Oproep van Koerdische leider Öcalan doet hoop herleven op einde gewapende strijd PKK

Leg de wapens neer en vecht voortaan voor jullie rechten met vreedzame middelen! Zo luidt de oproep deze donderdag van Abdullah Öcalan, de leider van de Koerdische PKK die al ruim een kwart eeuw gevangen zit op een eilandje bij Istanbul wegens landverraad en separatisme. Met die oproep zou een einde kunnen komen aan de gewapende opstand van de Turkse Koerden, die in 1984 begon en aan ruim 40.000 mensen het leven heeft gekost.

Zelf mocht de 75-jarige Öcalan, die sinds zijn proces in 1999 nooit meer in het openbaar is verschenen, het nieuws niet aan zijn Koerdische achterban vertellen. Dat gebeurde via een delegatie van de pro-Koerdische DEM-partij, die hem eerder op de dag had mogen bezoeken. De Turkse autoriteiten waren kennelijk beducht voor onrust, als Koerden en Turken dit rechtstreeks uit de mond van Öcalan hadden kunnen vernemen. Waar Öcalan voor veel Koerden nog altijd een held is, wordt hij door nationalistische Turken intens gehaat.

„Ik doe een oproep tot het neerleggen van de wapens en ik neem de historische verantwoordelijkheid op me voor deze oproep”, aldus Öcalan in een brief die hij meegaf aan de DEM-delegatie. De PKK-leider spoorde zijn partijgenoten aan spoedig een congres te organiseren, waarbij de PKK zichzelf wat hem betreft zou moeten opheffen.

Een hoge functionaris van de AKP, de partij van de Turkse president Erdogan, zei dat de regering er van uitgaat dat de PKK-strijders gehoor zullen geven aan de oproep van hun gevangen leider.

Aarzelende strijders

Of dat inderdaad gebeurt, is onzeker. Hoewel Öcalan nog altijd veel aanzien geniet binnen de PKK, zullen veel strijders die gecommitteerd zijn aan de Koerdische zaak, aarzelen alleen op grond van zo’n brief die aan derden werd meegegeven de strijd op te geven. „Ze hebben overtuigingen en zijn bereid daarvoor offers te brengen”, verklaarde Murat Karayilan, de militaire leider van de PKK, begin februari in een gesprek met de Koerdische zender Sterk TV. Ze zouden de zaak eerst met Öcalan zelf en andere partijleiders willen bespreken.

Het is ook niet voor het eerst dat Öcalan de PKK’ers oproept om de gewapende strijd te staken. Dat deed hij in 2015 ook al eens, nadat hij in 2012 had ingestemd met een wapenstilstand. De PKK beloofde toen zijn strijders terug te trekken uit Turkije in de bergen van het overwegend Koerdische Noord-Irak. Nieuw geweld over en weer leidde echter in de loop van 2015 tot een hervatting van de strijd.

De delegatie van de pro-Koerdische DEM-partij die het nieuws van Öcalan naar buiten bracht.
Foto Umit Bektas/Reuters

De Koerdische Arbeiderspartij (PKK) is eind jaren zeventig ontstaan toen een groep jonge Koerden, onder wie Öcalan, zich aaneensloot om zich – na tientallen jaren van discriminatie en achterstelling – actief te verzetten tegen de Turken. In 1984 voerden zij hun eerste gewapende acties uit. Ze streefden aanvankelijk een eigen staat en later autonomie voor de Koerden na, die ongeveer een kwart van de Turkse bevolking uitmaken.

Vooral in de jaren tachtig en negentig was de PKK zeer actief in het overwegend Koerdische zuidoosten van Turkije, terwijl het Turkse leger met veel geweld terugsloeg. Ook pleegden PKK-strijders regelmatig terroristische aanslagen in Turkse steden. Mede hierdoor plaatsten ook veel Europese staten de PKK op hun lijst van terroristische organisaties. Hoewel de strijd in 2015 na een wapenstilstand van een paar jaar toch weer oplaaide, is het de laatste jaren rustiger in het zuidoosten van Turkije. Veel PKK-strijders zitten in Noord-Irak, waar de Iraakse Koerden eveneens een grote mate van autonomie kennen, of in Syríë.

Afgezette burgemeesters

Al sinds afgelopen herfst zijn er weer contacten tussen de Turkse regering en Öcalan, veelal via de DEM-partij, over een akkoord. In ruil voor het opgeven van de gewapende strijd door de PKK zou de Turkse regering een aantal afgezette Koerdische burgemeesters in hun functie kunnen herstellen en politieke gevangenen zoals DEM-leider Selahattin Demirtas kunnen vrijlaten. Daarnaast zouden de Koerden meer culturele rechten kunnen krijgen, onder meer onderwijs in hun eigen taal. Öcalan, die levenslang kreeg, zou zelf strafvermindering tegemoet kunnen zien.

Sinds vorige herfst is de onderhandelingspositie van de Koerden echter aanzienlijk verzwakt. Dit heeft vooral te maken met de val van het bewind van president Assad in Syrië. Onder diens regime zag de SDF, een samenwerkingsverband van Koerdische en enkele Arabischemilities dat op zijn beurt nauw samenwerkt met de PKK, de laatste jaren kans een grote mate van autonomie te verwerven in het noordoosten van Syrië. Daarbij kregen ze steun van de Verenigde Staten, die in de Syrische Koerden een nuttig bolwerk tegen Islamitische Staat zagen. Dit alles tot irritatie van president Erdogan en de Turkse regering.

De nieuwe Syrische leider, Ahmed al-Sharaa, daarentegen onderhoudt zeer vriendschappelijke betrekkingen met Turkije en lijkt zelfs militair nauw te willen samenwerken. Tegenover de Koerden stelt hij zich harder op. Hij wil dat de SDF, de voornaamste Koerdische militie in Syrië, zijn wapens neerlegt en nodigde de Koerden deze week bij voorbeeld niet uit voor de ‘nationale dialoog’ over de toekomst van Syrië, die in Damascus met enige honderden mensen uit allerlei bevolkingslagen werd gehouden.

Bovendien vrezen de Syrische en Turkse Koerden dat de nieuwe Amerikaanse president Trump hen niet langer zal steunen. In deze omstandigheden, vermoeden analisten, ziet Erdogan zijn kans schoon om af te rekenen met het gewapende verzet van de Koerden, niet alleen in eigen land, maar ook in Syrië. Vorige week nog werden er 282 verdachten gearresteerd op verdenking van banden met de PKK.


Lees ook

Val van Assad versnelt onderhandelingen tussen PKK en Ankara

Soldaten van het door Turkije gesteunde Syrische Nationale Leger  met een pickup-truck met geschut bij Manbij.