al hebben verklaard dat het merendeel van hun (jonge) fans U2 meestal niet eens kent, of voorzichtig suggereren dat ze alle uitverkochte shows, belangrijke voorprogramma’s (Arctic Monkeys, Kings of Leon, Noel Gallagher, Harry Styles), grote festivals (Pinkpop, Glastonbury) en tientallen miljoenen streams wellicht ook aan hun eigen kwaliteiten te danken hebben, volgt toch altijd weer die ene dooddoener: komt dat óók niet door je pa? In het Verenigd Koninkrijk laaide zelfs een fel debat op over zogeheten ‘nepo-baby’s’ die meeliften op de carrières van hun ouders.

Ontboezeming

Vandaar de vraag, bij wijze van afwisseling: wat doen die andere vaders eigenlijk? En dan slaat de ontboezeming van gitarist Josh Jenkinson (25) toch even in als een bom, al kan hij er zelf – net als de rest van de band – gelukkig hardop om lachen. Hij heeft vrede met zijn verdwenen vader, verzekert hij meerdere malen. „Maak je geen zorgen, man. Het is oké.” Grijnzend: „Maar ik weet wel dat hij geen grote invloed heeft op de muziekindustrie.”

„Mijn vader is met pensioen, maar hij werkte voor Mars”, zegt drummer Ryan McMahon (25). „Als kind heb ik veel te veel van die chocoladerepen gegeten. Bah.”

Hewson: „Jouw pa is Willy Wonka.”

McMahon: „Haha, klopt! Maar jammer genoeg is het niet Gene Wilder!”

Bassist Robert Keating (24): „Mijn vader is echt een nerd. Hij is computerprogrammeur. Ik zou eigenlijk moeten vragen of hij ons meer Spotify-streams kan bezorgen.”

„Kijk”, lacht Hewson: „Dat is het échte nepotisme.”

De zoon is zo’n spiegelbeeld van zijn vader dat het lijkt alsof de jonge Bono van uit 1985 naar het heden is geteleporteerd. „Het is waar dat mijn vader beroemd is. Mensen komen daardoor misschien sneller naar onze shows kijken, maar het zorgt er niet voor dat ze steeds terugkomen. Ik ben geen nepo-baby in de zin dat alles is komen aanwaaien. Het is niet zo dat mijn vader zich met onze muziek bemoeit of ons oppakt en overal neerzet.”

McMahon: „Anders waren we waarschijnlijk veel groter geweest.”

Keating: „Alleen al de suggestie dat we samen met hem liedjes zouden schrijven is voor mij bizar: die druk zou ik nooit aankunnen. Ik ben dolblij dat we dat zelf doen.”

Hewson: „Eén ding is voor ons altijd belangrijk geweest: heel hard werken. En al zullen er ongetwijfeld mensen zijn die dat toch denken: we hebben niets cadeau gekregen.”

Inhaler, met vlnr: Robert Keating, Josh Jenkinson, Ryan McMahon en Elijah Hewson.
Foto Andreas Terlaak

De vier bandleden hebben zich verzameld in het Hilversumse hoofdkantoor van platenmaatschappij Universal om te praten over hun derde album Open Wide, dat ze later deze middag zullen laten horen aan een groep fans.

„Het voelt alsof het onze eerste plaat is”, zegt McMahon. Op het onstuimige debuut It Won’t Always Be Like This (2021) die tijdens de pandemie verscheen, stonden min of meer alle greatest hits uit hun beginjaren. Omdat ze – na de lockdown – eindelijk konden optreden en dat zo veel mogelijk wilden doen, voltooiden ze de opvolger Cuts & Bruises (2023) in recordtempo, tussen talloze shows door. Keating: „Het leek alsof we onszelf eindelijk opnieuw mochten uitvinden.” McMahon: „It was our time to get weird.”

Dat besef, zegt Hewson, danken ze aan de samenwerking met de Britse topproducer en liedjessmid Tom Hull alias Kid Harpoon, die eerder monstersuccessen scoorde met Harry Styles, Miley Cyrus, Shakira en Rihanna. Maar de grap was dat hij bij uitstek niet de wandelende hitfabriek bleek te zijn waar de band hem aanvankelijk voor aanzag. McMahon: „Een paar liedjes hadden we doelbewust nog niet voltooid. Toen we ze lieten horen, reageerde hij alleen met: die zijn nog niet klaar, die moet je eerst afmaken.” Hewson: „Wij hoopten natuurlijk stiekem dat hij daarbij zou helpen. Zo van: geef ons een hit! Maar hij zei meteen: naah.”

Caleidoscopisch

Zijn magie zat hem juist in het creëren van vrijheid, vervolgt de zanger. „Tom leerde ons om vanuit een totaal ander idee een plaat te maken: veel meer als één geheel in plaats van een verzameling losse liedjes. Zijn ethos was: laten we gewoon maken wat we zélf willen horen. Hij weigerde te praten over mogelijke singles en er mochten – voor het eerst – geen managers of platenbazen in de studio komen.” Jenkinson: „Net als tijdens Covid zaten we weer compleet in onze eigen bubbel.”

Die houding heeft van Open Wide veel meer een caleidoscopische pop- dan rockplaat gemaakt, met dertien nummers die geregeld naar danshits uit de jaren tachtig knipogen. Hewson: „Tom heeft onze muziek veel meer groove gegeven.” McMahon. „Het ging allemaal heel spontaan. In ‘Billy (Yeah Yeah Yeah)’ toverde hij te gekke percussie uit een modulaire synthesizer die hij zelf nog nauwelijks begreep. Ik ben blij dat we veel van zulke happy accidents hebben gehouden.” Hewson: „Voor ‘Your House’ kwam hij met een gospelkoor aanzetten. Dat was echt een schok, maar het werkte geweldig.”

McMahon: „Het is absoluut een album waar we de rockpolitie voor achter ons aan kunnen krijgen.” Keating: „Bij puristen gaat het altijd om uitersten. We zijn geen boyband, maar ook geen Metallica.” Hewson: „Er zijn zo veel genres waarvan we houden. We luisteren naar Joy Division, Stone Roses maar ook naar Prince. Ik denk niet dat er nog regels bestaan in muziek en zo ja, dan willen wij die overtreden.”

Zijn vader vindt het sowieso een goede plaat, zegt de zoon, die vroeger ook voortdurend om zijn mening werd gevraagd. „Ik weet nog hoe ik ’s ochtends voor school in de keuken zat te ontbijten en wékenlang hetzelfde liedje hoorde in veertig verschillende versies waarin telkens één woordje was veranderd. „Wat vind je hiervan?”, vroeg hij dan telkens. Dat heeft mijn verwondering over muziek natuurlijk aangewakkerd. We zijn allebei niet bang om ambitieus te zijn of grote gevoelens te vertolken. Het is zeker geen vloek om zo’n vader te hebben, maar honderd procent een zegen.”

Open Wide van Inhaler is nu uit. Op 10/5 live: Ziggo Dome, Amsterdam.